|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen D.2.1 en D.2.2 van het
Besluit radio-elektrische inrichtingen (Stb. 1988, 552);
Besluit:
Artikel 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. commissie: de examencommissie voor maritieme
radiocommunicatie belast met het afnemen van examens, bedoeld in artikel
D.2.2. van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;
b. voorzitter: de voorzitter van de commissie of bij
ontstentenis van deze, de plaatsvervangend voorzitter;
c. examen: een examen, als bedoeld in artikel D.2.2., tweede
lid van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;
d. Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS): het
nood- en veiligheidssysteem als bedoeld in de SOLAS-Conventie 1974
(Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee,
1974 (Trb. 1976, 157 en 1977, 77)).
Artikel 2. Toelating tot de examens
Voor deelname aan een examen moet de kandidaat de leeftijd van 16
jaar hebben bereikt.
Artikel 3. Aanmelding
1. De voorzitter stelt de plaats, de
datum en het tijdstip van de examens vast. Van de wijze van aanmelding
voor de examens wordt mededeling gedaan in de
Nederlandse Staatscourant.
2. Na voldoening van de verschuldigde vergoeding, bedoeld in
artikel D.2.2., vijfde lid van het Besluit radio-elektrische
inrichtingen binnen de door de voorzitter te stellen termijn, ontvangt
de kandidaat ten minste acht dagen voor het examen een schriftelijke
uitnodiging tot deelneming.
Artikel 4. Categorieën examens
1. De examens wordt onderverdeeld in de
volgende categorieën:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat
maritieme radiocommunicatie;
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme
radiocommunicatie;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie;
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B;
e. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-A.
2. Deelname aan het examen voor de module GMDSS-B alsmede de
verkrijging van deze module is slechts mogelijk nadat men is geslaagd
voor het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie, of
een daarmee gelijkgesteld certificaat.
3. Deelname aan het examen voor de module GMDSS-A alsmede de
verkrijging van deze module is slechts mogelijk indien men in het bezit
is van een geldig certificaat van bediening als radio-officier, het
algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist of het beperkt
certificaat van bediening als radiotelefonist, of een daarmee
gelijkgesteld certificaat.
4. De programma's van de examens genoemd in het eerste lid onder
a, b, c, d en e zijn in de bijlage behorende bij dit reglement
opgenomen.
Artikel 5. Het examen
1. a. De kandidaat dient zich te kunnen
legitimeren volgens de door de voorzitter vastgestelde
legitimatiebepalingen;
a. de vergoeding bedoeld in artikel 3, tweede lid wordt niet
terugbetaald indien een kandidaat zich terugtrekt dan wel niet op het
examen verschijnt, tenzij bijzondere omstandigheden naar het oordeel
van de voorzitter daartoe aanleiding geven;
b. door of vanwege de voorzitter wordt de kandidaat voor de aanvang
van het examen in kennis gesteld van de regels van het examen;
c. door de voorzitter gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
examen dienen door de kandidaat te worden opgevolgd.
2. De examens worden schriftelijk afgenomen tenzij in de
exameneisen behorende bij dit reglement anders is bepaald. Voor zover
praktische vaardigheden deel uitmaken van het examen mag de termijn
tussen het schriftelijk examen en het praktijkgedeelte ten hoogste 5
jaar bedragen.
3. De tijdsduur van de examens bedoeld in artikel 4, eerste lid,
bedraagt:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat
maritieme radiocommunicatie: maximaal twee uur en dertig minuten,
welke tijd als volgt wordt verdeeld over de onderdelen waarin examen
wordt afgenomen:
voorschriften, procedures en techniek
90 minuten
engels
30 minuten
aardrijkskunde
30 minuten
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme
radiocommunicatie: maximaal 90 minuten.;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie:
maximaal 60 minuten:
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-A en het examen
ter verkrijging van de module GMDSS-B: 30 minuten.
4. Tijdens het examen als bedoeld in artikel 4, eerste lid
onder a en b zijn tenminste twee leden van de commissie dan wel door
de commissie aangewezen personen, aanwezig.
5. In geval van het examen als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onder c, d en e. is ten minste een lid van de commissie dan wel
een door de voorzitter aangewezen persoon aanwezig, welke namens de
voorzitter verantwoordelijk is voor het examen.
6.
a. Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig
bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt
ontdekt, kunnen de personen bedoeld in het vierde lid
onderscheidenlijk kan de persoon bedoeld in het vijfde lid hem de
deelneming of verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
b. Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met de
voorschriften heeft gehandeld en dit voor of tijdens het examen wordt
ontdekt, kunnen de personen bedoeld in het vierde lid,
onderscheidenlijk kan de persoon bedoeld in het vijfde lid hem de
deelneming of verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
c. Indien de onder a of onder b bedoelde handelswijze van een
kandidaat eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de
voorzitter van de examencommissie de kandidaat die zich hieraan heeft
schuldig gemaakt de uitslag van het examen onthouden.
7. Indien het examen in enigerlei opzicht niet op regelmatige
wijze heeft plaatsgevonden dan wel onvoorziene omstandigheden daartoe
aanleiding geven, kan de voorzitter besluiten dat het examen geheel of
gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen.
8. In de gevallen, bedoeld in het zesde lid maken de
verantwoordelijke personen respectievelijk maakt de verantwoordelijke
persoon, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, daarvan
onverwijld schriftelijk verslag.
9. Het verslag dient te bevatten:
a. het tijdstip waarop en het examen waarbij het voorval is
geconstateerd;
b. het tijdstip waarop het vooral heeft plaatsgevonden;
c. de naam van de betrokken kandidaat;
d. een duidelijke omschrijving van het voorval;
e. de datum en het tijdstip waarop het proces-verbaal is
opgemaakt;
f. de naam en de handtekening van de verantwoordelijke persoon
voor het examen.
10. Een afschrift van het verslag wordt overhandigd dan wel zo
spoedig mogelijk toegezonden aan de betrokken kandidaat. Voorts wordt
onverwijld een afschrift gezonden naar de voorzitter van de
examencommissie.
11. Zonodig informeert de voorzitter de betrokken kandidaat of
kandidaten uiterlijk 10 werkdagen na de datum waarop het verslag is
opgemaakt over de verdere gang van zaken met betrekking tot het
geconstateerde voorval.
Artikel 6. Het bijzonder examen
1. In afwijking van het bepaalde in
artikel 5 kan de voorzitter, op verzoek van de kandidaat, besluiten het
examen op andere wijze af te nemen dan bedoeld in artikel 5, indien:
a. de gezondheidstoestand van een kandidaat het afnemen van het
examen op de wijze, bedoeld in artikel 5, niet toelaat. De kandidaat
dient bij het verzoek een medische indicatie te overleggen;
b. een kandidaat gedurende lange periodes buiten Nederland
verblijft;
c. een kandidaat onvoldoende de Nederlandse taal beheerst.
2. Tevens kan de voorzitter besluiten het examen op andere wijze
af te nemen dan bedoeld in artikel 5, indien bijzondere omstandigheden
daartoe aanleiding geven.
3. Het bijzondere examen wordt afgenomen door twee leden van de
commissie.
4. Door of vanwege de voorzitter worden de plaats, de datum en
het tijdstip van het bijzondere examen vastgesteld.
Artikel 7. Gelijkstelling certificaten
1. Met het algemeen certificaat maritieme
radiocommunicatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a zijn
gelijkgesteld het certificaat van bediening als radio-officier, het
algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist en het beperkte
certificaat van bediening als radiotelefonist welke zijn afgegeven voor
1 januari 1993.
2. Met het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie als
bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b is gelijkgesteld het
certificaat van bediening VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties welke
is afgegeven voor 1 januari 1993.
