BESLUIT van 7 mei 2004, houdende vaststelling van
regels met betrekking tot systemen voor voorwaardelijke toegang (Besluit
voorwaardelijke toegang)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 10 juli 2003, nr.
WJZ 3025244;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/19/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002
inzake toegang tot en interconnectie van
elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten
(Toegangsrichtlijn) (PbEG L 108) en de artikelen 8.5 en 18.2 van
de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 14
augustus 2003, nr. W10.03.0308/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 3 mei 2004, nr. WJZ 4028534;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Systemen voor
voorwaardelijke toegang
Artikel 1
Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang dat
geschikt en bestemd is voor de uitzending van diensten die kunnen worden
ontvangen met behulp van digitale televisie- of radiosystemen stelt, in
overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese
mededingingsrecht, aan de aanbieders van die diensten op billijke,
redelijke en niet discriminerende voorwaarden zodanige technische
faciliteiten beschikbaar dat de desbetreffende diensten door degene die
met de aanbieder van het systeem voor voorwaardelijke toegang een
daartoe strekkende overeenkomst heeft gesloten, kunnen worden ontvangen.
Artikel 2
Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang voert,
indien hij tevens andere activiteiten verricht, een gescheiden
boekhouding voor deze onderscheiden activiteiten.
Artikel 3
Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang biedt
slechts een systeem aan dat is voorzien van de nodige technische
mogelijkheden voor een kosteneffectieve controle-overdracht. Deze
mogelijkheden zijn zodanig ingericht dat de aanbieder van een openbaar
elektronisch communicatienetwerk dat is bestemd voor het verspreiden van
programma's aan het publiek, de volledige controle kan hebben over de
diensten die met behulp van het systeem voor voorwaardelijke toegang
worden uitgezonden.
Artikel 4
1. Houders van industriële eigendomsrechten op producten en
systemen voor voorwaardelijke toegang die aan fabrikanten van
consumentenapparatuur licenties verlenen voor het gebruik van deze
eigendomsrechten in consumentenapparaten doen dat op billijke,
redelijke en niet discriminerende voorwaarden.
2. Houders, bedoeld in het eerste lid, die aan fabrikanten van
consumentenapparatuur licenties verlenen voor het gebruik van
industriële eigendomsrechten op producten en systemen voor
voorwaardelijke toegang, verbinden aan die verlening, rekening houdend
met technische en commerciële factoren, geen beperkende voorwaarden die
er toe leiden dat het de licentiehouder niet is toegestaan of anderszins
hem er van weerhoudt in hetzelfde product te verwerken:
a. een gemeenschappelijke interface die een verbinding met
verschillende andere toegangsystemen mogelijk maakt, of
b. voor een ander toegangsysteem kenmerkende functies,
onder de voorwaarde dat de verwerking in hetzelfde product geen
afbreuk doet aan de veiligheid van de transacties van de aanbieder van
systemen voor voorwaardelijke toegang.
Paragraaf 2. Nadere regels ter uitvoering van hoofdstuk 6a van de
Telecommunicatiewet
Het college laat toe dat een
onderneming die moet voldoen aan een verplichting als bedoeld in artikel
6a.7, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, betreffende het beheersen
van tarieven, een redelijke opbrengst verkrijgt uit zijn efficiënte
kapitaalinbreng, de aangegane risico’s in aanmerking genomen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een
onderneming moet voldoen aan een verplichting als bedoeld in artikel
6a.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een verplichting als
bedoeld in artikel 6a.17, vierde lid, van de Telecommunicatiewet of een
verplichting betreffende het beheersen van tarieven als bedoeld in een
krachtens artikel 6a.19. tweede lid, van de Telecommunicatiewet gestelde
regeling.
Artikel 5b
Indien een onderneming bij de levering van een type huurlijn uit het
minimumpakket van huurlijnen krachtens artikel 6a.19, tweede lid, van de
wet moet voldoen aan een verplichting met betrekking tot de hoogte van
haar tarieven, kan het college op grond van artikel 6a.2, eerste lid,
onderdeel a, van de wet de verplichting opleggen om invoering van nieuwe
of gewijzigde tarieven niet plaats te laten vinden dan nadat het college
deze tarieven heeft goedgekeurd. Artikel 6a.14, tweede tot en met
zevende lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische
communicatiesector 2002 in werking treedt.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorwaardelijke toegang.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 mei 2004
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de achttiende mei 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner