St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Scheepvaartverkeerswet

 

BESLUIT  ROUTERINGS-  EN  MELDINGSSYSTEMEN  VOOR  SCHEPEN  IN  VOLLE  ZEE  VOOR  DE  NEDERLANDSE  KUST

Tekst zoals deze geldt op 28 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 6 oktober 1997, houdende vaststelling van routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust (Besluit routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 16 juli 1997, nr. DGG/J-97005652, Directoraat-Generaal Goederenvervoer;
     Gelet op de voorschriften V/8 en V/8-1 van het Internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (Trb. 1976, 157) en artikel 21 van de Scheepvaartverkeerswet;
     De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1997, nr. W09.0474);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 september 1997, nr. DGG/J-97008184, Directoraat-Generaal Goederenvervoer;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1. Definitiebepaling

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder routeringssysteem: een systeem bestaande uit een of meer routes of routeringsmaatregelen, gericht op het verminderen van gevaar voor scheepsongevallen, met inbegrip van verkeersscheidingsstelsels, vaarwegen voor tweerichtingsverkeer, aanbevolen koerslijnen, gebieden die dienen te worden gemeden, zones voor kustverkeer, rotondes, voorzorgsgebieden en diepwaterroutes.

Artikel 2. Vaststelling en gebruik van systemen

1. Bij ministeriële regeling kunnen voor in die regeling vermelde categorieën schepen voor de Nederlandse kust buiten de Nederlandse territoriale zee, overeenkomstig richtlijnen en criteria van de Internationale Maritieme Organisatie, routeringssystemen en meldingssystemen worden vastgesteld.

2. Degene die een schip voert maakt gebruik van de op grond van het eerste lid vastgestelde routeringssystemen en voldoet daarbij aan de voorschriften van de op grond van dat lid vastgestelde meldingssystemen.

Artikel 3. Strafbaarstelling

Overtreding van de bij of krachtens artikel 2, tweede lid, gestelde regels is een strafbaar feit.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 2, tweede lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 6 oktober 1997

 

BEATRIX

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink

 

Uitgegeven de achtentwintigste oktober 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x