| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Telecommunicatiewet
BESLUIT
UNIVERSELE DIENSTVERLENING EN EINDGEBRUIKERSBELANGEN
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 7 mei 2004, houdende regels met betrekking
tot universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Besluit
universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 10 juli 2003, nrs.
WJZ 3025210 en WJZ 3025247;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/22/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002
inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot
elektronische communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn)
(PbEG L 108), Richtlijn nr. 2002/58/EG van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 12 juli 2002 betreffende de
verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PbEG L 201)
en de artikelen 7.4, derde en vierde lid, 7.5, 7.6, tweede lid, 7.8,
9.1, tweede en vierde lid, 9.2, tweede lid, 9.4, eerste lid, 12.1, 18.2
en 18.12 van de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (adviezen van 14
augustus 2003, nr. W10.03.0310/II, en 25 september 2003, nr.
W10.03.0309/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 3 mei 2004, nr. WJZ 4028408;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1.1
In dit besluit en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. woonkern: aaneengesloten bebouwing
binnen één gemeente;
c. telefoonnummer: nummer uit een
door Onze Minister krachtens artikel 4.1, eerste lid, van de wet
vastgesteld nummerplan of uit de Europese telefoonnummeringsruimte
dat krachtens zijn bestemming gebruikt mag worden voor de ontvangst
van gesprekken en dat, indien de nummergebruiker tevens een
aanbieder van elektronische communicatiediensten is, niet wordt
gebruikt om toegang tot die elektronische communicatiediensten te
verschaffen;
d. standaard telefoongids: algemeen
beschikbare abonneelijst waarin uitsluitend telefoonnummers kunnen
worden opgezocht aan de hand van gegevens betreffende de naam in
combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer,
postcode of de woonplaats van de abonnee;
e. standaard
abonnee-informatiedienst: algemeen beschikbare
abonnee-informatiedienst waarmee uitsluitend telefoonnummers kunnen
worden opgevraagd aan de hand van gegevens betreffende de naam in
combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer,
postcode of de woonplaats van de abonnee;
f. semafoondienst: openbare draadloze
elektronische communicatiedienst waarbij individuele abonnees of
groepen abonnees kunnen worden gealarmeerd of waarmee berichten naar
deze abonnees kunnen worden gestuurd;
g. ERMES: systeem voor een openbare
pan-Europese semafoondienst te land, zoals omschreven in de bijlage
bij aanbeveling nr. 90/543/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 9 oktober 1990, inzake de gecoördineerde
invoering in de Gemeenschap van een openbare pan-Europese
semafoondienst te land (PbEG L 310);
h. telexdienst: commerciële
exploitatie ten behoeve van het publiek van direct transport van
telexberichten overeenkomstig de te Melbourne op 25 november 1998
tot stand gekomen aanbeveling I 240 van de Internationale
Raadgevende Commissie inzake telegrafie en telefonie (CCITT) van en
naar netwerkaansluitpunten van een openbaar elektronisch
communicatienetwerk, waarvan iedere gebruiker van op een dergelijk
netwerkaansluitpunt aangesloten apparatuur gebruik kan maken om met
een ander netwerkaansluitpunt te communiceren;
i. carrierdienst: elektronische
communicatiedienst, niet zijnde de openbare telefoondienst, die voor
het publiek beschikbaar is voor uitgaande gesprekken;
j. nummer met bijzondere toegang:
nummer uit het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten of een
internationaal nummer dat voor toegang gebruik maakt van een voor
dat nummer specifieke voorziening in een randapparaat van de
eindgebruiker die wordt aangeboden door een aanbieder anders dan de
aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst die de
eindgebruiker toegang verschaft tot nummers uit het Nummerplan
telefoon- en ISDN-diensten of internationale nummers.
Hoofdstuk 2. Universele dienstverlening
§ 2.1. Kwaliteit en betaalbaarheid
Artikel 2.1
De aansluiting op het openbare
telefoonnetwerk op een vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste
lid, onderdeel a, van de wet, biedt de mogelijkheid van datacommunicatie
met datasnelheden die toereikend zijn voor een functionele toegang tot
het internet.
Artikel 2.2
In een woonkern met meer dan 5000
inwoners is ten minste één openbare betaaltelefoon per 5000 inwoners.
Artikel 2.3
1.Onverminderd artikel 11.6 van de wet,
bevatten telefoongidsen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid,
onderdelen c en d, van de wet, en het abonneebestand dat voor de
abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid,
onderdeel e, van de wet, wordt gebruikt, de gegevens van abonnees
waaraan een telefoonnummer is toegekend.
2.De in het eerste lid bedoelde
gegevens bestaan in elk geval uit: de naam van de desbetreffende
abonnee en diens adres en huisnummer, postcode, woonplaats en
telefoonnummers.
3.Voor opname van de gegevens, bedoeld
in het tweede lid, in de telefoongidsen of in het abonneebestand dat
voor de abonnee-informatiedienst wordt gebruikt, worden geen kosten in
rekening gebracht.
4.De telefoongidsen worden ten minste
eenmaal per jaar geactualiseerd.
5.Het voor de abonnee-informatiedienst
gebruikte abonneebestand wordt ten minste eenmaal per week
geactualiseerd.
Artikel 2.4 [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 2.5
1. Het tarief voor de eerste
aansluiting op het openbare elektronische communicatienetwerk op een
vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de
wet, is eenmalig en, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.
2. In afwijking van het eerste lid,
kunnen bij ministeriële regeling voor bepaalde categorieën
eindgebruikers tarieven worden vastgesteld die aan hen ten hoogste in
rekening mogen worden gebracht.
3. Consumenten kunnen met betrekking
tot de toegang tot de openbare telefoondienst op een vaste locatie,
bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, via de
eerste aansluiting kiezen uit één van de volgende abonnementsvormen:
a. een belabonnement, waarvan het
maandelijkse tarief dat onafhankelijk is van het gebruik, en de
gebruiksafhankelijke tarieven, elk afzonderlijk, uitgaande van de
kosten voor levering van de openbare telefoondienst via een vast
netwerk, niet hoger dan redelijk zijn;
b. een bereikbaarheidsabonnement,
waarvan het maandelijkse tarief dat onafhankelijk is van het
gebruik, en de gebruiksafhankelijke tarieven niet hoger zijn dan
een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
4. Voor eindgebruikers, niet zijnde
consumenten, is het belabonnement, bedoeld in het derde lid, onderdeel
a, beschikbaar.
5. De in het derde lid, onderdeel b,
bedoelde tarieven worden jaarlijks per 1 april aangepast aan de
consumentenprijsindex.
6. De aanbieder die krachtens artikel
9.2 van de wet is aangewezen hoeft het krachtens het derde lid,
onderdeel b, gestelde tariefvoorschrift voor het maandelijkse tarief
niet in acht te nemen jegens consumenten die tevens geabonneerd zijn
op een carrierdienst.
Artikel 2.6
1.De tarieven voor toegang tot een
openbare betaaltelefoon, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel
b, van de wet zijn, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.
2.Het tarief voor de telefoongids,
bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet en
voor de abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid,
onderdeel e, van de wet is, uitgaande van de kosten, niet hoger dan
redelijk.
Artikel 2.7
Bij ministeriële regeling kunnen andere
dan de in de artikelen 2.1 tot en met 2.3 bedoelde regels worden gesteld
met betrekking tot de kwaliteit van de in artikel 9.1, eerste lid, van
de wet genoemde diensten.
§ 2.2. Verplichtingen voor aanbieders
die krachtens artikel 9.2 van de wet zijn aangewezen
Artikel 2.8
De aanbieder die krachtens artikel 9.2
van de wet is aangewezen, verlangt geen betaling voor diensten of
faciliteiten die voor het gebruik van de gevraagde dienst niet vereist
zijn.
Artikel 2.9
1. De aanbieder van openbare
telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de
wet is aangewezen, rekent in zijn verzorgingsgebied aan consumenten
voor de eerste aansluiting op een vaste locatie een uniform tarief.
2. De aanbieder kan voor de aansluiting
op een vaste locatie via een mobiel netwerk een ander uniform tarief
rekenen dan voor aansluiting via een vast netwerk.
3. De aanbieder kan een lager uniform
tarief rekenen, indien de consument reeds op een vaste locatie is
aangesloten via het vaste netwerk bij deze aanbieder en die dienst
vanaf een ander adres wil afnemen en de aanbieder gebruik kan maken
van een bestaande aansluiting om die dienst aan hem te leveren.
Artikel 2.9a
De aanbieder van openbare
telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de
wet is aangewezen, kan, waar deze de openbare telefoondienst via een
mobiel netwerk levert, een andere tariefstructuur dan de in artikel 2.5,
derde lid, onderdelen a en b, beschreven tariefstructuur hanteren, mits
consumenten in dat geval kunnen kiezen uit één van de volgende
abonnementsvormen:
a. een belabonnement, waarbij de
consument per jaar geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan
op grond van artikel 2.5, derde lid, onderdeel a, zou zijn
toegestaan;
b. een bereikbaarheidsabonnement,
waarbij de consument per jaar geen hoger bedrag in rekening wordt
gebracht dan op grond van artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, zou
zijn toegestaan.
Artikel 2.10
De aanbieder van telefoongidsen of de
abonnee-informatiedienst die krachtens artikel 9.2 van de wet is
aangewezen, is gehouden de hem verstrekte informatie non-discriminatoir
te behandelen.
Artikel 2.11
1. Teneinde abonnees in staat te
stellen hun uitgaven te beheersen en te controleren en een ongegronde
onderbreking van de levering van de dienst te voorkomen, worden bij
ministeriële regeling aanbieders die krachtens artikel 9.2 van de wet
zijn aangewezen verplicht om diensten of faciliteiten als bedoeld in
bijlage I, deel A, van richtlijn nr. 2002/22/EG te leveren.
2. Bij ministeriële regeling kunnen
regels worden gesteld over het door een aanbieder van openbare
elektronische communicatiediensten opschorten of beëindigen van de
levering van zijn openbare elektronische communicatiedienst. De regels
kunnen betrekking hebben op verplichtingen waaraan de aanbieder moet
voldoen voordat hij de dienstverlening mag opschorten of beëindigen.
Zij kunnen tevens inhouden dat de dienstverlening in bij de regeling
omschreven gevallen geheel of gedeeltelijk in stand moet blijven.
§ 2.3. Bijdrage in de kosten van de
universele dienst
Artikel 2.12
1.Als categorieën van openbare
elektronische communicatiediensten, bedoeld in artikel 9.4, eerste
lid, van de wet worden voor de diensten, bedoeld in artikel 9.1,
eerste lid, onderdelen a en b, van de wet aangewezen: de openbare
telefoondienst op een vaste locatie en de vaste carrierdienst.
2.Als categorieën van openbare
elektronische communicatiediensten, bedoeld in artikel 9.4, eerste
lid, van de wet worden voor de diensten, bedoeld in artikel 9.1,
eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet aangewezen: de
openbare telefoondienst en de carrierdienst.
Artikel 2.13
De omzet, bedoeld in artikel 9.4, eerste
lid, van de wet wordt berekend op de voet van het bepaalde in artikel
377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de
netto-omzet.
Hoofdstuk 3. Eindgebruikersbelangen
§ 3.1. Telefoongidsen en
abonnee-informatiediensten
Artikel 3.1
Een aanbieder die telefoonnummers in
gebruik geeft, voldoet aan alle redelijke verzoeken om, ten behoeve van
het verstrekken van algemeen beschikbare telefoongidsen en algemeen
beschikbare abonnee-informatiediensten, de relevante informatie in een
overeengekomen formaat beschikbaar te stellen op billijke, objectieve,
kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.
Artikel 3.2
1.Een aanbieder van de openbare
telefoondienst die voor of bij het sluiten van een overeenkomst met
een gebruiker diens naam, adres en huisnummer, postcode en woonplaats
vraagt, vraagt tevens toestemming voor opname van deze soorten
persoonsgegevens en door hem in gebruik gegeven telefoonnummers in
elke standaard telefoongids en elk abonneebestand dat voor een
standaard abonnee-informatiedienst wordt gebruikt. De in de vorige
volzin bedoelde toestemming wordt per soort persoonsgegeven
afzonderlijk gevraagd.
2.De gegeven toestemming is relevante
informatie als bedoeld in artikel 3.1.
3.Een aanbieder van de openbare
telefoondienst die tevens toestemming vraagt voor opname in een andere
telefoongids dan de standaard telefoongids of een abonneebestand dat
niet uitsluitend wordt gebruikt voor de standaard
abonnee-informatiedienst, zorgt ervoor dat de wijze waarop en de vorm
waarin de in het eerste lid bedoelde toestemming wordt gevraagd ten
minste gelijk is aan de wijze waarop en de vorm waarin de in dit lid
eerstgenoemde toestemming wordt gevraagd.
Artikel 3.3
De abonnee-informatiedienst, bedoeld in
artikel 7.6 van de wet, voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel
2.3.
§ 3.2. Geschillenbeslechting door
geschillencommissie
Artikel 3.4
Als openbare elektronische
communicatiediensten als bedoeld in artikel 12.1 van de wet worden
aangewezen:
a. semafoondiensten, waaronder
begrepen ERMES-diensten;
b. telexdiensten;
c. carrierdiensten.
Artikel 3.4a
1. Als categorieën van nummers,
bedoeld in artikel 12.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen:
a. nummers die behoren tot de
reeksen 0906, 0909 en 18 uit het Nummerplan telefoon- en
ISDN-diensten:
b. nummers die behoren tot de reeks
0900 uit het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten en die worden
gebruikt voor het aanbieden van een aan de oproep verbonden
dienst, voor zover daarvoor een bijkomend tarief wordt gerekend
boven het tarief voor het overbrengen van elektronische signalen;
c. nummers met bijzondere toegang,
uitgezonderd geografische nummers, nummers uit de reeks 0670 tot
en met 0679 en nummers als bedoeld in de onderdelen a en b van dit
lid.
2. De periode, bedoeld in artikel 12.1,
tweede lid, van de wet, omvat voor nummergebruikers:
a. de periode gedurende welke een
nummer in gebruik is gegeven aan de nummergebruiker, verlengd met
drie maanden en
b. de periode gedurende welke een
geschil tegen de nummergebruiker aanhangig is bij een in dat lid
bedoelde geschillencommissie, voor zover de klacht, waarvan het
geschil het gevolg is, is ingediend in de onder a bedoelde
periode.
§ 3.3. Transparantie van tarieven,
nummers en kwaliteit, gebruiksbegrenzing en wanbetaling
Artikel 3.5
1.Bij ministeriële regeling kunnen
aanbieders van carrierdiensten verplicht worden om op genoegzame wijze
informatie over hun tarieven en andere bij die regeling te bepalen
onderwerpen bekend te maken aan consumenten.
2.Bij ministeriële regeling kunnen aan
aanbieders van carrierdiensten en aanbieders van openbare
elektronische communicatienetwerken die voor het aanbieden van
carrierdiensten worden gebruikt verplichtingen worden opgelegd inzake
het bieden aan consumenten van nummeridentificatie als bedoeld in
artikel 1.1, onderdeel cc, onder 1°, van de wet.
3.Bij ministeriële regeling kan
artikel 7.4, eerste lid, van de wet van overeenkomstige toepassing
verklaard worden op aanbieders van vaste carrierdiensten. Artikel 7.4,
tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.5a
1. Bij ministeriële regeling kunnen
regels worden gesteld over:
a. het bekend maken van informatie
over de geldende tarieven door aanbieders van openbare
elektronische communicatiediensten;
b. het aan een consument
verstrekken van informatie over diens gebruik van openbare
elektronische communicatiediensten door aanbieders van openbare
elektronische communicatiediensten;
c. de weergave van nummers door
aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten;
d. het aan de consument bieden van
een voorziening voor het begrenzen van het gebruik van openbare
elektronische communicatiediensten door aanbieders van openbare
elektronische communicatiediensten;
e. de gevolgen van een
schriftelijke betwisting door een consument van de rekening van
een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst
die aan eindgebruikers wordt geleverd of van een nummergebruiker,
alsmede de gevolgen van een geschilprocedure waarin de consument
deze rekening betwist.
2. De regels, bedoeld in het eerste
lid, onderdelen a en b, kunnen verschillen voor de bij die regeling te
bepalen categorieën van nummers.
3. De regels, bedoeld in het eerste
lid, kunnen verschillen voor de bij die regeling te bepalen
categorieën van aanbieders van openbare elektronische
communicatiediensten.
Artikel 3.6
De krachtens artikel 2.11 gestelde
verplichtingen, die strekken tot uitvoering van bijlage I, Deel A,
onderdeel e, van richtlijn nr. 2002/22/EG en gelden voor de krachtens
artikel 9.2 van de wet aangewezen aanbieder van openbare
telefoondiensten op een vaste locatie, zijn van overeenkomstige
toepassing op aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten
die de eindgebruiker toegang verschaffen tot nummers uit het Nummerplan
telefoon- en ISDN-diensten of internationale nummers, met uitzondering
van aanbieders van carrierdiensten.
Artikel 3.6a
1.Bij ministeriële regeling kunnen
regels worden gesteld voor nummergebruikers over:
a. de tarifering van een oproep
naar een nummer;
b. het bekend maken van informatie
over de tarifering van een oproep naar een nummer:
c. de weergave van een nummer;
d. het gebruik van een nummer;
e. de toegang tot een nummer;
f. de duur van een oproep naar een
nummer.
2.De regels, bedoeld in het eerste lid,
kunnen verschillen voor de bij die regeling te bepalen categorieën
van nummers.
Artikel 3.6b
1.Als gedragingen die betrekking hebben
op het kennelijk misbruik maken van de tarifering van een nummer
worden aangewezen het voorafgaand aan een oproep:
a. verstrekken van feitelijk
onjuiste informatie of informatie die de gemiddelde consument
misleidt of kan misleiden als bedoeld in artikel 193c, eerste lid,
en tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek,
b. het weglaten van essentiële
informatie als bedoeld in artikel 193d, tweede lid, van Boek 6 van
het Burgerlijk Wetboek
2.Het eerste lid is van toepassing op
nummers uit de categorieën 0900 en 18.
voor zover die informatie geen betrekking
heeft op de inhoud van de aan een oproep verbonden dienst of product.
Hoofdstuk 4. Bescherming van
persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Artikel 4.1
1.Een ieder die door middel van
elektronische communicatienetwerken toegang wenst te verkrijgen tot
gegevens die zijn opgeslagen in de randapparatuur van een abonnee of
gebruiker van openbare elektronische communicatiediensten dan wel
gegevens wenst op te slaan in de randapparatuur van de abonnee of
gebruiker van openbare elektronische communicatiediensten, dient
voorafgaand aan de desbetreffende handeling de abonnee of gebruiker:
a. op een duidelijke en nauwkeurige
wijze te informeren omtrent de doeleinden waarvoor men toegang
wenst te verkrijgen tot de desbetreffende gegevens dan wel
waarvoor men gegevens wenst op te slaan, en
b. op voldoende kenbare wijze
gelegenheid te bieden de desbetreffende handeling te weigeren.
2.Het bepaalde in het eerste lid is
niet van toepassing, voor zover het de technische opslag of toegang
tot gegevens betreft met als uitsluitend doel:
a. de verzending van communicatie
over een openbaar elektronisch communicatienetwerk uit te voeren
of te vergemakkelijken, of
b. de door de abonnee of gebruiker
gevraagde dienst van de informatiemaatschappij te leveren en de
opslag of toegang tot gegevens daarvoor strikt noodzakelijk is.
Artikel 4.2
1.Een abonnee van een openbare
telefoondienst of van een carrierdienst heeft jegens zijn aanbieder
het recht om aan te geven dat zijn nummer op nota’s voor geleverde
elektronische communicatiediensten, waarbij vermelding plaatsvindt van
opgeroepen nummers, dient te worden afgeschermd.
2.Een aanbieder als bedoeld in het
eerste lid draagt er zorg voor dat de andere aanbieders wie het
aangaat worden geïnformeerd omtrent de nummers die dienen te worden
afgeschermd. Eerstbedoelde aanbieder draagt zorg voor de juistheid,
volledigheid en tijdigheid van de verstrekte informatie. Deze
informatie blijft beperkt tot een overzicht van de af te schermen
nummers.
3.Alle aanbieders wie het aangaat geven
zo spoedig mogelijk doch uiterlijk met ingang van de factuurperiode
volgend op die binnen welke het verzoek is gedaan, uitvoering aan het
verzoek van de abonnee.
4.Afscherming van een nummer als
bedoeld in het eerste lid vindt plaats door het weglaten dan wel
onherkenbaar maken van de laatste vier cijfers van het nummer.
5.Iedere aanbieder is jegens zijn eigen
abonnee gehouden ervoor te zorgen dat afscherming als bedoeld in het
eerste lid, zowel waar het gaat om afscherming op nota’s die door de
desbetreffende aanbieder zelf worden uitgebracht als op nota’s die
door andere aanbieders worden uitgebracht, wordt uitgevoerd.
6.De uitoefening van het recht, bedoeld
in het eerste lid, is kosteloos.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 5.1
Het Besluit universele dienstverlening,
het Besluit ONP huurlijnen en telefonie en het Besluit aanwijzing
openbare telecommunicatiediensten (geschillencommissie) worden
ingetrokken.
Artikel 5.2
Dit besluit treedt in werking met ingang
van het tijdstip waarop de Wet implementatie Europees regelgevingskader
voor de elektronische communicatiesector 2002 in werking treedt.
Artikel 5.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit
universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 mei 2004
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de achttiende mei 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|