| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Telecommunicatiewet
BESLUIT
ALTERNATIEVE VERDELING NUMMERS
Tekst zoals deze geldt op
4 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 16 oktober 2002, houdende regels
betreffende de procedure van veiling en loting inzake de toekenning van
nummers (Besluit alternatieve verdeling nummers)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 13 juni
2002 nr. HDJZ 2002/1494, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 4.2, zevende lid, van de
Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli
2002, nr. W09.02.0253/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 10 oktober 2002, nr. DGTP/02/03582, Directie
Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. nummers waarop de procedure van veiling van toepassing is:
nummers waarvan Onze Minister in een nummerplan heeft vastgesteld
dat ze van uitzonderlijke economische waarde zijn en dat de
procedure van veiling van toepassing is;
c. nummers waarop de procedure van loten van toepassing is:
nummers, niet zijnde nummers waarop de procedure van veiling van
toepassing is.
Hoofdstuk 2. Besluitvorming met betrekking tot de procedure van
toekenning van nummers
Paragraaf 2.1. Veiling en loting
Artikel 2
1. Indien er meerdere aanvragen om toekenning van een nummer waarop
de procedure van veiling van toepassing is, bij het college zijn
ingediend, stelt het college de aanvragers in kennis van het feit dat
meerdere aanvragen zijn ingediend en dat de procedure van veiling
wordt toegepast.
2. Indien er op dezelfde dag meerdere aanvragen om toekenning van
een nummer waarop de procedure van loting van toepassing is, bij het
college zijn ingediend, stelt het college de aanvragers in kennis van
het feit dat meerdere aanvragen zijn ingediend en dat de procedure van
loting wordt toegepast.
3. Bij toepassing van de procedure van veiling of van loting stelt
het college het tijdstip vast waarop de veiling of de loting aanvangt
alsmede de periode waarbinnen de veiling of de loting moet zijn
beëindigd.
4. In de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen wordt
door het college mededeling gedaan van:
a. het tijdstip van aanvang van de veiling onderscheidenlijk de
loting;
b. de periode waarbinnen de veiling onderscheidenlijk de loting
plaatsvindt;
c. de beperkingen waaronder de toekenning wordt verleend;
d. de aan de toekenning te verbinden voorschriften.
Artikel 3
1. Tot de veiling worden slechts toegelaten aanvragers die:
a. een aanvraag bij het college hebben ingediend voor
toekenning van een nummer waarop de procedure van veiling van
toepassing is en aan wie het college overeenkomstig artikel 2
mededeling heeft gedaan, en
b. op grond van bij of krachtens de wet gestelde regels in
aanmerking komen voor toekenning van het aangevraagde nummer.
2. Tot de loting worden slechts toegelaten aanvragers die:
a. een aanvraag bij het college hebben ingediend voor
toekenning van een nummer waarop de procedure van loting van
toepassing is en aan wie het college overeenkomstig artikel 2
mededeling heeft gedaan, en
b. op grond van bij of krachtens de wet gestelde regels in
aanmerking komen voor toekenning van het aangevraagde nummer.
Artikel 4
1. Indien uit artikel 3, eerste lid, onderdeel b, voorvloeit dat
slechts één aanvrager in aanmerking komt voor toekenning van het
aangevraagde nummer waarop de procedure van veiling van toepassing is,
kent het college dat nummer aan deze aanvrager toe zonder toepassing
van een veiling.
2. Indien uit artikel 3, tweede lid, onderdeel b, voortvloeit dat
slechts één aanvrager in aanmerking komt voor toekenning van het
aangevraagde nummer waarop de procedure van loting van toepassing is,
kent het college dat nummer aan deze aanvrager toe zonder toepassing
van een loting.
Artikel 5
1. Bij ministeriële regeling kunnen in het kader van de
behandeling van een aanvraag om toekenning van nummers waarop de
procedure van veiling van toepassing is, regels worden gesteld omtrent
de aanvraagprocedure en de wijze waarop de veiling geschiedt.
2. In het geval van een veiling hebben de in het eerste lid
bedoelde regels in elk geval betrekking op:
a. de wijze waarop een bod wordt uitgebracht;
b. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld;
c. maatregelen ten behoeve van een ongestoord verloop van de
veiling;
d. de bij de veiling toe te passen methode ter vaststelling van
het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor toekenning
van het nummer;
e. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van
betaling en het tijdstip waarop degene aan wie het nummer wordt
toegekend deze betaling verricht moet hebben;
f. de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de voorwaarden
waaronder er opnieuw wordt geveild zonder dat er sprake is van een
nieuwe veilingprocedure;
g. de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de voorwaarden
waaronder de veiling geschorst kan worden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen in het kader van de
behandeling van een aanvraag om toekenning van nummers waarop de
procedure van loting van toepassing is regels worden gesteld omtrent
de wijze waarop de loting geschiedt. Deze regels hebben in elk geval
betrekking op maatregelen ten behoeve van een ongestoord verloop van
de loting.
Paragraaf 2.2. Termijn toekenning nummer
Artikel 6 [Vervallen per 19-05-2008]
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit alternatieve verdeling
nummers.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 16 oktober 2002
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de twaalfde november 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|