| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Scheepvaartverkeerswet
BESLUIT
GEGEVENS SCHEEPVAART 2007
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 2 oktober 2007, houdende regels aangaande
het ontvangen, bewaren en verstrekken van gegevens met betrekking tot de
scheepvaart door organisaties en personen die niet aan het
scheepvaartverkeer deelnemen en met betrekking tot de toepassing van
River Information Services op de binnenwateren (Besluit gegevens
scheepvaart 2007)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 6 juli
2007, nr. HDJZ/SCH/2007-895, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op Richtlijn nr. 2005/44/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende
geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in
de Gemeenschap (PbEU L 255), Richtlijn nr. 2002/59/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002
betreffende de invoering van een communautair monitoring- en
informatiesysteem voor de zeescheepvaart (PbEG L 208), Richtlijn
nr. 2001/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 19 december 2001 houdende wijziging van richtlijn 95/21/EG van
de Raad betreffende de naleving, met betrekking tot de schepen die
gebruikmaken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de
jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen
op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van
verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole)
(PbEG 2002, L19) en artikel 4, eerste lid, onderdeel e,
derde, vierde, zesde en zevende lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juli
2007, nr. W09.07.0201/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 september 2007, nr.HDJZ/SCH/2007-1234,
Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
– applicatie-service provider: service provider, die de van een
meldplichtig zeeschip ontvangen meldplichtige gegevens doorzendt
naar het LRIT-datacentrum;
– bevoegde autoriteit:
1°. voor de wateren in beheer bij het Rijk: de personen die
als zodanig zijn aangewezen door Onze Minister;
2°. voor de wateren in beheer bij een ander openbaar
lichaam: het bestuur van dat openbaar lichaam, dan wel de
personen die als zodanig door het bestuur zijn aangewezen;
– locatiegegevens: gegevens die worden verwerkt in RIS en
waarmee de geografische positie van de randapparatuur van een
RIS-gebruiker wordt aangegeven;
– LRIT: long range identification and tracking systeem, als
bedoeld in Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, onderdeel 4.1, van het
SOLAS-verdrag;
– LRIT-datacentrum: datacentrum waarin meldplichtige gegevens
worden opgeslagen;
– meldplichtig zeeschip: een zeeschip als bedoeld in Hoofdstuk
V, Voorschrift 19-1, onderdeel 2.1, in overeenstemming met de
onderdelen 4.1, 4.2 en 7, van het SOLAS-verdrag, waar ter wereld dat
zich ook bevindt, en dat op grond van de voor Nederland geldende
rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der
Nederlanden te voeren;
– meldplichtige gegevens: de gegevens, bedoeld in Hoofdstuk V,
Voorschrift 19-1, onderdeel 5, van het SOLAS-verdrag;
– richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart:
richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van
de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een
communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart
(PbEG L 208);
– richtlijn River Information Services: richtlijn nr.
2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september
2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op
de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU L 255);
– RIS: River Information Services als bedoeld in artikel 1 van
de Scheepvaartverkeerswet;
– RIS-centrum: de plaats waar RIS wordt beheerd;
– RIS-gebruikers: alle gebruikers van RIS, waaronder in elk
geval worden begrepen degene die het schip of een ander vaartuig
voert dan wel verkeersdeelnemer is, RIS-operatoren, bevoegde
autoriteiten, haven- en terminalexploitanten, operatoren van
calamiteitencentra, vlootbeheerders, scheepsagenten, verladers en
tussenpersonen op het gebied van vervoer;
– RIS-toepassing: het verlenen van RIS via specifieke systemen;
– toestemming van een RIS-gebruiker: toestemming van een
betrokkene als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Wet bescherming
persoonsgegevens, met dien verstande dat de toestemming mede
betrekking kan hebben op gegevens van RIS-gebruikers die geen
natuurlijke personen zijn;
– SafeSeaNet: het communautaire systeem voor de uitwisseling
van maritieme informatie, genoemd in de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart;
– SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand
gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb.
1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen,
aanhangsels en bijlagen;
– verkeersgegevens: gegevens die worden verwerkt voor het
uitwisselen of overbrengen van informatie tussen RIS-gebruikers.
Hoofdstuk 2. Doorgifte gegevens zeeschepen ten behoeve van het
monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart
Artikel 2
1. Indien aan een bevoegde autoriteit gegevens meegedeeld worden
als bedoeld in de artikelen 4 en 13 van de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart, meldt zij dit onverwijld aan het
SafeSeaNet. Bij de melding worden de bij ministeriële regeling
aangeduide gegevens verstrekt, op een bij die regeling aangegeven
wijze.
2. De bevoegde autoriteit verstrekt de gegevens die door middel van
een in het eerste lid bedoelde melding zijn verkregen, op een bij
ministeriële regeling aangegeven wijze aan een bevoegde instantie als
bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart, van een andere lidstaat van de
Europese Unie, indien deze daarom verzoekt en indien dit noodzakelijk
is voor de maritieme veiligheid of beveiliging, dan wel voor de
bescherming van het mariene milieu.
3. De bevoegde autoriteit bewaart de door middel van een in het
eerste lid bedoelde melding verkregen gegevens gedurende een termijn
van ten minste dertig dagen gerekend vanaf het moment van ontvangst.
Artikel 3
1.Het Nederlands Kustwachtcentrum deelt bij hem bekende relevante
informatie met betrekking tot in artikel 16, eerste lid, van de
richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, bedoelde
schepen onverwijld, op een bij ministeriële regeling aangegeven
wijze, mede aan de betrokken kuststations, bedoeld in artikel 3,
onderdeel n, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem
zeescheepvaart, van de overige lidstaten van de Europese Unie langs de
door het zeeschip te volgen route.
2.Het Nederlands Kustwachtcentrum verstrekt de in artikel 17 van de
richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, bedoelde
informatie, op een bij ministeriële regeling aangegeven wijze aan een
bevoegde instantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van de
richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, van een
andere lidstaat van de Europese Unie, die daar uit
veiligheidsoverwegingen om verzoekt.
Artikel 4
Het Nederlands Kustwachtcentrum maakt door middel van een
radiobericht in het betrokken zeegebied openbaar:
a. een aan hem gemeld incident of ongeval op zee als bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart, met een zeeschip;
b. een aan hem bekende aanwezigheid van zeeschepen die een
bedreiging vormen voor de veiligheid op zee, de veiligheid van
personen of het mariene milieu;
c. in geval van gevaarlijke ijsgang, alle nodige informatie over
de ijsgang, de aanbevolen routes en de ijsbreekdiensten in het
betrokken zeegebied.
Artikel 5
De exploitant van een zeeschip die door de kapitein van dat schip op
de hoogte is gesteld van een incident of ongeval met dat schip op zee
als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart, neemt onmiddellijk contact op met het
Nederlands Kustwachtcentrum en houdt zich voor zover nodig ter
beschikking van dit centrum.
Artikel 6
Dit hoofdstuk is niet van toepassing met betrekking tot gegevens
verkregen van een schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in
samenhang met artikel 6 bis van de richtlijn monitoring- en
informatiesysteem zeescheepvaart.
Artikel 6a
Indien een lidstaat daarom verzoekt, wordt de verstrekte informatie
vertrouwelijk behandeld door degenen die deze informatie ontvangen,
overeenkomstig artikel 20 bis, derde lid, van de richtlijn monitoring-
en informatiesysteem zeescheepvaart.
Hoofdstuk 3. Verstrekken en beheren van gegevens voor binnenschepen
ten behoeve van RIS
§ 1. Verplichtingen voor Onze Minister en voor de bevoegde
autoriteit
Artikel 7
Onze Minister draagt, met inachtneming van artikelen 3, onderdelen d
en h, 4, eerste lid, tweede lid, derde lid, onderdelen a, b, c, eerste
volzin, en d, vierde en vijfde lid, en de daarbij behorende bijlagen en
artikel 9, tweede lid, van de richtlijn River Information Services, zorg
voor RIS-toepassing op de in de bijlage bij dit besluit genoemde
scheepvaartwegen.
Artikel 8
De bij of krachtens verdrag of bij of krachtens artikel 4 van de
Scheepvaartverkeerswet vastgestelde algemene maatregel van bestuur
gemelde gegevens van een schip dat een grens met een naburige lidstaat
zal overschrijden, worden, voordat dat schip de grens met die naburige
lidstaat bereikt, door de bevoegde autoriteit van het laatste
RIS-centrum in Nederland op de route van dat schip, doorgezonden aan de
bevoegde autoriteit van het eerste RIS-centrum in die naburige lidstaat
op de route van dat schip.
§ 2. Privacy-aspecten bij RIS-toepassing
Artikel 9
Onverminderd de Wet bescherming persoonsgegevens en de artikelen van
deze paragraaf, draagt de bevoegde autoriteit zorg voor de bescherming
van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
van RIS-gebruikers.
Artikel 10
1.De bevoegde autoriteit treft in het belang van de bescherming van
persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van
RIS-gebruikers passende technische en organisatorische maatregelen ten
behoeve van de veiligheid en beveiliging van de aangeboden diensten.
De maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de
techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend
beveiligingsniveau dat in verhouding staat tot het desbetreffende
risico.
