BESLUIT van 2 juni 2003, houdende regels inzake het
medegebruik van antenneopstelpunten, antennesystemen en antennes bestemd
voor omroepzendernetwerken (Besluit medegebruik omroepzendernetwerken)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 oktober
2002, nr.DGTP/02/04033;
Gelet op artikel 3.12, eerste lid, van de
Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 14
februari 2003, nr. W10.02.0505/II);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 mei 2003, nr. WJZ/03/02117;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. houder: houder van een vergunning voor het gebruik van
frequentieruimte die is bestemd voor het verspreiden van programma's
alsmede degene die in opdracht van die houder door middel van zijn
openbaar elektronisch communicatienetwerk dat bestaat uit
radiozendapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van
programma's een programma verspreidt;
c. verzoek tot medegebruik: een schriftelijk verzoek tot
medegebruik als bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, van de wet;
d. verzoeker: een houder, die een schriftelijk verzoek tot
medegebruik bij een andere houder heeft ingediend;
e. ontvanger: een houder, die een schriftelijk verzoek tot
medegebruik heeft ontvangen.
§ 2. Behandeling van verzoeken tot medegebruik
Artikel 2
1. Een ontvanger beslist binnen twee weken na de datum van
ontvangst van een verzoek tot medegebruik of aan het verzoek kan
worden voldaan. De beslissing is schriftelijk en berust op een
deugdelijke motivering, welke bij de bekendmaking van de beslissing
aan de verzoeker wordt medegedeeld.
2. Indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling
van het verzoek tot medegebruik, brengt de ontvanger binnen een week na
ontvangst van het verzoek de verzoeker hiervan schriftelijk op de
hoogte. De ontvanger geeft daarbij aan welke gegevens ontbreken en geeft
daarbij een deugdelijke motivering waarom de onbrekende gegevens
noodzakelijk zijn voor de beslissing op het verzoek tot medegebruik.
3. De verzoeker dient de ontbrekende gegevens als bedoeld in het
tweede lid binnen twee weken aan de ontvanger te verstrekken. De
termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met ingang van de
dag na de datum waarop de ontvanger de verzoeker schriftelijk op de
hoogte heeft gesteld van het ontbreken van gegevens tot de dag waarop de
ontbrekende gegevens door de ontvanger zijn ontvangen.
4. Indien de ontbrekende gegevens niet zijn verstrekt binnen de
termijn, bedoeld in het derde lid, kan de ontvanger besluiten het
verzoek tot medegebruik niet verder te behandelen.
5. De ontvanger kan de termijn, bedoeld in het eerste lid,
eenmaal met een week verlengen. Van de verlenging wordt schriftelijk
mededeling gedaan aan de verzoeker.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot gegevens die door de verzoeker moeten worden overgelegd
bij de indiening van een verzoek tot medegebruik.
§ 3. Gegevensverstrekking
Artikel 3
1. Een houder verstrekt op verzoek van een andere houder,
teneinde deze in staat te stellen een verzoek tot medegebruik in te
dienen, binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, de daartoe
benodigde gegevens. Bij ministeriële regeling worden nadere regels
gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
2. Het verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt, gelet op de
aanwezige behoefte tot medegebruik, beperkt tot een bepaald
antenne-opstelpunt dan wel de antenne-opstelpunten in een nader
aangeduid deel van het land. Daarbij wordt, indien dit reeds mogelijk
is, aangegeven wat voor soort medegebruik met betrekking tot het
desbetreffende antenne-opstelpunt dan wel de desbetreffende
antenne-opstelpunten wordt gewenst.
3. In het geval, bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarbij door
de ontvanger aan de verzoeker is medegedeeld dat deze onvoldoende
gegevens heeft verstrekt om een beslissing op het verzoek tot
medegebruik te nemen, is de ontvanger verplicht aan de verzoeker die
informatie betreffende het antenne-opstelpunt, het antennesysteem of de
antenne waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, te
verstrekken, die noodzakelijk is voor de verzoeker om op redelijke wijze
aan het verzoek tot het verstrekken van de ontbrekende gegevens als
bedoeld in artikel 2, tweede lid, te kunnen voldoen. De gegevens dienen
gelijktijdig te worden verstrekt bij de mededeling als bedoeld in
artikel 2, tweede lid, eerste volzin.
4. Tot de informatie, bedoeld in het derde lid, behoort in ieder
geval:
a. een overzicht van de beschikbare ruimte op de betreffende
antenne-opstelpunten en het frequentiebereik van de betreffende
antennesystemen of antennes, waarbij in elk geval wordt aangegeven of
de ruimte, respectievelijk het gehele frequentiebereik daadwerkelijk
in gebruik dan wel gereserveerd is;
b. de noodzakelijke technische gegevens van de betreffende
antenne-opstelpunten en de daarop aanwezige antennesystemen en
antennes.
5. Voor het verstrekken van gegevens als bedoeld in het eerste
lid kan een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten in
rekening worden gebracht bij de houder die het verzoek heeft ingediend.
6. Indien een houder niet voldoet aan een verzoek tot
gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid of de ontvanger niet
voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van de informatie als
bedoeld in het derde lid, neemt het college op aanvraag van de houder
die het verzoek tot gegevensverstrekking heeft gedaan onderscheidenlijk
de verzoeker als bedoeld in het derde lid een besluit inzake de plicht
tot het verstrekken van de desbetreffende gegevens. Voor zover het gaat
om de verstrekking van gegevens als bedoeld in het derde lid, wordt met
ingang van de dag na de datum waarop aan het college is verzocht een
besluit als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de termijn, bedoeld in
artikel 2, derde lid, eerste volzin, opgeschort tot de dag waarop door
het college een besluit is genomen. Het college kan bij zijn besluit in
afwijking van het bepaalde in artikel 2 termijnen stellen waarbinnen:
a. de gegevens, bedoeld in het derde lid, door de ontvanger dienen
te worden verstrekt;
b. de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, door
de verzoeker aan de ontvanger dienen te worden verstrekt.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot:
a. de beperking van het verzoek, bedoeld in het tweede lid;
b. de gegevens, bedoeld in het derde lid;
c. de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 4
De gegevens die worden verstrekt met het oog op het kunnen indienen
van een verzoek tot medegebruik en de gegevens die worden verstrekt in
het kader van een verzoek tot medegebruik, mogen door degene aan wie de
gegevens zijn verstrekt slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor
de gegevens zijn verstrekt.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit medegebruik
omroepzendernetwerken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 2 juni 2003
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de zeventiende juni 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner