|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 91 van de Spoorwegwet;
Besluit:
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan
onder wet: Spoorwegwet.
2. In deze regeling wordt verstaan
onder Deel A: de constatering als bedoeld in artikel 16, vierde lid
onder a van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidsattest
hoofdspoorwegen.
3. In deze regeling wordt verstaan
onder Deel B: de constatering als bedoeld in artikel 16, vierde lid
onder b van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidsattest
hoofdspoorwegen
Artikel 2
Voor de behandeling van een aanvraag tot
het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 28 van de wet, is
een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
|
Vergunning |
|
|
Bedrijfsvergunning, bedoeld in
artikel 28, eerste lid, van de wet |
8.104, |
|
Beperkte bedrijfsvergunning,
bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, eerste
lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidsattest |
1.157, |
|
Beperkte bedrijfsvergunning,
bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, tweede
lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidsattest |
3.772, |
Artikel 3
Voor de behandeling van een aanvraag tot
het verlenen van een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32 van de
wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
|
Veiligheidsattest |
Deel A |
Deel B |
|
Veiligheidsattest voor een
spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een
veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
11.115, |
7.409, |
|
Veiligheidsattest voor een
spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een
veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
23.620, |
15.747, |
|
Veiligheidsattest voor een
spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op
ιιn locatie, ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met
zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om
werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een
deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld |
4.243, |
|
Artikel 4
Voor de behandeling van een aanvraag tot
het opnieuw verlenen van een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32
van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande
tabel:
|
Hernieuwd
veiligheidsattest |
Deel A |
Deel B |
|
Hernieuwd veiligheidsattest voor
een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een
veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
8.712, |
6.576, |
|
Hernieuwd veiligheidsattest voor
een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een
veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
11.920, |
5.558, |
|
Hernieuwd veiligheidsattest voor
een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op
ιιn locatie, ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met
zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om
werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een
deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld |
4.243, |
|
Artikel 5
Voor de behandeling van een aanvraag tot
wijziging van een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 33, zesde
lid, van de wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande
tabel:
|
Wijziging
veiligheidsattest |
Deel A |
Deel B |
|
Wijziging van een veiligheidsattest
voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden
een veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
5.558, |
3.705, |
|
Wijziging van een veiligheidsattest
voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een
veiligheidsfunctie laat uitoefenen |
8.336, |
5.558, |
|
Wijziging van een veiligheidsattest
voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de
hoofdspoorweg op ιιn locatie, ten behoeve van overgave van
spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee
vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de
hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat
daartoe buiten dienst is gesteld |
1.414, |
|
Artikel 6
1. Voor de behandeling van een aanvraag
tot verlening of wijziging van een inzetcertificaat voor
spoorvoertuigen als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet, is
een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
|
Inzetcertificaat |
|
|
Inzetcertificaat of het op aanvraag
wijzigen hiervan, indien het een spoorvoertuig betreft waarvan
voor eenzelfde type niet eerder een inzetcertificaat is verleend |
4.836, |
|
Inzet certificaat of het op
aanvraag wijzigen hiervan, indien het een spoorvoertuig betreft
waarvoor van eenzelfde type al eerder een inzetcertificaat is
verleend |
202, |
2. In afwijking van het eerste lid is
voor een wijziging van het certificaat in verband met het toekennen
van een identificatiecode als bedoeld in artikel 28, vijfde lid, van
het Besluit keuring spoorvoertuigen voor de eerste inschrijving van
een voertuig een tarief verschuldigd van 25,. Hierbij wordt
bij samengestelde voertuigen elke voertuigbak als een afzonderlijk
voertuig aangemerkt.
3. Het in het tweede lid bedoelde
tarief wordt bij het in ιιn aanvraag in ιιn keer inschrijven van
een reeks identieke voertuigen voor het zesde en alle daarop
volgende voertuigen verminderd tot 15, per voertuig.
4. Voor wijzigingen met betrekking
tot de gemeenschappelijke specificaties van het nationaal
voertuigregister, bedoeld in beschikking nr. 2007/756/EG van de
Europese Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de
gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister
als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de richtlijnen
96/48/EG en 2001/16/EG, is een tarief van 2, verschuldigd
voor elk op 1 januari 2008 geregistreerd of te registreren
voertuignummer.
5. Het tarief, bedoeld in het vierde
lid, is niet verschuldigd voor spoorvoertuigen met een andere
landcode dan NL.
Artikel 7
1. Voor de behandeling van een aanvraag
voor een ontheffing als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de wet,
is een tarief van 2.244, verschuldigd.
2. Voor de behandeling van een aanvraag
voor een ontheffing als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het
Besluit keuring spoorvoertuigen, is een tarief van 2.431,
verschuldigd.
Artikel 8
1. Voor de behandeling van een aanvraag
tot het verlenen van een erkenning in verband met onderhoud en herstel
van spoorvoertuigen als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de wet,
is per locatie een tarief van 6.253, verschuldigd.
2. Voor de behandeling van een aanvraag
tot het wijzigen van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, is
per locatie een tarief van 1.812, verschuldigd.
Artikel 9
1. Voor de behandeling van de aanvraag
voor een aanwijzing van een keuringsinstituut als bedoeld in artikel
50, eerste lid, onder b, van de wet is een tarief van 1.620,
verschuldigd en voor een aanwijzing van een vestiging waar keuringen
worden uitgevoerd is een tarief van 1.006, verschuldigd.
2. Voor de behandeling van de aanvraag
voor een wijziging van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid,
is een tarief van 1.006, verschuldigd en voor een aanwijzing
van een vestiging waar keuringen worden uitgevoerd, is een tarief van
1.006, verschuldigd.
Artikel 10
1. Voor de behandeling van de aanvraag
voor een aanwijzing van een keuringsinstantie als bedoeld in artikel
93, eerste lid, van de wet, is een tarief van 3.624,
verschuldigd.
2. Voor de behandeling van de aanvraag
voor een wijziging van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid,
is een tarief van 1.409, verschuldigd.
Artikel 11
Voor de goedkeuring van het systeem van
personeelsbeheer als bedoeld in artikel 40 van het Besluit
spoorwegpersoneel, is een tarief van 3.624, verschuldigd.
Artikel 12
In afwijking van de bedragen genoemd in
de eerste en tweede rij van de tabel behorende bij artikel 2 en de
bedragen genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 8, 9, en 10 is voor de
behandeling van de aanvraag van de in die artikelen bedoelde
beschikkingen een tarief van 882, verschuldigd, indien voor de
beoordeling van de aanvraag een documentatiebeoordeling volstaat.
Artikel 12a
In afwijking van de genoemde bedragen in
de artikelen 2 tot en met 12 van deze regeling bedraagt het tarief voor
de behandeling van een aanvraag die uitsluitend betrekking heeft op een
administratieve aanpassing, 125,.
Artikel 13
Bij een aanvraag van een beschikking als
bedoeld in deze regeling door een organisatie die met historische
spoorvoertuigen voor niet commerciλle doeleinden gebruik maakt van de
hoofdspoorweg, is een vergoeding van 10% van het voor de betreffende
beschikking bepaalde tarief verschuldigd, met een minimum van 200,
met uitzondering van administratieve aanpassingen als bedoeld in artikel
12a. Voor deze wijzigingen is geen tarief verschuldigd.
Artikel 14
De beslissing op een aanvraag om
verlening van een beschikking als bedoeld in deze regeling wordt niet
eerder genomen dan nadat het daarvoor verschuldigde tarief is voldaan.
Artikel 15
Deze regeling is niet van toepassing op
aanvragen voor beschikkingenbesluiten die gedaan worden in verband met
de vervanging van de Spoorwegwet 1875 door deze wet.
Artikel 15a
1. Buitenlandse reis- en verblijfkosten
die verband houden met de in deze regeling genoemde handelingen of
werkzaamheden, worden tegen de werkelijke kosten in rekening gebracht
en zijn separaat verschuldigd naast de in deze regeling genoemde
tarieven. Binnenlandse reis- en verblijfkosten worden niet separaat in
rekening gebracht.
2. De in het eerste lid genoemde
buitenlandse reis- en verblijfkosten worden voorafgaand aan het in
behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager
medegedeeld. De werkelijk gemaakte kosten mogen het begrote bedrag
niet overstijgen.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met
ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling tarieven Spoorwegwet.
De Minister
van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H.
Peijs.
|