| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Tracéwet
BESLUIT
MANDAAT PROJECTUITVOERING BETUWEROUTE EN
HSL-ZUID
Tekst zoals deze geldt op
5 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 20 Tracéwet (Stb.
2000, 396);
Gezien de schriftelijke instemming van de
Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van NS Railinfrabeheer BV en
de directeur van NS Railinfrabeheer BV, als bedoeld in artikel 10:4,
eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bij brief van 9 november
2000 met kenmerk CDJZ/BBI/2000-1369;
Besluit:
Artikel 1
Aan de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail BV,
hierna te noemen de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken, wordt
mandaat en machtiging verleend voor het namens de Minister van Verkeer
en Waterstaat uitoefenen van de bevoegdheden en taken, zoals deze aan de
Minister van Verkeer en Waterstaat zijn toegekend op grond van de leden
2, 3, 4, 5 en 11 van artikel 20 Tracéwet.
Artikel 2
Het mandaat en de machtiging, als bedoeld in artikel 1 van dit
Besluit, gelden uitsluitend ter uitvoering van de projecten Betuweroute
en HSL-Zuid.
Artikel 3
1. De Manager Grondverwerving en
Juridische Zaken oefent het mandaat en de machtiging uit met
inachtneming van de als bijlage aan dit Besluit opgenomen algemene
instructie.
2. De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken oefent het
mandaat en de machtiging uit met inachtneming van in het algemeen en per
geval gegeven aanwijzingen door de minister.
3. De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken oefent het aan
hem verleende mandaat respectievelijk de aan hem verleende machtiging
slechts uit voor zover het gaat om besluiten en handelingen die naar
aard en inhoud niet van zodanig gewicht zijn dat zij behoren te worden
afgedaan door de minister.
Artikel 4
1. De Manager Grondverwerving en
Juridische Zaken wordt toegestaan van het hem in artikel 1 van dit
Besluit verleende mandaat en machtiging ondermandaat respectievelijk
machtiging te verlenen aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame
functionaris, met uitzondering van de bevoegdheid, als bedoeld in
artikel 20, vierde lid, onder b en e, Tracéwet.
2. De functionaris aan wie ondermandaat en/of machtiging wordt
verleend oefent de aan hem verleende mandaat en machtiging slechts uit
voorzover het gaat om aangelegenheden die tot zijn werkterrein behoren
en voorzover het besluiten en handelingen betreft die naar aard of
inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden
afgedaan door de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken.
3. Van de verlening van ondermandaat en machtiging doet de
Manager Grondverwerving en Juridische Zaken schriftelijk mededeling aan
de minister.
Artikel 5
1. Het in een document vastleggen van een
besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van dit
besluit, dient te geschieden op briefpapier van ProRail BV met
a. het briefhoofd 'COÖRDINATOR VERGUNNINGEN BETUWEROUTE', voor wat
betreft het project Betuweroute;
b. het briefhoofd 'COÖRDINATOR VERGUNNINGEN HSL-ZUID', voor wat
betreft het project HSL-Zuid.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
vastgesteld door de functionaris, als bedoeld in de artikel 1 van dit
Besluit vermeldt aan het slot:
'DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,'
gevolgd door de functieaanduiding 'Manager Grondverwerving en
Juridische Zaken', de handtekening en de naam van de betrokken
functionaris.
3. Een document als bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
vastgesteld door de functionaris, als bedoeld in de artikel 4, tweede
lid, van dit Besluit vermeldt aan het slot:
'DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,'
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de
betrokken functionaris.
Artikel 6
1. Dit besluit treedt in werking met
ingang van de tweede dag na bekendmaking ervan.
2. Bekendmaking van dit besluit en de daarbij behorende
toelichting geschiedt door
a. toezending ervan aan de Manager Grondverwerving en Juridische
Zaken en de Directeur van NS Railinfrabeheer BV, en
b. gelijktijdige plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat projectuitvoering
Betuweroute en HSL-Zuid.
's-Gravenhage, 17 november 2000.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
Bijlage 1. Algemene instructie, behorende
bij het Besluit mandaat projectuitvoering Betuweroute en HSL-Zuid
1
Bij het Besluit mandaat projectuitvoering Betuweroute en HSL-Zuid
worden aan de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail B.V.,
hierna te noemen de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken, de
navolgende bevoegdheden en taken in mandaat en machtiging verleend:
1. de bevordering van de gecoördineerde voorbereiding van
besluiten. Daaronder wordt hier onder meer verstaan het
inventariseren en analyseren van alle benodigde vergunningen, hun
onderlinge samenhang en de benodigde afstemming daartussen, de
clustering van vergunningen, het daartoe samenstellen, beleggen,
voeren van (voor)overleg met de aanvrager en de betrokken
bestuursorganen (vergunningenforum);
2. het met het oog op de gecoördineerde voorbereiding vorderen
van de medewerking van de betrokken bestuursorganen. In geval die
medewerking niet wordt verleend stelt de Manager Grondverwerving en
Juridische Zaken de minister tijdig daarvan op de hoogte;
3. de toepassing van artikel 20, vierde en vijfde lid, van de
Tracéwet op de voorbereiding van de voor de uitvoering van de
tracébesluiten Betuweroute en HSL-Zuid benodigde besluiten. Onder
deze activiteiten wordt onder meer begrepen: het in goed overleg met
de betrokken bestuursorganen bepalen binnen welke termijn de
ontwerpbesluiten door de betrokken bestuursorganen aan de minister
moeten worden toegezonden, dan wel binnen welke termijn de besluiten
door deze bestuursorganen moeten worden genomen, (het toezien op) de
publicatie en verzending van de ontwerpbesluiten, de mededeling en
de terinzagelegging daarvan, het houden van een gecombineerde
hoorzitting, het maken van een verslag, en het houden van een
bedenkingenoverleg;
4. (het toezien op) de bekendmaking van de voor de uitvoering van
de tracébesluiten Betuweroute en HSL-Zuid benodigde besluiten.
2
In voorkomende gevallen informeert de Manager Grondverwerving en
Juridische Zaken de minister tijdig over het nemen van mogelijk beleids-
en bestuurlijk-juridisch gevoelige beslissingen, en stelt hij de
minister in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zonodig treedt de
Manager Grondverwerving en Juridische Zaken met de minister in overleg.
3
Het overleg, als bedoeld in onderdeel 2, vindt in ieder geval plaats
in die gevallen, waarin de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken
geen overeenstemming heeft kunnen bereiken met het betrokken
vergunningverlenend bestuursorgaan over de bepaling van de termijn,
waarbinnen de ontwerpbesluiten door dat bestuursorgaan aan de minister
moeten worden toegezonden, dan wel waarbinnen de besluiten door dat
bestuursorgaan moeten worden genomen (artikel 20, vierde lid, onder b en
e, van de Tracéwet);
4
De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken voert bij de
uitoefening van zijn mandaat en machtiging een ordentelijke en voor de
minister transparante administratie. Hij verschaft de minister
desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening
van het bij het Besluit verleende mandaat en machtiging;
5
De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken en de onder zijn
verantwoordelijkheid werkzame functionarissen zijn niet rechtstreeks
betrokken bij en verantwoordelijk voor het aanvragen van vergunningen
door (functionarissen van andere dienstonderdelen van) ProRail B.V., die
nodig zijn voor de realisatie van de tracés Betuweroute en HSL-Zuid;
6
De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken en de onder zijn
verantwoordelijkheid werkzame functionarissen laten zich bij de
uitoefening van hun mandaat en machtiging niet alleen leiden door het
belang van de aanvrager van de vergunningen, maar wegen zorgvuldig dit
belang af tegen de belangen van de betrokken bestuursorganen.
|
|
|