|
REGELING van de Staatssecretaris van Economische Zaken
van 26 februari 2008, nr. WJZ/8021460, houdende nieuwe regels voor het
gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en tot wijziging van de
Examenregeling frequentiegebruik (Regeling gebruik van frequentieruimte
zonder vergunning 2008)
De
Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikel 3.4, eerste lid, onderdeel a,
van de Telecommunicatiewet, alsmede de artikelen 11, eerste en tweede
lid, 12, 18, 20, eerste en derde lid, en 20a, tweede, vierde en
vijfde lid, van het Frequentiebesluit;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit: Frequentiebesluit;
b. frequentieplan: het in artikel 3.1
van de wet bedoelde frequentieplan;
c. Radioreglement: Radioreglement
1979 met bijlagen, behorende bij de op 22 december 1989 te Nice tot
stand gekomen Internationale Constitutie en Conventie van de
Internationale Telecommunicatie Unie (Trb. 2001, 159);
d. Regionale Regeling: Regionale
Regeling betreffende het radiotelefonieverkeer op de binnenwateren,
tot stand gekomen in Basel op 6 april 2000 (Stcrt. 2003, 153);
e. radiozendamateur: degene die
vanuit een persoonlijke belangstelling en zonder financieel oogmerk
gebruik maakt van frequentieruimte ten behoeve van het opdoen van
vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van
technisch onderzoekingen;
f. pleziervaart: scheepvaart voor
sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;
g. binnenvaart: scheepvaart op de
binnenwateren, niet zijnde pleziervaart;
h. zeevaart: scheepvaart, niet zijnde
binnenvaart of pleziervaart;
i. frequentiegebruik met een primaire
status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een
radiodienst die ingevolge het frequentieplan een primaire status
heeft;
j. frequentiegebruik met een
secundaire status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening
van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een secundaire
status heeft;
k. frequentiegebruik met een
NIB-status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een
radiodienst die ingevolge het frequentieplan een NIB-status heeft;
l. radiostation: een of meer
radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen,
noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een
radiocommunicatiedienst in de zin van artikel 1.19 van het
Radioreglement;
m. maritiemmobiele communicatie:
radiocommunicatie tussen radiostations op schepen onderling en
tussen radiostations op schepen en op land, met inbegrip van het
gebruik van noodbakens;
n. EPIRB (Emergency Position
Indicating Radio Beacon): radiozendapparaat bestemd voor
noodalarmering in de 406 MHz band en voor het lokaliseren van het
baken op de frequentie 121,5 MHz;
o. marifoon: radiozendapparaat
bestemd voor gebruik in de maritieme VHF frequentieband;
p. portofoon: radiozendapparaat
bestemd voor draagbaar gebruik in de maritieme VHF en UHF
frequentieband;
q. MMSI: de Maritime Mobile Service
Identity, omschreven in paragraaf 6 van artikel 19 van het
Radioreglement;
r. uitzendingsklasse:
uitzendingsklasse zoals bedoeld in bijlage 1 van deel 2 van het
Radioreglement;
s. zeemijl: 1852 meter.
Artikel 2
1. Geen vergunning is vereist voor
gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid,
onder a, van de wet indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het
tweede lid aangewezen categorieën van radiozendapparaten.
