| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Spoorwegwet
ALGEMEEN
REGLEMENT VERVOER (ARV)
Tekst zoals deze geldt op
20 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 20 december 1966, houdende vaststelling
van een algemeen reglement voor het vervoer op de spoorwegen
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15
september 1966, nr. A-2/038143, Directoraat-Generaal van het Verkeer;
Gelet op artikel 27 van de Spoorwegwet en op
artikel 4 van de Locaalspoor- en Tramwegwet;
De Raad van State gehoord (advies van 9
november 1966, nr. 36);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 19 december 1966, nr. A-2/039467,
Directoraat-Generaal van het Verkeer;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
§ 1. In dit reglement wordt onder spoorwegpersoneel mede
begrepen het personeel, behorende tot buitenlandse spoorwegen, dat
hier te lande dienst doet.
§ 2. In dit reglement wordt onder station mede begrepen halte.
§ 3. In dit reglement wordt onder spoorweg mede begrepen
locaalspoorweg.
Artikel 2. Aansprakelijkheid voor personen
§ 1. Voor de toepassing van dit reglement is de spoorweg
aansprakelijk voor de bij hem in dienst zijnde personen en voor andere
personen van wier diensten hij gebruik maakt bij de uitvoering van het
vervoer, waarmede hij is belast, voorzover deze personen handelen
binnen de kring van de hun opgedragen werkzaamheden.
§ 2. Indien evenwel de personen, bedoeld in § 1 van dit
artikel, op verzoek van de belanghebbende diensten bewijzen, waartoe de
spoorweg niet is verplicht, worden zij geacht te handelen in opdracht
van degene, aan wie zij deze diensten bewijzen.
§ 3. Voor de toepassing van dit reglement zijn de afzender, de
aanvrager van een wagen, als bedoeld in artikel 55, § 4, en de
geadresseerde aansprakelijk voor de bij hen in dienst zijnde personen en
voor andere personen van wier diensten zij gebruik maken, voor zover
deze personen handelen binnen de kring van de hun opgedragen
werkzaamheden.
Artikel 3. Verplichting van begeleiders van kinderen
Wordt een kind jonger dan twaalf jaar begeleid door een persoon van
achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht er voor zorg te
dragen, dat dit kind niet in strijd met de bepalingen van dit reglement
handelt.
Artikel 4 [Vervallen per 31-07-1986]
Artikel 5. Veiligheid, orde en rust op de stations
1. Het is een ieder, behoudens uit de
aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in
een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te
gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of
kan worden verstoord.
2. Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede
bedrijfsgang worden beschouwd:
a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van
voorzieningen of van een trein dan wel de taakuitoefening van het
personeel van de vervoerder worden verhinderd of belemmerd;
b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van
voorzieningen of van een trein op een tijdstip waarop deze niet voor
gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze
bestemd zijn;
c. uit een trein werpen van stoffen of van voorwerpen;
d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke
invloed van verdovende middelen bevinden;
e. afsteken van vuurwerk, rumoer maken dan wel op zodanige wijze
geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden;
f. uitoefenen van beroep of bedrijf;
g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda,
verspreiden van drukwerk, bedelen of houden van inzamelingen;
h. meenemen in een trein van dieren, stoffen of voorwerpen die
hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen
veroorzaken;
i. roken in een trein of station, of gedeelten daarvan, ten aanzien
waarvan de spoorweg heeft aangegeven dat roken niet is toegestaan;
j. zich bevinden op een station op een tijdstip dat dit kenbaar
gesloten is of op een gedeelte van een station dat kenbaar daartoe
niet toegankelijk is;
k. zich op een station begeven langs een andere dan de daarvoor
bestemde weg;
l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of
beschadiging veroorzaken.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van
toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de
belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven.
Artikel 6 [Vervallen per 01-01-1988]
Artikel 7. Overtredingen. Aanwijzingen in het belang van de
veiligheid, orde en rust. Beslissing over onenigheden
1. Een ieder is verplicht de aanwijzingen
betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te
volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt.
2. Een aanwijzing om zich te verwijderen, kan worden gegeven voor
een bij de aanwijzing te bepalen tijdsduur.
