| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Sanctiewet 1977
BESLUIT
MELDING TRANSACTIES FINANCIERING TERRORISME
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 11 oktober 2002 op grond van de Sanctiewet
1977, inzake het melden van transacties die zouden kunnen duiden op de
financiering van terrorisme
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Financiėn, in overeenstemming met Onze
Minister van Buitenlandse Zaken, van 13 juni 2002, nr. WJB 2002-672 M,
Centrale directie wetgeving, juridische en bestuurlijke zaken;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 3 van
de Sanctiewet 1977;
De Raad van State gehoord (advies van 7
augustus 2002, nr. W06.02.0275/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Financiėn van 7 oktober 2002, FM 2002-1283 M, uitgebracht in
overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Meldpunt: het meldpunt, bedoeld in artikel 12 van de Wet ter
voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
b. Lijst: de opsomming van personen, groepen en entiteiten,
neergelegd in:
1° de bijlage, behorende bij de artikelen 1 en 4 van het
Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van de
Europese Unie van 27 december 2001 betreffende de toepassing van
specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PbEG
L 344);
2° de lijst, vastgesteld op grond van artikel 2, derde lid,
van verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese
Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende
maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op
de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344); of
3° bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad
van de Europese Unie van 27 mei 2002 tot vaststelling van
bepaalde specifieke beperkingen tegen sommige personen en
entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het
Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een
verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar
Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en
verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiėle
middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan (PbEG L
139);
c. Financiėle onderneming:
1°. een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht;
2° een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht;
3° een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht;
4° een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht;
5° een bemiddelaar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, die bemiddelt in verzekeringen;
6° een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap
die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van
een ander munten of bankbiljetten wisselt, munten of
bankbiljetten uitbetaald, tegen inlevering van een of meer
cheques of munten of bankbiljetten uitbetaald op vertoon van een
creditcard;
7° een onderneming of instelling die creditcards uitgeeft,
tenzij de door haar uitgegeven creditcards alleen gebruikt
kunnen worden bij haarzelf of bij een onderneming of instelling
die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
8° een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet inzake
de geldtransactiekantoren, eerste lid, onderdeel a.
d. Financiėle dienst: het door een financiėle onderneming in of
vanuit Nederland:
1° in bewaring nemen van effecten, bankbiljetten, munten,
muntbiljetten, edele metalen en andere waarden;
2° openstellen van een rekening waarop een saldo in geld,
effecten, edele metalen of andere waarden kan worden
aangehouden;
3° verhuren van een safe-loket;
4° verrichten van een uitbetaling ter zake van het
verzilveren van coupons of vergelijkbare stukken van obligaties
of vergelijkbare waardepapieren;
5° verlenen van een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
6° sluiten van een overeenkomst van levensverzekering als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
tegen een premie als bedoeld in dat artikel, alsmede het daarbij
bemiddelen als bedoeld in dat artikel;
7° doen van een uitkering uit hoofde van een
levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld onder 6°;
8° crediteren of debiteren dan wel doen crediteren of
debiteren van een rekening waarop een saldo in geld, effecten,
edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden;
9° verlenen van een dienst ter zake van een transactie of
van kennelijk met elkaar samenhangende transacties;
e. Transactie: een handeling of samenstel van handelingen van of
ten behoeve van een cliėnt in verband met het afnemen van één of
meer financiėle diensten.
Artikel 2
Een financiėle onderneming doet van elk verzoek om een financiėle
dienst te verrichten waarbij als wederpartij optreedt, dan wel op andere
wijze betrokken is, een natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of
entiteit die is vermeld op de lijst, melding aan het meldpunt.
Artikel 3
De melding bevat, voor zover mogelijk, de volgende gegevens:
a. de identiteit van degene die verzoekt de financiėle dienst te
verrichten of namens wie de dienst werd verzocht;
b. de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon, groep of
entiteit voor of ten behoeve van wie werd verzocht een financiėle
dienst te verrichten;
c. de aard, het tijdstip en de plaats van de te verrichten
financiėle dienst; en
d. de omvang en de herkomst van de bij de financiėle dienst
betrokken gelden, effecten, edele metalen of andere waarden.
Artikel 4
1. Het meldpunt is bevoegd bij degene die een melding heeft gedaan,
alsmede bij degene die bij een financiėle dienst als bedoeld in
artikel 1, onderdeel d, onder 8°, bij een transactie is betrokken
waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of
inlichtingen te vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde
gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in
artikel 13, onderdeel b, van de Wet ter voorkoming van witwassen en
financieren van terrorisme.
2. Degene aan wie overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of
inlichtingen zijn gevraagd, is verplicht deze aan het meldpunt
schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, te
verstrekken binnen de door het meldpunt gestelde termijn.
Artikel 5
Degene die ingevolge artikel 2 een melding doet, is verplicht tot
geheimhouding daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de
Sanctiewet 1977, behoudens voor zover uit de doelstelling van dit
besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag liggende twee
maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het
wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 11 oktober 2002
BEATRIX
De Minister van Financiėn,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de negentiende november 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|