2. Als categorieën radiozendapparaten
worden aangewezen:
a. apparaten, niet zijnde apparaten
als bedoeld in categorie 22 van bijlage 8, die bestemd zijn voor
aansluiting op een mobiel openbaar telecommunicatienetwerk, indien
voor het gebruik van de door het netwerk gebruikte
frequentieruimte een vergunning is verleend;
b. randapparaten die bestemd zijn
voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van
mobiele communicatie, met uitzondering van het nood-, spoed en
veiligheidsverkeer;
c. koordloze telefoons die bestemd
zijn voor aansluiting op een openbaar telefoonnetwerk op een vaste
locatie, mits de in bijlage 1 aangegeven frequentiebanden en de
daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
d. radiozendapparaten voor algemene
radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (CB), mits gebruikt
in de in bijlage 2 aangegeven frequentiebanden en met inachtneming
van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;
e. randapparaten die bestemd zijn
voor aansluiting op een openbaar telecommunicatienetwerk ten
behoeve van plaatsbepaling;
f. mobiele VHF/UHF
radiozendapparaten voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en
krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een
besloten netwerk dat deel is van een radionetwerk met dynamische
frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is
verleend voor het gebruik van frequentieruimte;
g. mobiele radiozendapparaten die
behoren tot een digitaal radionetwerk met dynamische
frequentietoewijzing, mits gebruikt in de in bijlage 3 aangegeven
frequentieband en met inachtneming van de daarbij behorende
gebruiksvoorschriften;
h. mobiele UHF radiozendapparaten
die werken in de frequentieband 446 MHz en bedoeld zijn voor
algemeen gebruik ten behoeve van communicatie over korte afstand (PMR
446), mits gebruikt in de in bijlage 4 aangegeven frequentiebanden
en met inachtneming van de daarbij behorende
gebruiksvoorschriften;
i. randapparaten die een
satellietgrondstation zijn, mits gebruikt in de in bijlage 5
aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de daarbij
behorende gebruiksvoorschriften;
j. randapparaten voor mobiele
communicatie via ionisatiesporen van meteoren, mits gebruikt in de
in bijlage 6 aangegeven frequentieband en met inachtneming van de
daarbij behorende gebruiksvoorschriften;
k. radiozendapparaten die onderdeel
uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel
elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van
vliegtuigen, mits de in bijlage 7 aangegeven frequentiebanden
worden gebruikt boven een vlieghoogte van 3000 meter;
l. radiozendapparaten die onderdeel
uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel
elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van
schepen, mits de in bijlage 7a aangegeven frequentiebanden worden
gebruikt met inachtneming van de daarbij behorende
gebruiksvoorschriften;
m. de in bijlage 8 bedoelde
categorieën radiozendapparaten, mits gebruikt in de in die
bijlage aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de
daarbij behorende gebruiksvoorschriften;
n. radiozendapparaten die gebruik
maken van ultrawidebandtechnologie, mits de in bijlage 9
aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende
gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
o. randapparaten die gebruik maken
van de frequentieband van 1782,5 tot en met 1785 MHz en bestemd
zijn voor aansluiting op een mobiel elektronisch
communicatienetwerk dat gebruik maakt van de frequentieband van
1877,5 MHz tot en met 1879,9 MHz.
3. De aanwijzing, bedoeld in het eerste
lid, heeft slechts betrekking op apparaten die voldoen aan het bij of
krachtens het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 bepaalde.
Artikel 3
De artikelen 4 tot en met 11 en 13 hebben
betrekking op gebruik van frequentieruimte zonder vergunning als bedoeld
in artikel 3.4, eerste lid, onder c, van de wet, met uitzondering van
maritiemmobiele communicatie vanaf het land.
Artikel 4
Een rechtspersoon kan slechts gebruik
maken van frequentieruimte die ingevolge het frequentieplan de
bestemming ‘amateur’ of ‘amateursatelliet’ heeft, indien het
betreft:
a. een rechtspersoonlijkheid
bezittende vereniging van radiozendamateurs waarvan het ledental en
de samenstelling voldoende representatief zijn voor de door de
vereniging te behartigen belangen;
b. een rechtspersoon waarvan een
onderwijsinstelling uitgaat die van rijkswege wordt gefinancierd of
een onderwijsinstelling die door de Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap is erkend, voor zover het doen van onderzoekingen met
radiozendapparaten essentieel is voor het geven van onderwijs door
deze instelling;
c. een stichting die zich blijkens de
statutaire doelstelling richt op het doen van onderzoekingen met
radiozendapparaten en die de belangen van radiozendamateurs
behartigt.
Artikel 5
1.Degene die een radiozendapparaat
bedient ten behoeve van maritiemmobiele communicatie beschikt over een
certificaat van bediening als bedoeld in artikel 12 van de
Examenregeling frequentiegebruik 2008, dat geldig is voor het
desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in
bijlage 11, en heeft een leeftijd van ten minste zestien jaren.
2.De radiozendamateur die een
radiozendapparaat bedient, heeft met goed gevolg een examen als
bedoeld in artikel 7 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008
afgelegd, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik
overeenkomstig het bepaalde in bijlage 10, en heeft een leeftijd van
ten minste veertien jaren voor het geval van volledige toegang tot de
frequentieruimte, in bijlage 10 aangeduid als registratie F, en een
leeftijd van ten minste twaalf jaren voor het geval van beperkte
toegang tot de frequentieruimte, in bijlage 10 aangeduid als
registratie N.
