| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Telecommunicatiewet
REGELING
AFTAPPEN OPENBARE TELECOMMUNICATIENETWERKEN EN
-DIENSTEN
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 3 en 4 van het Besluit
aftappen openbare Telecommunicatienetwerken en -diensten;
Besluit:
§ 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit:
Besluit aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten;
b. GSM:
systeem voor openbare paneuropese digitale cellulaire mobiele
communicatie te land, zoals omschreven in de bijlage bij aanbeveling
nr. 87/371/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juni
1987, inzake de gecoördineerde invoering van openbare paneuropese
digitale cellulaire mobiele communicatie te land in de Gemeenschap (PbEG
L 196), en zoals omschreven in de ERC Decision van 21 maart 1997, nr.
ERC/DRC/(97)/02;
c. DCS 1800:
systeem voor openbare digitale cellulaire mobiele telecommunicatie
te land, zoals gestandaardiseerd door het Europese Telecommunicatie
Standaardisatie Instituut (ETSI);
d. GPRS:
General Packet Radio Service, een mobiele netwerkdienst die gebruik
maakt van het GSM-radiotoegangsnetwerk, zoals beschreven in document
ETSI EN 301 344 V6.7.1;
e. ERMES:
systeem voor een openbare paneuropese semafoondienst te land, zoals
omschreven in de bijlage bij aanbeveling nr. 90/543/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 9 oktober 1990, inzake de
gecoördineerde invoering in de Gemeenschap van een openbare
paneuropese semafoondienst te land (PbEG L 310);
f. TFTS:
terrestrisch systeem voor openbare communicatie met vliegtuigen,
zoals omschreven in de Bekendmaking van de Minister van Verkeer en
Waterstaat inzake Terrestrial Flight Telephone System van 20 juni
1995, Stcrt. 128;
g. internet:
systeem van openbare netwerken die RFC 791 en RFC 792 (IPv.4), RFC
1884 en RFC 1885 (IPv. 6) dan wel een ander Internet Protocol (IP),
zoals vastgesteld door de Internet Engineering Task Force (IETF),
gebruiken met IP-adressen die door de Internet Corporation for
Assigned Names and Numbers (ICANN) officieel zijn toegewezen;
h. IMT-2000:
familie van mobiele systemen voor de derde generatie, met de
daarbij behorende radio-interfaces, zoals deze door de Internationale
Telecommunicatie Unie (ITU) is vastgesteld op basis van resolutie 212
van de ITU;
i. SIM-kaart:
chipkaart met informatie die toegang geeft tot GSM- of DCS
1800-diensten;
j. RIC:
getal dat wordt gebruikt om een ERMES-semafoon of groep van
ERMES-semafoons te identificeren waarvoor een bepaald bericht is
bestemd;
k. ERMES-semafoonnummer:
oproepnummer van een ERMES-semafoon;
l. nummer van het vliegtuig:
Aircraft Station Identity (ASI), zoals toegekend door de
International Civil Aviation Organization (ICAO);
m. IP-adres:
adres dat wordt gebruikt voor het adresseren van aansluitingen op
het internet, zoals beschreven in RFC 791 en RFC 1884 van de IETF;
n. elektronische post:
elektronische vorm van correspondentie, zoals beschreven in de
X.400 standaard van de ITU alsmede in RFC 821 (SMTP protocol) en RFC
822 (ARPA Internet Text Messages) van de IETF.
§ 2. Aanwijzing openbare telecommunicatienetwerken en -diensten
Artikel 2
Als openbare telecommunicatienetwerken en -diensten, bedoeld in
artikel 4 van het besluit, worden aangewezen:
a. vaste openbare telefoonnetwerken;
b. vaste openbare telefoondiensten;
c. huurlijnen;
d. GSM;
e. DCS 1800;
f. GPRS;
g. ERMES;
h. TFTS;
i. internet;
j. IMT-2000.
§ 3. Algemene inrichtingseisen
Artikel 3
De aanbieder van een vast openbaar telefoonnetwerk, onderscheidenlijk
een vaste openbare telefoondienst, richt zijn netwerk, onderscheidenlijk
zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden
uitgevoerd.
Artikel 4
De aanbieder van huurlijnen richt zijn netwerk zodanig in dat iedere
bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd.
Artikel 5
De aanbieder van GSM, DCS 1800 of GPRS, richt zijn netwerk,
onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last
onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze last ten minste één van
de volgende gegevens bevat:
a. het aansluitnummer van de gebruiker;
b. het nummer van het bij de gebruiker in gebruik zijnde
randapparaat;
c. het identiteitsnummer van de gebruiker.
Artikel 6
De aanbieder van ERMES richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn
dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden
uitgevoerd, indien deze ten minste één van de volgende gegevens bevat:
a. de RIC van de bij de gebruiker in gebruik zijnde
ERMES-semafoon;
b. het ERMES-semafoonnummer van de bij de gebruiker in gebruik
zijnde ERMES-semafoon.
Artikel 7
De aanbieder van TFTS richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn
dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden
uitgevoerd, indien deze last ten minste één van de volgende gegevens
bevat:
a. het creditcardnummer van de gebruiker;
b. het nummer van het vliegtuig waarin de gebruiker zich bevindt.
Artikel 8
De aanbieder van internet onderscheidenlijk de aanbieder van een
dienst die toegang biedt tot internet, richt zijn netwerk,
onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last
onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze last ten minste één van
de volgende gegevens bevat:
a. de accountnaam van de gebruiker dan wel een ander
identificerend nummer, dat door de aanbieder ten behoeve van de
dienstverlening aan de gebruiker wordt gehanteerd;
b. het adres voor elektronische post dat door de aanbieder ten
behoeve van de dienstverlening aan de gebruiker wordt gehanteerd.
Artikel 9
De aanbieder van IMT-2000 richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn
dienst zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden
uitgevoerd, indien deze ten minste één van de volgende gegevens bevat:
a. het aansluitnummer van de gebruiker;
b. het nummer van het bij de gebruiker in gebruik zijnde
randapparaat;
c. het identiteitsnummer van de gebruiker;
d. de accountnaam van de gebruiker dan wel een ander
identificerend nummer, dat door de aanbieder ten behoeve van de
dienstverlening aan de gebruiker wordt gehanteerd;
e. het adres voor elektronische post dat door de aanbieder ten
behoeve van de dienstverlening aan de gebruiker wordt gehanteerd.
§ 4. Technische eisen
Artikel 10
De afgetapte telecommunicatie die door de aanbieder van een in
artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare
telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de
bevoegde autoriteiten wordt doorgegeven, voldoet, voorzover het een
circuitgeschakeld openbaar telecommunicatienetwerk of circuitgeschakelde
openbare telecommunicatiedienst betreft, aan de volgende eisen:
a. de telecommunicatie omvat alle signalen die vanaf het
netwerkaansluitpunt of door de gebruiker waarop de bijzondere last
betrekking heeft worden verzonden en ontvangen, met inbegrip van
signalen voor de activering en deactivering van de faciliteiten
telefonisch vergaderen en het omleiden van oproepen alsmede andere
signalen die aangeven dat de status van de verbinding dan wel van de
randapparatuur is gewijzigd;
b. de telecommunicatie is voorzien van de navolgende
identificerende gegevens:
1º. de nummers van de netwerkaansluitpunten of van de
gebruikers waartussen de oproep plaatsvond;
2º. de nummers van de netwerkaansluitpunten of van de
gebruikers waarlangs en waartussen de oproep plaatsvond bij
omleiding van de oproep;
3º. datum en tijdstip van begin en einde van de oproep;
c. de telecommunicatie en de identificerende gegevens worden
uitsluitend eenduidig gekoppeld ter beschikking gesteld;
d. indien de verbinding tussen het netwerk of de dienst van de
desbetreffende aanbieder en de faciliteiten van de bevoegde
autoriteit niet van permanente aard is, worden de telecommunicatie
en de identificerende gegevens niet doorgegeven voordat een, na
overleg met de aanbieder, door de bevoegde autoriteit vast te
stellen authenticatieprocedure is gevolgd;
e. indien de verbinding tussen het netwerk of de dienst van de
desbetreffende aanbieder en de faciliteiten van de bevoegde
autoriteit van zodanige aard is dat personen direct kennis kunnen
nemen van de inhoud van de telecommunicatie, wordt de
telecommunicatie versleuteld op een, na overleg met de aanbieder,
door de bevoegde autoriteit vast te stellen wijze.
