1. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen, bedoeld in
artikel 15.1, eerste lid, van de wet, met uitzondering van de
onderdelen f en i, zijn, voor zover het de bevoegdheden betreft van de
Minister van Economische Zaken, belast de ambtenaren met de
functiebenamingen inspecteur, medewerker handhaving en senior
medewerker handhaving van de afdeling Toezicht van Agentschap Telecom
van het ministerie van Economische Zaken.
2. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen, bedoeld in
artikel 15.1, eerste lid, onder f en i, van de wet, zijn belast de
senior beleidsmedewerkers van de directie Telecommarkt van het
directoraat-generaal voor Energie en Telecom.
3. Met het toezicht op de naleving van bepalingen, bedoeld in
artikel 15.1, eerste lid, onder j, voor zover het betreft artikel 18.9
van de wet, zijn tevens belast de senior beleidsmedewerkers van de
directie Telecommarkt van het directoraat-generaal voor Energie en
Telecom.
4. De in het eerste tot en met het derde lid aangewezen ambtenaren
zijn belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 15.1,
eerste lid, onder j, voorzover het betreft artikel 18.7, van de wet.
5. Met het toezicht op de bepalingen, bedoeld in artikel 15.1,
eerste lid, onder a en g, van de wet zijn voorts belast de ambtenaren,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993,
van:
a. de dienst Waterpolitie van het Korps landelijke
politiediensten; en
b. dienst zeehavenpolitie van het regionale politiekorps
Rotterdam-Rijnmond.