|
BESLUIT van 4 april 2008, houdende een aantal nadere
voorschriften ter uitvoering van de Tabakswet (Besluit uitvoering
rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7
december 2007, kenmerk VGP/ADT 2808279;
Gelet op artikel 11a, vierde en vijfde
lid, van de Tabakswet;
De Raad van State gehoord (advies van 1
februari 2008, nr. W13.07.0470/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 31 maart 2008, kenmerk VGP/ADT
2839871;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. horeca-inrichting:
1° de lokaliteiten waarin het
slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de
daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval
bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor
gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel
uitmaken van een andere besloten ruimte;
2° een
inrichting die wordt geëxploiteerd door een onderneming of
ondernemer die verplicht is zich in te schrijven bij het
Bedrijfschap Horeca en Catering;
b. horecabedrijf: een bedrijf waarin de
bedrijfsactiviteiten vrijwel uitsluitend bestaan uit het
bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende
drank voor gebruik ter plaatse;
c. horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang
voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin
het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het
vertrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse;
d. zelfstandige zonder personeel: een persoon die voor de
toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001 ondernemer is en geen
personeel in dienst heeft.
Artikel 2
1. De verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de
Tabakswet, geldt niet:
a. in ruimten waar geen inbreuk mag worden gemaakt op de
persoonlijke levenssfeer;
b. in afsluitbare, voor het roken van tabaksproducten aangewezen en
als zodanig aangeduide ruimten;
c. in de open lucht.
2. In een ruimte als bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt
onverkort het recht op bescherming tegen tabaksrook dat een werknemer
aan de voorschriften bij of krachtens artikel 11a van de Tabakswet kan
ontlenen.
Artikel 3
1. Degene die het beheer heeft over een van de volgende
gebouwen, anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 10, 11
of 11a, eerste tot en met derde lid, van de Tabakswet, is verplicht
daarin een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven:
a. horeca-inrichtingen;
b. overdekte winkelcentra, evenementenhallen, congrescentra en
luchthavens.
2. De verplichting, bedoeld in het
eerste lid, geldt niet voor de zelfstandige zonder personeel die een
horecabedrijf exploiteert met daarin één enkele horecalokaliteit die
blijkens de hem krachtens artikel 3 van de Drank- en Horecawet verleende
vergunning een vloeroppervlak heeft van minder dan 70m2.
3. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing.
4. Al naar gelang in een ruimte als
genoemd in dit artikel een wettelijk rookverbod van kracht is, of geen
wettelijk rookverbod van kracht is, maar door de daartoe bevoegde
vrijwillig is besloten dat daarin roken verboden is, dan wel roken
wettelijk is toegestaan, geldt dat zulks aan of bij de toegang wordt
aangeduid met de goed leesbare tekst "roken verboden",
respectievelijk "roken toegestaan", dan wel met een
begrijpelijke aanduiding, anders dan in letters, met dezelfde betekenis.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering rookvrije
werkplek, horeca en andere ruimten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 april 2008
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
Uitgegeven de tweeëntwintigste april 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|