Artikel 11
De afgetapte telecommunicatie die door de aanbieder van een in
artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare
telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de
bevoegde autoriteiten wordt doorgegeven, voldoet, voorzover het een
pakketgeschakeld openbaar telecommunicatienetwerk of een
pakketgeschakelde openbare telecommunicatiedienst betreft, aan de
volgende eisen:
a. de telecommunicatie omvat alle signalen die vanaf het
netwerkaansluitpunt of door de gebruiker waarop de bijzondere last
betrekking heeft worden verzonden en ontvangen;
b. de telecommunicatie is voorzien van de navolgende
identificerende gegevens:
1º. de nummers van de netwerkaansluitpunten waartussen de
telecommunicatie plaatsvond;
2º. datum en tijdstip van elk pakket waaruit de
telecommunicatie bestaat;
3º. de door het netwerk of de dienst gegenereerde
controlegegevens met betrekking tot de telecommunicatie.
c. de telecommunicatie en de identificerende gegevens worden
uitsluitend eenduidig gekoppeld ter beschikking gesteld;
d. indien de verbinding tussen het netwerk of de dienst van de
desbetreffende aanbieder en de faciliteiten van de bevoegde
autoriteit niet van permanente aard is, worden de telecommunicatie
en de identificerende gegevens niet doorgegeven voordat een, na
overleg met de aanbieder, door de bevoegde autoriteit vast te
stellen authenticatieprocedure is gevolgd;
e. indien de verbinding tussen het netwerk of de dienst van de
desbetreffende aanbieder en de faciliteiten van de bevoegde
autoriteit van zodanige aard is dat personen direct kennis kunnen
nemen van de inhoud van de telecommunicatie, wordt de
telecommunicatie versleuteld op een, na overleg met de aanbieder,
door de bevoegde autoriteit vast te stellen wijze.
Artikel 12
De wijze waarop de afgetapte telecommunicatie door de aanbieder van
een in artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare
telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de
bevoegde autoriteit wordt doorgegeven, behoeft in het belang van de
veiligheid en de betrouwbaarheid van de verbindingen, alsmede in het
belang van bescherming van persoonsgegevens de instemming van die
autoriteit. De bevoegde autoriteit pleegt met de aanbieder overleg
voorafgaand aan het verlenen van de instemming.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
1. De verplichting tot het voeren van overleg, bedoeld in de
artikelen 10, onderdelen d en e, 11, onderdelen d en e, en 12, tweede
volzin, geldt niet ten aanzien van op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde authenticatie- en
versleutelingsprocedures, onderscheidenlijk in gebruik zijnde wijzen
van doorgifte van afgetapte telecommunicatie, die op grond van artikel
8, onderdelen d en e, van de Tijdelijke regeling aftappen openbare
telecommunicatienetwerken of -diensten 2000 door de bevoegde
autoriteiten zijn vastgesteld, onderscheidenlijk waarmee de bevoegde
autoriteiten op grond van artikel 9, eerste volzin, van de Tijdelijke
regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken of -diensten 2000
hebben ingestemd.
2. De verplichting tot vaststelling van een authenticatie- en een
versleutelingsprocedure als bedoeld in artikel 10, onderdelen d en e,
11, onderdeken d en e, geldt niet ten aanzien van op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde authenticatie- en
versleutelingsprocedures die op grond van artikel 8, onderdelen d en e,
van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken
of -diensten 2000 door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld.
3. Het vereiste van instemming, bedoeld in artikel 12, eerste
volzin, geldt niet ten aanzien van de op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde wijzen van
doorgifte van afgetapte telecommunicatie waarmee de bevoegde
autoriteiten op grond van artikel 9, eerste volzin, van de Tijdelijke
regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten 2000
hebben ingestemd.
Artikel 14
Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
technisch protocollen, bedoeld in artikel 10 van de Tijdelijke regeling
aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten 2000.
Artikel 15
De Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en
-diensten 2000 wordt ingetrokken.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2001.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aftappen openbare
telecommunicatienetwerken en -diensten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.M. de Vries.
|
|
|