Artikel 8 [Vervallen per 31-07-1986]
Artikel 9 [Vervallen per 17-08-1993]
Titel II. Bepalingen voor het vervoer van reizigers, handbagage,
fietsen, bromfietsen en andere voorwerpen
Artikel 10 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 11 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 12 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 13 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 14 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 15 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 16. Toegang tot de treinen
§ 1. Het is een ieder verboden zich
zonder geldig plaatsbewijs in een trein te bevinden, behalve in het
geval van het verlenen van hulp aan een reiziger bij het in- of
uitstappen. Niet strafbaar is hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs
in een trein bevindt uit de aard van zijn betrekking of met toestemming
van de spoorweg.
§ 2. [Vervallen.]
§ 3. [Vervallen.]
§ 4. [Vervallen.]
§ 5. [Vervallen.]
§ 6. Hij, die in strijd met het bepaalde in § 1 handelt en
nalaat dit aan de conducteur zo tijdig mede te delen als in de §§ 7
tot en met 11 is bepaald, is niet strafbaar, indien hij op eerste
vordering van het spoorwegpersoneel de vrachtprijs, bedoeld in de §§ 7
tot en met 11, en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt
vastgesteld, betaalt.
§ 7. Hij, die op een station, waar geen plaatsbewijzen
verkrijgbaar zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een
geldig plaatsbewijs, is verplicht dit bij het instappen aan de
conducteur mede te delen en op eerste vordering van het
spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs te betalen.
§ 8. Hij, die op een station, waar plaatsbewijzen verkrijgbaar
zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een geldig
plaatsbewijs, is verplicht dit vóór het instappen aan de conducteur
mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de
verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de
tarieven wordt vastgesteld, te betalen.
§ 9. Hij, die, voorzien van een plaatsbewijs tweede klasse,
wenst plaats te nemen in de eerste klasse, is verplicht dit vóór het
plaatsnemen in de eerste klasse aan de conducteur mede te delen en op
eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs
en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld,
te betalen.
§ 10. Hij, die verder zal reizen dan het station, tot waar zijn
plaatsbewijs geldig is, is verplicht dit vóór of gedurende de reis,
waarvoor dat plaatsbewijs geldt, aan de conducteur mede te delen en op
eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs
en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld,
te betalen.
§ 11. Hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein
bevindt, waarmede hij Nederland over de grens is binnengekomen, is
verplicht dit zo spoedig mogelijk aan de conducteur mede te delen en op
eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs
en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld,
te betalen.
Artikel 17 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 18 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 19 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 20 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 21 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 22 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 23 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 24 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 25 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 26 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 27 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 28 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 29 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 30 [Vervallen per 14-06-1971]
Artikel 31 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 32 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 33 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 34 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 35 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 36 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 37 [Vervallen per 14-06-1971]
Artikel 38 [Vervallen per 14-06-1971]
Artikel 39 [Vervallen per 14-06-1971]
Artikel 40 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 41 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 42 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 43 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 44 [Vervallen per 17-08-1993]
Artikel 45 [Vervallen per 17-08-1993]
Titel III [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 46 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 46a [Vervallen per 01-08-1996]
Artikel 47 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 48 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 49 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 50 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 51 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 52 [Vervallen per 30-08-1995]
Artikel 53 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 54 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 55. Beladen van wagens
§ 1.
1. De afzender moet zó laden, dat geen gevaar kan ontstaan voor
personen of goederen.
2. De afzender moet met name bij de belading van de wagens de
toelaatbare belading en het laadprofiel geldende voor de lijnen,
waarover het vervoer plaats zal hebben, in acht nemen. De voor het
vervoer over de in Nederland gelegen lijnen in acht te nemen toelaatbare
belading en het geldende laadprofiel worden in de tarieven vermeld. De
spoorweg geeft de afzender op diens verzoek de toelaatbare belading op.
Artikel 56 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 57 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 57a [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 58 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 58a [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 59 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 60 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 61 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 62 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 63 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 64 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 65 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 66 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 67 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 68 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 68a [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 69 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 70 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 71 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 72 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 73 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 74 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 75 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 76 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 77 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 78 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 79 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 80 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 81 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 82 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 83 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 84 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 85 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 86 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 87 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 88 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 89 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 90 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 91 [Vervallen per 01-12-2006]
Titel IV [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 92 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 93 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 94 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 95 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 96 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 97 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 98 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 99 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 100 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 101 [Vervallen per 01-12-2006]
Titel V [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 102 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 103 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 104 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 105 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 106 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 107 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 108 [Vervallen per 01-12-2006]
Artikel 109 [Vervallen per 01-12-2006]
Titel VI. Behandeling van gevonden, niet opgevraagde en overbevonden
goederen
Artikel 110 [Vervallen per 03-05-1994]
Artikel 111 [Vervallen per 03-05-1994]
Artikel 112 [Vervallen per 03-05-1994]
Titel VII. Slotbepalingen
Artikel 113. Verkeer met het buitenland
§ 1. Voor het vervoer van reizigers en
goederen van of naar het buitenland kunnen door de Minister van Verkeer
en Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan.
§ 2. Zendingen, die ten vervoer zijn aangenomen met een
internationale vrachtbrief voor vervoer als "grande vitesse"/"Eilgut",
worden op Nederlands gebied aangemerkt als vrachtgoed, behoudens de in
de tarieven te bepalen uitzonderingen.
§ 3. Ten aanzien van buitenlandse spoorwegen, die hun dienst
hier te lande uitoefenen, kunnen door de Minister van Verkeer en
Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan.
Artikel 114. Ontheffing bij gebruik van bijzonder materieel
De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd ontheffing te
verlenen van bepalingen van dit reglement, indien het gebruik van
bijzonder materieel dit nodig maakt.
Artikel 115. Beperking van bepaalde bevoegdheden van de spoorweg
§ 1. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan terzake van de
in de artikelen en 91, § 3, aan de spoorweg toegekende bevoegdheden:
a. de spoorweg voorschriften geven;
b. de spoorweg opdragen de op grond van die bevoegdheden getroffen
maatregelen weer op te heffen, indien hij van mening is, dat de in
genoemde artikelen gestelde voorwaarden niet vervuld waren of niet
meer vervuld zijn.
§ 2. Terzake van de aan de spoorweg in de artikelen 51, § 7, en
72, § 6, toegekende bevoegdheden is de Minister van Verkeer en
Waterstaat slechts bevoegd tot het geven van de voorschriften bedoeld in
§ 1, onder a.
§ 3. De spoorweg is verplicht aan deze voorschriften en
opdrachten te voldoen.
Artikel 115a. Bijzondere bepalingen voor locaalspoorwegen
§ 1. In geval van staking van de dienst op een locaalspoorweg
zijn, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Spoorwegwet,
bestuurders niet verplicht te zorgen voor het vervoer van goederen in
de richting van de locaalspoorweg.
§ 2. De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd voor
locaalspoorwegen, welke uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van
goederen, geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de
bepalingen van dit reglement. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden
worden verbonden.
Artikel 116. Intrekking reglement
Het Algemeen Reglement Vervoer, vastgesteld bij Koninklijk besluit
van 9 november 1928 (Stb. 1928, 415), wordt ingetrokken,
behoudens de daarbij behorende bijlage I, welke als bijlage I bij het
onderwerpelijke besluit wordt geacht te behoren.
Artikel 117 [Vervallen per 02-02-1981]
Artikel 118. Verkorte titel
Dit besluit kan worden aangehaald als "Algemeen Reglement
Vervoer" of "ARV".
Artikel 119. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1967.
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is
belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad
zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
Soestdijk, 20 december 1966
JULIANA
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J. de Quay
Uitgegeven de negenentwintigste december 1966.
De Minister van Justitie,
Struycken
Bijlage I
[Vervallen]
Bijlage II. Reglement betreffende het vervoer van particuliere
wagens
Artikel 1. Onderwerp en draagwijdte van het reglement
§ 1. Dit reglement is van toepassing op het vervoer van ledige of
beladen particuliere wagens, als bedoeld in artikel 2, die ten vervoer
zijn aangeboden onder de voorwaarden van het Algemeen Reglement Vervoer
(ARV).
§ 2. Voor zover dit reglement geen bijzondere bepalingen bevat, zijn
de voorschriften van het ARV van toepassing op het in § 1 bedoelde
vervoer.
