| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet inzake de
geldtransactiekantoren
REGELING
BEDRIJFSVOERING EN ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE
WET INZAKE DE GELDTRANSACTIEKANTOREN
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
[De Nederlandsche Bank NV;, red.]
Gelet op artikel
2, tweede lid, artikel 9, eerste en tweede lid, en artikel 18,eerste
lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren en het
Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren;
Gelet op artikel 10, tweede lid, onderdeel c,
en artikel 10b, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 en het
Overdrachtsbesluit Sanctiewet 1977;
Na overleg met de Minister van Financiën;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In deze regeling en de daarbij horende bijlagen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
b. de Bank: De Nederlandsche Bank NV;
c. wisselactiviteiten: het wisselen van munten of bankbiljetten
en het uitbetalen van munten en bankbiljetten op vertoon van een
creditcard, tegen inlevering van een of meer cheques of tegen
inlevering van een of meer onderdelen van het couponblad van een
waardepapier aan toonder tegen inlevering waarvan de rente op dit
waardepapier kan worden geînd;
d. geldtransferactiviteiten: het in het kader van een geldelijke
overmaking ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden,
teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm
aan een begunstigde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen,
dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of
geldswaarden, nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet
in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze
geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;
e. gegarandeerde geldtransfer: transacties waarbij geld in
Nederland wordt gestort door een opdrachtgever en elders wordt
uitbetaald aan een begunstigde;
f. geadviseerde geldtransfer: transacties waarbij geld elders
wordt gestort door een opdrachtgever en in Nederland wordt
uitbetaald aan een begunstigde;
g. administratieve organisatie: het geheel van maatregelen met
betrekking tot het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken
van gegevens gericht op het verstrekken van informatie ten behoeve
van het besturen en doen functioneren van het geldtransactiekantoor
alsmede ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
afgelegd;
h. interne controle: de controle op de oordeelsvorming en
activiteiten van anderen voor zover die controle ten behoeve van het
bestuur van het geldtransactiekantoor door of namens dat bestuur
zelf wordt uitgeoefend;
i. integere bedrijfsvoering: een zodanige sturing en beheersing
van processen van het geldtransactiekantoor dat de risico's op het
gebied van integriteit, organisatie en bestuur worden
geminimaliseerd door tijdige en juiste identificatie, meting,
monitoring en beheersing van die risico's.
j. integriteitsrisico: de aantasting van de reputatie, alsmede de
bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen en resultaat van
het geldtransactiekantoor als gevolg van een ontoereikende naleving
van privaat-, bestuurs-, fiscaal-, of strafrechtelijke
verplichtingen, regelgeving of rapportagevoorschriften van
toezichthouders, en door het geldtransactiekantoor zelf opgestelde
normen, voorschriften of gedragsregels; bij de formulering hiervan
wordt door het geldtransactiekantoor zoveel mogelijk rekening
gehouden met de ontwikkelingen in de maatschappelijke normen ter
zake van integer handelen.
k. incidenten: voorvallen die een serieus risico vormen voor de
integere bedrijfsvoering van het geldtransactiekantoor, voor zover
het betreft een gedraging van een aandeelhouder, een commissaris,
een bestuurder of een medewerker van het geldtransactiekantoor, van
een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon die werkzaamheden
verricht ten behoeve van het geldtransactiekantoor, of van een
derde, alsmede een overtreding van de ingevolge de toezichtwetgeving
gestelde regels op het gebied van integere bedrijfsvoering.
Hoofstuk 2. Algemene uitgangspunten met betrekking tot de
bedrijfsvoering en de administratieve organisatie van
geldtransactiekantoren
Artikel 2
Het bestuur van het geldtransactiekantoor is belast met de dagelijkse
leiding van de activiteiten van het geldtransactiekantoor en is
verantwoordelijk voor:
a. een zodanige organisatie en beheersing van de
bedrijfsprocessen dat daarmee wordt voorzien in een integere
bedrijfsvoering;
b. de opzet en goede werking van een adequate administratieve
organisatie;
c. de opzet en goede werking van het stelsel van procedures en
maatregelen met betrekking tot de interne controle;
d. alle beroepsmatige handelingen van medewerkers van het
geldtransactiekantoor of zijn bijkantoren;
e. de naleving van de wettelijke bepalingen inzake
bewaartermijnen van administraties.
Artikel 3
1. Het bestuur treft in zijn dagelijks beleid maatregelen ter
bewustwording, bevordering en handhaving van integer handelen binnen
alle lagen van de organisatie.
2. Een integere bedrijfsvoering biedt zodanige waarborgen dat het
geldtransactiekantoor zich klaarblijkelijk houdt aan wettelijke normen,
bestuursrechtelijke normen, maatschappelijke normen en de door hemzelf
gestelde normen, voorschriften en gedragsregels, alsmede zodanige
waarborgen dat het geldtransactiekantoor zijn verplichtingen jegens zijn
klanten of contractuele partijen nakomt.
3. Bij de formulering van de door het geldtransactiekantoor zelf
opgestelde normen, voorschriften en gedragsregels wordt door het
geldtransactiekantoor zoveel mogelijk rekening gehouden met de
ontwikkelingen op het gebied van de maatschappelijke normen ter zake van
integer handelen.
Hoofdstuk 3. Voorschriften voor de Bedrijfsvoering van
Geldtransactiekantoren met inbegrip van de integere Bedrijfsvoering
Artikel 4
1. Het geldtransactiekantoor beschikt over een actueel
beleidsplan waarin de beleidsuitgangspunten ter beheersing van
integriteitsrisico's zijn vastgelegd.
2. De beleidsuitgangspunten zijn nader uitgewerkt in procedures,
regels en normen die binnen alle relevante geledingen van het
geldtransactiekantoor bekend worden gemaakt en worden nageleefd.
Artikel 5
Het geldtransactiekantoor beschikt op alle lagen van de organisatie
over procedures en maatregelen met betrekking tot de interne controle,
die ten minste dienen te voorzien in de naleving van:
a. bij of krachtens de wet, de Wet melding ongebruikelijke
transacties, de Wet identificatie bij dienstverlening, de
Sanctiewetgeving en de Wet Bescherming Persoonsgegevens gestelde
regels;
b. het beleidsplan;
c. taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van zowel
medewerkers en afdelingen, waarbij deze zodanig zijn verdeeld dat
het risico van fouten en het oneigenlijk gebruik van activa of
gegevens wordt beperkt.
Artikel 6
1. Het geldtransactiekantoor beschikt over organisatorische en
administratieve procedures waarin de uitwerking en implementatie van
het beleid inzake de integere omgang met incidenten is opgenomen.
2. Het geldtransactiekantoor zorgt voor een administratieve
vastlegging van incidenten.
3. Het geldtransactiekantoor informeert de Bank uit eigen
beweging en onverwijld omtrent incidenten indien, de ernst, de omvang of
de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de
Bank redelijkerwijs geïnformeerd behoort te worden.
Artikel 7
1. Op grond van het beleidsplan vormt het geldtransactiekantoor
zich een oordeel over de betrouwbaarheid van de in dienst tredende en
van de zittende medewerkers en het geldtransactiekantoor gaat ten
minste over tot:
a. het inwinnen van inlichtingen omtrent de betrouwbaarheid van de
betrokkene bij de werkgevers bij wie betrokkene de laatste vijf jaar
werkzaam is geweest. Het geldtransactiekantoor vraagt van betrokkene
een volmacht voor het inwinnen van deze inlichtingen;
b. het expliciet vragen aan betrokkene naar voorvallen uit het
verleden die betekenis kunnen hebben voor het oordeel over de
betrouwbaarheid van betrokkene;
c. het laten overleggen door betrokkene van een verklaring omtrent
het gedrag in de zin van de Wet op de justitiële documentatie.
2. De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving
van het eerste lid en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door
het geldtransactiekantoor schriftelijk vastgelegd.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing
in het geval het geldtransactiekantoor een overeenkomst aangaat met
derden, zoals bureaus voor werving en selectie, ten behoeve van het
aanstellen van medewerkers voor integriteitsgevoelige functies.
Artikel 8
1. Indien het geldtransactiekantoor wordt gevraagd inlichtingen
te verstrekken over een betrokkene, ten behoeve van een andere onder
toezicht staande financiële instelling, is het geldtransactiekantoor
verplicht schriftelijk de gevraagde inlichtingen te verstrekken en wel
zodanig dat over de betrouwbaarheid van de betrokkene een juist en zo
volledig mogelijk beeld bestaat.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid onthoudt het
geldtransactiekantoor zich van het doen van uitspraken of het afgeven
van verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een medewerker indien
zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee een onjuist beeld
van de betrokken medewerker wordt gegeven.
Hoofdstuk 4. Voorschriften voor de administratieve organisatie van
Geldtransactiekantoren
§ 1. Administratieve organisatie
Artikel 9
1. Het geldtransactiekantoor beschikt over een
organisatieschema waarin de verschillende functies zijn weergegeven en
waarin is aangegeven welke medewerkers deze functies vervullen.
Voorzover van toepassing is dit organisatieschema uitgewerkt tot en
met het niveau van de bijkantoren.
2. Het geldtransactiekantoor stelt adequate functiescheidingen in
voor de activiteiten met een beherend ofwel een controlerend, bewarend
en registrerend karakter.
3. In de organisatiestructuur is de delegatie van bevoegdheden
adequaat geregeld en zijn de noodzakelijke, op belangentegenstellingen
gebaseerde, functiescheidingen als bedoeld in het tweede lid aangebracht
Artikel 10
1. De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor
is zodanig ingericht, dat aan de volgende minimumeisen wordt voldaan:
a. de individuele transacties die bij het geldtransactiekantoor
worden verricht worden à tempo te geregistreerd in de financiële
administratie;
b. voor iedere transactie die een opdrachtgever bij het
geldtransactiekantoor verricht, wordt een doorlopend genummerde
transactiebon gemaakt, welke transactiebon ongevraagd aan de
opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld;
c. het geldtransactiekantoor beschikt over een zodanig sluitend
systeem van vastleggingen, dat alle mutaties in de kluisvoorraad en
die van de medewerkerskassen à tempo kunnen worden verantwoord;
d. de werkelijke kas- en kluisvoorraden van het
geldtransactiekantoor worden dagelijks, achteraf controleerbaar,
afgestemd met de voorraden zoals deze uit de financiële administratie
blijken;
e. kas- en kluisverschillen worden in de financiële administratie
vastgelegd en aan het bestuur gerapporteerd;
f. het geldtransactiekantoor beschikt over een systeem voor
registratie van de aan- of afwezigheid van medewerkers.