3. De gelijkstellingen, bedoeld in dit artikel vervallen met
ingang van 1 februari 1997.
Artikel 8. Ontheffing
1. De voorzitter kan geheel of
gedeeltelijk ontheffing verlenen van een der examens bedoeld in artikel
4, eerste lid, indien een kandidaat is geslaagd voor een ander examen,
welke is afgenomen door een bevoegde autoriteit en dat naar het oordeel
van de commissie gelijkwaardig is aan een der examens bedoeld in artikel
4, eerste lid.
2. Een overzicht van dergelijke examens ligt bij het secretariaat
van de commissie ter inzage.
Artikel 9. Normen examens
1. De beoordeling van de kennis van de
kandidaat wordt voor elk examengedeelte afzonderlijk weergegeven in
cijfers, waaraan een waardering wordt toegekend tussen 1,0 en 10,0
waarbij het cijfer 1,0 de laagste en het cijfer 10,0 de hoogste
waardering aangeeft. In plaats van een waardering als bedoeld in de
eerste volzin mag worden volstaan met de aanduiding ‘voldoende’ of
‘onvoldoende’.
2. De kandidaat is voor het examen bedoeld in artikel 4, eerste
lid, geslaagd als hij voor elk van de onderdelen van het examen
tenminste het cijfer 6,0 heeft behaald.
3. Bij de beoordeling van de gemaakte opgaven van de onderdelen
waarin examen wordt afgenomen wordt, indien een opgave volgens het
systeem van meerkeuze moet worden beantwoord, slechts voor het juiste
antwoord het daarbij behorende aantal punten van de waarderingsgraad
toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het
examen indien hij tenminste 70% van het totaal der punten heeft behaald.
4. Indien een opgave van een onderdeel waarin examen wordt
afgenomen niet moet worden beantwoord volgens het systeem van de
meerkeuze wordt aan het oordeel van de commissie overgelaten hoeveel
punten van de waarderingsgraad voor het antwoord kunnen worden
toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het
examen indien hij tenminste 60% van het totaal der punten heeft behaald.
Artikel 10. Uitslag van het examen
1. Een kandidaat wordt binnen 30 dagen na
het afleggen van het examen door de commissie geďnformeerd omtrent de
uitslag daarvan.
2. Indien het examen met gunstig gevolg is afgelegd ontvangt de
kandidaat hiervan een schriftelijk bewijs, tenzij direct het certificaat
wordt verstrekt.
3. Over de uitslag van het examen, alsmede over de inhoud van de
vraagstukken wordt niet gecorrespondeerd.
Artikel 11. Verkrijgen van het certificaat
1. Het certificaat wordt verkregen door
het indienen van een verzoek en overlegging van de daartoe benodigde
bescheiden bij het examensecretariaat van de Hoofddirectie
Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. Dit verzoek dient uiterlijk 5 jaar nadat het examen met
gunstig gevolg is afgelegd te zijn ingediend.
Artikel 12. Nadere regels
De commissie kan nadere regels vaststellen voor de gang van zaken met
betrekking tot het examen, welke niet in strijd mogen zijn met dit
reglement.
Artikel 13. Beroep
Tegen het besluit bedoeld in artikel 5, zesde lid, kan de kandidaat
in beroep gaan bij de Hoofddirecteur Telecommunicatie en Post van het
Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 14. Slotbepalingen
1. In de gevallen waarin dit reglement en
de ingevolge artikel 11 vastgestelde regels niet voorzien, beslist de
voorzitter.
2. Het Reglement maritieme radiocommunicatie-examens van 19
december 1988 (Stcrt. 1988, 254) wordt ingetrokken.
3. Dit reglement zal met de toelichting in de
Nederlandse Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 december 1991.
4. Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement maritieme
radiocommunicatie-examens 1991.
's-Gravenhage, 25 november 1991.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J.R.H. Maij-Weggen.
|