Artikel 2. Definitie
Onder particuliere wagens of P-wagens worden verstaan wagens, die
door een spoorweg door het afsluiten van een immatriculatie-overeenkomst
op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon in zijn wagenpark
zijn opgenomen en van het onderscheidingsteken P zijn voorzien. In dit
reglement wordt deze persoon, wiens naam op de wagen moet zijn
aangebracht, particulier genoemd.
Artikel 3. Gebruik van de wagens
De afzender mag de wagen slechts gebruiken voor het vervoeren van
krachtens de immatriculatie-overeenkomst toegelaten goederen. Alleen de
afzender is aansprakelijk voor de gevolgen, die voortvloeien uit het
niet in acht nemen van deze bepaling.
Artikel 4. Bijzondere inrichtingen
Indien de wagen is uitgerust met bijzondere inrichtingen
(koelinrichtingen, waterbakken, machine-installaties enz.), is de
particulier verplicht voor de bediening van deze inrichtingen te zorgen
of te doen zorgen.
Artikel 5. Aanbieding ten vervoer
§ 1.
1. Het recht een wagen ten vervoer aan te bieden berust bij de
particulier. Iedere andere afzender van een ledige of beladen wagen
moet aan het station van afzending tegelijk met de vrachtbrief een
machtiging van de particulier overleggen, welke op meer dan één
wagen betrekking kan hebben.
2. Deze machtiging is niet vereist in de volgende gevallen:
a. indien de geadresseerde van een door de particulier
toegezonden ledige wagen deze, na belading, ter verzending
aanbiedt;
b. indien de geadresseerde van een beladen aangekomen wagen
deze, na lossing, naar het depotstation, aan het adres van de
particulier terugzendt.
§ 2.
1. Behoudens een tegenstelde opdracht van de particulier is
de spoorweg bevoegd iedere ledig aangekomen wagen, waarvan de
belading tien dagen na de ter beschikkingstelling niet is
begonnen, en iedere beladen aangekomen wagen, die niet uiterlijk
vijf dagen na het einde van het lossen opnieuw wordt verzonden,
ambtshalve en op kosten van de particulier naar zijn
depotstation terug te zenden met een vrachtbrief ten name van en
aan het adres van deze laatste.
2. Indien de spoorweg geen gebruik maakt van deze
bevoegdheid, moet hij direct na afloop van de hiervoor genoemde
termijnen de particulier over de stand van zaken betreffende
zijn wagen in kennis stellen; in dat geval mag de spoorweg de
wagen niet binnen vijf dagen na de verzending van de mededeling
aan de particulier ambtshalve terugzenden.
3. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing
op wagens, die zich op particuliere spooraansluitingen bevinden.
§ 3. De huurder, wiens naam met toestemming van de spoorweg,
die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, op de wagen is
aangebracht, treedt met betrekking tot de uitvoering van de
bepalingen van dit artikel van rechtswege in de plaats van de
particulier.
Artikel 6. Aanduidingen op de vrachtbrief
De afzender moet behalve de in het ARV voorgeschreven aanduidingen de
volgende op de vrachtbrief vermelden:
a. indien het een ledige wagen betreft: de aanduiding
"ledige P-wagen", benevens de soort en de kenmerken van de
wagen;
b. indien het een beladen wagen betreft: na de aard van het goed,
de aanduiding "geladen in een P-wagen", benevens de
kenmerken van de wagen.
Artikel 7. Aangifte van het belang bij de aflevering
§ 1. De aangifte van het belang bij de aflevering is niet toegestaan
bij zendingen ledige wagens.
§ 2. De aangifte van het belang bij de aflevering geldt bij het
vervoer van een beladen wagen slechts met betrekking tot het geladen
goed.
Artikel 8. Verlenging van de leveringstermijn
§ 1. Behalve in de in artikel 67, § 5, ARV bedoelde gevallen wordt
de leveringstermijn tevens verlengd in het geval van een onderbreking
van het vervoer ten gevolge van een beschadiging van de wagen en wel met
de duur van deze onderbreking, tenzij de spoorweg volgens de bepalingen
van artikel 11 voor deze beschadiging aansprakelijk is.
