BESLUIT van 10 november 1998, houdende regels met
betrekking tot de technische aftapbaarheid van openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten en de, inzake aftappen, te nemen
organisatorische en personele maatregelen en te treffen voorzieningen (Besluit
aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 mei 1998,
nr. HDTP/98/1552/HW, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Gelet op de artikelen 13.1, tweede, en 13.2,
derde lid, van de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 13
augustus 1998, nr. W09.98.0221);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 3 november 1998, nr. HDTP/98/3284/LF,
Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. aanbieder: aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk
of van een openbare telecommunicatiedienst;
c. bijzondere last: bevoegd gegeven last tot aftappen;
d. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de
aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare
telecommunicatiedienst een overeenkomst is aangegaan met betrekking
tot het gebruik van een netwerk of de levering van een openbare
telecommunicatiedienst, alsmede degene die daadwerkelijk gebruik
maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare
telecommunicatiedienst;
e. bevoegde autoriteit:
1°. de opsporingsambtenaar belast met de uitvoering van een
bijzondere last,
2°. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst,
3°. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst.
Artikel 2
De aanbieder richt zijn openbare telecommunicatienetwerk of openbare
telecommunicatiedienst zodanig in dat aan de volgende vereisten wordt
voldaan:
a. een bijzondere last wordt uitgevoerd op basis van het daarin
door de lastgever vermelde nummer van de af te tappen gebruiker;
b. een bijzondere last wordt onverwijld uitgevoerd op het
tijdstip en gedurende de periode die in de bijzondere last is
vastgelegd;
c. de uitvoering van een bijzondere last is niet waarneembaar
voor gebruikers noch voor anderen die door middel van een openbaar
telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst in
verbinding staan met gebruikers;
d. telecommunicatie, verkregen door middel van aftappen, wordt op
het moment van ter beschikking komen in alle gevallen onverwijld
doorgegeven aan de in de bijzondere last vermelde bevoegde
autoriteit;
e. telecommunicatie, verkregen door middel van aftappen, wordt
door de aanbieder ontdaan van eventueel door hem aangewende
cryptografie en andere door hem aangewende bewerkingen en als
zodanig aan de in de bijzondere last vermelde personen of instanties
doorgegeven;
f. de kwaliteit van de telecommunicatie, verkregen door middel
van aftappen, zoals deze wordt doorgegeven, is vergelijkbaar met de
kwaliteit van de oorspronkelijke telecommunicatie;
g. de af te tappen telecommunicatie van verschillende gebruikers
kan, indien een of meer bijzondere lasten daartoe verplichten,
tegelijkertijd aan de in de bijzondere last vermelde bevoegde
autoriteit worden doorgegeven;
h. indien een of meer bijzondere lasten daartoe verplichten wordt
de af te tappen telecommunicatie met betrekking tot een en dezelfde
gebruiker tegelijkertijd doorgegeven aan de verschillende bevoegde
autoriteiten, met een maximum van drie;
i. telecommunicatie welke door middel van doorschakeling naar een
ander openbaar telecommunicatienetwerk dan wel naar een ander
netwerkaansluitpunt wordt geleid, moet kunnen worden afgetapt;
j. de uitgevoerde bijzondere last wordt door de aanbieder ten
behoeve van de lastgever bijgehouden in een register.
Artikel 3
De voorzieningen door middel van welke de ten behoeve van aftappen
verkregen telecommunicatie door de aanbieder wordt doorgegeven zijn in
overeenstemming met het bij ministeriële regeling vast te stellen
technisch protocol, dan wel met de bij ministeriële regeling vast te
stellen andere eisen of uitgangspunten.
Artikel 4
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels inzake technische
aftapbaarheid worden gesteld met betrekking tot de bij die regeling aan
te wijzen openbare telecommunicatienetwerken en openbare
telecommunicatiediensten. Bij ministeriële regeling kunnen tevens
regels worden gesteld ten aanzien van de door een aanbieder te nemen
personele maatregelen en te treffen voorzieningen met betrekking tot
aftappen. Bij deze regeling kan worden bepaald dat deze maatregelen en
voorzieningen de instemming van een bij die regeling aan te wijzen
bestuursorgaan of bevoegde autoriteit behoeven. Voorts kan bij deze
regeling worden bepaald dat de desbetreffende bestuursorganen of
bevoegde autoriteiten bevoegd zijn beveiligingseisen vast te stellen.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aftappen openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 november 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.M. de Vries
Uitgegeven de vierentwintigste november 1998
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals