| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijkswet op het
Nederlanderschap (RWN)
REGELING
NATURALISATIETOETS NEDERLAND
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie
en Reclassering van 16 januari 2007, nr. 5459170 ter uitvoering van het
Besluit naturalisatietoets voor Nederland (Regeling naturalisatietoets
Nederland)
De Minister voor Integratie,
Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering;
Gelet op artikel 6 van het Besluit
naturalisatietoets;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de naturalisatietoets: de toets, genoemd in artikel 2, tweede
lid van het Besluit naturalisatietoets;
b. verzoeker: de meerderjarige vreemdeling die, woonachtig in het
Europese deel van Nederland of buiten het Koninkrijk, op grond van
de Rijkswet op het Nederlanderschap verzoekt om verlening van het
Nederlanderschap;
c. de burgemeester: de burgemeester door wie het verzoek om
naturalisatie in ontvangst wordt genomen;
d. Dienst Uitvoering Onderwijs: Dienst Uitvoering Onderwijs van
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
e. het besluit: het Besluit naturalisatietoets.
§ 2. Naturalisatietoets
Artikel 2
1.De naturalisatietoets, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het
besluit is het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13, eerste lid,
van de Wet inburgering met dien verstande dat de in artikel 2, derde
lid van het besluit genoemde taalvaardigheden op niveau A2 van het
Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn behaald.
2.Tenzij in deze regeling anders is bepaald, zijn de bepalingen van
hoofdstuk 4 van de Wet inburgering, de artikelen 2.7, derde lid,
aanhef en onderdeel a; 2.9, eerste lid, en 2.10, eerste lid, en
hoofdstuk 3, van het Besluit inburgering en hoofdstuk 3 van de
Regeling inburgering van toepassing met dien verstande dat artikel 15,
vijfde lid van de Wet inburgering; 3.8 van het Besluit inburgering en
artikel 3.7 van de Regeling inburgering niet van toepassing zijn.
Artikel 3
1. De verzoeker die buiten het Koninkrijk hoofdverblijf heeft,
heeft de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het
besluit, behaald, indien hij het centraal deel van het
inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het
Besluit inburgering met goed gevolg heeft afgelegd.
2. Aan de in het eerste lid genoemde verzoeker wordt het
inburgeringsdiploma als bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet
inburgering uitgereikt.
3. Bevoegd tot het afnemen van het centraal deel van het
inburgeringsexamen op de Nederlandse diplomatieke en beroepsconsulaire
vertegenwoordigingen in het buitenland is het hoofd van die post
namens de Minister van Buitenlandse Zaken, of, in Nederland, de Dienst
Uitvoering Onderwijs.
4. Het hoofd van de post neemt het centraal deel van het
inburgeringsexamen overeenkomstig het in de bijlage van deze Regeling
opgenomen examenreglement naturalisatietoets buitenland af.
5. De verzoeker, woonachtig buiten het Koninkrijk, identificeert
zich bij de deelname aan het examen door middel van een geldig
nationaal paspoort.
6. Het inburgeringsdiploma wordt uitgereikt door het hoofd van de
post, die bevoegd is het naturalisatieverzoek in ontvangst te nemen.
7. Op het afnemen van het centraal deel op de Nederlandse
diplomatieke en beroepsconsulaire vertegenwoordigingen in het
buitenland zijn niet van toepassing de bepalingen in paragraaf 3 van
hoofdstuk 3 van het Besluit inburgering; artikel 3.1 van de Regeling
inburgering alsmede de bepalingen van paragrafen 3, 4, 5, 6 en 7 van
hoofdstuk 3 van de Regeling inburgering.
8. Aan het afleggen van de naturalisatietoets op de Nederlandse
diplomatieke en beroepsconsulaire vertegenwoordigingen in het
buitenland zijn kosten verbonden die door de verzoeker voorafgaande
aan de examinering voldaan dienen te worden.
9. Het examengeld, bedoeld in het achtste lid, bedraagt:
a. € 105 voor het elektronisch praktijkexamen, bedoeld in
artikel 3.9, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit inburgering;
b. € 140 voor de toets gesproken Nederlands, bedoeld in
artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering;
en
c. € 105 voor het examen in de kennis van de Nederlandse
samenleving, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van
het Besluit inburgering.
§ 3. Gedeeltelijke vrijstellingen
Artikel 4
1. Van het afleggen van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7
van het Besluit inburgering alsmede van het elektronisch
praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel
3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering is vrijgesteld de
verzoeker die het certificaat overlegt, als bedoeld in de Regeling
certificaat inburgering oudkomers, met daarop de aantekening dat voor
de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken is behaald ten
minste het niveau 2 van het referentiekader NT2.
2. Bij het certificaat, bedoeld in het eerste lid legt de verzoeker
de hem door het college van burgemeester en wethouders afgegeven,
gewaarmerkte kopie over van de verklaring van de onderwijsinstelling
waar de NT2-profieltoets is afgelegd.
3. Van het afleggen van het examen in de kennis van de Nederlandse
samenleving, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het
Besluit inburgering is vrijgesteld de verzoeker die kan aantonen dat
hij het onderdeel kennis van de staatsinrichting en maatschappij van
de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2 van de Regeling
naturalisatietoets zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze
regeling heeft behaald.
4. Van het afleggen van het examen in de kennis van de Nederlandse
samenleving, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het
Besluit inburgering, is vrijgesteld de verzoeker die een certificaat
overlegt als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering
nieuwkomers, indien uit de vermelding daarop, of anders uit de
bijbehorende verklaring van het Regionaal Opleidingencentrum, blijkt
dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie is behaald het niveau
van artikel 11, eerste lid onderdeel b, van de Wet inburgering
nieuwkomers. Bij het in dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker
tevens de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op
grond waarvan het certificaat is afgegeven.
5. Van het afleggen van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7
van het Besluit inburgering alsmede van het elektronisch
praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel
3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering, is
vrijgesteld de verzoeker die een certificaat overlegt als bedoeld in
artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers, indien uit
de vermelding daarop, of anders uit de bijbehorende verklaring van het
Regionaal Opleidingencentrum, blijkt dat voor het onderdeel Nederlands
als tweede taal bij de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en
Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader
Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau A2 van het
Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald. Bij het in
dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker tevens de verklaring
over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het
certificaat is afgegeven.
6. Van het afleggen van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7
van het Besluit inburgering alsmede van het elektronisch
praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel
3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering, is
vrijgesteld de verzoeker die een originele verklaring overlegt van het
Regionaal Opleidingencentrum, afgegeven op basis van de resultaten van
een voor 1 januari 2007 afgelegde toets ter afronding van een
NT2-taaltraject, indien uit de verklaring blijkt dat voor het
onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen Lezen,
Luisteren, Schrijven en Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen
Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau
A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald.
Om tot vrijstelling te kunnen leiden, dient de verklaring de
volgende gegevens te bevatten:
a. de naam van het document;
b. de naam en handtekening van de verantwoordelijke van het
regionaal opleidingencentrum;
c. de echtheidskenmerken van het regionaal opleidingencentrum;
d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het
NT2-taaltraject die overeenkomen met de naam en geboortedatum
zoals vermeld op zijn identiteitsdocument;
e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier
taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken;
f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.
7
Van het afleggen van het praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.7 van het
Besluit inburgering alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de
toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid,
onderdelen a en b, van het Besluit inburgering, is vrijgesteld de
verzoeker die beschikt over één van de volgende certificaten van het
Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:
a. Certificaat Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid
(ERK-niveau A2);
b. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen (ERK-niveau
A2);
c. Certificaat Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid (ERK-niveau
B1),
d. Certificaat Profiel Professionele Taalvaardigheid (ERK-niveau
B2),
e. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs (ERK-niveau
B2), of
f. Certificaat Profiel Academische Taalvaardigheid (ERK-niveau
C1).
§ 4. Belemmeringen
Artikel 5
1.De in artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit bedoelde
psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap
toont verzoeker, die woonachtig is in Nederland, aan door overlegging
van een medisch advies van een arts, bedoeld in artikel 2.8, eerste
lid, van het Besluit inburgering, dat op de dag van indiening van het
naturalisatieverzoek niet ouder is dan zes maanden en inhoudende dat
sprake is van een belemmering of een handicap.
2.De arts, bedoeld in het vorige lid, stelt het advies op conform
het protocol dat is opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling
inburgering.
3.De in artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit bedoelde
psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap
toont verzoeker tevens aan door overlegging van een beschikking op
grond van artikel 6 van de Wet inburgering inhoudende de ontheffing
van de inburgeringsplicht, die op de dag van indiening van het
naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar.
4.De in artikel 4, aanhef en onder a, van het besluit bedoelde
psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap
toont verzoeker, die woonachtig is buiten het Koninkrijk, aan door
overlegging van een verklaring van een arts of deskundige,
gespecialiseerd in de desbetreffende aandoening, dat op de dag van
indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan zes maanden
en inhoudende dat sprake is van een psychische of lichamelijke
belemmering dan wel verstandelijke handicap.
Artikel 6
1. Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op
grond van artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit heeft
uitsluitend de verzoeker, die ongeletterd is in de eigen en de
Nederlandse taal, en van wie, gezien zijn leeftijd en overige
omstandigheden, waaronder mede wordt verstaan aantoonbaar geleverde
inspanning om zich te alfabetiseren in de Nederlandse taal, niet meer
kan worden verwacht dat hij binnen een tijdsbestek van vijf jaar de
schriftelijke vaardigheden in het Nederlands zal beheersen op het in
deze Regeling gewenste niveau, en die de toets gesproken Nederlands,
bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit
inburgering met succes heeft afgelegd.
2. Ten bewijze dat van verzoeker redelijkerwijs niet kan worden
verwacht dat voor hem haalbaar is om binnen een periode van vijf jaar
de schriftelijke vaardigheden te beheersen op het in deze Regeling
gewenste niveau, legt de verzoeker een daartoe strekkende verklaring
en advies van het Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam te
Amsterdam over.
3. Aan de advisering door het Regionaal Opleidingen Centrum van
Amsterdam te Amsterdam als bedoeld in het tweede lid, zijn kosten
verbonden die door de verzoeker voorafgaande aan de advisering voldaan
dienen te worden.
4. De in het derde lid bedoelde kosten bedragen € 287.
5. Het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd met een
percentage, dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen het
indexcijfer en de CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere
uitkeringen, van volwassenen, zoals dat wordt berekend door het
Centraal Bureau voor de Statistiek naar de stand op 30 juni van enig
jaar en, al dan niet voorlopig, wordt bekend gemaakt door het Centraal
Bureau voor de Statistiek en het overeenkomstige indexcijfer in het
voorafgaande jaar.
6. Het wijzigingspercentage wordt afgerond op tienden van een
procent. Daarbij vindt, indien van het in het vijfde lid bedoelde
procentuele verschil het tweede of een volgende cijfer achter de komma
vijf of hoger bedraagt, voor wat betreft die cijfers afronding naar
boven plaats.
7. Het overeenkomstig het vijfde lid gewijzigde bedrag wordt
afgerond op hele euro’s, waarbij bedragen eindigend op 50 cent of
meer naar boven worden afgerond.
8. De ministeriële beschikking en het nieuwe bedrag worden
gepubliceerd in de Staatscourant.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 7
1.De verzoeker die op het moment van inwerkingtreding van deze
regeling van de tot dan geldende naturalisatietoets het onderdeel
kennis van de staatsinrichting en maatschappij heeft behaald, alsmede
ten minste één onderdeel van de toets kennis van de Nederlandse taal
wordt nog zes maanden na de inwerkingtreding eenmalig in de
gelegenheid gesteld om bij een Regionaal Opleidingen Centrum, genoemd
in artikel 3, eerste lid, van de regeling naturalisatietoets zoals dit
luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling, de resterende
onderdelen van de toets kennis Nederlandse taal te behalen.
2.De verzoeker die buiten het Koninkrijk hoofdverblijf heeft en die
op het moment van inwerkingtreding van deze regeling van de tot dan
geldende naturalisatietoets het onderdeel kennis van de
staatsinrichting en maatschappij heeft behaald, alsmede ten minste
één onderdeel van de toets kennis van de Nederlandse taal wordt nog
zes maanden na de inwerkingtreding eenmalig in de gelegenheid gesteld
om op de vertegenwoordiging in het buitenland de resterende onderdelen
van de toets kennis Nederlandse taal te behalen.
3.De kandidaat die de restende onderdelen van de toets kennis van
de Nederlandse taal, bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft
behaald, krijgt het Certificaat Naturalisatietoets, bedoeld in artikel
5 van het Besluit naturalisatietoets zoals dit luidde voor de
inwerkingtreding van deze regeling uitgereikt.
Artikel 8
De Regeling naturalisatietoets wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2007.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling naturalisatietoets
Nederland.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en
Reclassering,
M.C.F. Verdonk.
Bijlage als bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling
naturalisatietoets Nederland
Examenreglement naturalisatietoets buitenland
Artikel 1. Algemeen
1. In dit reglement wordt verstaan onder:
a. naturalisatietoets: de toets, genoemd in artikel 2, tweede
lid van het Besluit naturalisatietoets;
b. deelnemer: de vreemdeling die zich voor de
naturalisatietoets heeft aangemeld;
c. hoofd: het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of
beroepsconsulaire vertegenwoordiging waar de naturalisatietoets
wordt afgenomen;
d. toezichthouder: de door het hoofd aangewezen ambtenaar,
medewerker, autoriteit of instelling, onder wiens toezicht de
naturalisatietoets wordt afgelegd.
2. Voor zover uit een wettelijk voorschrift niet anders
voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in dit reglement
uitgeoefend namens Onze Minister. Bij de uitoefening van deze
bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van Onze
Minister in acht genomen.
Artikel 2. Aanmelding voor de naturalisatietoets
1. De vreemdeling die aan de naturalisatietoets wenst deel te
nemen, meldt zich daartoe aan door het indienen bij het hoofd van het
ingevulde aanmeldformulier, waarvan het model als bijlage bij dit
reglement is gevoegd, en het betalen van het examengeld.
2. Na aanmelding maakt het hoofd zo spoedig mogelijk de
examenlocatie, de datum en het tijdstip waarop de naturalisatietoets
kan worden afgelegd bekend.
Artikel 3. Gang van zaken voor en tijdens het examen
1. De deelnemer meldt zich ten minste vijftien minuten voor aanvang
van de naturalisatietoets op de door het hoofd aangegeven
examenlocatie.
2. Voor aanvang van de naturalisatietoets draagt de toezichthouder
zorg voor:
a. de controle van het identiteitsdocument;
b. het maken van een scan of kopie van het identiteitsdocument.
3. Voor de aanvang van de naturalisatietoets ontvangt de deelnemer
instructies van de toezichthouder. Deze instructies hebben in ieder
geval betrekking op:
a. het gebruik van de apparatuur tijdens de naturalisatietoets;
b. de wijze waarop de naturalisatietoets de examens Toets
Gesproken Nederlands, Elektronisch Praktijkexamen en Kennis van de
Nederlandse Samenleving worden getoetst;
c. de materialen en hulpmiddelen waarvan het gebruik of bezit
tijdens de naturalisatietoets niet is toegestaan;
d. de maatregelen die kunnen worden getroffen in geval van
onregelmatigheden of ordeverstoring.
4. Tijdens de naturalisatietoets behandelt de deelnemer de examens
van de naturalisatietoets volgens de gegeven instructies.
5. De deelnemer die de naturalisatietoets gereed heeft, meldt dit
aan de toezichthouder. De toezichthouder controleert of alle examens
van de naturalisatietoets zijn voltooid.
6. De toezichthouder houdt van het verloop van de
naturalisatietoets een proces-verbaal bij.
Artikel 4. Ordemaatregelen
1. Gedurende de afname van de naturalisatietoets worden aan de
deelnemer geen mededelingen, van welke aard dan ook, aangaande de
exameninhoud gedaan.
2. Gedurende de afname van de naturalisatietoets is het de
deelnemer niet toegestaan:
a. zonder toestemming van de toezichthouder zijn plaats of de
examenlocatie te verlaten;
b. andere dan volgens de instructie van de toezichthouder
toegestane materialen of hulpmiddelen te gebruiken of in het bezit
te hebben.
3. Na afloop van de naturalisatietoets is het de deelnemer niet
toegestaan andere documenten of zaken uit de examenruimte mee te
nemen, dan volgens de instructie van de toezichthouder is toegestaan.
4. Het hoofd kan aanvullende maatregelen stellen om
onregelmatigheden en ordeverstoring tijdens de naturalisatietoets te
voorkomen.
Artikel 5. Maatregelen in het geval van onregelmatigheden
1. Indien de toezichthouder voor of tijdens de afname van de
naturalisatietoets constateert dat een deelnemer enige regel ter
voorkomen van onregelmatigheden of ordeverstoring overtreedt of heeft
overtreden, treft hij de maatregelen die hem passend voorkomen. Hij
kan daartoe:
a. de deelnemer voor aanvang van de naturalisatietoets de
toegang tot de examenruimte ontzeggen;
b. voor de duur van de naturalisatietoets andere dan volgens de
instructie toegestane materialen of hulpmiddelen tijdelijk in
bewaring nemen;
c. de afname van de naturalisatietoets voortijdig afbreken en
de deelnemer verdere deelname aan de naturalisatietoets ontzeggen;
d. de deelnemer uit de examenruimte verwijderen.
2. Bij constatering van fraude zullen, op voordracht van het hoofd,
de resultaten van de naturalisatietoets met terugwerkende kracht
ongeldig worden verklaard. Hiervan zal melding worden gemaakt aan de
Dienst Uitvoering Onderwijs.
3. Bij constatering van fraude of ordeverstoring kan het hoofd de
deelnemer voor een periode van maximaal één jaar van toekomstige
deelname aan de naturalisatietoets uitsluiten.
Artikel 6. Uitslag
a. Het hoofd zendt de gegevens van de examens Elektronisch
Praktijkexamen en Kennis van de Nederlandse Samenleving via het
ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Dienst Uitvoering Onderwijs;
b. De Dienst Uitvoering Onderwijs stelt de uitslag van de
naturalisatietoets vast en stuurt deze door aan het hoofd via het
ministerie van Buitenlandse Zaken.
c. Het hoofd maakt de uitslag aan de examenkandidaat bekend en
meldt via het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Dienst
Uitvoering Onderwijs op welke datum het diploma inburgering of de
negatieve resultatenbrief aan de examenkandidaat is uitgereikt.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2007.
Artikel 8
Dit reglement wordt aangehaald als: Examenreglement
naturalisatietoets buitenland.
|
|
|