St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Telecommunicatiewet

 

BESLUIT  EXAMENCOMMISSIE  VOOR  MARITIEME  RADIOCOMMUNICATIE

Tekst zoals deze geldt op 5 maart 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
•
•
•
•
 

 

 
     De Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op artikel D 2.2 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen (Stb. 1988, 552);

     Besluit:

 

 

Artikel 1

Als instantie, als bedoeld in artikel D.2.2., eerste lid van het Besluit radio-elektrische inrichtingen, welke is belast met het afnemen van de examens ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie en het basiscertificaat marifonie en GMDSS-modules, voor zover de examens niet onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs vallen, wordt aangewezen de Examencommissie voor maritieme radiocommunicatie.

Artikel 2

De examencommissie voor maritieme radiocommunicatie, hierna te noemen de commissie heeft als taak:

a. Het ten minste eenmaal per jaar organiseren van examens, waarin natuurlijke personen worden onderworpen aan een onderzoek:

– naar hun vaardigheid in de bediening van de radio-elektrische zendinrichtingen;

– naar hun kennis van de bij of krachtens de Wet op de telecommunicatievoorzieningen gestelde regels, alsmede van de voorschriften en beperkingen ten aanzien van de maritieme zendinrichtingen;

– naar hun kennis betreffende afwikkeling van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, het openbaar verkeer, het onderling verkeer en het nautisch verkeer;

– naar hun kennis van de bepalingen van de maritiem mobiele dienst en de maritiem mobiele satellietdienst als bedoeld in de Radio Regulations;

b. Het vaststellen van het resultaat van het ingestelde onderzoek bedoeld onder a;

c. Het ontwerpen van regels met betrekking tot het afnemen van de examens;

d. Het feitelijk organiseren van de examens;

e. Het adviseren van Onze minister inzake examenprogramma's voor de te onderscheiden categorieλn examens en de exameneisen.

Artikel 3

1. De commissie is samengesteld uit door Onze minister benoemde leden, welke worden voorgedragen door de Hoofddirecteur Telecommunicatie en Post van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

2. In de commissie zijn vertegenwoordigd instellingen die mede zorg dragen voor de organisatie van de examens.

3. Het voorzitterschap alsmede het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door de Rijksdienst voor Radiocommunicatie van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post. Het secretariaat staat onder leiding van de secretaris.

Artikel 4

De leden van de commissie kunnen worden ontslagen door Onze minister:

a. op eigen verzoek;

b. op grond van nalatigheid.

Artikel 5

De commissie is bevoegd de haar opgelegde taak geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan derden.

Artikel 6

De leden ontvangen uit 's Rijks kas vergoeding van reis- en verblijfskosten. Vacatiegelden worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205).

Artikel 7

Jaarlijks, voor 1 mei, brengt de commissie aan de Hoofddirecteur Telecommunicatie en Post verslag uit van haar werkzaamheden.

Artikel 8

Het besluit treedt in werking met ingang van de inwerkingtreding van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en kan worden aangehaald als: Besluit examencommissie voor maritieme radiocommunicatie.

 

 

's-Gravenhage, 19 december 1988.
De Minister voornoemd,
N. Smit-Kroes
.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x