| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Sanctiewet 1977
SANCTIEREGELING
BIRMA 2007
Tekst zoals deze geldt op
22 april 2008
Vervallen
m.i.v. 4 juni 2008
|
|
|
REGELING van de Minister van Buitenlandse Zaken van
8 oktober 2007, nr. DJZ/BR/0882-07, houdende beperkende
maatregelen ten aanzien van Birma/Myanmar (Sanctieregeling Birma 2007)
De Minister
van Buitenlandse Zaken;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën en de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op Verordening (EG) nr. 817/2006 van
de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2006 tot verlenging van de
beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 798/2004 (PbEG L 148);
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/318/GBVB
van de Raad van de Europese Unie van 27 april 2006 tot verlenging
van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar (PbEG L 116);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3
van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Artikel 1
1. Het is verboden te handelen in strijd
met de artikelen 2, 3, 6 en 9 van Verordening (EG) nr. 817/2006 van
de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2006 tot verlenging van de
beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 798/2004 (Pb EG L 148).
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen
waarin de artikelen 4, 5 of 7 van Verordening (EG) nr. 817/2006 van
toepassing zijn.
Artikel 2
1. Het is verboden om militaire goederen,
alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en
uitvoerbesluit strategische goederen, dan wel onderdelen daarvan, direct
of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen of uit te voeren aan
natuurlijke personen of rechtspersonen in Birma/Myanmar, ongeacht of de
goederen oorspronkelijk afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese
Unie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, de
levering, overdracht of uitvoer, met vooraf verleende ontheffing van de
minister van Economische Zaken, van:
a. niet-dodelijke militaire uitrusting, alsmede uitrusting die kan
worden gebruikt voor binnenlandse repressie, die uitsluitend is
bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik of voor programma’s
voor institutionele opbouw van de Verenigde Naties, de Europese Unie
en de Gemeenschap, of voor materieel dat bedoeld is voor
crisisbeheersingsoperaties van de Europese Unie en de Verenigde
Naties;
b. mijnopruimingsuitrusting en materieel voor gebruik van
mijnopruimingsoperaties.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer
van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van
kogelvrije vesten en militaire helmen, door personeel van de Verenigde
Naties, personeel van de Europese Unie, de Gemeenschap of haar
lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire
en ontwikkelingsorganisaties en daarmee geassocieerd personeel.
Artikel 3
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in
artikel 4 van Verordening (EG) nr. 817/2006, is de minister van
Financiën voor zover het betreft het verstrekken van financiering of
financiële bijstand als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a, dan
wel, het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand
als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder d. De bevoegde autoriteit,
bedoeld in artikel 4, is de minister van Economische Zaken voor zover
het betreft het verstrekken van technische bijstand als bedoeld in
artikel 4, eerste lid onder a, en voor zover het transacties betreft als
bedoeld in artikel 4, eerste lid onder b, c en e.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 7, 8 en 9 van
Verordening (EG) nr. 817/2006 is de minister van Financiën.
Artikel 4
De Sanctieregeling Birma 2004 wordt ingetrokken.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Birma 2007.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
M.J.M. Verhagen.
|
|
|