Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
§ 1. Definities en reikwijdte
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Paspoortwet;
b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking,
houder, wijziging, inhouding, vervallen of vervallenverklaring en
vermissing: hetgeen ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet
daaronder wordt verstaan;
c. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld
in artikel 1, onder a, van de wet indient of op wie een dergelijke
aanvraag betrekking heeft;
d. register paspoortsignaleringen: het register,
bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet;
e. signalerende autoriteit: de autoriteit, bedoeld
in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, die op grond van artikel 25
van de wet een verzoek tot weigering of vervallenverklaring heeft
ingediend;
f. basisadministratie:
basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel
2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, dan wel een bij
Landsverordening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde
bevolkingsadministratie;
g. basisregister reisdocumenten: het register,
bedoeld in artikel 4a van de wet;
h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van
apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan
door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag,
verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten;
i. reisdocumentenstation: de door de leverancier
beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met
betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden
verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de
bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt
(reisdocumentenaanvraag- en archiefstation);
j. reisdocumentenadministratie: de in het
reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit
opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte
reisdocumenten;
k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en
programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en
uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de
basisadministratie;
l. standaardclausule: een clausule, waarvan de
tekst in bijlage A van deze regeling is opgenomen en die door de
leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt
aangebracht;
m. standaardformulier: een voorbedrukt formulier,
opgenomen in bijlage B van deze regeling;
n. modelformulier: een model voor een formulier,
opgenomen in bijlage C van deze regeling;
o. aanvraag-informatieformulier: een door de
Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven formulier, dat bestemd is
voor het opmaken van een aanvraag voor een reisdocument;
p. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire,
Sint Eustatius of Saba;
q. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is
op het foto- en handtekeningformulier;
r. administratienummer: het administratienummer,
bedoeld in artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet
basisadministraties persoonsgegevens BES;
s. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in
artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
t. bijschrijving: bijschrijving van kinderen als
bedoeld in artikel 17 van de wet;
u. bijschrijvingssticker: sticker waarop de
gegevens van een bij te schrijven kind zijn vermeld;
v. agentschap BPR: het agentschap
Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
w. identificatiekaart: een document als bedoeld in
artikel 88, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen
tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en
gegevens;
x. leverancier: een bedrijf dat in opdracht van
het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is
met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met
de verstrekking van reisdocumenten;
y. distributeur: het bedrijf dat zorg draagt voor
de distributie van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers,
identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier
worden geleverd;
z. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde
autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de
documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd;
aa. [vervallen;]
bb. verblijfsdocument: een document
waaruit het verblijfsrecht van de vreemdeling ingevolge de
Vreemdelingenwet 2000, de Wet toelating en uitzetting BES of de
Landsverordening Toelating en Uitzetting van Aruba, Curaçao of Sint
Maarten blijkt;
cc. aanvraagstation:de door de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en
programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces
van reisdocumenten;
dd. foto- en handtekeningformulier:het in bijlage
B van deze regeling opgenomen standaardformulier B8 dat bestemd is voor
het in de aanvraag opnemen van de foto en handtekening, bedoeld in
artikel 51, eerste en tweede lid;
ee. Aanvraagstationlocatie:de locatie
waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 91 één of
meerdere aanvraagstations heeft geplaatst;
ff. mobiel vingerafdrukopname-apparaat:de door de
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen
apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van
vingerafdrukken indien de aanvrager op grond van artikel 28, derde lid,
van de wet niet in persoon verschijnt.
2. Deze regeling
is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de
Minister van Buitenlandse Zaken en de hoofden van door hem aangewezen
consulaire posten in het buitenland.
§ 2. Andere reisdocumenten van het
Koninkrijk der Nederlanden
Artikel 2
Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der
Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:
a. faciliteitenpaspoort;
b. tweede paspoort.
§ 3. Modellen van de reisdocumenten
Artikel 3
1. Met
betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van
de wet bedoelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
a. nationaal paspoort: model nationaal paspoort
met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort);
b. diplomatiek paspoort: model diplomatiek
paspoort;
c. dienstpaspoort: model dienstpaspoort en model
nationaal paspoort voorzien van standaardclausule IX;
d. reisdocument voor vluchtelingen: model
reisdocument voor vluchtelingen;
e. reisdocument voor vreemdelingen: model
reisdocument voor vreemdelingen.
2. Met betrekking
tot het in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet bedoelde
nooddocument bestaan de navolgende modellen:
a. noodpaspoort: model noodpaspoort;
b. laissez-passer: model laissez-passer.
3. Met betrekking
tot de ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet vastgestelde
reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
a. faciliteitenpaspoort: model nationaal
paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort),
voorzien van standaardclausule VI;
b. tweede paspoort: model nationaal paspoort met
34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van
standaardclausule VII.
4. Met betrekking
tot de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet genoemde Nederlandse
identiteitskaart bestaat het navolgende model: model Nederlandse
identiteitskaart.
5. In de modellen,
genoemd in het eerste, derde en vierde lid, is een machineleesbare
strook en een chip opgenomen.
6. In het model,
genoemd in het tweede lid, onder a, is een machineleesbare strook
opgenomen.
Artikel 3a. Documenten zonder vingerafdrukken
Een nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onder f, van de wet wordt niet voorzien van vingerafdrukken van de
houder.
§ 4. Register paspoortsignaleringen
Artikel 4. Vestigingsplaats van het register
Het register paspoortsignaleringen is
ondergebracht bij het agentschap BPR.
Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit
het register
1. De tot
verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg
voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde
lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en
geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond
van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.
2. De in het eerste
lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst
worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig
toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.
§ 5. Aangewezen autoriteiten
Artikel 6
De Minister van Buitenlandse Zaken neemt
naast de in de wet genoemde gevallen tevens aanvragen in ontvangst voor
en gaat over tot de verstrekking van laissez-passer’s ten behoeve
van de in artikel 15, tweede lid, van de wet bedoelde personen.
Artikel 7 [Vervallen per 20-07-2007]
Artikel 8. Heffing en kwijtschelding van
rechten
Het hoofd van de post die een aanvraag in
ontvangst neemt, is bevoegd tot heffing van rechten, dan wel het
verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als
bedoeld in het Besluit paspoortgelden.
Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op
reisdocumenten en geldigheid
§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse
identiteitskaarten
Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap
1. Voor
het verkrijgen van de nodige zekerheid over het Nederlanderschap van
de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door deze overgelegde
Nederlandse reisdocument, alsmede van de door de aanvrager bij de
aanvraag verstrekte gegevens.
2. Indien de
aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument
over te leggen, worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen
gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte
reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd.
3. Berusten de in
het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere autoriteit, dan wordt
deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de
gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag
wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
4. Indien
onzekerheid blijft bestaan over het Nederlanderschap van de aanvrager
wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat
zoveel mogelijk verificatie van de nationaliteit met behulp van door de
aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde
autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere
bewijsstukken.
Artikel 10. Geldigheid
1. Het nationaal
paspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
2. De Nederlandse
identiteitskaart is geldig voor vijf jaren en voor de landen die behoren
tot de Europese Unie, alsmede voor Andorra, Liechtenstein, Monaco,
Noorwegen, San Marino, Turkije, IJsland en Zwitserland.
3. Indien
als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen
vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking
van het eerste en tweede lid, de geldigheidsduur van het betreffende
reisdocument één jaar.
§ 2. Reisdocumenten voor
niet-Nederlanders
§ 2.1. Reisdocumenten voor vluchtelingen
en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in het
Europese dan wel Caribische deel van Nederland rechtmatig verblijf
hebben
Artikel 11. Gebruik van het modelformulier
1. Bij de aanvraag
van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor
vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van modelformulier C1.
2. Een in het eerste
lid bedoeld formulier kan worden verstrekt nadat daartoe een verzoek is
gedaan door het hoofd van de post, onder vermelding van de personalia
van de aanvrager en de reden van de aanvraag.
3. In het formulier
worden naast de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en
geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens vermeld:
I. met betrekking tot de nationaliteit:
a. welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan
wel
b. door welke oorzaak de aanvrager zonder of
van onbekende nationaliteit is, dan wel
c. op grond van welke wettelijke regeling of
administratieve beslissing de aanvrager zijn nationaliteit heeft
verloren;
II. met betrekking tot de (gewezen) echtgenoot,
echtgenote of geregistreerd partner:
de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats,
nationaliteit en burgerlijke staat van de echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner, dan wel laatste gewezen echtgenoot, echtgenote
of geregistreerd partner, alsmede het bezit van een verblijfsdocument
met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de
geldigheidsduur van het document indien de betrokkene niet het
Nederlanderschap bezit;
III. met betrekking tot de binnenkomst in het
Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;
b. het land van waar de aanvrager voor
binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland,
indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit
het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;
c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam
waar de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst als ingezetene in
de basisadministratie is ingeschreven;
d. het documentnummer, de geldigheidsduur,
alsmede de datum en autoriteit van vertrekking van het reisdocument
waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;
IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf
van de aanvrager in het Europese dan wel Caribische deel van
Nederland:
a. de in de basisadministratie opgenomen
gegevens over het verblijfsrecht van de aanvrager;
b. het door de aanvrager ter inzage
overgelegde verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht,
het documentnummer en de geldigheidsduur van het document, dan wel
de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden
overgelegd;
c. de datum van vertrek en de gemeente dan wel
het openbaar lichaam waar betrokkene als ingezetene in de
basisadministratie is of voor het laatst was ingeschreven;
d. de reden van het buitenlands verblijf of
van het verblijf in het andere deel van Nederland, indien de
aanvrager in het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland
verblijft.
4. De daartoe
aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van
zijn handtekening.
5. Het
hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend zendt het formulier,
vergezeld van (foto)kopieën van de in het bezit van de aanvrager zijnde
reisdocumenten, dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat
bijschreven (met alle bestempelde visumbladzijden), alsmede van het
verblijfsdocument aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 12. Opmerkingen van de Nederlandse
Minister van Justitie
1.
Het
formulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door
tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de
Nederlandse Minister van Justitie in wiens vreemdelingenadministratie
de aanvrager ten tijde van de aanvraag is opgenomen.
2. In het formulier
worden de navolgende gegevens die over de aanvrager in de
vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, vermeld:
a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum,
geboorteplaats en nationaliteit;
b. de datum sedert welke de aanvrager in de
vreemdelingenadministratie is ingeschreven;
c. het verblijfsrecht van de aanvrager met de
datum waarop dit eindigt;
d. het aan de aanvrager verstrekte
verblijfsdocument met vermelding van het documentnummer en de
geldigheidsduur, dan wel de reden waarom de aanvrager niet in
aanmerking komt voor een verblijfsdocument.
3. In het formulier
wordt tevens vermeld of en zo ja, op welke punten de ingevolge artikel
11 vermelde gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager
in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen.
4. Indien de
aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als
bedoeld in artikel 14 van de wet en tegen het verlenen daarvan op
verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan, vermeldt de
Nederlandse Minister van Justitie als bedenkingen:
a. de aanvrager dient in het bezit te zijn van
een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de
autoriteiten van een ander land, dan wel
b. de verblijfstitel van de aanvrager zal niet
meer worden verlengd, dan wel
c. de verblijfstitel van de aanvrager is of zal
vervallen, dan wel
d. andere bedenkingen.
5. De daartoe
aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van
zijn handtekening.
6. De Nederlandse
Minister van Justitie zendt het formulier terug aan de Minister van
Buitenlandse Zaken.
Artikel 13. Vaststelling aanspraken op
reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet
1. De vaststelling
van de aanspraak op een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in
artikel 11 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het
formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de
aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens nationaliteit
blijkt, en:
a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge
artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of
b. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge
artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES in de openbare
lichamen blijkt.
2. De vaststelling
van het recht op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in
artikel 13 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het
formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager
overgelegde verblijfsdocument, waaruit het gegeven van diens
staatloosheid blijkt, en:
a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge
artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of
b. waaruit diens toelating als staatloze in de
openbare lichamen blijkt.
Artikel 14. Vaststelling aanspraken op
reisdocumenten als bedoeld in artikel 14 van de wet
1. Indien de
aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel
14 van de wet worden in het formulier naast de gegevens, bedoeld in
artikel 11, nog de navolgende gegevens vermeld:
a. de reden waarom de aanvrager geen
reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel
b. de reden waarom van de aanvrager niet kan
worden gevergd, dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt,
dan wel
c. indien de aanvrager een verzoek om
naturalisatie tot Nederlander heeft ingediend, op welke datum dit is
geschied, in welk stadium de procedure zich bevindt en wat het daarop
betrekking hebbende behandelingsnummer van het ministerie van Justitie
is.
2. De vaststelling
van de aanspraak op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in
artikel 14 van de wet geschiedt aan de hand van het door de aanvrager
overgelegde verblijfsdocument, waaruit diens verblijfsrecht ingevolge
artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet
toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt, alsmede op
grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen.
Artikel 15. Beslissing inzake de aanspraak op een
reisdocument als bedoeld in de artikelen 11, 13 of 14 van de wet
1. Indien de in de
basisadministratie opgenomen gegevens afwijken van de gegevens die
omtrent de aanvrager in zijn verblijfsdocument of in de
vreemdelingenadministratie zijn opgenomen dan wel anderszins
onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht
onderzoek ingesteld.
2. De Minister van
Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier zijn beslissing met
betrekking tot de aanspraak van de aanvrager op het aangevraagde
reisdocument.
3. De Minister van
Buitenlandse Zaken zendt het formulier terug aan het hoofd van de post
waar de aanvraag is ingediend.
Artikel 16. Reisdocumenten als bedoeld in artikel
12 en 15, tweede lid, van de wet
1. Indien de
aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel
12 of 15, tweede lid, van de wet worden in het formulier naast de
gegevens, bedoeld in artikel 11, derde lid en 14, eerste lid, de
navolgende gegevens vermeld:
a. het door de aanvrager overgelegde document,
waaruit diens verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000, dan
wel de Wet toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt;
b. het doel waarvoor de aanvrager het gevraagde
reisdocument nodig heeft;
c. het land van bestemming of het andere deel
van Nederland indien de aanvrager zich naar het Europese dan wel het
Caribische deel van Nederland wenst te begeven.
2. De artikelen 11,
vierde en vijfde lid, 12 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen
en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in
Aruba, Curaçao of Sint Maarten rechtmatig verblijf hebben
Artikel 17. Gebruik van een informatieformulier
1. Bij
de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een
reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van een daartoe
bestemd informatieformulier. Dit kan een aanvraag-informatieformulier
zijn als bedoeld in artikel 35.
2. Het invullen van
het formulier, bedoeld in het eerste lid, geschiedt zoveel mogelijk
overeenkomstig de artikelen 11, derde lid, 14, eerste lid en 16, eerste
lid.
3. Artikel 11,
vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18. Vaststelling aanspraken op een
reisdocument
1.
Het
informatieformulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden
door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden
aan de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
2. De
Gouverneur vermeldt in het formulier of, en zo ja welke bedenkingen
bestaan tegen verstrekking van het aangevraagde reisdocument.
3. Indien de
aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12
of 14 van de wet gaat de Gouverneur niet over tot de in het tweede lid
bedoelde vermelding in het formulier alvorens hij het advies van de
Minister van Buitenlandse Zaken over de desbetreffende aanvraag heeft
ingewonnen.
4. Behoudens het
bepaalde in het vijfde lid zendt de Gouverneur het formulier aan het
hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.
5. Indien de
aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als
bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet zendt de Gouverneur het
formulier aan de Minister van Buitenlandse Zaken die daarin vermeldt of
en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het
aangevraagde reisdocument en het formulier doorstuurt aan het hoofd van
de post waar de aanvraag is ingediend.
§ 2.3. Nooddocumenten voor
niet-Nederlanders als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet
Artikel 19. Laissez-passer voor vreemdelingen
1. De
vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een laissez-passer
ingevolge artikel 15, tweede lid, van de wet geschiedt met
gebruikmaking van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument
waaruit diens rechtmatig verblijf in het Europese dan wel Caribische
deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en diens
nationaliteit blijkt, alsmede aan de hand van de door de aanvrager bij
de aanvraag verstrekte gegevens.
2. In
geval van twijfel aan de gegevens die in het verblijfsdocument zijn
vermeld dan wel door de aanvrager zijn verstrekt, vindt verificatie
daarvan plaats in de vreemdelingenadministratie waarin de aanvrager is
opgenomen.
3. De verstrekking
van een laissez-passer ten behoeve van een in het eerste lid bedoelde
persoon door het hoofd van de post vindt slechts plaats na machtiging
van de Minister van Buitenlandse Zaken.
§ 2.4. Geldigheid
Artikel 20
1. Een
reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die
beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld
in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel over een toelating
als vluchteling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig voor
vijf jaren en voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan
de houder de nationaliteit bezit.
2. Een
reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt
over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel
28 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in artikel 12a van de Wet
toelating en uitzetting BES, dan wel over een overeenkomstige
verblijfsvergunning in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig:
a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de
verblijfsvergunning eindigt, met een minimale geldigheidsduur van een
jaar en een maximale geldigheidsduur van drie jaren, en
b. voor alle landen, met uitzondering van het
land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
3. Een
reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt
over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel
20 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in de Wet toelating en
uitzetting BES, dan wel over een overeenkomstige verblijfsvergunning in
Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig voor vijf jaren en voor alle
landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit
bezit.
4. Een
reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet,
verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor
bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 of
als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, dan wel over een
overeenkomstige verblijfsvergunning in Aruba, Curaçao of Sint Maarten,
is geldig:
a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de
verblijfsvergunning eindigt, met een maximale geldigheidsduur van vijf
jaren, en
b. voor alle landen, met uitzondering van het
land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
5. Een
reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die op
grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander
wordt behandeld, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
6. Een
reisdocument voor vreemdelingen dan wel een nooddocument als bedoeld
in artikel 15, tweede lid, van de wet, is geldig:
a. voor het land van bestemming en de landen
waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert, met
uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit;
b. voor de duur van de reis, waarbij rekening
wordt gehouden met de door het land van bestemming en de landen van
doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na
binnenkomst, dan wel na vertrek van de houder, met een maximum van
een jaar.
7. Indien
als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen
vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking
van het eerste, tweede, derde en vijfde lid, de geldigheidsduur van het
betreffende reisdocument één jaar en bedraagt in afwijking van het
vierde en zesde lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument
maximaal één jaar.
§ 3. Faciliteitenpaspoorten
Artikel 21. Aanspraken
1. Aan een
staatloze persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van
Molukkers als Nederlander wordt behandeld, wordt op zijn verzoek
binnen de grenzen bij de wet bepaald een faciliteitenpaspoort
verstrekt.
2. Artikel 9 is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 22. Geldigheid
1. Een
faciliteitenpaspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
2. Indien
als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen
vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking
van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument
één jaar.
§ 4. Tweede paspoorten
Artikel 23. Aanspraken
1. Ingevolge
artikel 30, eerste lid, van de wet kan een tweede paspoort worden
verstrekt op verzoek van houders van een nationaal paspoort, die
aantonen dat zij voor zakelijke of beroepsmatige redenen:
a. in een reis achtereenvolgens verschillende
landen moeten bezoeken waarbij zij de gerede kans lopen dat hun
toelating tot een land op problemen zal stuiten, omdat uit het daartoe
over te leggen nationaal paspoort blijkt dat zij eerder in een ander
land zijn geweest, dan wel
b. regelmatig dringend moeten reizen op een
tijdstip dat hun nationaal paspoort zich in verband met visering bij
een buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.
2. De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt na overleg met de
Minister van Buitenlandse Zaken een overzicht op van de in het eerste
lid, onder a, bedoelde landen.
3. Bij de aanvraag
dient het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte
tweede paspoort te worden overgelegd.
4. In afwijking van
het derde lid kan bij de aanvraag worden volstaan met afschriften van de
houderpagina en van alle bestempelde visumbladzijden van het
oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte tweede
paspoort, indien de aanvrager met een door een buitenlandse
vertegenwoordiging verstrekte verklaring of ander schriftelijk bewijs
kan aantonen, dat het over te leggen reisdocument zich op dat moment in
verband met visering bij de desbetreffende buitenlandse
vertegenwoordiging bevindt.
5. Indien bij de
aanvraag blijkt dat de geldigheidsduur van het oorspronkelijke paspoort
binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag
pas genomen nadat het oorspronkelijke paspoort is vervangen door een
nieuw nationaal paspoort.
Artikel 24. Geldigheid
1. Een tweede
paspoort is geldig voor twee jaren en voor alle landen.
2. Indien
als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen
vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking
van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument
één jaar.
§ 5. Nooddocumenten
Artikel 25. Nooddocumenten voor Nederlanders als
bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
1. Op het
vaststellen van de aanspraak van een Nederlander dan wel een persoon
die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als
Nederlander wordt behandeld, op een nooddocument zijn de artikelen 9
en 21 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. Aan een in het
eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een
nooddocument, wordt een noodpaspoort verstrekt.
3. In afwijking van
het tweede lid wordt aan een in het eerste lid bedoelde persoon een
laissez-passer verstrekt, indien bij de verstrekking geen gebruik kan
worden gemaakt van het reisdocumentenstation en de reis van de betrokken
aanvrager geen uitstel gedoogt.
Artikel 26. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders
als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
1. Op het
vaststellen van de aanspraak van een vreemdeling op een nooddocument
zijn de artikelen 13 en 14, tweede lid, zoveel mogelijk van
overeenkomstige toepassing. De verstrekking vindt slechts plaats na
machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken, die de in de
aanvraag vermelde verblijfsrechtelijke gegevens verifieert bij:
a. de Minister van Justitie, indien de aanvrager
tot het Europese of Caribische deel van Nederland is toegelaten;
b. de Gouverneur, indien de aanvrager in
Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten.
2. Aan een in het
eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een
nooddocument, wordt een laissez-passer verstrekt.
Artikel 27. Geldigheid
1. Een
nooddocument is maximaal een jaar geldig.
2. Bij het
vaststellen van de geldigheidsduur wordt rekening gehouden met de duur
van de reis, alsmede de door het land van bestemming en de landen van
doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na
binnenkomst, dan wel vertrek van de houder.
3. De territoriale
geldigheid van een noodpaspoort omvat alle landen en die van een
laissez-passer, behoudens het bepaalde in het vierde lid, het land van
bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens
passeert.
4. Indien de
verstrekking van het laissez-passer geschiedt ten behoeve van een
niet-Nederlander, omvat de territoriale geldigheid nimmer het land
waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Artikel 28. In nooddocumenten te vermelden
tijdstip en autoriteit van inlevering
1. In een
nooddocument wordt de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet
worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats
te vinden, vermeld.
2. De in het eerste
lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het
nooddocument eindigt.
3. De ingevolge het
eerste lid te vermelden autoriteit is:
a. de burgemeester van de gemeente of de
gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woont of
verblijft, dan wel
b. de door de Gouverneur aangewezen
autoriteit, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten
woonachtig is, dan wel
c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of
Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur
zal aanvragen, dan wel
d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in
het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.
Artikel 29 [Vervallen per 26-08-2006]
Artikel 30 [Vervallen per 26-08-2006]
§ 6. Diplomatieke paspoorten en
dienstpaspoorten
Artikel 31. Aanspraken en geldigheid
1. De
vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een diplomatiek
paspoort of een dienstpaspoort geschiedt door de Minister van
Buitenlandse Zaken, met gebruikmaking van de gegevens die door de
aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. De
geldigheid van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt bij
elke verstrekking afzonderlijk vastgesteld door de Minister van
Buitenlandse Zaken, met een maximale geldigheid van vijf jaar. Indien
als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen
vingerafdrukken in het paspoort kunnen worden opgenomen, wordt de
geldigheidsduur vastgesteld met een maximale geldigheid van één jaar.
Artikel 32. Verplicht bezit nationaal paspoort
1.
Tot
de uitreiking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt
slechts overgegaan indien de aanvrager beschikt over een nationaal
paspoort dat nog minimaal zes maanden geldig is.
2. Indien bij de
aanvraag van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort blijkt dat
de geldigheidsduur van het nationaal paspoort binnen zes maanden zal
verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het
nationaal paspoort is vervangen door een nieuw nationaal paspoort.
3. De Minister van
Buitenlandse Zaken kan een verstrekt diplomatiek paspoort of
dienstpaspoort intrekken, indien de houder daarvan niet meer beschikt
over een geldig nationaal paspoort dan wel het diplomatiek paspoort of
het dienstpaspoort in strijd met de voorwaarden waaronder het werd
verstrekt heeft gebruikt, ondanks het feit dat hij op dat moment
beschikte over een nationaal paspoort.
4. De houder van een
nationaal paspoort wordt tijdig op de hoogte gesteld van het verstrijken
van de geldigheidsduur van zijn reisdocument en de mogelijkheid een
nieuw nationaal paspoort aan te vragen.
Artikel 33. Dienstpaspoortclausule
1. De vaststelling
van een aanspraak op plaatsing van een dienstpaspoortclausule in een
nationaal paspoort, waardoor dat paspoort tijdelijk de status van een
dienstpaspoort verkrijgt, geschiedt door de Minister van Buitenlandse
Zaken, met gebruikmaking van de gegevens die door de aanvrager bij de
aanvraag zijn verstrekt.
2. De plaatsing van
de dienstpaspoortclausule geschiedt met behulp van standaardclausule IX.
In de clausule worden de datum waarop deze is aangebracht, de datum
waarop de geldigheidsduur ervan eindigt en het bijbehorende
administratienummer ingevuld.
2. De clausule wordt ondertekend door de Minister
van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar en
gewaarmerkt met het in artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel.
3. De clausule wordt
aangebracht op de bladzijde bestemd voor ambtelijke aantekeningen of op
een visumbladzijde.
4. De
geldigheidsduur van een dienstpaspoortclausule mag de geldigheidsduur
van het nationaal paspoort waarin deze wordt aangebracht, niet
overschrijden.
Artikel 34 [Vervallen per 26-08-2006]
Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure
§ 1. Algemeen
Artikel 35. Het opmaken van de aanvraag voor een
reisdocument
1. De
gegevens voor de aanvraag van een reisdocument worden opgenomen met
behulp van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor
een reisdocument kan, in nader door de Minister van Buitenlandse Zaken
te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd
aanvraag-informatieformulier.
2. In de aanvraag
wordt de in artikel 91 bedoelde locatiecode, behorende bij de
uitgiftelocatie, vermeld.
3. In de aanvraag
wordt aangegeven op welk model reisdocument deze betrekking heeft.
4. In de aanvraag
wordt het aantal gelijktijdig in het reisdocument bij te schrijven
kinderen vermeld.
5. In de aanvraag
wordt het aanvraagnummer vermeld.
Artikel 36. Vaststelling van de identiteit van de
aanvrager
1. Voor het
verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager
wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde
Nederlandse reisdocument, alsmede van de gegevens die door de
aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. Indien de
aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument
over te leggen, de in het overgelegde reisdocument vermelde gegevens
afwijken van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn
verstrekt, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat over de
identiteit van de aanvrager, worden de in de reisdocumentenadministratie
opgenomen gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte
reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd. Tevens worden
in dat geval nadere identificerende vragen gesteld.
3. Berusten de in
het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere autoriteit, dan wordt
deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de
gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag
wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
4. In afwijking van
het tweede en het derde lid kan bij vermissing van een eerder uitgereikt
reisdocument het raadplegen van de gegevens uit de
reisdocumentenadministratie achterwege blijven, indien de identiteit van
de aanvrager met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld aan de hand
van een ander op grond van artikel 30 van de wet aan de aanvrager
uitgereikt geldig reisdocument.
5. De aanvrager aan
wie niet eerder een Nederlands reisdocument is verstrekt, dient bij zijn
aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en
handtekening over te leggen. Indien hij dergelijke documenten niet kan
overleggen of ondanks overlegging van deze documenten twijfel blijft
bestaan over zijn identiteit, wordt daarnaar een gericht onderzoek
ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de
identiteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten
die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn
geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.
6. In de aanvraag
wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met
welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling
heeft plaatsgevonden.
Artikel 37. Persoonsgegevens van de aanvrager
1. In de aanvraag
voor een reisdocument worden de volgende persoonsgegevens van de
aanvrager vermeld:
a. geslachtsnaam en voornamen;
b. geboortedatum en geboorteplaats;
c. adres en woonplaats;
d. geslacht;
e. nationaliteit;
f. lengte.
2. De geslachtsnaam
omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat
tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van de aanvrager kan de
vermelding van adellijke titels en predikaten achterwege blijven.
3. Indien alleen een
naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam
beschouwd.
4. Indien de naam
van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie
waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, dient de naam te
worden vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle
andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de
geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse
schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden
vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het
vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op
verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te
hebben en voorzover het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.
5. De geboortedatum
omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag en de
maand kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.
6. In de aanvraag
voor een nationaal paspoort, een zakenpaspoort, een tweede paspoort, een
faciliteitenpaspoort of een Nederlandse identiteitskaart wordt tevens
het burgerservicenummer van de aanvrager, die als ingezetene in de
basisadministratie is ingeschreven, vermeld.
Artikel 38. Vermelding pseudoniem aanvrager
In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde
een Nederlandse identiteitskaart of een nooddocument, kan op verzoek van
de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in
het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan
onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter
opneming van dit gegeven in het reisdocument.
Artikel 39. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot,
echtgenote of geregistreerd partner
1. In de aanvraag
voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden tevens de
geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd
partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van
de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens
in het aangevraagde reisdocument verzoekt.
2. Indien de
aanvraag betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart wordt aan
het in het eerste lid bedoelde verzoek slechts gevolg gegeven voorzover
het reisdocument voldoende ruimte bevat voor vermelding van deze
gegevens.
Artikel 40. Bezit van of vermelding in andere
reisdocumenten
1. Van de door de
aanvrager overgelegde Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die
op zijn naam zijn gesteld, dan wel van de reisdocumenten waarin hij
staat bijgeschreven, worden het soort reisdocument, het
documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt
en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag
vermeld.
2. Indien het
overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met een nog geldig visum
of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op verzoek van de aanvrager
in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde reisdocument
standaardclausule XII met het documentnummer van het in te leveren
reisdocument wordt opgenomen.
Artikel 41. Vermist of ingenomen reisdocument bij
aanvraag
1. Indien een
eerder uitgereikt Nederlands reisdocument is vermist of op andere
gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is
ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het
desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt,
in de aanvraag vermeld. Indien deze gegevens op het moment van de
aanvraag niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek
ingesteld.
2. De ingevolge
artikel 31, eerste lid, van de wet door de aanvrager af te leggen
schriftelijke verklaring omtrent de vermissing geschiedt ten overstaan
van de daartoe aangewezen ambtenaar overeenkomstig modelformulier C2.
Indien een proces-verbaal van de plaatselijke politie wordt overgelegd,
wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring
omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
3. De daartoe
aangewezen ambtenaar maakt een kopie van de door de aanvrager over te
leggen schriftelijke verklaring omtrent de inname van zijn reisdocument
als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van de wet.
4. De schriftelijke
verklaring omtrent de vermissing en de eventueel bijgevoegde kopie van
het proces-verbaal van de politie dan wel de kopie van de schriftelijke
verklaring omtrent de inname worden bewaard in de
reisdocumentenadministratie.
5. De datum waarop
de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt afgelegd dan wel
de schriftelijke verklaring omtrent de inname wordt overgelegd, wordt in
de aanvraag vermeld.
Artikel 42
1. Bij het
indienen van een aanvraag voor een reisdocument wordt een pasfoto
overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.
2. De overgelegde
pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze
regeling opgenomen fotomatrix.
3. In afwijking van
het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager
heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich
verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.
4. In afwijking van
het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van
objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager
niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen
acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van
de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde
arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.
5. In afwijking van
het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes
jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet
aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimum
vereisten.
6. Bij
het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer op een post waar
geen reisdocumentenstation aanwezig is, dan wel waar de opneming van de
in de aanvraag vermelde gegevens in het reisdocumentstation plaatsvindt
na de uitreiking van het laissez-passer, worden in afwijking van het
eerste lid twee gelijke pasfoto’s overgelegd.
7. In
afwijking van het eerste tot en met het zesde lid kan in noodgevallen,
indien de aanvrager niet over een pasfoto beschikt en er redelijkerwijs
voor hem geen mogelijkheid bestaat om pasfoto’s te laten maken,
bij de verstrekking van een laissez-passer worden afgezien van de
overlegging van een pasfoto. Indien de houder beschikt over een ander
reis- of identiteitsdocument, voorzien van een foto, wordt uitsluitend
een laissez-passer verstrekt dat uitsluitend tezamen met het andere
reis- of identiteitsdocument kan worden gebruikt. In het laissez-passer
wordt aangetekend tezamen met welk ander reis- of identiteitsdocument
het laissez-passer aldus bruikbaar is. Indien de houder niet beschikt
over een ander reisdocument of identiteitsdocument, kan van deze
verplichting worden afgezien.
Artikel 42a. Vingerafdrukken
1. Bij het
indienen van een aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een
nooddocument, worden de afdrukken van vier vingers van de aanvrager
opgenomen.
2. Bij de aanvrager
worden platte afdrukken van de linker- en de rechterwijsvinger opgenomen
voor opslag in het reisdocument. Indien de kwaliteit van de
vingerafdrukken van de wijsvingers ontoereikend is, worden platte
afdrukken van de middelvingers, ringvingers of duimen opgenomen.
3. In de
reisdocumentenadministratie worden de vingerafdrukken opgeslagen die
ingevolge het tweede lid zijn opgenomen. Daarnaast worden bij de
aanvrager platte afdrukken van twee andere in het tweede lid genoemde
vingers opgenomen voor opslag in de reisdocumentenadministratie. Indien
de kwaliteit van deze vingers ontoereikend is, worden platte afdrukken
van de pinken opgenomen.
4. Indien
van slechts één vinger een afdruk van voldoende kwaliteit kan worden
opgenomen, wordt uitsluitend de afdruk van die vinger opgeslagen in het
reisdocument en in de reisdocumentenadministratie.
5. In
afwijking van het eerste lid wordt van het opnemen van vingerafdrukken
afgezien, indien de aanvrager op het moment van het indienen van de
aanvraag de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt.
6. Indien de daartoe
aangewezen ambtenaar van oordeel is dat het fysiek dan wel als gevolg
van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om van de aanvrager te
verlangen dat bij hem op het moment van het indienen van de aanvraag
vier vingerafdrukken worden opgenomen, worden in ieder geval de
afdrukken opgenomen van de vingers waarbij dit volgens de daartoe
aangewezen ambtenaar wel mogelijk is. Bij gerede twijfel of het fysiek
dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om vier
vingerafdrukken op te nemen, kan van de aanvrager worden verlangd, dat
deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling
ondertekende verklaring overlegt.
7. Indien van de
aanvrager geen vingerafdrukken worden opgenomen, wordt in de aanvraag de
reden voor het niet opnemen vermeld.
Artikel 43. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een
handtekening
Indien de persoon aan wie het aangevraagde
reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in
staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag
melding gemaakt.
Artikel 44. Verschijning van de aanvrager in
persoon
Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde
lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is
verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag
vermeld.
§ 2. Aanvraag ten behoeve van een
handelingsonbekwame
Artikel 45. Overleggen verklaring van toestemming
1. De
verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34 tot en met
37 van de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.
2. In de verklaring
van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van
degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.
3. Indien gebruik
wordt gemaakt van het aanvraag-informatieformulier, bedoeld in artikel
35, kan voor het overleggen van de verklaring van toestemming worden
volstaan met het (mede) ondertekenen van dat formulier door degenen die
het gezag over de minderjarige uitoefenen.
4. In de aanvraag
wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring
van toestemming.
Artikel 46. Vaststelling identiteit en bevoegdheid
van degene die het gezag uitoefent of curator
1. Op de procedure
voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van
degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator
is artikel 36 van overeenkomstige toepassing.
2. Indien degene die
een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt,
kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de
overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere
overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de
verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.
3. Voor het
verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven
van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de
minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de
door de betreffende persoon overgelegde stukken.
4. Indien
onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de
minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht
onderzoek ingesteld.
§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving
Artikel 47. Algemeen
1. Bijschrijving
van kinderen is toegestaan in ieder geldig Nederlands reisdocument met
uitzondering van de Nederlandse identiteitskaart, het diplomatiek
paspoort, het dienstpaspoort, het tweede paspoort, het noodpaspoort en
het laissez-passer.
2. Voor elke
bijschrijving van een kind in een reisdocument dient een afzonderlijke
aanvraag te worden opgemaakt. Artikel 35, eerste en tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing.
3. In de aanvraag
wordt aangegeven of deze betrekking heeft op een bijschrijving in een
gelijktijdig aangevraagd reisdocument dan wel op een bijschrijving in
een reeds uitgereikt geldig reisdocument.
4. Indien om
bijschrijving wordt verzocht in een gelijktijdig aangevraagd
reisdocument, wordt in de aanvraag het aanvraagnummer, behorende bij de
aanvraag voor het desbetreffende reisdocument, vermeld.
5. Indien om
bijschrijving wordt verzocht in een reeds uitgereikt geldig
reisdocument, wordt in de aanvraag voor de bijschrijving het
documentnummer van het desbetreffende reisdocument vermeld.
Artikel 48. Vaststelling van de identiteit en de
nationaliteit van het bij to schrijven kind
1. Voor het
verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van het bij te
schrijven kind en over het gegeven of deze, evenals de houder van het
reisdocument waarin de bijschrijving wordt verzocht, Nederlander dan
wel vreemdeling is, wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager
overgelegde reisdocument, alsmede van de door de aanvrager bij de
aanvraag verstrekte gegevens.
2. Indien
onzekerheid bestaat over de juistheid van de in het eerste lid bedoelde
gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek
omvat zoveel mogelijk verificatie met behulp van door de aanvrager over
te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit,
waaronder de geboorteakte van het bij te schrijven kind, en eventuele
andere bewijsstukken. Tevens worden in dat geval nadere identificerende
vragen gesteld.
3. In de aanvraag
wordt vermeld of de identiteit van het bij te schrijven kind is
vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de
identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
Artikel 49. Aanvraaggegevens van het bij te
schrijven kind
1. In de aanvraag
voor een bijschrijving worden de volgende persoonsgegevens van het bij
te schrijven kind vermeld:
a. geslachtsnaam en voornamen;
b. geboortedatum en geboorteplaats;
c. adres en woonplaats;
d. geslacht.
2. In de aanvraag
wordt de datum vermeld waarop de geldigheidsduur eindigt van het
reisdocument waarin de bijschrijving zal plaatsvinden.
3. Artikel 37,
tweede tot en met vijfde lid en de artikelen 40, 42 en 44 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 50. Overleggen verklaring van toestemming
1. De verklaring
van toestemming als bedoeld in de artikelen 17 en 34 tot en met 37 van
de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.
2. Artikel 45,
tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 46 is van
overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de identiteit en de
bevoegdheid van degene die het gezag over het bij te schrijven kind
uitoefent.
§ 4. Het opnemen van de foto, de
vingerafdrukken en de handtekening
Artikel 51
1. De
daartoe aangewezen ambtenaar vergelijkt, behoudens in het artikel 44
bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan
wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de
persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats
in het foto- en handtekeningformulier aan.
2. De in het eerste
lid bedoelde ambtenaar ziet, behoudens in het in artikel 43 bedoelde
geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de
bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van
de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van
het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt
gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door
de aanvrager ondertekend.
3. Het foto- en
handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar
met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
4. Het opnemen van
de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met
gebruikmaking van het aanvraagstation. Indien de aanvrager op grond van
artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt, worden
zijn vingerafdrukken opgenomen met behulp van het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat.
§ 5. Beslissing op de aanvraag en
vastlegging van de gegevens in het reisdocumentenstation
Artikel 52
1. Een
aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 9
tot en met 51 wordt niet in behandeling genomen.
2. Indien de daartoe
aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet
bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden
uitgereikt dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden,
worden in de aanvraag vermeld het feit van deze verstrekking, de datum
van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van het uit
te reiken reisdocument eindigt.
3. In de aanvraag
voor een reisdocument waarbij sprake is van een weigering of
vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen beslissing,
vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.
4. In de aanvraag
voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor
vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan
wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de
territoriale geldigheid is uitgesloten.
5. In de aanvraag
voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een
staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het
reisdocument moet worden vermeld.
6. De daartoe
aangewezen ambtenaar vermeldt in de aanvraag de verstrekkende
autoriteit.
Artikel 53
1. De daartoe
aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in
de artikelen 35 tot en met 41, 44 tot en met 50 en 52 in het
reisdocumentenstation en de foto, vingerafdrukken en handtekening in
het aanvraagstation worden vastgelegd.
2. Indien bij de
aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van
het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend
verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt.
Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het locale netwerk van
de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde
vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de
ingevolge artikel 51, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.
3. De in het
aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden
naar het reisdocumentenstation.
§ 6. Personaliseren van nooddocumenten
Artikel 54
1. Op
een post waar een reisdocumentenstation aanwezig is wordt het foto- en
handtekeningformulier met betrekking tot een nooddocument op de in
artikel 51, derde lid, bedoelde wijze gedigitaliseerd en met de
aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 53, samengevoegd tot een
aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.
2. Bij de aanvraag
van een nooddocument wordt tevens, overeenkomstig de
gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel
101, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 28, de datum waarop
het desbetreffende reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de
autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, in het
aanvraagbestand opgenomen.
3. De daartoe
aangewezen ambtenaar controleert het aanvraagbestand in het
reisdocumentenstation op volledigheid en autoriseert het gebruik van dit
bestand voor het personaliseren van het nooddocument.
4. Het
personaliseren van een nooddocument geschiedt met behulp van het in het
reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met gebruikmaking van
de daartoe bestemde reisdocumentenprinter, overeenkomstig de
gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel
101.
5. Na het
personaliseren van het nooddocument wordt het bijbehorende laminaat over
de houderpagina aangebracht.
6. Het
personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de gegevens met de
pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde rubrieken van het
reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in bijlage J opgenomen
invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op de in de
invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het document
heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in artikel
102, eerste lid, bedoelde dienststempel. Het scannen van het
aanvraagformulier en de opneming van de gegevens in het
reisdocumentenstation, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan in
afwijking van het derde lid ook na uitreiking van het laissez-passer
plaatsvinden.
Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand
en levering van gepersonaliseerde documenten
Artikel 55. Het toevoegen van de foto, de
vingerafdrukken en de handtekening aan de aanvraag
De in het aanvraagstation vastgelegde foto,
handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld
in artikel 53, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het
reisdocumentenstation.
Artikel 56. Het verzenden van het aanvraagbestand
De daartoe aangewezen ambtenaar zendt nadat is
vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt dan
wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden, het aanvraagbestand
met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van
de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt voorzien van
een digitale handtekening van deze ambtenaar.
Artikel 57. In ontvangstneming van de geleverde
documenten bij het ministerie
1. De
gepersonaliseerde reisdocumenten, bijschrijvingsstickers en
identificatiekaarten worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld
in artikel 89, eerste lid.
2. De in het eerste
lid genoemde ambtenaar toont de in artikel 89, tweede lid, bedoelde
machtiging van de distributeur en legitimeert zich, op verzoek van de
distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van
de Wet op de identificatieplicht of met een Nederlands rijbewijs.
3. De aflevering van
de zending bij het ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de
afgesproken tijdstippen.
4. Indien de persoon
die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet
voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met
betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan
wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde
autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk
is, draagt de distributeur de zending niet over.
Artikel 58. Controle zending bij het ministerie en
verdere distributie van de documenten
1. De tot
ontvangst bevoegde ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
controleert, aan de hand van de voormelding van de leverancier, in het
bijzijn van de distributeur of de zending voor het ministerie
onderscheidenlijk de uitgiftelocaties in het buitenland bestemd is.
Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, tekent de tot
ontvangst bevoegde ambtenaar de door de distributeur overgelegde
distributielijst voor ontvangst.
2. Indien de zending
niet voor het ministerie van Buitenlandse Zaken bestemd is, afwijkingen
vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt gehandeld
overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier
geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.
3. De documenten die
voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de in
artikel 93 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de
leverancier. Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de
leverancier geschiedt met gebruikmaking van standaardformulier B4.
4. Bij de
constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het
bijzijn van de distributeur in een voor het publiek afgesloten ruimte
gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in
ontvangst genomen.
5. Indien de tot
ontvangst bevoegde ambtenaar vaststelt dat er documenten zijn beschadigd
of ontbreken, wordt hiervan door de distributeur een proces-verbaal
opgemaakt.
6. Het afschrift van
het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.
7. De Minister van
Buitenlandse Zaken draagt zorg voor het op beveiligde wijze beschikbaar
stellen van de zendingen gepersonaliseerde reisdocumenten,
bijschrijvingsstickers en identificatiekaarten aan de tot uitreiking
daarvan bevoegde ambtenaren op het ministerie en de posten.
Artikel 59. Nabezorgen niet ontvangen documenten
1. Indien
documenten niet op het verwachte tijdstip bij het ministerie van
Buitenlandse Zaken worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor
bestemd telefoonnummer bij de leverancier informatie ingewonnen over
de te verwachten levertijd.
2. In het geval de
zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor
dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd.
3. In het geval
documenten op een verkeerde uitgiftelocatie in Nederland zijn
afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat de desbetreffende
documenten, zo mogelijk nog dezelfde dag, bij het ministerie van
Buitenlandse Zaken worden aangeboden.
4. Het in ontvangst
nemen van documenten als bedoeld in het derde lid geschiedt
overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van standaardformulier B4.
Artikel 60. Controle zending in het
reisdocumentenstation
1. De daartoe
aangewezen ambtenaar op het ministerie of de tot uitreiking bevoegde
post gaat na of de in de zending aanwezige documenten overeenkomen met
de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende
elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de
leverancier is verzonden.
2. In het
reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een document overeenkomstig
de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is
ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is
geproduceerd of gepersonaliseerd.
3. Indien de zending
niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont,
beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld
overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier
geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.
Artikel 61. Terugzenden en vernietigen van
verkeerd geleverde documenten
1. De documenten
die na de controle van de zending op de post als bedoeld in artikel 60
voor een andere post of voor het ministerie blijken te zijn bestemd,
worden op de door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven
wijze teruggezonden naar het ministerie en alsnog overeenkomstig
artikel 58, zesde lid, beschikbaar gesteld aan de tot uitreiking
daarvan bevoegde ambtenaren op de post of het ministerie.
2. De documenten die
na de in het eerste lid bedoelde controle voor een andere
uitgiftelocatie dan een post of het ministerie blijken te zijn bestemd,
worden bij de post vernietigd op de in artikel 78, tweede lid,
aangegeven wijze.
Artikel 62. Herzending van de aanvraag
Indien een reisdocument of een
bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of
gepersonaliseerd, dan wel niet is ontvangen en niet alsnog ingevolge
artikel 61, eerste lid, zal worden bezorgd, wordt het op het
reisdocument, op de daarin opgenomen bijschrijving of op de
bijschrijvingssticker betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw
verzonden aan de leverancier.
Artikel 63. Terugzending onjuist geproduceerde,
gepersonaliseerde of beschadigde documenten
Reisdocumenten en bijschrijvingsstickers die bij
de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de
uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan
wel blijken te zijn beschadigd, worden overeenkomstig bijlage D, met
gebruikmaking van modelformulier C10, teruggestuurd aan de leverancier.
Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en
bijschrijvingssticker
Artikel 64. Algemeen
1. Tot uitreiking
van het aangevraagde reisdocument dan wel tot plaatsing van een
bijschrijvingssticker wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit
van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld en de aanvrager
de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft
gecontroleerd, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing
is.
2. De plaatsing van
een bijschrijvingssticker vindt plaats door dezelfde autoriteit die de
aanvraag daartoe in ontvangst heeft genomen.
Artikel 64a. Verificatie vingerafdrukken bij
uitreiking
1. Indien de tot
uitreiking bevoegde ambtenaar twijfelt aan de identiteit van de
aanvrager worden de vingerafdrukken van de aanvrager geverifieerd
tegen de vingerafdrukken die in het uit te reiken reisdocument zijn
opgenomen.
2. Indien de
verificatie niet slaagt, wordt het reisdocument niet uitgereikt.
Artikel 65. Vermist of ingenomen reisdocument bij
de uitreiking
1. Indien het bij
de uitreiking van het aangevraagde reisdocument in te leveren
reisdocument is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door
een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven,
alsmede het nummer van het desbetreffende reisdocument en de
autoriteit die het heeft verstrekt, alsnog in de aanvraag met
betrekking tot het uit te reiken reisdocument opgenomen. Indien deze
gegevens op het moment van de uitreiking niet voorhanden zijn, wordt
hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.
2. Artikel 41,
tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66. Bijschrijving door middel van een
sticker
De ten behoeve van de bijschrijving in een
bestaand reisdocument vervaardigde bijschrijvingssticker wordt door de
daartoe aangewezen ambtenaar op de daarvoor bestemde pagina in het
reisdocument aangebracht.
Artikel 67
1. Indien de
aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem
redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt
bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post dan
wel op een andere veilige wijze aan hem toegezonden.
2. De inlevering van
de Nederlandse reisdocumenten als bedoeld in artikel 32 van de wet
geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten toe te sturen aan het
hoofd van de consulaire post op een door deze daartoe voorgeschreven
wijze.
3. Tot toezending
van het uit te reiken reisdocument wordt niet overgegaan dan na
ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde reisdocumenten.
Artikel 68. Registratie in het
reisdocumentenstation
1. De daartoe
aangewezen ambtenaar registreert de uitreiking van of de bijschrijving
in een reisdocument, alsmede de inlevering van het vorige
reisdocument, in het reisdocumentenstation.
2. Indien bij de
uitreiking blijkt dat het reisdocument of de bijschrijvingssticker is
beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de
opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation
geregistreerd.
3. Indien binnen
drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een
geleverd reisdocument of plaatsing van een geleverde
bijschrijvingssticker heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in
het reisdocumentenstation.
Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en
vervallenverklaring
Artikel 69. Uitsluiting Nederlandse
identiteitskaart
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op
Nederlandse identiteitskaarten.
Artikel 70. Informatie over de gesignaleerde
persoon
1. Het hoofd van
een post die een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden
reisdocument ontvangt betreffende een persoon die, blijkens de in
artikel 5 bedoelde administratie, in het register
paspoortsignaleringen is opgenomen, doet hiervan terstond mededeling
aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
2. De Minister van
Buitenlandse Zaken verzoekt, hetzij na ontvangst van de in het eerste
lid bedoelde mededeling, hetzij indien hij zelf een aanvraag in
behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt
betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, terstond bij brief
of per faxbericht aan het agentschap BPR hem mede te delen of de
desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen
is opgenomen.
3. In afwijking van
het tweede lid kan in spoedgevallen het verzoek ook met gebruikmaking
van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief
of per faxbericht wordt bevestigd.
4. Indien de
Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 44, derde lid, van de
wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een
persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe op de in het tweede en
derde lid voorgeschreven wijze een verzoek aan het agentschap BPR. Dit
verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het tweede lid bedoelde
verzoek worden gedaan.
Artikel 71. Kennisgeving van de beslissing op
grond van artikel 45, tweede lid, van de wet
De Minister van Buitenlandse Zaken geeft het
agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C6 kennis van zijn
beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste,
ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden
reisdocumenten
§ 1. Vermiste of ingenomen
reisdocumenten
Artikel 72. Vermist of ingenomen reisdocument
anders dan bij aanvraag of uitreiking
1. Indien
de houder van een uitgereikt reisdocument aan de Minister van
Buitenlandse Zaken of het hoofd van een post buiten de gevallen,
bedoeld in de artikelen 41 en 65, mededeling doet van de vermissing of
de inname van het desbetreffende reisdocument, wordt de ingevolge
artikel 31, eerste lid, van de wet af te leggen schriftelijke
verklaring omtrent de vermissing door de houder gedaan ten overstaan
van de daartoe aangewezen ambtenaar, die de mededeling omtrent de
vermissing in ontvangst neemt, overeenkomstig modelformulier C2.
Indien een proces-verbaal van de plaatselijke politie wordt
overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke
verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
2. De schriftelijke
verklaring omtrent de vermissing en de eventueel bijgevoegde kopie van
het proces-verbaal van de politie dan wel de overgelegde kopie van de
schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, worden
bewaard in de reisdocumentenadministratie van de autoriteit waar de in
het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan.
Artikel 73. Melding van de vermissing of inname
van een reisdocument
Van de vermissing of de inname van een Nederlands
reisdocument als bedoeld in de artikelen 41, 65 en 72 wordt terstond
melding gemaakt aan het agentschap BPR met gebruikmaking van
modelformulier C7.
§ 2. Doorzending ingehouden
reisdocumenten
Artikel 74. Reisdocumenten van gesignaleerde
personen
1. Het
hoofd van de post die een reisdocument heeft ingehouden, dan wel bij
wie een reisdocument is ingeleverd van een houder die, in verband met
het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, in het
register paspoortsignaleringen is opgenomen, houdt dit reisdocument
voor de Minister van Buitenlandse Zaken onder zich totdat deze heeft
beslist over de vervallenverklaring daarvan.
2. Zodra is beslist
dat het reisdocument niet vervallen moet worden verklaard, wordt dit aan
de houder teruggegeven, dan wel op de meest beveiligde wijze naar het
door de houder opgegeven adres gezonden.
3. Indien het
reisdocument vervallen wordt verklaard, wordt dit hetzij ingevolge
artikel 75 doorgezonden, hetzij op de in artikel 78 bepaalde wijze
definitief aan het verkeer onttrokken.
Artikel 75. Definitief aan het verkeer te
onttrekken reisdocumenten
1. Het hoofd van
de post waar een reisdocument is ingehouden of ingeleverd, dan wel
waar een gevonden reisdocument is ontvangen dat blijkens artikel 78
definitief aan het verkeer moet worden onttrokken, zendt indien hij
daartoe niet bevoegd is het desbetreffende reisdocument, per
aangetekende post dan wel op een andere verantwoorde wijze, met
vermelding van de reden terstond door aan het hoofd van de post die
daartoe wel bevoegd is.
2. Een diplomatiek
paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid,
van de wet verstrekt laissez-passer, wordt doorgezonden aan de Minister
van Buitenlandse Zaken.
3. De Minister van
Buitenlandse Zaken zendt indien hij niet bevoegd is een door hem
ingehouden, bij hem ingeleverd, door hem ontvangen of aan hem
toegezonden reisdocument definitief aan het verkeer te onttrekken, het
desbetreffende reisdocument terstond door aan de autoriteit die daartoe
wel bevoegd is.
§ 3. Melding van rechtswege vervallen
reisdocumenten aan het register paspoortsignaleringen en het
basisregister reisdocumenten
Artikel 76. Mededelingen inzake vermelding en
verwijdering van de vermelding
1. Het
hoofd van de post onderscheidenlijk de Minister van Buitenlandse Zaken
deelt met het oog op een vermelding in het register
paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, vierde lid, van de wet
het agentschap BPR de gegevens mede van de houder van een reisdocument
dat van rechtswege is vervallen of waarin een bijschrijving is
opgenomen die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert
het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van
de houder niet kan worden achterhaald.
2. Het hoofd van de
post onderscheidenlijk de Minister van Buitenlandse Zaken deelt, met het
oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit
het register paspoortsignaleringen, het agentschap BPR terstond mede dat
hij het in het eerste lid bedoelde reisdocument heeft ingehouden, dan
wel het desbetreffende reisdocument bij hem is ingeleverd.
3. De in het eerste
en tweede lid bedoelde mededeling geschiedt met gebruikmaking van
modelformulier C7.
4. Van het van
rechtswege vervallen van een reisdocument ingevolge artikel 47, eerste
lid, onder a, b, c, e, f of h van de wet wordt, met het oog op de
vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding
gedaan aan het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C7.
§ 4. Melding inzake gevonden
reisdocumenten
Artikel 77
De Minister van Buitenlandse Zaken geeft van een
gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking
van modelformulier C4 terstond kennis aan het Expertise Centrum
Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.
Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van
reisdocumenten en ongedaan maken van bijschrijvingen
§ 1. Definitieve onttrekking van een
reisdocument aan het verkeer
Artikel 78. Redenen en wijze van onttrekking
1. Het
hoofd van de post onttrekt een nationaal paspoort, een Nederlandse
identiteitskaart, een faciliteitenpaspoort, een tweede paspoort, een
reisdocument voor vluchtelingen, een reisdocument voor vreemdelingen
of een op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet verstrekt
nooddocument en de Minister van Buitenlandse Zaken onttrekt een
diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel
15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer, terstond
definitief aan het verkeer, indien:
a. het niet binnen drie maanden, nadat het voor
uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is
genomen;
b. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking
van een nieuw reisdocument, is ingeleverd;
c. het vervallen is verklaard dan wel ingevolge
artikel 54, eerste lid, van de wet is ingehouden, tenzij nog een
beroepstermijn open staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het
reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;
d. het na uitreiking als onbruikbaar is
beschouwd ten gevolge van misdruk, verkeerde personalisatie of de
onjuiste plaatsing van de bijschrijvingssticker en dientengevolge is
ingehouden of ingeleverd;
e. het als gevonden reisdocument is ontvangen,
tenzij hij in de gelegenheid is om het in persoon terug te geven aan
de houder, die nog geen verklaring als bedoeld in artikel 31 van de
wet heeft afgelegd.
2. Het reisdocument
wordt definitief aan het verkeer onttrokken door het deugdelijk te
vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar gemaakt aan
de houder terug te geven ingevolge het derde lid. De vernietiging
geschiedt door het reisdocument op gecontroleerde wijze te verbranden of
te versnipperen, zodat reconstructie van het reisdocument niet meer
mogelijk is.
3. Op verzoek van de
houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart,
faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen,
reisdocument voor vreemdelingen, diplomatiek paspoort of dienstpaspoort
na inlevering, onbruikbaar gemaakt aan hem teruggegeven.
4. Het onbruikbaar
maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten (elk van
tenminste 12 mm) door het gehele reisdocument op zodanige wijze dat het
in het reisdocument aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de
aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt.
5. Indien het
ingeleverde reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een
geldige verblijfstitel bevat en in verband daarmee het verzoek is
gedaan, bedoeld in artikel 40, tweede lid, worden de desbetreffende
bladzijden en het documentnummer intact gelaten.
6. In afwijking van
het tweede lid wordt een reisdocument, dat ingevolge het eerste lid,
onder d, tengevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is
ingehouden of ingeleverd, definitief aan het verkeer onttrokken door
het, met gebruikmaking van modelformulier C10, terug te sturen aan de
leverancier.
7. De in het eerste
lid, onder e, en in het derde lid bedoelde teruggave van een
reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van
artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h, van de wet van rechtswege
is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet
is ingehouden, dan wel artikel 110, tweede lid, of artikel 111, tweede
lid, van toepassing is.
8. Een
bijschrijvingssticker die niet binnen drie maanden na ontvangst bij de
uitgiftelocatie in het daartoe bestemde reisdocument is aangebracht,
wordt op de in het tweede lid aangegeven wijze deugdelijk vernietigd.
§ 2. Ongedaan maken van een
bijschrijving
Artikel 79. Wijze van ongedaan maken bijschrijving
Het ongedaan maken van een bijschrijving vindt
plaats:
a. door het plaatsen van het in artikel 102,
tweede lid, bedoelde stempel, voorzien van de paraaf van het hoofd
van de post of de daartoe aangewezen ambtenaar over de tekst en de
foto van de bijschrijving in het reisdocument, dan wel
b. als gevolg van de definitieve onttrekking
aan het verkeer van het reisdocument waarin de bijschrijving is
opgenomen.
§ 3. Kennisgevingen
Artikel 80
1. Van
de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet
zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, alsmede de
uitreiking van een vervangend reisdocument, niet zijnde een
nooddocument, wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis
gegeven aan:
a. de burgemeester van de gemeente of de
gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder als ingezetene in
de basisadministratie is ingeschreven, dan wel
b. de autoriteit in Aruba, Curaçao of
Sint Maarten, die het reisdocument heeft verstrekt, dan wel
c. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in
het buitenland of de burgemeester van Den Haag, Enschede, Maastricht,
Echt-Susteren of Oldambt, die het reisdocument heeft verstrekt, dan wel
d. de burgemeester van de gemeente of de
gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder voor het laatst als
ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven, indien het
reisdocument niet door een in b of c genoemde autoriteit is verstrekt.
2. Van de
ongedaanmaking van een bijschrijving als bedoeld in artikel 79 wordt met
gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan de autoriteit,
bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, die de bijschrijving heeft
geplaatst, dan wel aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber
van het openbaar lichaam waar het bijgeschreven kind voor het laatst als
ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven, indien de
bijschrijving niet door een in het eerste lid onder b of c genoemde
autoriteit is geplaatst.
§ 4. Registratie definitief aan het
verkeer onttrokken reisdocumenten
Artikel 81
De Minister van Buitenlandse Zaken of het hoofd
van de post die:
a. een door hem verstrekt reisdocument
definitief aan het verkeer onttrekt, dan wel
b. door toezending van modelformulier C3 in
kennis wordt gesteld van de definitieve onttrekking aan het verkeer
van een door hem verstrekt reisdocument en de uitreiking van een
vervangend reisdocument, registreert deze feiten in de
reisdocumentenadministratie, bedoeld in artikel 82.
Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie
Artikel 82. Opgenomen gegevens, raadpleegbaarheid,
bewaartermijn
1. Van elk
verstrekt reisdocument respectievelijk van elke daarin opgenomen
bijschrijving wordt een administratie bijgehouden.
2. De in het eerste
lid bedoelde reisdocumentenadministratie wordt bijgehouden in het
reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de
artikelen 53, 54 en 68 opgenomen gegevens betreft.
3. De overige
gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking
worden als afzonderlijke documenten in de reisdocumentenadministratie
opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede
lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.
4. De in de
reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens worden gedurende elf
jaren na de datum van verstrekking van het betreffende reisdocument dan
wel de opneming van de bijschrijving in een reisdocument bewaard.
5. In afwijking van
het vierde lid worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen
vingerafdrukken, bedoeld in artikel 42a, bewaard tot het moment dat de
uitreiking van het aangevraagde reisdocument dan wel de reden voor het
niet uitreiken daarvan, in het reisdocumentenstation is geregistreerd.
Artikel 83. Administratie laissez-passer buiten
het reisdocumentenstation
1. In afwijking
van het bepaalde in artikel 82 wordt op een post waar geen
reisdocumentenstation aanwezig is van elk verstrekt laissez-passer het
originele aanvraag-informatieformulier, voorzien van de foto van de
houder, met de bij de aanvraag overgelegde bewijsstukken en
verklaringen als bijlagen in een administratie opgeborgen, die
jaarlijks wordt afgesloten. De formulieren worden daarbij alfabetisch
op de naam van de houder gerangschikt.
2. Van elk verstrekt
laissez-passer wordt een kopie van het aanvraag-informatieformulier in
de in artikel 98 bedoelde nummeradministratie opgeborgen. De
kopie-formulieren worden daarbij op het documentnummer van het
verstrekte laissez-passer gerangschikt.
3. De administratie,
bedoeld in het eerste lid, blijft gedurende twee jaren na afloop van het
kalenderjaar waarin het laissez-passer is verstrekt, raadpleegbaar.
Artikel 84 [Vervallen per 26-08-2006]
Artikel 85. Verstrekking van gegevens
Onverminderd het bepaalde in artikel 65, tweede
lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in de
artikelen 82 en 83 bedoelde reisdocumentenadministratie uitsluitend
toegestaan aan:
a. degenen die bij of krachtens de wet belast
zijn met de uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk
zijn voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot
reisdocumenten;
b. de ambtenaren, werkzaam bij het
ministerie van Buitenlandse Zaken, een Nederlandse consulaire
vertegenwoordiging in het buitenland onderscheidenlijk het Kabinet van
de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, voor zover die
gegevens noodzakelijk zijn voor consulaire handelingen waarbij de
identiteit van de betrokken persoon moet worden vastgesteld;
c. de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel
141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185
van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover die gegevens
noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten in het kader
van het onderzoek waarbij zij zijn betrokken of voor zover die
noodzakelijk zijn voor de identificatie van slachtoffers;
d. de ambtenaren van het openbaar ministerie,
voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de
hun opgedragen werkzaamheden;
e. de ambtenaren werkzaam bij de autoriteiten,
bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, voor zover die
gegevens noodzakelijk zijn voor het verzoek tot weigering of
vervallenverklaring en de daarmee verband houdende vermelding van deze
gegevens in het register paspoortsignaleringen als bedoeld in artikel
25, derde lid, van de wet;
f. de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover die gegevens
noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden in verband met
de verwerking van gegevens in het basisregister reisdocumenten, in
verband met de uitoefening van hun taak als bedoeld in artikel 58 van
de wet, alsmede in verband met onderzoek naar onregelmatigheden met
reisdocumenten;
g. degene die in opdracht van de Minister van
Buitenlandse Zaken belast is met de controle op de uitvoering van de
bij of krachtens de wet gestelde regels, de toepassing van de
beveiligingsmaatregelen of de werking van het aanvraagsysteem
reisdocumenten, voor zover die gegevens, de rechtstreekse toegang
daaronder begrepen, noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen
werkzaamheden;
h. de houder, beheerder, bewerker en degene die
belast is met de invoer, wijziging, of verwijdering van gegevens, voor
zover die gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen,
noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun in verband daarmee
opgedragen werkzaamheden;
i. i. de ambtenaren werkzaam bij de Algemene
Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en
artikel 7, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten 2002.
Hoofdstuk X. Organisatie en beheer van het
aanvraagsysteem reisdocumenten
§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde
personen
Artikel 86. Aanwijzing en registratie algemeen
1. De
Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de
post of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst de personen aan
die bevoegd zijn tot het verrichten van de handelingen die bij of
krachtens de wet zijn voorgeschreven.
2. De in het eerste
lid bedoelde aanwijzing van personen, alsmede de registratie van hun
bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de functionele
beschrijvingen met betrekking tot het aanvraagsysteem reisdocumenten en
overeenkomstig de beveiligingsprocedure, bedoeld in artikel 107.
Artikel 87. De autorisatiebevoegden reisdocumenten
1. De Minister van
Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post wijst per
uitgiftelocatie tenminste twee ambtenaren aan die binnen het
aanvraagsysteem reisdocumenten zullen functioneren als
autorisatiebevoegde reisdocumentenstation overeenkomstig de
gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in
artikel 101. Tevens wijst de minister onderscheidenlijk het hoofd van
de post per aanvraagstationlocatie tenminste twee ambtenaren aan die
zullen functioneren als autorisatiebevoegde aanvraagstation
overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation,
bedoeld in artikel 101.
2. Van de aanwijzing
of de vervanging van een autorisatiebevoegde wordt terstond met
gebruikmaking van standaardformulier B3 melding gedaan aan het
agentschap BPR, die een registratie bijhoudt van de autorisatiebevoegden
en deze gegevens doorgeeft aan de leverancier.
3. De in het eerste
lid bedoelde autoriteit draagt er zorg voor, dat een autorisatiebevoegde
in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak
voortvloeien.
4. De
autorisatiebevoegden zijn rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de
post.
Artikel 88. De identificatiekaart
1. Een
autorisatiebevoegde reisdocumentenstation krijgt van de leverancier de
beschikking over een identificatiekaart, waarmee op elektronische
wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de
daarin opgeslagen programmatuur en gegevens.
2. De
autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is verantwoordelijk voor het
aanvragen, de bewaring, de uitgifte, de intrekking en het
(autorisatie)beheer van de identificatiekaarten van andere personen die
bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen waarvoor toegang tot het
reisdocumentenstation is vereist. Hij geeft wijzigingen terstond door
aan de leverancier.
3. Het aanvragen van
identificatiekaarten bij de leverancier en het doorgeven van
wijzigingen, alsmede het uitgeven, intrekken en beheren van de geleverde
identificatiekaarten geschiedt overeenkomstig de gebruikershandleiding
bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101.
4. De
identificatiekaarten worden op naam uitgegeven.
5. De leverancier
houdt een registratie bij van de uitgegeven en ingetrokken
identificatiekaarten.
Artikel 88a. De opstartkaart
1. Per
aanvraagstationlocatie worden door de leverancier twee opstartkaarten
verstrekt, waarmee het aanvraagstation in werking kan worden gesteld.
2. De
autorisatiebevoegde aanvraagstation is, met inachtneming van de
gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 101,
verantwoordelijk voor de bewaring en het gebruik van de opstartkaart.
3. Bij defect of
verlies van een opstartkaart wordt terstond contact opgenomen met de
leverancier.
4. Een defecte
opstartkaart wordt terstond aan de leverancier toegestuurd.
5. De leverancier
houdt een registratie bij van de uitgegeven opstartkaarten. Tevens
registreert hij welke opstartkaarten vermist zijn.
Artikel 88b. Het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat
1. De Minister van
Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post of de door
hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten hoogste
drie ambtenaren aan die aanvragen in behandeling mogen nemen met
behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat overeenkomstig de
gebruikershandleiding bij het mobiel vingerafdrukopname-apparaat,
bedoeld in artikel 101.
2. De leverancier
verstrekt aan de autorisatiebevoegde aanvraagstation een wachtwoord
waarmee toegang tot het mobiel vingerafdrukopname-apparaat kan worden
verkregen en een authenticatiekaart waarmee het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie
kan worden aangesloten.
3. De
autorisatiebevoegde aanvraagstation brengt het wachtwoord uitsluitend
ter kennis aan de aangewezen ambtenaren bedoeld in het eerste lid en
ziet er op toe dat het wachtwoord te allen tijde gescheiden van het
mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt bewaard. Alle betrokkenen nemen
alle daartoe noodzakelijke maatregelen om te voorkomen dat het
wachtwoord bekend wordt. Indien het wachtwoord is zoekgeraakt of ter
kennis is gekomen van een onbevoegde wordt terstond contact opgenomen
met de leverancier.
4. Artikel 88a,
tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de
verstrekte authenticatiekaart.
Artikel 89. De tot ontvangst van gepersonaliseerde
documenten bevoegde ambtenaren
1. De Minister van
Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst
op zijn ministerie ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van
gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen.
2. De aanmelding,
registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren,
bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de distributeur met
gebruikmaking van de door de distributeur daartoe kosteloos beschikbaar
gestelde machtiging.
3. De machtiging
wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel als bedoeld in
artikel 102, eerste lid, en de handtekening van de Minister van
Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.
4. Een kopie van het
in het derde lid genoemde formulier wordt op het ministerie bewaard.
Artikel 90. Registratie parafen
1. De Minister van
Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post houdt een
administratie bij van de parafen van de personen die tot parafering
van aanvraagformulieren bevoegd zijn.
2. Een paraaf als
bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval net zo lang bewaard als
de aanvragen waarin een paraaf van de desbetreffende persoon is
opgenomen.
§ 2. Aflevering van zendingen
Artikel 91. Aanmelding en registratie van
aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties
1. De
Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen
ambtenaar meldt met gebruikmaking van standaardformulier B2 aan het
agentschap BPR de aanvraagstationlocaties waar één of meerdere
aanvraagstations zijn geplaatst alsmede de uitgiftelocatie waar de
verzending van de aanvragen naar de leverancier geschiedt, alsmede de
locatie in Nederland waar de aflevering van de zendingen door de
distributeur plaatsvindt.
2. Wijzigingen
met betrekking tot aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties worden,
met gebruikmaking van standaardformulier B2, tijdig gemeld aan het
agentschap BPR.
3. Het agentschap
BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste en tweede lid
aangemelde aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties en geeft deze
gegevens door aan de leverancier.
4. De leverancier
wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke locatiecode toe en meldt deze
terug aan het agentschap BPR en aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 92. Vastlegging tijdstip van aflevering
De vastlegging van de tijdstippen waarop een
zending wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de distributeur.
§ 3. Beheer van ontvangen
gepersonaliseerde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
Artikel 93. Bewaring gepersonaliseerde
reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
1. De
geleverde gepersonaliseerde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, in een daartoe
bestemde ruimte, bewaard op de in artikel 105 voorgeschreven wijze tot
het tijdstip, dat zij door de bevoegde afdeling beschikbaar worden
gesteld aan de bij het ministerie tot uitreiking bevoegde ambtenaren
of doorgezonden aan de tot uitreiking bevoegde posten, dan wel worden
opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 60.
2. De ingevolge het
eerste lid beschikbaar gestelde of doorgezonden reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers worden, bij de desbetreffende afdeling op het
ministerie of bij de desbetreffende post, bewaard op de in artikel 105
voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij door de daartoe bevoegde
ambtenaar worden uitgereikt, dan wel worden geretourneerd aan de in het
eerste lid bedoelde afdeling om te worden teruggestuurd aan de
leverancier ingevolge artikel 63.
3. Aan de hand van
de gegevens in het reisdocumentenstation wordt bij de desbetreffende
afdeling op het ministerie of bij de desbetreffende post nagegaan welke
gepersonaliseerde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers binnen drie
maanden na de datum van ontvangst nog niet zijn uitgereikt, teneinde
deze ingevolge artikel 78 definitief aan het verkeer te onttrekken.
Artikel 94. Ontbrekende gepersonaliseerde
reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
1. Indien op enig
moment een gepersonaliseerd reisdocument of bijschrijvingssticker na
aflevering en registratie daarvan in het reisdocumentenstation blijkt
te ontbreken, wordt terstond een inventarisatie opgemaakt van de nog
aanwezige reisdocumenten of bijschrijvingsstickers aan de hand van de
gegevens in het reisdocumentenstation.
2. De ontbrekende
reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden geregistreerd in het
reisdocumentenstation.
3. Artikel 62 is van
overeenkomstige toepassing.
§ 4. Bestelling, aflevering en beheer
van nooddocumenten
Artikel 95. De tot bestelling en ontvangst van
blanco documenten bevoegde ambtenaren
1. De
Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen
ambtenaar wijst op zijn ministerie ten minste drie ambtenaren aan om
namens hem bestellingen te doen van blanco noodpaspoorten en
laissez-passer's bij de leverancier en tevens drie ambtenaren om
leveringen daarvan in ontvangst te nemen.
2. De aanmelding van
de tot bestelling en van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld
in het eerste lid, alsmede wijzigingen in deze gegevens, vindt plaats
bij het agentschap BPR, met gebruikmaking van de standaardformulieren B6
en B7.
3. Het ingevulde
registratieformulier wordt gewaarmerkt met een afdruk van een
dienststempel als bedoeld in artikel 102, eerste lid.
4. Het agentschap
BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste lid aangemelde
personen en geeft deze gegevens door aan de leverancier.
Artikel 96. Bestelling en aflevering
nooddocumenten
1. De
nooddocumenten worden met gebruikmaking van modelformulier C11 door de
daartoe aangewezen ambtenaar maximaal vier maal binnen een jaar bij de
leverancier besteld. De bestelopdracht wordt gesteld op briefpapier
van het ministerie van Buitenlandse Zaken en, na ondertekening van de
daartoe aangewezen ambtenaar, gewaarmerkt met een afdruk van het in
artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel.
2. Het aantal blanco
noodpaspoorten en laissez-passer's dat binnen een jaar kan worden
besteld, wordt bepaald door de leverancier en is gebaseerd op het
jaarlijkse aantal verstrekte documenten, in de periode tussen 1 oktober
en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt
jaarlijks voor 1 november het aantal te bestellen nooddocumenten voor
het daaropvolgende jaar bekend aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
3. Indien tussen
twee bestellingen blijkt dat de voorraad noodpaspoorten dan wel
laissez-passer's ontoereikend zal zijn, kan een opdracht voor een
spoedbestelling worden geplaatst. De opdracht voor een spoedbestelling
kan slechts worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is
vastgesteld dat het aflevertijdstip van de eerstvolgende bestelopdracht
niet kan worden vervroegd. De omvang van de spoedbestelling is niet
groter dan noodzakelijk om de periode tot de levering van de
eerstvolgende bestelling te overbruggen.
4. Alvorens een
bestelopdracht te plaatsen, wordt nagegaan of de in artikel 95 bedoelde
gegevens nog juist zijn.
5. Indien gegevens
zijn gewijzigd, dient het nieuwe registratieformulier minstens vijf
werkdagen voor het plaatsen van een nieuwe bestelopdracht in het bezit
van het agentschap BPR te zijn.
6. De bestelling
wordt door de leverancier bevestigd door toezending van een
leveringsbevestiging aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
7. De daadwerkelijke
aflevering vindt gemiddeld maximaal vijf werkdagen na de op de
leveringsbevestigingen vermelde dagtekening plaats door een
waardetransporteur.
8. Bij aflevering
door de leverancier ondertekent de tot ontvangst bevoegde persoon,
bedoeld in artikel 95, eerste lid, de strook die aan de
leveringsbevestiging is gehecht.
9. De tot ontvangst
bevoegde persoon legitimeert zich, op verzoek van de waardetransporteur,
met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
identificatieplicht of met een Nederlands rijbewijs.
10. De aflevering
van de zending vindt plaats in de kluisruimte. Indien aflevering in de
kluisruimte niet mogelijk of niet doelmatig is, vindt aflevering plaats
in een voor het publiek afgesloten ruimte zo dicht mogelijk bij de
kluis.
11. De tot ontvangst
bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de waardetransporteur
aan de hand van de leveringsbevestiging het aantal pakketten alsmede de
verzegeling. Indien de zending niet voor het ministerie van Buitenlandse
Zaken bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten
ontbreken, wordt hiervan aantekening gemaakt op de aan de
leveringsbevestiging gehechte strook en het agentschap BPR hiervan
terstond in kennis gesteld.
12. De ingevulde en
ondertekende strook wordt aan de waardetransporteur overhandigd.
13. Indien de
persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet
voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met
betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan
wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van het
ministerie van Buitenlandse Zaken een veilige aflevering niet mogelijk
is, draagt de waardetransporteur de zending niet over.
Artikel 97. Ontvangst en verdere verspreiding van
de nooddocumenten door het ministerie
1. Na ontvangst
van de zending wordt deze terstond veilig gesteld. Indien de
aflevering niet aan de kluis geschiedt, ziet de ambtenaar die de
zending in ontvangst heeft genomen erop toe, dat de zending terstond
in de kluis wordt opgeslagen.
2. De bij de zending
gevoegde ontvangstbevestiging wordt na vergelijking van de
verpakkingseenheden van de zending met de opgave in de
leveringsbevestiging binnen vijf werkdagen na aflevering van de zending,
aan de leverancier geretourneerd.
3. De
controle van de inhoud van de verpakkingseenheden als bedoeld in het
tweede lid geschiedt door de tot ontvangst bevoegde persoon, en
tenminste één andere persoon. Van de controle wordt een proces-verbaal
opgemaakt, dat bij de in het vijfde lid bedoelde nummeradministratie
wordt gearchiveerd.
4. Bij
constatering van afwijkingen tussen de inhoud van de zending en de
opgave in de leveringsbevestiging wordt terstond contact opgenomen met
de leverancier. De geconstateerde afwijkingen worden schriftelijk
medegedeeld aan het agentschap BPR.
5. De Minister van
Buitenlandse Zaken houdt van de door hem ontvangen blanco
nooddocumenten, uitgesplitst naar soort, een serienummeradministratie
bij, waaruit aan de hand van de documentnummers te allen tijde dient te
blijken welke documenten:
a. in de voorraad aanwezig zijn;
b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
c. aan tot verstrekking bevoegde autoriteiten
beschikbaar zijn gesteld;
d. zijn gestolen, vermist of anderszins als
onbruikbaar moeten worden beschouwd.
6. De Minister van
Buitenlandse Zaken verstrekt per kwartaal een opgave aan de leverancier
van het voorraadverloop van de noodpaspoorten en laissez-passer's. Uit
deze opgave blijkt tevens op welk tijdstip welke blanco nooddocumenten,
uitgesplitst naar soort en onder vermelding van de documentnummers, aan
welke autoriteit beschikbaar zijn gesteld.
7. De Minister van
Buitenlandse Zaken draagt zorg voor het op beveiligde wijze beschikbaar
stellen van de blanco nooddocumenten aan de tot uitreiking daarvan
bevoegde ambtenaren op het ministerie en de posten.
Artikel 98. Voorraadadministratie nooddocumenten
bij de verstrekkende autoriteiten
1. Van de
beschikbaar gestelde nooddocumenten wordt, uitgesplitst naar soort,
door de tot verstrekking bevoegde autoriteiten, een
voorraadadministratie bijgehouden.
2. Eén
maal per jaar wordt het aantal in voorraad zijnde blanco nooddocumenten
met vermelding van soort en documentnummer vastgesteld.
3. Uit
de voorraadadministratie dient te allen tijde te blijken hoeveel
nooddocumenten:
a. in de voorraad aanwezig zijn;
b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
c. aan de voorraad zijn onttrokken in verband
met uitreiking;
d. zijn verschreven, gestolen, vermist of
anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd.
4. Met betrekking
tot de uitgereikte nooddocumenten wordt per opeenvolgend documentnummer
apart geregistreerd aan wie uitreiking van het desbetreffende
nooddocument heeft plaatsgevonden.
5. De tot
verstrekking bevoegde autoriteit die beschikt over een
reisdocumentenstation houdt de in het derde en vierde lid bedoelde
voorraadadministratie bij in het desbetreffende reisdocumentenstation.
6. Indien door de in
het vijfde lid bedoelde autoriteit laissez-passer's beschikbaar worden
gesteld aan een andere autoriteit, wordt het aantal laissez-passer's en
de autoriteit aan wie deze beschikbaar zijn gesteld in het
reisdocumentenstation vermeld.
