| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Telecommunicatiewet
BESLUIT
VERSTREKKING GEGEVENS TELECOMMUNICATIE
Tekst zoals deze geldt op
23 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 26 januari 2000, houdende regels voor de
verstrekking van gegevens door aanbieders van openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten met het oog op het onderzoek van
telecommunicatie (Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 mei 1998,
nr. HDTP/98/1553/HW, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post in
overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op de artikelen 13.1, tweede lid, 13.2,
derde lid, 13.4, derde lid, en 20.18 van de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 19
augustus 1998, nr. W09.98.0215);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 19 januari 2000, nr. DGTP/99/3602/JdJ,
Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post uitgebracht in
overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet;
b. informatiepunt: het Centraal informatiepunt onderzoek
telecommunicatie, bedoeld in artikel 2;
c. aanbieder: de aanbieder van een openbaar
telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst;
d. bevoegde autoriteit:
1°. de rechter-commissaris in strafzaken, de officier van
justitie, de beheerder van een politiekorps of het hoofd van een
opsporingsdienst, dan wel de door de beheerder voor zijn korps of
door het hoofd voor zijn dienst aangewezen opsporingsambtenaar,
2°. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar,
3°. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar;
e. informatie: de informatie, bedoeld in artikel 13.4, eerste
lid, van de wet, voor zover deze informatie geen betrekking heeft op
een ander nummer dan het aansluitnummer voor vaste of mobiele
openbare telefoonnetwerken, en geen betrekking heeft op een ander
nummer dan de inlognaam of gebruikersnaam, een e-mail adres,
identificatienummers van randapparaten of een toegewezen
Internet-protocol-nummer voor openbare telecommunicatienetwerken en
openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de
verlening van toegang tot Internet of de door middel van Internet te
leveren of te verrichten diensten;
f. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de
aanbieder een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het
gebruik van een netwerk of de levering van een openbare
telecommunicatiedienst, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die
daadwerkelijk gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk
of een openbare telecommunicatiedienst;
g. aansluitnummer:
1°. bij vaste openbare telefoonnetwerken, onderscheidenlijk
vaste openbare telefoondiensten: het bij een netwerkaansluitpunt
behorende nummer;
2°. bij mobiele openbare telefoonnetwerken, onderscheidenlijk,
openbare mobiele telefoondiensten: het Mobile Station Integrated
Systems Digital Network Number.
Artikel 2
Onze Minister van Justitie is belast met het langs geautomatiseerde
weg doorgeleiden van verzoeken om en verstrekkingen van informatie. Hij
voert deze taak uit door middel van het Centraal informatiepunt
onderzoek telecommunicatie.
Artikel 3
1. Het informatiepunt, de bevoegde autoriteit en de aanbieder
treffen ieder de technische voorzieningen die nodig zijn teneinde
uitvoering te geven aan het tweede, derde en vierde lid. De technische
voorzieningen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 en
5 en aan de specificaties die zijn opgenomen in de bijlage bij dit
besluit.
2. De bevoegde autoriteit verzoekt om verstrekking van informatie
die is opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel 4, door tussenkomst
van het informatiepunt. De bevoegde autoriteit doet het verzoek langs
geautomatiseerde weg.
3. De aanbieder verstrekt de informatie door tussenkomst van het
informatiepunt. Daartoe verleent de aanbieder het informatiepunt langs
geautomatiseerde weg gedurende 24 uur per dag rechtstreekse toegang tot
een bestand als bedoeld in artikel 4, eerste lid.
4. Het informatiepunt vergelijkt langs geautomatiseerde weg de
gegevens waarop het verzoek betrekking heeft met de gegevens in het
bestand, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Wanneer de gegevens waarop
het verzoek betrekking heeft aanwezig zijn in het bestand, worden deze
langs geautomatiseerde weg door het informatiepunt doorgeleid aan de
bevoegde autoriteit.
5. Op verzoek van de bevoegde autoriteit voorziet de aanbieder
zonder tussenkomst van het informatiepunt in correctie van of
toelichting op de gegevens, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.
6. Een aanbieder en het informatiepunt komen overeen dat het
informatiepunt optreedt als bewerker van het bestand, bedoeld in artikel
4, indien de apparatuur waarin het bestand is opgeslagen in beheer is
bij het informatiepunt.
Artikel 4
1. De aanbieder van vaste openbare telefoonnetwerken of vaste
openbare telefoondiensten, dan wel van mobiele openbare
telefoonnetwerken of mobiele openbare telefoondiensten, beschikt over
een bestand waarin de volgende gegevens zijn opgenomen van de personen
die gebruik maken van een dienst of netwerk van de aanbieder:
a. de naam, het adres met nummer en eventuele toevoegingen, de
postcode en de woonplaats;
b. de telecommunicatiedienst die wordt afgenomen en,
c. het aansluitnummer dat, onderscheidenlijk de aansluitnummers
die, aan een gebruiker zijn verleend;
d. de naam van de aanbieder van het vaste openbare telefoonnetwerk
of het mobiele openbare telefoonnetwerk met behulp waarvan de
aanbieder van vaste openbare telefoondiensten of mobiele openbare
telefoondiensten de diensten aan de gebruiker heeft verleend.