3.In afwijking van het eerste en het
tweede lid kan een persoon die niet voldoet aan de desbetreffende
voorwaarde een radiozendapparaat bedienen indien de bediening
plaatsvindt in directe aanwezigheid en onder verantwoordelijkheid van
een persoon die wel aan deze voorwaarde voldoet.
Artikel 6
1. De melding, bedoeld in artikel 20a,
eerste lid, van het besluit, wordt gedaan bij Agentschap Telecom, met
gebruikmaking van een daartoe strekkend formulier.
2. Bij de melding worden in elk geval
de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. persoonsgegevens omtrent de
gebruiker;
b. de aard van het voorgenomen
frequentiegebruik;
c. in geval van maritiemmobiele
communicatie: de te gebruiken radiozendapparaten en de naam en
indien aanwezig het identificatienummer of kenmerk van het schip
waarop deze apparaten gebruikt worden;
d. indien de gebruiker een
natuurlijke persoon is, een afschrift van het certificaat, genoemd
in artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk informatie over het
voldoen aan het in artikel 5, tweede lid, bedoelde examenvereiste.
Een afschrift van het certificaat behoeft niet te worden verstrekt
als het is verleend door de Minister.
3. De melding kan langs elektronische
weg worden gedaan met gebruikmaking van een daartoe strekkend
elektronisch formulier en de in het vierde lid bedoelde persoonlijke
code of DigiD-code.
4. Degene die voor de eerste maal een
melding langs elektronische weg doet en die niet eerder een melding
voor het gebruik van frequentieruimte langs elektronische weg heeft
gedaan, geeft daarbij een DigiD-code of persoonlijke code op. De
persoonlijke code wordt na aanvraag door middel van een daartoe
strekkend formulier verstrekt aan de aanvrager.
5. Indien als gevolg van gewijzigde
omstandigheden de gegevens die bij de melding zijn verstrekt niet
langer overeenkomen met de feitelijke situatie, stelt degene die de
melding heeft gedaan Agentschap Telecom in kennis van de actuele
gegevens. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1.De Minister registreert het
voorgenomen frequentiegebruik overeenkomstig de melding tenzij niet
wordt voldaan aan de artikelen 3 tot en met 6 en 8, en bericht
hierover degene die de melding heeft gedaan, onder verstrekking van
een bewijs van registratie aan degene wiens melding is geregistreerd.
2.Het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing op de in kennisstelling, bedoeld in artikel 6, zesde lid.
3.Voor zover vereist op grond van het
Radioreglement wordt bij de registratie aan de gebruiker een
combinatie van letters of cijfers toegekend met het oog op de
identificatie van zijn radiostation.
4.Degene die op grond van de melding
als frequentiegebruiker geregistreerd is, draagt er voor zorg dat
indien het geregistreerde radiozendapparaat door een ander wordt
bediend, daarbij de in deze regeling bepaalde voorschriften worden
nageleefd.
5.De Minister haalt de registratie door
op verzoek van de betrokkene of indien de betrokkene niet langer
gebruik maakt van de frequentieruimte en bericht hem hierover.
Artikel 8
Bij het gebruik van frequentieruimte
wordt voldaan aan de beperkingen en voorschriften ten aanzien van de
beschikbare frequentieruimte, de toepassingen, het zendvermogen en de
bekwaamheid die:
a. ten aanzien van frequentieruimte
met de bestemming ‘amateur’ of ‘amateursatelliet’ zijn
opgenomen in bijlage 10;
b. ten aanzien van frequentieruimte
met de bestemming ‘maritiemmobiele communicatie’ zijn opgenomen
in bijlage 11.
Artikel 8a
1.Bij het gebruik van de frequentieband
van 1877,5 MHz tot en met 1879,9 MHz worden de in bijlage 8a opgenomen
voorschriften en beperkingen in acht genomen.
2.Artikel 6, tweede lid, onderdeel d,
derde tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede volzin, is niet
van toepassing indien het voorgenomen gebruik betrekking heeft op de
frequentieband 1877,5 MHz tot en met 1879,9 MHz.
3.Voor de toepassing van artikel 7,
eerste lid, wordt onder ‘artikel 8’ mede verstaan: artikel 8a.
Artikel 9
Bij frequentiegebruik wordt voldaan aan
de volgende voorschriften:
a. het bewijs van registratie en, in
geval van maritiemmobiele communicatie, het certificaat van
bediening zijn aanwezig bij het radiozendapparaat;
b. bij frequentiegebruik met een
secundaire status wordt te allen tijde voorrang verleend aan
frequentiegebruik met een primaire status;
c. bij frequentiegebruik met een
NIB-status wordt te allen tijde voorrang verleend aan
frequentiegebruik met een primaire status of met een secundaire
status;
d. er wordt zo weinig mogelijk
storing of belemmering veroorzaakt in het gebruik van
frequentieruimte door anderen;
e. er worden geen valse of
bedrieglijke alarmeringen, noodseinen, -oproepen of -berichten
uitgezonden.
Artikel 10
Bij gebruik van frequentieruimte met de
bestemming ‘maritiemmobiele communicatie’ aan boord van een schip is
het radiozendapparaat dat aan boord van het schip gebruikt wordt,
geregistreerd voor gebruik aan boord van dat schip en wordt, onverlet
artikel 9, voldaan aan de volgende voorschriften:
a. het berichtenverkeer wordt kort en
zakelijk gehouden en het zendgedeelte van het radiozendapparaat
wordt niet onnodig ingeschakeld;
b. bij een radiozendapparaat met een
alarmeringsfunctie dat abusievelijk in werking is getreden, herroept
de geregistreerde de melding voor zover daartoe communicatiemiddelen
beschikbaar zijn;
c. een EPIRB wordt uitsluitend
gebruikt voor alarmering indien sprake is van onmiddellijk dreigend
gevaar voor bemanning en schip en indien alarmering met andere
middelen niet of niet meer mogelijk is;
d. radiozendapparaten die een
alarmerings- of noodfunctie hebben, zijn zodanig geprogrammeerd dat
zij bij gebruik automatisch het MMSI-nummer uitzenden;
e. versleutelde radiocommunicatie
door middel van een MF- of MF/HF-radiozendapparaat vindt uitsluitend
plaats op frequenties bestemd voor radiotelefonieverkeer tussen
schepen onderling, zij het dat aan boord van vissersschepen
versleuteling bovendien kan plaatsvinden op de VHF-frequenties
155.775 MHz en 155.825 MHz;
f. bij versleutelde radiocommunicatie
als bedoeld in onderdeel e wordt tijdens de uitzending en ten minste
eenmaal per periode van vijf minuten de in artikel 7, derde lid,
bedoelde combinatie van letters of cijfers onversleuteld
uitgezonden;
g. bij gebruik van een marifoon of
portofoon is de antenne hiervan verticaal polariserend en
rondstralend;
h. in het werkingsgebied van de
Regionale Regeling zijn de marifoon en de portofoon voorzien van een
systeem voor automatische zenderidentificatie en geprogrammeerd met
de toegewezen combinatie van letters of cijfers;
i. een portofoon in de VHF-band wordt
alleen gebruikt in combinatie met een marifoon, met dien verstande
dat de pleziervaart in het werkingsgebied van de Regionale Regeling
kan volstaan met het gebruik van alleen een portofoon;
j. er vinden geen uitzendingen door
een maritiem mobiel radiozendapparaat plaats met een onjuiste of
misleidende identificatie.
Artikel 11
1. Bij gebruik van frequentieruimte met
de bestemming ‘amateur’ of ‘amateursatelliet’ wordt, onverlet
artikel 9, voldaan aan de volgende voorschriften:
a. de radiozendamateur die het
radiozendapparaat bedient, is bij het station aanwezig of draagt
er zorg voor dat alleen hij zijn station op afstand kan bedienen;
b. het uitzenden van
omroepprogramma’s, muziek, reclame of berichten van of voor
derden is niet toegestaan;
c. de in artikel 7, derde lid,
bedoelde combinatie van letters of cijfers wordt ten minste bij
het begin en bij het einde van elke uitzending en ten minste
eenmaal per periode van vijf minuten uitgezonden, waarbij een
reeks kortdurende uitzendingen wordt aangemerkt als één
uitzending;
d. de combinatie van letters of
cijfers is bij data- en beeldoverdracht aan de ontvangstzijde na
demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar;
e. bij automatische telegrafie en
bij data- of beeldoverdracht waarbij toepassing van onderdeel c
stuit op technische belemmeringen wordt de combinatie van letters
of cijfers kenbaar gemaakt door middel van spraak of
morsetelegrafie;
f. informatie wordt niet
versleuteld verzonden;
g. radioverbindingen worden alleen
tot stand gebracht met andere gebruikers van frequentieruimte met
de bestemming ‘amateur’ of ‘amateursatelliet’;
h. bij het spellen van de
combinatie van letters of cijfers wordt gebruik gemaakt van het in
bijlage 10 opgenomen spellingsalfabet;
i. de combinatie van letters of
cijfers wordt uitgezonden overeenkomstig de volgende
uitzendingsklasse:
1°. Spraak: A3E, H3E, J3E,
R3E, F3E en G3E;
2°. morse telegrafie (maximale
snelheid van 30 woorden per minuut): A1A, A2A, F1A, F2A, J2A,
G1A en G2A;
3°. automatische telegrafie:
A1B, A2B, F1B, F2B en J2B;
4°. data- of beeldoverdracht:
F1D, F2D en P2D;
5°. facsimilé en slow-scan
televisie; (SSTV): A1C, A2C, A3C, J2C, J3C, F1C, F2C, F3C,
G1C, G2C en G3C;
6°. amateurtelevisie: A3F, C3F
en F3F.
2. Voor gezamenlijk gebruik van
frequentieruimte ten dienste van radiozendamateurs tijdens
groepsevenementen gelden de volgende voorschriften :
a. tijdens een radiowedstrijd die
door meer dan een geregistreerde wordt georganiseerd met de
vorming van een groepsstation, kunnen de deelnemers de in artikel
7, tweede lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers van
één van de geregistreerden gebruiken;
b. bij radioamateurpeilevenementen
die georganiseerd zijn door een geregistreerde vereniging van
radiozendamateurs , is het eerste lid, onderdeel a, niet van
toepassing;
c. bij gebruik van een radiostation
door leden van Scouting Nederland tijdens evenementen die
georganiseerd worden door de werkgroep Radio Scouting Nederland
wordt aan de in artikel 7, derde lid, bedoelde combinatie van
letters of cijfers toegevoegd: J.
3. Voor een onderwijsinstelling geldt
dat
a. het radiostation uitsluitend
wordt gebruikt tijdens lesuren;
b. het houden van en deelnemen aan
radiowedstrijden niet is toegestaan;
c. de onderwijsinstelling een
radiozendamateur die voldoet aan het in artikel 5, tweede lid,
bedoelde vereiste, aanwijst die namens de geregistreerde
onderwijsinstelling het radiostation beheert.
4. Voor een vereniging van
radiozendamateurs geldt dat de geregistreerde een radiozendamateur die
voldoet aan het in artikel 5, tweede lid, bedoelde vereiste, aanwijst
die namens de geregistreerde vereniging het radiostation beheert.
Artikel 12
De Regeling gebruik van frequentieruimte
zonder vergunning wordt ingetrokken.
Artikel 13
1.De Minister registreert
frequentiegebruik waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze
regeling een vergunning is afgegeven voor zover het frequentieruimte
als bedoeld in artikel 3 betreft en voor zover het gebruik voldoet aan
de bij artikel 8 gestelde beperkingen en voorschriften. De Minister
verstrekt de betrokkene ambtshalve een bewijs van registratie.
2.Artikel 6, eerste tot en met zesde
lid, is niet van toepassing.
Artikel 14
1. [Wijzigt deze regeling]
2. [Wijzigt deze regeling]
Artikel 15
[Wijzigt de Examenregeling
frequentiegebruik]
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking op het
tijdstip waarop artikel V van de Verzamelwet vereenvoudiging
vergunningen in werking treedt.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008.
Deze
regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 26 februari 2008.
De Staatssecretaris van Economische
Zaken,
F. Heemskerk.
Bijlagen niet opgenomen
|