De Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën;
Gelet op artikel 26, eerste lid, van de TNO-wet;
Gehoord de Raad van Bestuur van TNO:
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze richtlijnen wordt verstaan onder:
a. de Minister: de Minister van onderwijs, Ccltuur en
wetenschappen tevens belast met de coördinatie van het
wetenschapsbeleid:
b. de financiële verslaggeving: de financiële verslaggeving
omvat het jaarverslag (bestuurs- of directieverslag), de
jaarrekening en de overige gegevens.
c. de jaarrekening: de (geconsolideerde) jaarrekening bestaat uit
de (geconsolideerde)balans, (geconsolideerde) resultatenrekening, en
de toelichting daarop;
d. TNO: de Nederlandse Organisatie voor
toegepast-natuurwetenschappelijk Onderzoek.
Hoofdstuk II. Richtlijnen voor de opstelling van de Jaarrekening
Toepassing van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de
Jaarverslaggeving
Artikel 2
Tenzij de onderliggende richtlijnen anders voorschrijven zijn de
bepalingen van Titel 9, boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en de
Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving onveranderd van
toepassing op de Financiële verslaggeving van TNO. De jaarrekening
wordt derhalve opgesteld volgens het baten- en lastenstelsel. Er wordt
tot consolidatie overgegaan in de geest van het B.W.
Voorzieningen en Reserves
Artikel 3
Voorzieningen worden gevormd voor risico’s of verplichtingen die
per balansdatum aanwezig zijn of voor het egaliseren van de kosten in de
tijd. De mutaties van voorzieningen vinden plaats door dotaties en
onttrekkingen ten laste respectievelijk ten gunste van de
resultatenrekening.
Artikel 4
Reserves worden gevormd bij de bestemming van het resultaat. Bij de
bestemming van het resultaat kunnen tevens bestemmingsreserves worden
gevormd dan wel bestaande bestemmingsreserves worden gemuteerd. De
mutaties kunnen toevoegingen of onttrekkingen zijn. Zo kan bij de
resultaatbestemming door toevoeging een bestemmingsreserve worden
gevormd voor toekomstige uitgaven of lasten. De vorming van
bestemmingsreserves moet geschieden op basis van concrete beleidsplannen
en concrete financieringsplannen.
Daarnaast kan er sprake zijn van onttrekkingen, omdat bijvoorbeeld in
het verslagjaar uitgaven hebben plaatsgevonden, waarvoor de
bestemmingsreserves oorspronkelijk waren gevormd. Voorzover uitgaven het
karakter hebben van kosten die alleen betrekking hebben op het
desbetreffende verslagjaar worden deze verwerkt ten laste van de
resultatenrekening van dat jaar. In geval uitgaven het karakter hebben
van investeringen in kennisontwikkeling vindt activering op de balans
plaats van deze uitgaven. De aan deze investering gerelateerde
afschrijvingsposten worden vervolgens stelselmatig ten laste van de
resultatenrekening gebracht. Voor hetzelfde bedrag aan vorengenoemde
afschrijvingskosten dan wel de uitgaven die als kosten van het
verslagjaar worden aangemerkt, vindt bij de bestemming van het resultaat
onttrekking uit de bestemmingsreserves plaats.
Aan de gebruikers van de jaarrekening wordt de resultatenbestemming
zichtbaar gemaakt door het in bijlage A gehanteerde model.
Reserve bedrijfsrisico’s
Artikel 5
Op grond van artikel 22 van de TNO-wet kan een reserve voor
bedrijfsrisico’s worden gevormd. De vorming van de reserve voor
bedrijfsrisico’s geschiedt als volgt, totdat de maximale omvang van de
reserve is bereikt wordt jaarlijks bij de bestemming van het resultaat
(conform artikel 4) een door de Raad van Bestuur te bepalen percentage
van de bijdragen en de opbrengsten van zowel het Rijk (departementen)
als van derden aan de reserve toegevoegd.
Onttrekkingen mogen alleen plaatsvinden voor zover deze overeenkomen
met de doeleinden van de gevormde reserve, zoals geformuleerd in de Nota
Toekomstige Financiering TNO. Deze onttrekkingen worden ten laste van de
reserve bedrijfsrisico’s gebracht.
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 6
Deze richtlijnen worden gepubliceerd in Uitleg OCenW-Regelingen en
van die publicatie wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
Artikel 7
De richtlijnen treden in werking drie dagen na publicatie in Uitleg
OcenW-Regelingen. Zij zijn voor het eerst van toepassing op de
financiële verslaggeving over 1999.
Artikel 8
De richtlijnen kunnen jaarlijks in goed bestuurlijk overleg worden
bezien. Indien nodig worden wijzigingen in de richtlijnen aangebracht.
Artikel 9
Deze richtlijnen zullen worden aangehaald als: Richtlijnen financiële
verslaggeving TNO
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
drs. L.M.L.H.A. Hermans.