2. De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor
is zodanig ingericht, dat zowel in de financiële administratie als op
de transactiebon ten minste de informatie, genoemd in bijlage IV bij
deze regeling, is opgenomen.
Artikel 11
1. Het geldtransactiekantoor beschikt over een
procedurehandboek, waarin de functies, taken en bevoegdheden van de
medewerkers van het geldtransactiekantoor, met inachtneming van de
minimumeisen die aan de administratieve organisatie zijn gesteld,
eenduidig en schriftelijk zijn omschreven en vastgelegd, als kader
voor de dagelijkse bedrijfsvoering.
2. Het procedurehandboek is in ieder geval in de Nederlandse taal
opgemaakt en wordt periodiek geactualiseerd.
3. Het procedurehandboek bevat ten minste de vereisten zoals
genoemd in bijlage I bij deze regeling.
Artikel 12
Het bestuur van het geldtransactiekantoor is verantwoordelijk voor de
interne controlesystemen, beoordeelt deze periodiek op hun effectiviteit
en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij.
Artikel 13
Het geldtransactiekantoor beschikt over procedures en maatregelen met
betrekking tot de interne controle op basis waarvan met een redelijke
zekerheid kan worden gesteld dat:
a. de activiteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de
vastgestelde beleidsuitgangspunten en opgestelde procedures;
b. de transacties en verplichtingen worden aangegaan met
inachtneming van de geldende bevoegdheidsregeling;
c. verliesrisico's uit hoofde van onregelmatigheden, fraudes en
fouten worden geminimaliseerd en deze vroegtijdig worden
geïdentificeerd en zo mogelijk gecorrigeerd;
d. activa en passiva adequaat beheerd worden;
e. risico's tijdig worden geïdentificeerd, op waarde worden
geschat en waar mogelijk adequaat worden gekwantificeerd;
f. rapportages, die aan de Bank worden geleverd, voldoen aan de
daaraan door de Bank gestelde vereisten en deze rapportages tijdig
worden aangeleverd.
Artikel 14
1. Het geldtransactiekantoor beschikt over een
grootboek-administratie, opgezet volgens het systeem van dubbel
boekhouden.
2. Het geldtransactiekantoor beschikt over een zodanige
administratie dat iedere transactie of aangegane verplichting dan wel
verkregen vordering juist, volledig, tijdig en systematisch wordt
vastgelegd.
3. De financiële administratie stelt het geldtransactiekantoor
in staat om tijdige en adequate rapportages op te stellen ten behoeve
van het bestuur en de Bank.
Artikel 15
Indien een geldtransactiekantoor naast de activiteiten zoals
omschreven in de wet, artikel 1, eerste lid, onderdeel c, ook overige
activiteiten heeft, is zijn administratie zodanig ingericht dat de
grootboekadministratie inzake de wisselactiviteiten en de
geldtransferactiviteiten afgezonderd is van de grootboekadministraties
waarin deze overige activiteiten zijn geregistreerd.
Artikel 16
De financiële administratie wordt in de Nederlandse of de Engelse
taal gevoerd, is te allen tijde ten behoeve van de Bank in Nederland
beschikbaar en wordt desgevraagd aan de Bank overgelegd.
Artikel 17
1. Het geldtransactiekantoor stelt, voorzover titel 9 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek niet reeds van toepassing is, een
jaarrekening en een jaarverslag van het geldtransactiekantoor op.
2. Indien het geldtransactiekantoor niet reeds aan de bepalingen
van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is
genoemde titel van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, de
overige gegevens als bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek, en op het jaarverslag.
§ 2. Bijzondere voorschriften voor de administratieve organisatie
van geldtransferactiviteiten
Artikel 18
De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat
geldtransferactiviteiten verricht is zodanig ingericht dat aan de
volgende minimumeisen wordt voldaan:
a. het geldtransactiekantoor dient ingevolge artikel 2, tweede
lid van de wet, in het bezit te zijn van een bankgarantie welke is
opgesteld overeenkomstig het model van Bijlage III bij deze
regeling;
b. de financiële administratie is zodanig ingericht dat à tempo
de status van iedere geldtransfer en per saldo de openstaande ruimte
van de bankgarantie kan worden vastgesteld door het
geldtransactiekantoor;
c. de financiële administratie is zodanig ingericht dat alle
binnenkomende en uitgaande correspondentie van enerzijds de
gegarandeerde geldtransfers en anderzijds de geadviseerde
geldtransfers in twee afzonderlijke registers worden vastgelegd en
hiervan boekingen worden gemaakt in de financiële administratie.
Artikel 19
1. De gegarandeerde geldtransfers worden volgens boekingsschema
1 van bijlage II bij deze regeling in de financiële administratie
opgenomen.
2. De geadviseerde geldtransfers dienen volgens boekingsschema 2
van bijlage II bij deze regeling in de financiële administratie te
worden opgenomen.
Hoofdstuk 5. Werkzaamheden van de externe accountant
Artikel 20
1. Als externe accountant wordt aangemerkt de deskundige,
bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
2. Het geldtransactiekantoor verstrekt een opdracht tot controle
of beoordeling van de jaarrekening van het geldtransactiekantoor aan een
externe accountant.
3. De externe accountant geeft bij zijn rapportage aan of door
het geldtransactiekantoor is gehandeld overeenkomstig de wet en de bij
of krachtens de wet gestelde eisen, dan wel dat niet is gebleken dat
hiermee in strijd is gehandeld.
4. Het geldtransactiekantoor verstrekt de Bank onverwijld een
afschrift van de door de externe accountant getekende
opdrachtbevestigingsbrief.
Artikel 21
1. Het geldtransactiekantoor machtigt bij zijn opdracht tot
onderzoek van de jaarrekening zijn externe accountant schriftelijk om
desgevraagd aan de Bank alle inlichtingen te verstrekken die
redelijkerwijze nodig zijn voor de juiste uitvoering van de
toezichthoudende taak, krachtens de wet aan de Bank opgedragen.
2. De Bank stelt het geldtransactiekantoor in de gelegenheid
aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de externe
accountant.
Artikel 22
1. Het geldtransactiekantoor geeft de externe accountant
opdracht tot het doen van specifiek onderzoek naar:
a. de handhaving van het 'à tempo registreren van transacties';
b. de handhaving van de vereiste functiescheidingen, bedoeld in
artikel 9, tweede lid;
c. de aansluiting tussen aan de Bank gerapporteerde geldstromen en
het overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de liquide
middelen in de jaarrekening;
d. het verloop van de omvang van de verplichtingen uit hoofde van
aangegane gegarandeerde geldtransfers, en;
e. de aansluiting tussen de aan de Bank gerapporteerde transacties
en de aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties gerapporteerde
transacties blijkende uit de meldingenadministratie.
2. feitelijke bevindingen van bovengenoemde onderzoeken worden
schriftelijk gerapporteerd aan het geldtransactiekantoor.
3. Het geldtransactiekantoor verstrekt de Bank onverwijld een
afschrift van de door de externe accountant getekende
opdrachtbevestigingsbrief, alsmede van de rapportage naar aanleiding van
het specifieke onderzoek van de externe accountant.
Hoofdstuk 6. De bankgarantie
Artikel 23
Een geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht mag
op enig moment het totale bedrag van de door opdrachtgevers aan het
geldtransactiekantoor in het kader van gegarandeerde geldtransfers ter
beschikking gestelde en nog niet uitbetaalde of betaalbaar gestelde
gelden of geldswaarden nooit groter laten zijn dan het in de
bankgarantie genoemde bedrag.
Artikel 24
Indien de inschrijving in het register van een geldtransactiekantoor
dat geldtransferactiviteiten verricht op grond van artikel 5 van de wet
wordt doorgehaald op verzoek van het geldtransactiekantoor, wordt de
bankgarantie van het desbetreffende geldtransactiekantoor door de Bank
geretourneerd aan de bank die de bankgarantie heeft afgegeven, nadat een
accountant als bedoeld in artikel 20, eerste lid, heeft verklaard dat
het geldtransactiekantoor geen gelden uit hoofde van gegarandeerde
geldtransfers meer onder zich houdt en dat alle uit dien hoofde
ontvangen gelden of geldswaarden zijn uitbetaald aan de bij de
gegarandeerde geldtransfers betrokken begunstigden elders.
Artikel 25
Het geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht
informeert de opdrachtgevers van de geldtransfercontracten over:
a. het bestaan van de bankgarantie;
b. het bestaan van de mogelijkheid een schriftelijk beroep te
doen op de bankgarantie ingeval:
(i) definitief surséance van betaling is verleend aan het
geldtransactiekantoor,
(ii) het geldtransactiekantoor bij in kracht van gewijsde
gegane rechterlijke uitspraak in staat van faillissement is
verklaard of
(iii) het geldtransactiekantoor gedreven wordt door een
natuurlijk persoon, ten aanzien van die natuurlijk persoon de
definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling is
uitgesproken;
c. dat dit beroep op de bankgarantie binnen acht weken na het
zich voordoen van de onder b. genoemde omstandigheden moet worden
gedaan bij de curator, respectievelijk de bewindvoerder, dan wel de
vereffenaar onder bijsluiting van een kopie van het/de
geldtransactiecontract(en) en een schriftelijke verklaring van de
derde(n) elders dat de gelden niet zijn uitbetaald dan wel
betaalbaar zijn gesteld;
d. het bestaan van onzekerheid omtrent het betalen aan een
opdrachtgever van een gegarandeerde geldtransfer van het volledige
bedrag van de gegarandeerde geldtransfer, indien een beroep wordt
gedaan op de bankgarantie;
e. het niet van toepassing zijn van de Collectieve
Garantieregeling, als bedoeld in de Wet toezicht kredietwezen 1992.
Hoofdstuk 6A [Vervallen per 01-10-2005]
Artikel 26 [Vervallen per 01-10-2005]
Artikel 26a [Vervallen per 01-10-2005]
Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen
Artikel 27
1. Het geldtransactiekantoor dat
overeenkomstig artikel 44, eerste lid, van de wet wordt ingeschreven in
het register, bedoeld in artikel 2 van de wet, legt voor de eerste dag
van de vierde kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de wet
een bedrijfsvoering als genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel f van
de wet, ter instemming voor aan de Bank.
2. Het geldtransactiekantoor voldoet binnen drie maanden na de
datum van instemming door de Bank, als bedoeld in het eerste lid, aan de
overgelegde voorziene bedrijfsvoering.
