BESLUIT van 31 juli 1978 tot vaststelling van het
Besluit handelsstatistiek 1978
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 8 juni 1978, nr.
078-1022, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving
Douane;
Gelet op artikel 1 van de Statistiekwet 1950 (Stb.
1962, 367);
De Raad van State gehoord (advies van 28 juni
1978, nr. 8);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Financiën van 26 juli 1978, nr. 078-1242,
Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Douane;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit besluit verstaat onder:
a. basisverordening: Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad
van 24 juni 1975 betreffende de statistieken van de buitenlandse
handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de lid-staten (Pb.
E.G. 1975, L 183);
b. uitvoeringsverordeningen: de door de Raad van Ministers of de
Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van de
basisverordening vastgestelde verordeningen;
c. Onze Minister: Onze Minister van Financiën.
Artikel 2
1. Als gegevens die ten behoeve van de statistiek van de in- en
uitvoer moeten worden vermeld in de aangiften tot plaatsing onder de
douaneregelingen vrij verkeer, actieve veredeling, tijdelijke invoer
en uitvoer, die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel
2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, moeten worden
gedaan, worden aangewezen de gegevens die ingevolge de
basisverordening of de uitvoeringsverordeningen in het grondmateriaal
voor de statistiek moeten worden vermeld. De gegevens moeten in die
aangiften worden aangeduid met inachtneming van hetgeen daaromtrent in
de basisverordening of in de uitvoeringsverordeningen is bepaald.
2. De vergunning bedoeld in artikel 1 van de Verordening (EEG)
nr. 518/79 van 19 maart 1979 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen (Pb. E.G. L 69) wordt op verzoek verleend door de
inspecteur in wiens ambtsgebied de belanghebbende woont of is gevestigd.
3. Onze Minister bepaalt in welke gevallen of groepen van
gevallen de vermelding van door hem te bepalen gegevens onder door hem
te stellen voorwaarden, achterwege kan blijven.
Artikel 3
1. Onverminderd hetgeen volgens wettelijke voorschriften is
vereist met betrekking tot aangiften welke moeten worden gedaan
volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
onderdeel a, van de Douanewet, andere dan die bedoeld in
artikel 2, eerste lid, worden in die aangiften vermeld:
a. de soort van de goederen, zodanig omschreven dat rangschikking
voor de statistiek van de doorvoer volgens de door het Centraal Bureau
voor de Statistiek daarvoor vast te stellen naamlijst mogelijk is;
b. de hoeveelheid van de goederen, zowel naar het brutogewicht
volgens het metrieke stelsel als naar de volgens bedoelde naamlijst
vereiste maatstaf;
c. de door Onze Minister te bepalen gegevens omtrent het vervoer en
de gebezigde vervoermiddelen;
d. de door Onze Minister vast te stellen aanduiding ingeval de
goederen in of uit een douane-entrepot worden in- of uitgeslagen;
e. het land van herkomst en het land van bestemming.
2. Onder land van herkomst wordt verstaan het land vanwaar de
goederen naar Nederland zijn verzonden. Indien de goederen evenwel voor
de binnenkomst in Nederland het voorwerp hebben uitgemaakt van een
oponthoud of een rechtshandeling die geen verband houdt met het vervoer,
geldt als land van herkomst het laatste land waar dit oponthoud of deze
rechtshandeling heeft plaatsgevonden.
3. Indien het land van herkomst moet worden vermeld in een
aangifte die mede een functie vervult buiten Nederland, behoeft het land
van herkomst slechts te worden vermeld in het exemplaar van de aangifte
dat bestemd is voor het Centraal Bureau voor de Statistiek.
4. Onder land van bestemming wordt verstaan het land dat op het
ogenblik waarop de aangifte wordt gedaan, bekend is als het land
waarheen de goederen uiteindelijk dienen te worden verstuurd.
5. Onze Minister kan bepalen dat in door hem aan te wijzen
aangiften de vermelding van bepaalde, ingevolge het eerste lid vereiste,
gegevens achterwege kan blijven.
Artikel 4
Onverminderd het in de artikelen 2 en 3 bepaalde kan Onze Minister
bepalen dat in de bij dit besluit bedoelde aangiften aanvullende
gegevens worden vermeld.
Het Besluit handelsstatistiek (Stb. 1962, 336) wordt
ingetrokken.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit handelsstatistiek
1978.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
Soestdijk, 31 juli 1978
JULIANA
De Staatssecretaris van Financiën,
Nooteboom
Uitgegeven de zeventiende augustus 1978
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter