St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Telecommunicatiewet

 

REGLEMENT  MARITIEME  RADIOCOMMUNICATIE-EXAMENS  1991

Tekst zoals deze geldt op 5 maart 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
     De Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op de artikelen D.2.1 en D.2.2 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen (Stb. 1988, 552);

     Besluit:

 

 

Artikel 1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. commissie: de examencommissie voor maritieme radiocommunicatie belast met het afnemen van examens, bedoeld in artikel D.2.2. van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;

b. voorzitter: de voorzitter van de commissie of bij ontstentenis van deze, de plaatsvervangend voorzitter;

c. examen: een examen, als bedoeld in artikel D.2.2., tweede lid van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;

d. Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS): het nood- en veiligheidssysteem als bedoeld in de SOLAS-Conventie 1974 (Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (Trb. 1976, 157 en 1977, 77)).

Artikel 2. Toelating tot de examens

Voor deelname aan een examen moet de kandidaat de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.

Artikel 3. Aanmelding

1. De voorzitter stelt de plaats, de datum en het tijdstip van de examens vast. Van de wijze van aanmelding voor de examens wordt mededeling gedaan in de Nederlandse Staatscourant.

2. Na voldoening van de verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel D.2.2., vijfde lid van het Besluit radio-elektrische inrichtingen binnen de door de voorzitter te stellen termijn, ontvangt de kandidaat ten minste acht dagen voor het examen een schriftelijke uitnodiging tot deelneming.

Artikel 4. Categorieën examens

1. De examens wordt onderverdeeld in de volgende categorieën:

a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;

b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie;

c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie;

d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B;

e. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-A.

2. Deelname aan het examen voor de module GMDSS-B alsmede de verkrijging van deze module is slechts mogelijk nadat men is geslaagd voor het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie, of een daarmee gelijkgesteld certificaat.

3. Deelname aan het examen voor de module GMDSS-A alsmede de verkrijging van deze module is slechts mogelijk indien men in het bezit is van een geldig certificaat van bediening als radio-officier, het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist of het beperkt certificaat van bediening als radiotelefonist, of een daarmee gelijkgesteld certificaat.

4. De programma's van de examens genoemd in het eerste lid onder a, b, c, d en e zijn in de bijlage behorende bij dit reglement opgenomen.

Artikel 5. Het examen

1. a. De kandidaat dient zich te kunnen legitimeren volgens de door de voorzitter vastgestelde legitimatiebepalingen;

a. de vergoeding bedoeld in artikel 3, tweede lid wordt niet terugbetaald indien een kandidaat zich terugtrekt dan wel niet op het examen verschijnt, tenzij bijzondere omstandigheden naar het oordeel van de voorzitter daartoe aanleiding geven;

b. door of vanwege de voorzitter wordt de kandidaat voor de aanvang van het examen in kennis gesteld van de regels van het examen;

c. door de voorzitter gegeven aanwijzingen met betrekking tot het examen dienen door de kandidaat te worden opgevolgd.

2. De examens worden schriftelijk afgenomen tenzij in de exameneisen behorende bij dit reglement anders is bepaald. Voor zover praktische vaardigheden deel uitmaken van het examen mag de termijn tussen het schriftelijk examen en het praktijkgedeelte ten hoogste 5 jaar bedragen.

3. De tijdsduur van de examens bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt:

a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie: maximaal twee uur en dertig minuten, welke tijd als volgt wordt verdeeld over de onderdelen waarin examen wordt afgenomen:

voorschriften, procedures en techniek

90 minuten

engels

30 minuten

aardrijkskunde

30 minuten

b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie: maximaal 90 minuten.;

c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie: maximaal 60 minuten:

d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-A en het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B: 30 minuten.

4. Tijdens het examen als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a en b zijn tenminste twee leden van de commissie dan wel door de commissie aangewezen personen, aanwezig.

5. In geval van het examen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, d en e. is ten minste een lid van de commissie dan wel een door de voorzitter aangewezen persoon aanwezig, welke namens de voorzitter verantwoordelijk is voor het examen.

6.

a. Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, kunnen de personen bedoeld in het vierde lid onderscheidenlijk kan de persoon bedoeld in het vijfde lid hem de deelneming of verdere deelneming aan het examen ontzeggen.

b. Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met de voorschriften heeft gehandeld en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, kunnen de personen bedoeld in het vierde lid, onderscheidenlijk kan de persoon bedoeld in het vijfde lid hem de deelneming of verdere deelneming aan het examen ontzeggen.

c. Indien de onder a of onder b bedoelde handelswijze van een kandidaat eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter van de examencommissie de kandidaat die zich hieraan heeft schuldig gemaakt de uitslag van het examen onthouden.

7. Indien het examen in enigerlei opzicht niet op regelmatige wijze heeft plaatsgevonden dan wel onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de voorzitter besluiten dat het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen.

8. In de gevallen, bedoeld in het zesde lid maken de verantwoordelijke personen respectievelijk maakt de verantwoordelijke persoon, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, daarvan onverwijld schriftelijk verslag.

9. Het verslag dient te bevatten:

a. het tijdstip waarop en het examen waarbij het voorval is geconstateerd;

b. het tijdstip waarop het vooral heeft plaatsgevonden;

c. de naam van de betrokken kandidaat;

d. een duidelijke omschrijving van het voorval;

e. de datum en het tijdstip waarop het proces-verbaal is opgemaakt;

f. de naam en de handtekening van de verantwoordelijke persoon voor het examen.

10. Een afschrift van het verslag wordt overhandigd dan wel zo spoedig mogelijk toegezonden aan de betrokken kandidaat. Voorts wordt onverwijld een afschrift gezonden naar de voorzitter van de examencommissie.

11. Zonodig informeert de voorzitter de betrokken kandidaat of kandidaten uiterlijk 10 werkdagen na de datum waarop het verslag is opgemaakt over de verdere gang van zaken met betrekking tot het geconstateerde voorval.

Artikel 6. Het bijzonder examen

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 kan de voorzitter, op verzoek van de kandidaat, besluiten het examen op andere wijze af te nemen dan bedoeld in artikel 5, indien:

a. de gezondheidstoestand van een kandidaat het afnemen van het examen op de wijze, bedoeld in artikel 5, niet toelaat. De kandidaat dient bij het verzoek een medische indicatie te overleggen;

b. een kandidaat gedurende lange periodes buiten Nederland verblijft;

c. een kandidaat onvoldoende de Nederlandse taal beheerst.

2. Tevens kan de voorzitter besluiten het examen op andere wijze af te nemen dan bedoeld in artikel 5, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

3. Het bijzondere examen wordt afgenomen door twee leden van de commissie.

4. Door of vanwege de voorzitter worden de plaats, de datum en het tijdstip van het bijzondere examen vastgesteld.

Artikel 7. Gelijkstelling certificaten

1. Met het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a zijn gelijkgesteld het certificaat van bediening als radio-officier, het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist en het beperkte certificaat van bediening als radiotelefonist welke zijn afgegeven voor 1 januari 1993.

2. Met het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b is gelijkgesteld het certificaat van bediening VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties welke is afgegeven voor 1 januari 1993.

3. De gelijkstellingen, bedoeld in dit artikel vervallen met ingang van 1 februari 1997.

Artikel 8. Ontheffing

1. De voorzitter kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien een kandidaat is geslaagd voor een ander examen, welke is afgenomen door een bevoegde autoriteit en dat naar het oordeel van de commissie gelijkwaardig is aan een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid.

2. Een overzicht van dergelijke examens ligt bij het secretariaat van de commissie ter inzage.

Artikel 9. Normen examens

1. De beoordeling van de kennis van de kandidaat wordt voor elk examengedeelte afzonderlijk weergegeven in cijfers, waaraan een waardering wordt toegekend tussen 1,0 en 10,0 waarbij het cijfer 1,0 de laagste en het cijfer 10,0 de hoogste waardering aangeeft. In plaats van een waardering als bedoeld in de eerste volzin mag worden volstaan met de aanduiding ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’.

2. De kandidaat is voor het examen bedoeld in artikel 4, eerste lid, geslaagd als hij voor elk van de onderdelen van het examen tenminste het cijfer 6,0 heeft behaald.

3. Bij de beoordeling van de gemaakte opgaven van de onderdelen waarin examen wordt afgenomen wordt, indien een opgave volgens het systeem van meerkeuze moet worden beantwoord, slechts voor het juiste antwoord het daarbij behorende aantal punten van de waarderingsgraad toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 70% van het totaal der punten heeft behaald.

4. Indien een opgave van een onderdeel waarin examen wordt afgenomen niet moet worden beantwoord volgens het systeem van de meerkeuze wordt aan het oordeel van de commissie overgelaten hoeveel punten van de waarderingsgraad voor het antwoord kunnen worden toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 60% van het totaal der punten heeft behaald.

Artikel 10. Uitslag van het examen

1. Een kandidaat wordt binnen 30 dagen na het afleggen van het examen door de commissie geďnformeerd omtrent de uitslag daarvan.

2. Indien het examen met gunstig gevolg is afgelegd ontvangt de kandidaat hiervan een schriftelijk bewijs, tenzij direct het certificaat wordt verstrekt.

3. Over de uitslag van het examen, alsmede over de inhoud van de vraagstukken wordt niet gecorrespondeerd.

Artikel 11. Verkrijgen van het certificaat

1. Het certificaat wordt verkregen door het indienen van een verzoek en overlegging van de daartoe benodigde bescheiden bij het examensecretariaat van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

2. Dit verzoek dient uiterlijk 5 jaar nadat het examen met gunstig gevolg is afgelegd te zijn ingediend.

Artikel 12. Nadere regels

De commissie kan nadere regels vaststellen voor de gang van zaken met betrekking tot het examen, welke niet in strijd mogen zijn met dit reglement.

Artikel 13. Beroep

Tegen het besluit bedoeld in artikel 5, zesde lid, kan de kandidaat in beroep gaan bij de Hoofddirecteur Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 14. Slotbepalingen

1. In de gevallen waarin dit reglement en de ingevolge artikel 11 vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter.

2. Het Reglement maritieme radiocommunicatie-examens van 19 december 1988 (Stcrt. 1988, 254) wordt ingetrokken.

3. Dit reglement zal met de toelichting in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 december 1991.

4. Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement maritieme radiocommunicatie-examens 1991.

 

 

's-Gravenhage, 25 november 1991.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J.R.H. Maij-Weggen
.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x