2.De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat RIS-gebruikers
worden geïnformeerd over:
a. de bijzondere risico’s voor de doorbreking van de
veiligheid of de beveiliging van RIS de daarbij aangeboden
diensten;
b. de eventuele middelen waarmee de onder a bedoelde risico’s
kunnen worden tegengegaan, voor zover het andere maatregelen
betreft dan die welke de bevoegde autoriteit op grond van het
eerste lid gehouden is te treffen, alsmede een indicatie van de te
verwachten kosten.
Artikel 11
1.De verwerking van locatiegegevens ten behoeve van de levering van
een RIS-dienst, niet zijnde verkeersgegevens, betreffende
RIS-gebruikers, is slechts geoorloofd, indien:
a. deze gegevens zijn geanonimiseerd, of
b. de desbetreffende RIS-gebruiker voor de verwerking van deze
gegevens toestemming heeft gegeven.
2.Voorafgaand aan het verkrijgen van toestemming als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, verstrekt de bevoegde autoriteit de volgende
informatie:
a. de soort locatiegegevens die zullen worden verwerkt;
b. de doeleinden waarvoor de locatiegegevens worden verwerkt;
c. de duur van de verwerking, en
d. of de gegevens aan een derde zullen worden verstrekt ten
behoeve van de levering van de betreffende RIS-dienst.
3.De verwerking van de gegevens ten behoeve van de levering van een
RIS-dienst als bedoeld in het eerste lid is slechts toegestaan voor
zover en voor zolang dat noodzakelijk is voor de levering van de
betreffende RIS-dienst.
4.Een RIS-gebruiker kan de verleende toestemming voor de verwerking
van de hem betreffende gegevens, op elk moment intrekken.
5.De bevoegde autoriteit biedt de RIS-gebruiker wiens gegevens
worden
verwerkt, de mogelijkheid om kosteloos en op eenvoudige wijze de
verwerking van diens gegevens tijdelijk te beletten.
6.De verwerking van de gegevens mag slechts plaatsvinden door
personen die werkzaam zijn onder het gezag van de bevoegde autoriteit
of de derde, bedoeld in het tweede lid, onder d, en is beperkt tot die
gegevens die noodzakelijk zijn om de RIS-dienst te kunnen aanbieden.
Artikel 12
1.De bevoegde autoriteit geeft slechts inzage in RIS-gegevens of
verstrekt deze aan:
a. ambtenaren die als toezichthouder belast zijn met het
toezicht op de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en
de Scheepvaartverkeerswet voor zover gericht naar gegevens wordt
gevraagd;
b. ambtenaren die belast zijn met de opsporing van strafbare
feiten bij of krachtens in artikel 141 van het Wetboek van
Strafvordering;
c. ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
d. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht indien deze verzekeraar aannemelijk maakt
gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van
een RIS-gebruiker die bij hem verzekerd is en nadat deze
verzekerde daarvoor toestemming heeft verleend;
e. een advocaat indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig
te hebben voor het behartigen van de belangen van een
RIS-gebruiker die zijn cliënt is, en
f. het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor zover hiervoor
bij of krachtens een wettelijke voorschrift een verplichting
bestaat.
2.Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt
schriftelijk ingediend.
3.Aan de inzage of verstrekking kan de bevoegde autoriteit
voorwaarden verbinden.
4.Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens
worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem
gemaakt.
5.Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk
vastgelegd:
a. de naam van de RIS-gebruiker waarop de gegevens betrekking
hebben;
b. de wijze van inzage of verstrekking;
c. het tijdstip;
d. welke gegevens het betrof, en
e. naam en adres van de verzoeker.
Hoofdstuk 4. Melden en opvragen gegevens van zeeschepen ten behoeve
van LRIT
Artikel 12a
1. Onze Minister wijst bij besluit aan:
a. een LRIT-datacentrum;
b. één of meerdere applicatie-service providers;
c. de organisatie of persoon die bevoegd is meldplichtige
gegevens bij het LRIT-datacentrum op te vragen;
d. de organisatie of persoon die bevoegd is aan te geven met
welke intervallen meldplichtige gegevens door middel van het LRIT
worden verzonden;
e. de organisatie of persoon aan wie wordt gemeld dat het LRIT
is uitgeschakeld.
2. Aan een aanwijzing kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt gepubliceerd in
de Staatscourant.
Artikel 12b
1. De kapitein van een meldplichtig zeeschip meldt door middel van
het LRIT de meldplichtige gegevens via een aangewezen
applicatie-service provider aan het aangewezen LRIT-datacentrum.
2. De melding bedoeld in het eerste lid, geschiedt met de
intervallen zoals bepaald door de organisatie of persoon die daartoe
op grond van artikel 12a, eerste lid, onderdeel d, is aangewezen.