2. De aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of van
openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de
verlening van toegang tot Internet en de door middel van Internet te
leveren of te verrichten diensten beschikt over een bestand waarin de
volgende gegevens zijn opgenomen van de gebruikers van een netwerk of
dienst van de aanbieder:
a. de naam, het adres met nummer en eventuele toevoegingen, de
postcode en de woonplaats,
b. de telecommunicatiedienst die wordt afgenomen, waaronder mede
wordt verstaan de soort verbinding,
c. de gebruikersnaam, de inlognaam en de e-mail adressen van een
gebruiker, de identificatienummers van randapparaten van een
gebruiker, en de Internet-protocol-nummers die op het tijdstip, waarop
de gegevens van het bestand worden geactualiseerd, aan een gebruiker
zijn toegekend voor de verlening van toegang tot Internet of de door
middel van Internet te leveren of te verrichten diensten, en
d. de naam van de aanbieder van het openbare
telecommunicatienetwerk met behulp waarvan de aanbieder van de
openbare telecommunicatiedienst de diensten aan de gebruiker heeft
verleend.
3. De aanbieder actualiseert de gegevens in het bestand, bedoeld
in het eerste respectievelijk het tweede lid, ten minste iedere 24 uur,
door een aanpassing van de gegevens aan de meest actuele gegevens die
hij gebruikt voor zijn bedrijfsvoering.
Artikel 5
1. Een verzoek van de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel
3, tweede lid, kan slechts in het systeem worden ingevoerd door een
door Onze Minister van Justitie geautoriseerde ambtenaar die daartoe
gebruik maakt van een hem toegekende toegangscode.
2. De technische voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
zijn alleen toegankelijk voor personen die door Onze Minister van
Justitie zijn geautoriseerd.
3. De vergelijking en doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde
lid, kan 24 uur per dag plaatsvinden.
4. Bij de toegang, bedoeld in artikel 3, derde lid, tot het
bestand, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en de vergelijking en
doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden:
a. geen gegevens betreffende de bevoegde autoriteit, de inhoud van
het verzoek en de beantwoording van het verzoek aan de aanbieder
bekend,
b. geen gegevens van de aanbieder bekend aan anderen dan het
informatiepunt of de bevoegde autoriteit,
c. aan het informatiepunt of de bevoegde autoriteit geen andere
gegevens bekend dan die welke ingevolge artikel 4, eerste lid, zijn
opgenomen in het in dat artikellid bedoelde bestand.
5. De vergelijking, bedoeld in artikel 3, vierde lid, vindt
slechts plaats aan de hand van een in het verzoek opgenomen gegeven
betreffende naam, adres, postcode, huisnummer, nummertoevoeging of
nummer.
6. De doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, betreft
slechts de gegevens waarop het verzoek zich richt.
Artikel 6
Bij regeling van Onze Minister van Justitie kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de werkwijze van het informatiepunt.
Artikel 7
1. Onze Minister van Justitie draagt er zorg voor dat het
informatiepunt voor elke informatieverstrekking een kenmerk vastlegt
aan de hand waarvan kan worden herleid door welke aanbieder, aan welke
bevoegde autoriteit en op welke rechtsgrondslag informatie is
verstrekt. De vastlegging wordt gedurende drie jaren bewaard.
2. Onze Minister van Justitie draagt er zorg voor dat het
informatiepunt geen gegevens opslaat als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, tenzij de gegevens worden opgeslagen onder verantwoordelijkheid van
de aanbieder op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3,
zesde lid. De vastlegging, bedoeld in het eerste lid, vindt op zodanige
wijze plaats dat daarin geen gegevens worden opgenomen die herleidbaar
zijn tot personen op wie een verzoek om informatie betrekking heeft.
Artikel 8
1. Onze Minister van Justitie stelt jaarlijks een verslag op
waarin voor wat betreft de opsporing van strafbare feiten melding
wordt gemaakt van het aantal malen waarin door tussenkomst van het
informatiepunt aan een bevoegde autoriteit informatie is verstrekt.
Deze vermelding is in ieder geval uitgesplitst naar:
a. de rechtsgrondslag van het verzoek van de bevoegde autoriteit,
b. de arrondissementsparketten en de politiekorpsen, of andere
opsporingsdiensten.
2. Onze Minister van Justitie stelt jaarlijks een verslag op van
een audit naar de goede uitvoering van dit besluit door de aanbieders
van openbare telecommunicatiediensten of van openbare
telecommunicatienetwerken, het informatiepunt, de
arrondissementsparketten en de politiekorpsen, of andere
opsporingsdiensten.
Daarbij worden ten minste de volgende onderwerpen behandeld:
a. de werking van het systeem;
b. de kwaliteit van de verstrekking van gegevens;
c. de bevraging van gegevens.
Artikel 9
Met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde technische voorzieningen
worden gelijkgesteld technische voorzieningen die rechtmatig zijn
geproduceerd of in de handel zijn gebracht in een andere lid-staat van
de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn geproduceerd in een staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte, en die ten minste aan gelijkwaardige eisen voldoen.
Artikel 10
[Wijzigt het Besluit aftappen openbare telecommunicatienetwerken en
-diensten.]
Artikel 11
1. De artikelen 2 tot en met 7 zijn tot 1 september 2007 niet
van toepassing op verzoeken om informatie gericht tot of
verstrekkingen van informatie afkomstig van de aanbieder van een
openbare telecommunicatiedienst die uitsluitend bestaat in de
verlening van toegang tot Internet en de door middel van Internet te
leveren of te verrichten diensten.
2. Onze Minister van Justitie, een aanbieder als bedoeld in het
eerste lid en iedere bevoegde autoriteit kunnen gezamenlijk beslissen
bij de verzoeken en de verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid,
gebruik te maken van het informatiepunt en de en daarbij toepassing te
geven aan de artikelen 2 tot en met 7.
Artikel 12 [Vervallen per 22-09-2006]
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verstrekking gegevens
telecommunicatie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 januari 2000
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
A. Peper
Uitgegeven de vijftiende februari 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage bij het Besluit van 26
januari 2000, houdende regels voor de verstrekking van gegevens door
aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten met het
oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit verstrekking gegevens
telecommunicatie)
Specificatie interface voor aanlevering gegevens aan het
informatiepunt
1. Gegevensverstekking
1. De aanbieder verstrekt de navolgende op de gebruiker betrekking
hebbende gegevens:
a. naam;
b. adres;
c. woonplaats;
d. postcode;
e. aansluitnummer voor vaste of mobiele openbare
telefoonnetwerken, en de inlognaam, de gebruikersnaam en de e-mail
adressen van een gebruiker, de identificatienummers van
randapparaten, en de Internet-protocol-nummers die op het tijdstip,
waarop de gegevens van het bestand worden geactualiseerd, aan een
gebruiker zijn toegekend, voor openbare telecommunicatienetwerken en
openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de
verlening van toegang tot Internet en de door middel van Internet te
leveren of te verrichten diensten;
f. soort telecommunicatiedienst, waaronder mede wordt verstaan de
soort verbinding (zoals kabel, ADSL, inbelverbinding);
g. de identiteit van de telecommunicatie-aanbieder.
2. Onder nummers worden mede begrepen: afgeschermde en geheime
nummers.
2. Standaard voor verstrekking van de gegevens
De aanbieder verstrekt de gegevens die in de bedrijfsvoering zijn
opgenomen. De verstrekking geschiedt zo veel mogelijk overeenkomstig de
standaarden NEN 1888 (persoonsgegevens) en NEN 5825 (adressen). Indien
deze standaarden niet worden gehanteerd, worden door de aanbieder niet
gebruikte velden in het bestand« leeg» opgenomen.
3. Standaard voor de tekenset
De aanbieder maakt gebruik van de tekenset «Extended ASCII» in een
XML-indeling volgens een door het informatiepunt aangeleverd schema.De
aanbieder draagt zorg voor goed leesbare gegevens.
4. Informatiedrager
De aanbieder maakt gebruik van een informatiedrager die functioneel
is voor de interface. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een
beveiligde netwerkverbinding.
5. Veiligheidseisen
De gegevens worden zodanig verstrekt dat:
a. ongeautoriseerde toegang tot het bestand niet mogelijk is;
b. de integriteit en de onaantastbaarheid van het bestand
verzekerd is;
c. verstoring van de communicatie met het systeem niet mogelijk
is, waarbij als maatstaf geldt de hoogste mate van beveiliging die
in dit opzicht vrij op de markt verkrijgbaar is.
6. Anonimiteit van de gegevens
De doorgeleiding van gevraagde gegevens geschiedt anoniem. Deze
anonimiteit dient technisch gewaarborgd te zijn. Met uitzondering van de
periode gedurende welke de gegevens worden ingevoerd of worden
geactualiseerd is het bestand niet toegankelijk voor de desbetreffende
aanbieder.
7. Onbeperkte toegankelijkheid voor het informatiepunt
Het bestand en de bijbehorende lokale configuratie zijn permanent
voor het informatiepunt toegankelijk, behoudens de perioden waarin de
gegevens worden ingevoerd, onderscheidenlijk worden geactualiseerd, en
in situaties van overmacht.
8. Actualiteit van de gegevens
Het bestand wordt eenmaal per etmaal geactualiseerd aan de laatste
stand van de gegevens, zoals deze voorkomen in de bedrijfsvoering van de
aanbieder.
9. Responstijd
Het bestand dient met een adequate snelheid bevraagd te kunnen
worden. De gevraagde gegevens dienen binnen een gering aantal minuten te
kunnen worden aangeleverd. Volstaan kan worden met het verstrekken van
een zogenaamde platte tabel.
|
|
|