Artikel 28
Het geldtransactiekantoor dat overeenkomstig artikel 48, tweede lid,
van de wet een verzoek tot inschrijving heeft gedaan, voldoet binnen
vier maanden na de inschrijving overeenkomstig artikel 2, eerste lid,
van de wet, aan de overgelegde voorziene bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 29
De Bank kan deze regeling geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige
toepassing verklaren op de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
andere activiteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 4°,
van de wet.
Artikel 30
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling bedrijfsvoering en
administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren.
Artikel 31
Deze regeling treedt in werking op het moment dat de wet in werking
treedt, met uitzondering van hoofdstuk 6a, dat in werking treedt op een
nader te bepalen tijdstip.
Deze regeling zal met de bijlagen en de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage I, behorende bij artikel 11 van de
Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake
geldtransactiekantoren
In het procedurehandboek van het geldtransactiekantoor is minimaal
het volgende geregeld:
Beveiliging van waarden
- het betreden van het geldtransactiekantoor met toegangsbeveiliging
bij het begin van de werkdag, het openen van de kluis en het in werking
zetten van de balieapparatuur;
- de overdracht van waarden binnen het geldtransactiekantoor en
tussen het geldtransactiekantoor en derden, bijvoorbeeld hoofdkantoor,
bank of bijkantoor;
- het beheer en de afgifte van sleutels en bijhouden van een
sleutelverdeelstaat;
- het periodiek wijzigen van de kluiscode alsmede bij beëindiging
dienstverband van een medewerker;
- het ontvangen en afleveren van geld en andere waarden via
geldtransport;
- het periodiek wijzigen van pass-words, voor zover van toepassing;
- het beheer van rekeningen, waar onder tussenrekeningen, tegoeden
bij derden en indien van toepassing, rekening-courantverhouding met het
hoofdkantoor.
Het kasverkeer
- de kasopmaak per medewerkerskas bij aanvang en beëindiging van de
dienst en voor de overdracht van de werkzaamheden;
- het gebruik van de kas en de kluis gedurende de werkdag;
- de dagelijkse kluisinventarisatie alsmede sluitende verantwoording
met betrekking tot kas- en kluismutaties met inbegrip van de voorraden
waardepapieren en serviceartikelen;
- de maximale omvang van de kluisvoorraad en de baliekassen;
- de instructies ten aanzien van het aanvullen of afstorten van
baliekassen van of naar de kluis;
- de instructies ten aanzien van het aanvullen of afstorten van de
kluisvoorraad naar de centrale kasvoorraad, indien van toepassing;
- de dagelijkse vastlegging en periodieke analyse van kasverschillen
en procedure voor de rapportage ervan.
De aanwezigheid van medewerkers
- een aanwezigheidsregistratie van alle medewerkers van het
geldtransactiekantoor en de eventuele bijkantoren;
- de vervangingsregeling waarbij is aangegeven door wie medewerkers
worden vervangen bij afwezigheid.
De informatieverstrekking aan cliënten
- het vaststellen en wijzigen van wisselkoersen en provisies alsmede
de controle op de juistheid van de wijzigingen;
- het dagelijks bijwerken en tonen van de voor die dag geldende
wisselkoersen van de voor hen meest courante valuta's;
- het dagelijks bijwerken en tonen van de van kracht zijnde provisies
per soort activiteit (geldtransfer, creditcards en cheques,
couponknippen en geld wisselen) alsmede de eventuele bijkomende kosten.
Overige procedures
- de eisen ten aanzien van transacties, de maximale transactieomvang,
met welke creditcardorganisaties zaken wordt gedaan, met welke
couponuitgevende instellingen zaken worden gedaan, welke valuta's kunnen
worden omgewisseld;
- de autorisatie bij afwijkende transacties c.q. overschrijding
transactieomvang;
- de vastleggingen en meldingen uit hoofde van de Wet MOT en de WID.
Specifieke procedures met betrekking tot geldtransferactiviteiten:
- aan welke minimale voorwaarden, zoals organisatorische,
financiële, sociale, et cetera. een geldtransactiekantoor dient te
voldoen voordat met het geldtransactiekantoor een
geldtransferovereenkomst wordt afgesloten;
- de wijze van vereffening van de schuldverhouding tussen
geldtransactiekantoren waarbij een maximum openstaand bedrag en een
minimaal aantal keren per jaar kunnen worden afgesproken;
- de toegestane geldswaarden die bij de vereffening kunnen worden
aangewend en de wijze waarop de waarde dient te worden vastgesteld.
Bijlage II, behorende bij artikel 19 van de
Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de
geldtransactiekantoren
Boekingsschema 1
Gegarandeerde geldtransfers
Gelet op artikel 19, eerste lid, van de regeling dienen de
gegarandeerde geldtransfers volgens het onderstaande boekingsschema in
de financiële administratie te worden opgenomen. Ten behoeve van dit
boekingsschema kunnen vier achtereenvolgende gebeurtenissen worden
onderscheiden, die als volgt kunnen worden omschreven:
a) de storting van gelden of geldswaarden door een opdrachtgever
bij een geldtransactiekantoor in Nederland (kantoor A), waarbij de
opdrachtgever het verzoek doet deze gelden of geldswaarden al dan
niet in dezelfde vorm elders (kantoor B) te betalen of betaalbaar te
stellen aan een begunstigde.
b) de wederzijdse schulderkenning tussen kantoor A en kantoor B;
c) de ontvangst door kantoor A van het betalingsbericht (fax /
e-mail) van kantoor B, inhoudende dat de gelden of geldswaarden
feitelijk zijn uitbetaald aan de begunstigde; en
d) de periodieke vereffening van de schuldverhoudingen tussen
kantoor A en kantoor B.
Het voorgaande betekent dat met betrekking tot de hiervoor genoemde
gebeurtenissen de volgende boekingen moeten plaatsvinden:
BOEKINGSSCHEMA GEGARANDEERDE GELDTRANSFERS
|
Gebeurtenissen (bij gegarandeerde
geldtransfers): |
Boekingen door kantoor A: |
|
a) Storting door de opdrachtgever
van gelden of geldswaarden bij een geldtransactiekantoor in
Nederland (kantoor A) waarbij door kantoor A een betalingsadvies
aan kantoor B wordt verzonden; |
Debet: Kas
Credit: Nog uit te betalen gegarandeerde geldtransfers |
|
b) Wederzijdse schulderkenning
tussen kantoor A en kantoor B; |
|
|
c) Ontvangst door kantoor A van een
betalingsbericht (fax / e-mail) van kantoor B, inhoudende dat de
uitbetaling aan de begunstigde feitelijk heeft plaatsgevonden; |
Debet: Nog uit te betalen
gegarandeerde geldtransfers
Credit: Nog te vereffenen met kantoor B |
|
d) Periodieke vereffening van de
schuld van kantoor A aan kantoor B (via Kas / Bank). |
Debet: Nog te vereffenen met
kantoor B
Credit: Kas / Bank |
NB: Niet uit te sluiten is, dat kantoor A en kantoor B dezelfde
(financiële) instelling zijn, dan wel bijkantoren van hetzelfde
geldtransactiekantoor zijn. Ook in die gevallen blijft het bovenstaand
boekingsschema van overeenkomstige toepassing ,waarbij veelal gebruik
zal worden gemaakt van rekeningcourant verhoudingen tussen de
groepsmaatschappijen.
Rol van de bankgarantie bij gegarandeerde geldtransfers
Zolang geen bericht is ontvangen van kantoor B dat betaling of
betaalbaarstelling heeft plaatsgevonden aan de begunstigde elders, dient
geldtransactiekantoor A ervoor zorg te dragen dat het totale bedrag aan
schuldposities lager is dan het bedrag van de bankgarantie.
Registratie van transacties met derden
Alle transacties met derden (de opdrachtgever,
geldtransactiekantoren, begunstigden, bijkantoren en anderen) dienen
door kantoor A à tempo te worden geregistreerd zodat, voorzover van
toepassing, op ieder gewenst moment:
- per tegenpartij en per valutasoort de openstaande c.q.
verschuldigde positie kan worden vastgesteld;
- per kantoor B het te vereffenen bedrag kan worden vastgesteld;
- kan worden vastgesteld dat het saldo van de rekening “Nog uit
te betalen gegarandeerde geldtransfers” maximaal het bedrag van de
bankgarantie bedraagt;
- kan worden vastgesteld op welke wijze schulden dan wel
vorderingen op andere geldtransactiekantoren zijn vereffend (gelden
dan wel geldswaarden).
Telefonische berichtgeving van derden en bevestiging
Indien de ontvangst door kantoor A van gelden of geldwaarden van een
opdrachtgever, door dit kantoor telefonisch wordt doorgegeven aan het
desbetreffende kantoor B, dient dit bericht schriftelijk of elektronisch
(bijvoorbeeld per fax of per e-mail) te worden bevestigd.
Vereffening van vorderingen en schulden
Het geldtransactiekantoor legt bij de vereffening van vorderingen dan
wel schulden in de financiële administratie vast welk soort vereffening
het betreft. De volgende drie soorten vereffening dienen daarbij te
worden onderscheiden:
a. chartale vereffening;
b. girale vereffening;
c. vereffening door middel van levering van goederen of diensten.
Boekingsschema 2
Geadviseerde geldtransfers
Gelet op artikel 19, tweede lid, van de regeling dienen de
geadviseerde geldtransfers volgens het onderstaande boekingsschema in de
financiële administratie te worden opgenomen. Ten behoeve van dit
boekingsschema kunnen vier achtereenvolgende gebeurtenissen worden
onderscheiden, die als volgt kunnen worden omschreven:
a) ontvangst door een geldtransactiekantoor in Nederland (kantoor
D) van een betalingsadvies van een kantoor elders (kantoor C),
inhoudende dat gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm
door kantoor D moeten worden uitbetaald aan een begunstigde;
b) de wederzijdse schulderkenning tussen kantoor D en kantoor C
elders;
c) de betaling of betaalbaarstelling van de gelden of
geldswaarden aan de begunstigde door kantoor D (c1) waarbij door
kantoor D een betalingsbericht (fax / e-mail) aan kantoor C wordt
verzonden dat de gelden of geldswaarden feitelijk zijn uitbetaald
aan de begunstigde (c2);
d) de periodieke vereffening van de schuldverhoudingen tussen
kantoor D en kantoor C.
Het voorgaande betekent dat met betrekking tot de hiervoor genoemde
gebeurtenissen de volgende boekingen moeten plaatsvinden:
BOEKINGSSCHEMA GEADVISEERDE GELDTRANSFERS
|
Gebeurtenissen (bij geadviseerde
geldtransfers): |
Boekingen door kantoor D (TR =
tussenrekening): |
|
a) Ontvangst door een
geldtransactiekantoor in Nederland (kantoor D) van een
betalingsadvies van kantoor C elders, inhoudende dat gelden of
geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm door kantoor D aan een
begunstigde moeten worden uitbetaald; en |
Debet: TR berichten van uitbetaling
geldtransfers |
|
b) Wederzijdse schulderkenning
tussen kantoor D en kantoor C; |
Credit: Nog uit te betalen
geadviseerde geldtransfers |
|
c1) Feitelijke uitbetaling aan de
begunstigde door kantoor D; |
Debet: Nog uit te betalen
geadviseerde geldtransfers
Credit: Kas / Bank |
|
c2) Verzending door kantoor D van
een betalingsbericht (fax / e-mail) aan kantoor C, inhoudende dat
de gelden of geldswaarden feitelijk zijn uitbetaald aan de
begunstigde. |
Debet: Te vereffenen met kantoor C
Credit: TR berichten van uitbetaling geldtransfers |
|
d) De periodieke vereffening van de
schuld van kantoor D aan kantoor C (via Kas / Bank) |
Debet: Kas / Bank
Credit: Te vereffenen met kantoor C |
NB: Niet uit te sluiten is, dat kantoor D en kantoor C dezelfde
(financiële) instelling zijn, dan wel bijkantoren van hetzelfde
geldtransactiekantoor zijn. Ook in die gevallen blijft het bovenstaand
boekingsschema van overeenkomstige toepassing ,waarbij veelal gebruik
zal worden gemaakt van rekeningcourant verhoudingen tussen de
groepsmaatschappijen.
Registratie van transacties met derden
Alle transacties met derden (de opdrachtgever,
geldtransactiekantoren, begunstigden, bijkantoren en anderen) dienen
door kantoor D à tempo te worden geregistreerd zodat, voorzover van
toepassing, op ieder gewenst moment:
- per tegenpartij en per valutasoort de openstaande c.q.
verschuldigde positie kan worden vastgesteld;
- per kantoor C het te vereffenen bedrag kan worden vastgesteld;
- kan worden vastgesteld op welke wijze schulden dan wel
vorderingen op andere geldtransactiekantoren zijn vereffend (gelden
dan wel geldswaarden).
Telefonische berichtgeving van derden en bevestiging
Indien de betaling of betaalbaarstelling door kantoor D van gelden of
geldswaarden aan een begunstigde telefonisch wordt doorgegeven aan het
desbetreffende kantoor C, dient dit bericht schriftelijk of elektronisch
(bijvoorbeeld per fax of per e-mail) te worden bevestigd.
Vereffening van vorderingen en schulden
Het geldtransactiekantoor legt bij de vereffening van vorderingen dan
wel schulden in de financiële administratie vast welk soort vereffening
het betreft. De volgende drie soorten vereffening dienen daarbij te
worden onderscheiden:
d. chartale vereffening;
e. girale vereffening;
f. vereffening door middel van levering van goederen of diensten.
Bijlage III, behorende bij hoofdstuk 6 van de
Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de
geldtransactiekantoren
Model van de bankgarantie
BANKGARANTIE
Ondergetekende,...............................
gevestigd te .......................................
mede kantoorhoudende te ...............,
hierna te noemen “de Bank”,
IN AANMERKING NEMENDE:
A. Dat ............................................,
gevestigd te .....................,
aan de .........................................,
hierna te noemen “het geldtransactiekantoor”, voornemens is met
contractuele wederpartijen, hierna te noemen “opdrachtgevers”,
een of meer schriftelijke geldtransactiecontracten te sluiten,
waarbij opdrachtgevers gelden of geldswaarden ter beschikking
stellen;
B. Dat onder “geldtransactiecontract” in deze garantie wordt
verstaan een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen het
geldtransactiekantoor en een opdrachtgever, waarbij het
geldtransactiekantoor in het kader van een geldelijke overmaking van
de opdrachtgever gelden of geldswaarden van de opdrachtgever ter
beschikking krijgt, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet
in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te
doen stellen;
C. Dat de Wet inzake de geldtransactiekantoren (“Wgt”) in
artikel 2, tweede lid, bepaalt dat een geldtransactiekantoor
beschikt over een bankgarantie ten behoeve van de opdrachtgevers tot
zekerheid voor de in het kader van geldtransactiecontracten aan het
geldtransactiekantoor ter beschikking gestelde en nog niet betaalde
of betaalbaar gestelde gelden of geldswaarden, voor het geval aan
het geldtransactiekantoor (i) definitief surséance van betaling is
verleend, (ii) het geldtransactiekantoor bij in kracht van gewijsde
gegane rechterlijke uitspraak in staat van faillissement is
verklaard, (iii) indien gedreven door een natuurlijk persoon, ten
aanzien van die natuurlijk persoon de definitieve toepassing van de
schuldsaneringsregeling is uitgesproken;
VERKLAART:
1. Zich door deze tot een maximum bedrag van EUR
(zegge: euro) onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant te stellen
tegenover opdrachtgevers voor de door opdrachtgevers aan het
geldtransactiekantoor in het kader van geldtransactiecontracten ter
beschikking gestelde en nog niet uitbetaalde of betaalbaar gestelde
gelden of geldswaarden tengevolge van een omstandigheid als bedoeld
sub C van de considerans van deze garantie;
2. De Bank gaat niet over tot uitbetaling dan na instemming van
De Nederlandsche Bank NV en maximaal tot het beloop van het in het
kader van het geldtransactiecontract ter beschikking gestelde en nog
niet uitbetaalde of betaalbaar gestelde bedrag. Deze garantie strekt
zich niet uit tot andere bedragen, zoals renten, kosten of hoe ook
genaamd;
3. Claims onder deze garantie moeten binnen acht weken na het
zich voordoen van een omstandigheid als bedoeld onder C van de
considerans van deze garantie worden ingediend bij de curator,
respectievelijk de bewindvoerder, dan wel de vereffenaar, onder
bijsluiting van een kopie van het / de geldtransactiecontract(en) en
een schriftelijke verklaring van de derde(n) elders dat de gelden
niet zijn uitbetaald dan wel betaalbaar zijn gesteld;
4. Zo spoedig mogelijk na de in artikel 3 genoemde termijn van
acht weken stuurt de curator, respectievelijk de bewindvoerder, dan
wel de vereffenaar, de vorderingen tezamen met de op die vorderingen
betrekking hebbende bewijsstukken, naar de Bank met een verklaring
dat (i) de vorderingen overeenstemmen met de administratie van het
geldtransactiekantoor, dan wel (ii) sprake is van een kennelijk
bedrieglijke aanspraak;
5. De Bank stuurt de overeenkomstig artikel 4 ontvangen
vorderingen naar De Nederlandsche Bank NV met het verzoek instemming
tot uitbetaling te verlenen dan wel instemming te onthouden. De
Nederlandsche Bank NV zal vervolgens schriftelijk (1.) de Bank ten
aanzien van de in artikel 4 onder (i) bedoelde vorderingen
instemming verlenen tot uitbetaling over te gaan en (2.) de Bank ten
aanzien van het in artikel 4 onder (ii) bedoelde geval haar
instemming onthouden;
6. Ten aanzien van de in artikel 4 onder (i) bedoelde vorderingen
en met inachtneming van het in artikel 5 bepaalde, zal de Bank,
indien het totaal van de in artikel 3 genoemde vorderingen het
maximumbedrag van deze garantie overschrijdt, deze uitbetalen tot
een evenredig bedrag van het maximumbedrag van deze garantie. Ten
aanzien van het in artikel 4 onder (ii) bedoelde geval zal de Bank
het/de evenredig uit te betalen bedrag(en) op die vordering(en)
reserveren;
7. Ten aanzien van het in artikel 4 onder (ii) bedoelde geval zal
de Bank de betreffende opdrachtgever onverwijld schriftelijk
berichten dat De Nederlandsche Bank NV haar instemming tot
uitbetaling heeft onthouden;
8. Indien ten aanzien van een in artikel 4 onder (ii) bedoeld
geval een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen het het verlenen van
instemming dan wel het onthouden van instemming door De
Nederlandsche Bank NV, zal de Bank de in artikel 6 bedoelde bedragen
gedurende die procedure reserveren, totdat onherroepelijk op deze
rechtsmiddelen is beslist, waarna de Bank de voor de betreffende
vorderingen gereserveerde bedragen naar evenredigheid uitbetaalt aan
de in artikel 4 onder (i) bedoelde vorderingen tot ten hoogste het
totaal bedrag van ieder geldtransactiecontract;
9. Deze garantie is geldig tot en met de datum waarop deze
garantie door ondergetekende is terugontvangen;
10. Deze garantie wordt beheerst door Nederlands recht. Alle
geschillen die voortvloeien uit, of verband houden met deze
garantie, zullen in eerste instantie worden voorgelegd aan de
bevoegde rechter te
[plaats, datum]
Bijlage IV bij artikel 10, tweede lid van de
Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de
geldtransactiekantoren
De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat
wisselactiviteiten verricht, dient zodanig te zijn ingericht, dat zowel
in de financiële administratie als op de transactiebon ten minste de
volgende informatie is opgenomen:
a. een doorlopende nummering;
b. de transactiedatum;
c. de gekochte of verkochte valuta's en het bedrag;
d. de muntsoort van de tegenwaarde en het bedrag;
e. de koers;
f. de kosten of provisies;
g. de creditcard- of cheque-organisatie;
h. de coupongegevens, het couponpercentage, de vervaldatum, de
uitgevende instantie en het couponbedrag.
De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat
geldtransferactiviteiten verricht, dient zodanig te zijn ingericht, dat
zowel in de financiële administratie als op de transactiebon ten minste
de volgende informatie is opgenomen:
a. een doorlopende nummering;
b. de transactiedatum;
c. het ontvangen bedrag en de valutasoort;
d. het uit te betalen bedrag en de valutasoort;
e. de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de opdrachtgever;
f. de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de begunstigde;
g. de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van het
geldtransactiekantoor in het land van de begunstigde;
h. de naam-, adres- en
woonplaatsgegevens van de vestiging van tussenpersonen en, indien
van toepassing, een eventueel merkteken.
|
|
|