3. Wanneer het LRIT overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk V,
Voorschrift 19-1, onderdeel 7, van het SOLAS-verdrag is uitgeschakeld,
meldt de kapitein dit aan de op grond van artikel 12a, eerste lid,
onderdeel e, daartoe aangewezen organisatie of persoon, en maakt hij
daarvan een aantekening in het document bedoeld in Hoofdstuk V,
Voorschrift 28, van het SOLAS-verdrag, waarbij hij aangeeft waarom en
hoe lang het LRIT werd uitgeschakeld. De melding kan mede geschieden
door de eigenaar, de rompbevrachter, de agent, en verder door een
ieder die zeggenschap heeft over het gebruik van het desbetreffend
meldplichtig zeeschip.
4. Wanneer een van de in het derde lid genoemde personen aan de
daar genoemde meldplicht van de kapitein heeft voldaan, is de kapitein
daarvan ontslagen.
Artikel 12c
1. De op grond van artikel 12a, eerste lid, onderdeel c, aangewezen
organisatie of persoon, vraagt gegevens op bij het LRIT-datacentrum in
overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1,
onderdeel 8.1, van het SOLAS-verdrag.
2. Een op grond van het eerste lid aangewezen organisatie die een
Search and Rescue dienst is, kan, voor zover dat voor een goede
uitvoering van de reddingstaak noodzakelijk is, bij het
LRIT-datacentrum gegevens met betrekking tot ieder zeeschip opvragen,
waar ter wereld dat zich ook bevindt.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 13
Een wijziging van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem
zeescheepvaart of van de richtlijn River Information Services of de
daarbij behorende bijlagen gaat voor de toepassing van dit besluit of
voor de hierop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop
aan de betrokken wijzigingsrichtlijn dan wel de gewijzigde bijlagen
uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de
Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt
vastgesteld. Wijzigingen van artikel 9, eerste lid, van de richtlijn
River Information Services zijn hiervan uitgezonderd.
Artikel 14
[Wijzigt het Scheepvaartreglement territoriale zee]
Artikel 14a
Overtreding van de artikelen 5, 12b, eerste tot en met derde lid, of
12c, eerste lid, is een strafbaar feit.
Artikel 15
Het Besluit gegevens scheepvaart wordt ingetrokken.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking met ingang van 20 oktober 2007.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gegevens scheepvaart 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 2 oktober 2007
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa
Uitgegeven de zestiende oktober 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage als bedoeld in artikel
7 van het Besluit gegevens scheepvaart 2007
Op de hieronder genoemde scheepvaartwegen en de aan deze vaarwegen
gelegen havens, wordt RIS aangeboden:
1. de Maasmond;
2. de Nieuwe Waterweg;
3. de Nieuwe Maas;
4. de Koningshaven;
5. de Hollandsche IJssel;
6. het Zuiddiepje;
7. de Oude Maas;
8. het Hartelkanaal;
9. het Calandkanaal;
10. het Beerkanaal;
11. de Noord;
12. de Beneden-Merwede;
13. de Boven-Merwede;
14. de Nieuwe Merwede;
15. de Dordtsche Kil en daarop aansluitend de vaarweg naar het
Industrie- en Havenschap Moerdijk;
16. het Zuid-Hollandsch Diep;
17. het Hollandsch Diep;
18. de Schelde-Rijnverbinding;
19. het Volkerak, het Zuid-Vlije en de Krammer beoosten de
Krammersluizen;
20. het vaarwater van de Krammer, Zijpe, Keeten en Oosterschelde
tussen de Krammersluizen en de ingang van het Kanaal door Zuid-Beveland;
21. het Kanaal door Zuid-Beveland;
22. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de
Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ;
23. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden;
24. het Afgesloten-IJ;
25. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
26. het Amsterdam-Rijnkanaal;
27. het Lekkanaal;
28. de Geldersche IJssel;
29. de Twenthekanalen;
30. het Keteldiep;
31. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder;
32. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, voor
zover niet zijnde voorhavens van sluizen;
33. de havens van Termunten, Delfzijl, Hefshuizen (Eemshaven) en
Scheveningen;
34. de Westerschelde;
35. de Maas;
36. de Bergse Maas;
37. de Gelderse IJssel;
38. de Boven-Rijn,
39. de Waal,
40. het Pannerdensch Kanaal,
41. de Neder-Rijn;
42. de Lek;
43. het Meppelerdiep;
44. het Zwarte Water;
45. het Zwolle-IJsselkanaal;
46. het van Starkenborghkanaal; en
47. het Prinses Margrietkanaal.
|
|
|