BESLUIT van 21 maart 1994, tot uitvoering van artikel
2, tweede lid, van de Tabakswet
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur van 15 november 1993, GVC/ADT 93.3362, gedaan mede namens Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op Richtlijn nr. 90/239/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1990 betreffende de onderlinge
aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de
Lid-Staten inzake het maximale teergehalte in sigaretten (PbEG L
137), alsmede op artikel 2, tweede lid, van de Tabakswet;
De Raad van State gehoord (advies van 3
februari 1994, nr. W13.93.0751);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 7 maart 1994, uitgebracht mede
namens Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. teer: het ongezuiverde water- en nicotinevrije condensaat van
rook;
b. nicotine: nicotinealkaloïden;
c. ingrediënten: stoffen of bestanddelen, met uitzondering van
tabaksbladeren en andere natuurlijke of niet-getransformeerde delen
van de tabaksplant, die bij de productie of de bereiding van
tabaksproducten worden gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig
zijn, al dan niet in gewijzigde vorm, met inbegrip van papier,
filter, inkt en kleefstoffen.
Artikel 2
1. Het teergehalte van een sigaret bedraagt niet meer dan 12
milligram.
2. Met ingang van 1 januari 2004 bedragen de gehaltes aan teer,
nicotine en koolmonoxide van een sigaret niet meer dan:
a. 10 milligram teer;
b. 1 milligram nicotine;
c. 10 milligram koolmonoxide.
3. Tot 1 januari 2007 geldt het tweede lid niet voor sigaretten
die voor export naar landen buiten de Europese Unie bestemd zijn.
Artikel 3
1. Met ingang van 1 mei 2004 is het teergehalte van shag
zodanig dat het gehalte in een shagje van 750 milligram niet meer dan
12 milligram bedraagt.
2. Shag die vóór 1 mei 2004 is vervaardigd en niet voldoet aan
de in het eerste lid gestelde eis, mag bedrijfsmatig worden verstrekt of
daartoe aanwezig zijn tot 1 mei 2005.
Artikel 4
Bij regeling van Onze Minister worden methoden van onderzoek
aangewezen, die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of
met betrekking tot een sigaret of een shagje aan de in dit besluit
gestelde eisen ter zake van de gehaltes aan teer, nicotine of
koolmonoxide is voldaan.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maximumgehaltes aan teer,
nicotine en koolmonoxide in sigaretten en shag.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 21 maart 1994
BEATRIX
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
H. d'Ancona
De Minister van Economische Zaken,
J.E. Andriessen
Uitgegeven de veertiende april 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin