| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Telecommunicatiewet
ONDERNEMERSREGELING
ZENDINRICHTINGEN
Tekst zoals deze geldt op
5 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen D.1.3, D.1.4 en D.4.3 van
het Besluit radio-elektrische inrichtingen (Stb. 1988, 552);
Besluit:
Artikel 1. Indeling
Ten behoeve van registratie worden zendinrichtingen ingedeeld in de
volgende klassen:
a. zendinrichtingen klasse 1: zendinrichtingen als bedoeld in
hoofdstuk D en E van het Besluit radio-elektrische inrichtingen, die
van een toegelaten type zijn alsmede zendinrichtingen voor algemene
radiocommunicatie die niet van een toegelaten type zijn, voor zover
deze zendinrichtingen zijn voorzien van een vanwege de bevoegde
buitenlandse autoriteiten aangebracht keurmerk met een van de
navolgende aanduidingen:
– CEPT-PR 27 aangevuld met het in de CEPT-Recommandatie T/R
20–09 vastgesteld symbool van het land waar de zendinrichting is
toegelaten;
– PR 27D-FM en het bijbehorende toelatingsnummer van de
Bondsrepubliek Duitsland;
– PR27A;
– PR 27 GB
b. zendinrichtingen klasse II: zendinrichtingen als bedoeld in
hoofdstuk D van het Besluit radio-elektrische inrichtingen welke
zijn geconstrueerd voor het doen van onderzoekingen, ingericht voor
de frequentiebanden zoals aangegeven in bijlage 1 behorend bij deze
regeling en waarvan het zendvermogen niet meer dan 800 Watt
bedraagt;
c. zendinrichtingen klasse III: andere zendinrichtingen dan
bedoeld onder a en b.
Artikel 2. Registratie van zendinrichtingen
1. De ondernemer aan wie machtiging is
verleend ten behoeve van de vervaardiging, de handel, export, reparatie
en installatie van zendinrichtingen is verplicht voor zendinrichtingen
voor lokale radio-omroep, alsmede voor zendinrichtingen van de klassen
II en III, voor elke klasse afzonderlijk een doorlopend register te
houden overeenkomstig het model zoals is opgenomen in bijlage 2 behorend
bij deze regeling en daarin onverwijld aantekening te houden van alle
door hem vervaardigde, ontvangen en afgeleverde zendinrichtingen.
2. Met het register als bedoeld in het eerste lid wordt
gelijkgesteld de registratie van de in het register verlangde gegevens
in een geautomatiseerd bestand, op een zodanige wijze dat deze gegevens
voor elke klasse afzonderlijk op een overzichtelijke en eenvoudige wijze
voor het toezicht als bedoeld in Hoofdstuk IX van de Wet op de
telecommunicatievoorzieningen beschikbaar zijn.
3. Indien de ondernemer aan wie machtiging is verleend bedoeld in
het eerste lid meerdere bedrijfsvestigingen heeft, dient op elke
bedrijfsvestiging afzonderlijk register te worden gehouden van de op die
vestiging vervaardigde, ontvangen en afgeleverde zendinrichtingen.
4. Indien de te registreren zendinrichtingen niet zijn voorzien
van een serienummer, is de ondernemer verplicht een eigen serienummer
hierop aan te brengen op een zodanige wijze dat dit nummer niet op
eenvoudige wijze uitwisbaar of verwijderbaar is.
Artikel 3. Niet voor het publiek
toegankelijke plaats
1. Als zendinrichtingen die op een niet
voor het publiek toegankelijke plaats aanwezig dienen te zijn worden
aangewezen zendinrichtingen van de klasse III.
2. De niet voor het publiek toegankelijke plaats dient zodanig te
zijn ingericht dat de daar aanwezige zendinrichtingen niet voor het
publiek zichtbaar zijn.
3. Tot de niet voor het publiek toegankelijke plaats mogen de
ondernemer en de tot zijn onderneming behorend personeel slechts toegang
hebben, alsmede diegenen die in het bezit zijn van de voor die
zendinrichtingen vereiste machtiging dan wel ingevolge de wettelijke
regelingen een zodanige machtiging niet behoeven.
4. Ten behoeve van beurzen en tentoonstellingen kan Onze Minister
onder daarbij te stellen voorschriften en beperkingen ontheffing
verlenen van het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 4. Slotbepaling
1. Het Ondernemersbesluit
zendinrichtingen van 22 augustus 1985, nr. 850821/1607 wordt
ingetrokken.
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van
inwerkingtreding van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en kan
worden aangehaald als: Ondernemersregeling zendinrichtingen.
's-Gravenhage, 19 december 1988.
De minister voornoemd,
N. Smit-Kroes.
Bijlage 1. Frequentiebanden
|
Frequentiebanden in MHZ: |
| |
|
|
Van |
Tot |
| |
|
|
1,81 |
1,85 |
|
3,5 |
3,8 |
|
7,0 |
7,1 |
|
10,1 |
10,15 |
|
14,0 |
14,35 |
|
18,068 |
18,168 |
|
21,0 |
21,45 |
|
24,89 |
24,99 |
|
28,0 |
29,7 |
|
50,0 |
50,45 |
|
144,0 |
146,0 |
|
430,0 |
440,0 |
|
1240,0 |
1300,0 |
|
2320,0 |
2450,0 |
|
3400,0 |
3410,0 |
|
5650,0 |
5850,0 |
|
10000,0 |
10500,0 |
|
2400,0 |
24500,0 |
|
47000,0 |
47200,0 |
|
75500,0 |
81000,0 |
|
142000,0 |
149000,0 |
|
241000,0 |
250000,0 |
Bijlage 2
[Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 1988,
550]
|
|
|