§ 2. Indien het in de beschadigde wagen geladen goed wordt
overgeladen in een andere wagen, eindigt de onderbreking voor het goed
op het moment, waarop het, na overlading, verder vervoerd kan worden.
Artikel 9. Vaststelling van beschadiging van de wagen of van verlies
van onderdelen
§ 1. Indien een beschadiging van de wagen of een verlies van
onderdelen door de spoorweg wordt ontdekt of wordt vermoed of door de
rechthebbende wordt beweerd, moet de spoorweg overeenkomstig de
bepalingen van artikel 88 van het ARV een proces-verbaal opmaken, waarin
de aard van de beschadiging of het verlies en voor zover mogelijk, de
oorzaak en het tijdstip van ontstaan worden vermeld.
§ 2. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt door de spoorweg
kosteloos aan de particulier verstrekt, eventueel door bemiddeling van
de spoorweg in wiens wagenpark de wagen is opgenomen. Indien het een
wagen betreft, waarop met toestemming van de spoorweg die de wagen in
zijn wagenpark heeft opgenomen de naam van een huurder is aangebracht,
moet rechtstreeks een afschrift van het proces-verbaal aan deze huurder
worden verstrekt.
§ 3. Indien de wagen beladen is, moet, zo daartoe aanleiding
bestaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 88 ARV een
afzonderlijk proces-verbaal voor het geladen goed worden opgemaakt.
Artikel 10. Beschadiging van een wagen, waardoor de voortzetting van
het vervoer wordt verhinderd
§ 1. Wordt een ledig verzonden wagen zodanig beschadigd, dat hij
niet verder kan worden vervoerd of voor belading ongeschikt is, dan moet
het station, waar de beschadiging is vastgesteld, de afzender en de
particulier daarvan onverwijld per telegram kennisgeven, waarbij, voor
zover mogelijk, de aard van de beschadiging wordt aangegeven.
§ 2.
1. Iedere ledige wagen, welke opgehouden wordt, moet door de
spoorweg loopbaar worden gemaakt, tenzij de wagen, als gevolg van de
ernst van de beschadiging, op een andere wagen geladen moet worden.
2. Ten einde een wagen voor belading bruikbaar te maken, kan de
spoorweg ambtshalve herstellingen uitvoeren tot een bedrag, dat in
de immatriculatie-overeenkomst is bepaald.
3. De spoorweg geeft de particulier, door tussenkomst van de
spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, summier
kennis van de belangrijke werkzaamheden, welke krachtens de leden 1
en 2 zijn uitgevoerd.
4. De toepassing van de voorgaande bepalingen houdt geen oordeel
omtrent de aansprakelijkheid in.
§ 3.
1. Wanneer de spoorweg herstelwerkzaamheden overeenkomstig § 2
uitvoert en hij verwacht, dat de uitvoering van deze werkzaamheden
meer dan vier dagen zal duren, verzoekt hij per telegram aan de
afzender hem mede te delen of de vervoerovereenkomst na uitvoering
der werkzaamheden verder uitgevoerd of gewijzigd moet worden.
2. Indien de afzender vóór beëindiging van de werkzaamheden
geen instructies geeft, wordt de vervoerovereenkomst verder
uitgevoerd.
§ 4.
1. Indien de spoorweg de herstelling niet ambtshalve uitvoert,
vraagt het station, waar de beschadiging is vastgesteld, onverwijld
per telegram aan de afzender instructies. Indien de afzender en de
particulier niet dezelfde persoon zijn, wordt een afschrift van dit
verzoek onverwijld aan de particulier gezonden.
2. Indien de afzender binnen een tijdvak van acht dagen na de
datum van afzending van het telegram geen instructies geeft, is de
spoorweg bevoegd de wagen, na deze zo nodig loopbaar te hebben
gemaakt, ambtshalve naar zijn depôtstation terug te zenden met een
ten name van en aan het adres van de particulier gestelde
vrachtbrief. De redenen van de terugzending moeten op de vrachtbrief
worden aangegeven na de woorden "ledige P-wagen".
§ 5.
1. Indien tengevolge van beschadiging het vervoer van een beladen
wagen niet kan worden voortgezet en lossing noodzakelijk is, zijn de
bepalingen van dit artikel van toepassing op de wagen na lossing.
2. Indien de wagen kan worden hersteld zonder te worden gelost,
zijn de bepalingen van de §§ 1, 2, 3, 6 en 7 van overeenkomstige
toepassing.
§ 6. De kosten van het vervoer en de andere kosten ontstaan tot het
station, waar de wagen is opgehouden, de kosten van de toezending van de
kennisgeving aan de afzender en aan de particulier, zomede die, welke
eventueel voortvloeien uit het uitvoeren van de instructies of uit de
ambtshalve opzending van de wagen naar het depotstation, komen ten laste
van de zending.
§ 7. De huurder, wiens naam met toestemming van de spoorweg, die de
wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, op de wagen is vermeld, treedt
met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van dit artikel van
rechtswege in de plaats van de particulier.
Artikel 11. Aansprakelijkheid van de spoorweg in geval van verlies of
beschadiging van de wagen of zijn onderdelen
§ 1. De spoorweg is aansprakelijk voor verlies of beschadiging van
de wagen of van zijn onderelen, ontstaan tussen de aanneming ten vervoer
en de aflevering, tenzij hij bewijst, dat de schade niet aan zijn schuld
is te wijten.
§ 2.
1. In geval van verlies van de wagen wordt de schadevergoeding
beperkt tot de waarde van de wagen, volgens de richtlijnen welke in
de immatriculatie-overeenkomst zijn vastgelegd.
2. In geval van beschadiging van de wagen wordt de
schadevergoeding berekend volgens de bepalingen van de
immatriculatie-overeenkomst.
§ 3.
1. In geval van verlies of beschadiging van losse onderdelen is
de spoorweg slechts aansprakelijk, indien die onderdelen op beide
zijden van de wagen zijn vermeld. De spoorweg aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor verlies of beschadiging van losse
uitrustingsstukken.
2. De spoorweg is slechts aansprakelijk voor schade aan houders
(potten) van steen, glas, aardewerk, enz., indien deze schade
samenhangt met een andere beschadiging van de wagen, waarvoor de
spoorweg krachtens de voorgaande bepalingen aansprakelijk is en voor
schade aan houders (reservoirs) met een binnenbekleding (email,
eboniet, enz.), indien de houder sporen van uitwendige
beschadigingen vertoont, waarvoor de spoorweg krachtens de
voorgaande bepalingen aansprakelijk is. Deze beperkingen gelden niet
indien de rechthebbende bewijst, dat de schade is veroorzaakt door
schuld van de spoorweg.
§ 4. De particulier treedt met betrekking tot het recht op
schadevergoeding in geval van verlies of beschadiging van de wagen of
zijn onderdelen, van rechtswege in de plaats van de afzender of de
geadresseerde. Vorderingen buiten rechte kunnen slechts aanhangig worden
gemaakt bij de spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen.
Ook vorderingen in rechte kunnen slechts ingesteld worden tegen deze
spoorweg, die in dat geval van rechtswege in de plaats treedt van de
spoorweg, die aansprakelijk is.
Artikel 12. Vermoeden van verlies van de wagen. Terugvinden van de
wagen
§ 1. De wagen wordt als verloren beschouwd, wanneer hij niet binnen
drie maanden na afloop van de leveringstermijn ter beschikking van de
geadresseerde kan worden gesteld. De termijn van drie maanden wordt
verlengd met de tijd, gedurende welke de wagen niet kan worden gebruikt
tengevolge van enige niet aan de spoorweg te wijten oorzaak of
tengevolge van beschadiging.
§ 2. Indien de als verloren beschouwde wagen wordt teruggevonden na
de betaling van de schadevergoeding, kan de particulier binnen zes
maanden, nadat hij daarover bericht van de spoorweg, die de wagen in
zijn wagenpark heeft opgenomen, heeft ontvangen, eisen, dat de wagen hem
kosteloos op het depotstation ter beschikking wordt gesteld tegen
terugbetaling van de schadevergoeding.
Bijlage IV
model 1

Afmetingen: 65 mm * 65 mm.
model 2

Vierkant met standaardafmetingen:
15 cm * 15 cm
30 cm * 30 cm
50 cm * 50 cm
|
|
|