Artikel 99. Inventarisatie van de voorraad
1. Indien op enig
moment een omissie in de voorraad of in de administratie wordt
geconstateerd, maakt de desbetreffende autoriteit terstond een
inventarisatie op van de aanwezige nooddocumenten.
2. De inventarisatie
wordt opgesteld door tenminste twee personen.
3. Van de
inventarisatie wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat naar het
agentschap BPR en in afschrift aan de Minister van Buitenlandse Zaken
wordt gezonden.
Artikel 100. Verbruik van nooddocumenten
1. De blanco
nooddocumenten worden in volgorde van de nummers verbruikt.
2. Het is een tot
verstrekking bevoegde autoriteit niet toegestaan nooddocumenten te
verbruiken die aan een andere autoriteit daartoe ter beschikking zijn
gesteld.
§ 5. Te gebruiken apparatuur,
programmatuur en overige materialen
Artikel 101. Reisdocumentenstation,
aanvraagstation, mobiel vingerafdrukopname-apparaat en
reisdocumentenmodule
De Minister van Buitenlandse Zaken maakt binnen
het aanvraagsysteem reisdocumenten gebruik van het
reisdocumentenstation, het aanvraagstation, het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat en de overige materialen, overeenkomstig het
bepaalde in deze regeling en met inachtneming van de bijgeleverde
gebruikershandleidingen.
Artikel 102. Dienststempel en clausulestempels
1. Het
dienststempel is een inktstempel van een rond formaat met een diameter
van 15 mm, dat voorzien is van het Rijkswapen dan wel het wapen van de
tot verstrekking bevoegde autoriteit.
2. Voor
het ongedaan maken van een bijschrijving wordt een door de leverancier
beschikbaar gesteld clausulestempel gebruikt, dat in drie talen de tekst
“vervallen†bevat.
Artikel 103. Foto- en handtekeningformulieren en
andere standaardformulieren
1.
De
in artikel 51 bedoelde foto- en handtekeningformulieren worden vier
maal binnen een jaar door de leverancier beschikbaar gesteld.
2. Het aantal foto-
en handtekeningformulieren dat jaarlijks beschikbaar wordt gesteld,
wordt bepaald en bekendgemaakt door de leverancier op de in artikel 96,
tweede lid, aangegeven wijze.
3. Indien tussen
twee aflevertijdstippen blijkt dat de voorraad foto- en
handtekeningformulieren ontoereikend zal zijn, kan een spoedbestelling
worden gedaan. De opdracht voor een spoedbestelling kan echter slechts
worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat
het reguliere aflevertijdstip niet kan worden vervroegd. De omvang van
de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot het
eerstvolgende aflevertijdstip te overbruggen.
4. De foto- en
handtekeningformulieren worden door de leverancier binnen tien werkdagen
na de spoedbestelling geleverd op de uitgiftelocatie waarvoor de
bestelling is gedaan.
5. De overige
standaardformulieren worden eenmalig door de leverancier ter beschikking
gesteld en kunnen desgewenst worden nabesteld.
6. De foto- en
handtekeningformulieren en andere standaardformulieren worden kosteloos
verstrekt.
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Artikel 104. Algemeen
De met de uitvoering van de wet belaste
autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende
reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur,
opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen
ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal,
verduistering, overvallen, brand of anderszins.
Artikel 105. Fysieke beveiliging
1.
Buiten
de werkuren worden de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de
ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de opslagmedia,
de documentatie en de overige materialen opgeslagen in een
inbraakvertragende en brandwerende voorziening, zoals een gesloten
inbraakwerende waardekast of kluis, met een waardebergingsindicatie
van € 1.000,-. Deze voorziening is in een af te sluiten ruimte
geplaatst.
2. De
plaatsen waar de reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de
documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte
waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust
met een inbraakalarmeringssysteem.
3. De apparatuur en
programmatuur, alsmede de tijdens de werkuren uit te reiken of
ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers en de te gebruiken
documentatie en overige materialen bevinden zich, onder voortdurend
toezicht, op een voor onbevoegden onbereikbare en afsluitbare plaats.
4. In afwijking van
het eerste lid blijft de authenticatiekaart ook tijdens de werkuren
opgeslagen in de voorziening, bedoeld in het eerste lid. De
authenticatiekaart mag zich uitsluitend buiten de desbetreffende
voorziening bevinden op het moment dat deze nodig is om het mobiel
vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie
aan te sluiten.
5. In afwijking van
het tweede en derde lid, staat een aanvraagstation of een mobiel
vingerafdrukopname-apparaat gedurende de werkuren onder voortdurend
toezicht van degene die bevoegd is tot het gebruik ervan en bevindt het
zich buiten de werkuren in een voor onbevoegden onbereikbare,
afsluitbare en bij voorkeur beveiligde ruimte.
Artikel 106. Back-up en herstel van gegevens in
het aanvraagsysteem reisdocumenten
1. Van de in de
reisdocumentenmodule en de in het reisdocumentenstation opgeslagen
gegevens wordt dagelijks een back-up gemaakt. Na het maken van de
back-up wordt gecontroleerd of deze is geslaagd.
2. De bewaring van
de back-ups geschiedt zodanig, dat afwisselend een exemplaar op de
uitgiftelocatie wordt bewaard in de voorziening, bedoeld in artikel 105,
eerste lid, terwijl een ander exemplaar elders wordt bewaard, in een
vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel 105, eerste lid, zodat
tegelijkertijd twee opeenvolgende back-ups op verschillende plaatsen
voorhanden zijn.
3. De verstrekkende
autoriteit beschikt over een op schrift gestelde procedure inzake
back-up en herstel, die er in voorziet dat reconstructie van de gegevens
mogelijk is.
Artikel 107. Beveiligingsprocedure en
beveiligingsfunctionaris
1. De
verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde
beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder
geval maatregelen vastgelegd inzake:
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en
het beheer van de ontvangen reisdocumenten, de ingehouden
reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de apparatuur, de
programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de
beveiligingsfunctionaris als bedoeld in het derde lid;
c. de functiescheiding tussen de bij het beheer
en de uitreiking van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
betrokken functionarissen;
d. de beveiliging van het aanvraagsysteem
reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde
toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem
behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2. [Vervallen.]
3. De Minister van
Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post wijst een
beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het
toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
4. Van de aanwijzing
of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris wordt door het hoofd
van de post terstond melding gedaan aan de Minister van Buitenlandse
Zaken.
5. De functie van
beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van
andere handelingen ter uitvoering van de wet.
6. De taken en
verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd
in een functieomschrijving.
7. De Minister van
Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post draagt er
zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle
handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
8. De
beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de
post.
9. De maatregelen
bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid maken deel uit van de
reguliere accountantscontrole.
10. De
Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post
draagt er zorg voor, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken
ambtenaren regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en
ten minste één maal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot
risicobeperkende afspraken en maatregelen terzake.
Artikel 108. Controle op de toepassing van de
beveiligingsmaatregelen
1.
De
Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de
post voert een keer per jaar een controle uit op de toepassing van de
beveiligingsmaatregelen, genoemd in de artikelen 104 tot en met 107.
2. Indien de in het
eerste lid bedoelde controle daartoe aanleiding geeft, wordt de
beveiligingsprocedure aangepast.
Artikel 109. Ontvreemding of vernietiging
1. In het geval
van ontvreemding dan wel vernietiging van reisdocumenten,
bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia,
documentatie en overige materialen ten gevolge van inbraak, diefstal,
verduistering, overvallen, brand of anderszins dient de met de
uitvoering van de wet belaste autoriteit daarvan terstond aangifte te
doen bij de plaatselijke politie en tevens terstond het agentschap BPR
daarvan in kennis te stellen.
2. De
Minister van Buitenlandse Zaken zendt het agentschap BPR vervolgens
binnen één werkdag, eventueel per fax, een schriftelijke kennisgeving
waarin de navolgende gegevens zijn opgenomen:
a. het tijdstip en de exacte toedracht van de
ontvreemding of vernietiging;
b. de nummers van de ontvreemde of vernietigde
reisdocumenten en bijschrijvingsstickers, alsmede de daarin vermelde
persoonsgegevens;
c. de ontvreemde of vernietigde apparatuur,
programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen met de
eventueel daarop vermelde nummers.
3. Zodra het door
de plaatselijke politie opgemaakte proces-verbaal beschikbaar is,
wordt daarvan een afschrift gezonden aan het agentschap BPR.
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van
misbruik met reisdocumenten
Artikel 110. Onderzoek op onregelmatigheden en
melding
1. De autoriteit
die in verband met een handeling op grond van deze regeling enig
Nederlands reis- of identiteitsdocument krijgt overgelegd, gaat aan de
hand van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties verstrekte lijst van toetsingspunten na of met het
desbetreffende reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd.
2. Indien het
vermoeden bestaat dat met een overgelegd reisdocument enige
onregelmatigheid is gepleegd, wordt daarvan met gebruikmaking van
modelformulier C5 melding gemaakt aan het Expertise Centrum
Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.
Artikel 111. Aangifte bij de politie en
definitieve onttrekking aan het verkeer
1. Indien het
vermoeden bestaat dat de met het reisdocument gepleegde
onregelmatigheden strafbare feiten opleveren en de vermoedelijke dader
bekend is, wordt het desbetreffende reisdocument met gebruikmaking van
modelformulier C5 aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en
Documenten van de Koninklijke Marechaussee gezonden.
2. De autoriteit die
van mening is dat met het reisdocument onregelmatigheden zijn gepleegd
die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt dit document op de in
artikel 78 bedoelde wijze definitief aan het verkeer.
Hoofdstuk XIII. Verantwoording nooddocumenten
Artikel 112
1. De Minister van
Buitenlandse Zaken verstrekt, met gebruikmaking van modelformulier
C12, per kwartaal een schriftelijke verantwoording van het totale
voorraadverloop met betrekking tot nooddocumenten over het voorgaande
kwartaal.
2. Deze
verantwoording bevat, uitgesplitst naar noodpaspoorten en
laissez-passer's:
a. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan
het begin van het kwartaal;
b. de in de loop van het kwartaal aan de
voorraad toegevoegde blanco nooddocumenten;
c. de in de loop van het kwartaal aan de
voorraad onttrokken nooddocumenten die zijn uitgereikt;
d. de in de loop van het kwartaal aan de
voorraad onttrokken nooddocumenten die niet zijn uitgereikt, omdat zij
zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar
moeten worden beschouwd;
e. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan
het einde van het kwartaal.
3. Nooddocumenten
die onjuist blijken te zijn geproduceerd of beschadigd worden met het in
het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier meegezonden aan de
leverancier.
4. Nooddocumenten
die als gevolg van verschrijvingen of anderszins onbruikbaar zijn
geworden, worden definitief aan het verkeer onttrokken door ze
deugdelijk te vernietigen op de in artikel 78, tweede lid, aangegeven
wijze.
5. Het in het eerste
lid bedoelde verantwoordingsformulier wordt ondertekend door of namens
de Minister van Buitenlandse Zaken.
Hoofdstuk XIV. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 113. Geldigheid van reisdocumenten
verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling
De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van
deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is
vermeld.
Artikel 114. Raadpleging originele
aanvraagformulieren
1. Indien
ingevolge artikel 9 of 36 raadpleging moet plaatsvinden van gegevens,
behorende bij een reisdocument dat is uitgereikt voor de
inwerkingtreding van deze regeling, verstrekt de autoriteit bij wie de
gegevens in de reisdocumentenadministratie berusten op verzoek van de
autoriteit die de aanvraag in ontvangst neemt kosteloos het originele
aanvraagformulier, behorende bij het desbetreffende reisdocument.
Alvorens tot verstrekking van het originele aanvraagformulier wordt
overgegaan, maakt de desbetreffende autoriteit daarvan een kopie die
in zijn reisdocumentenadministratie wordt bewaard, waarop wordt
aangetekend aan welke autoriteit het originele aanvraagformulier is
verstrekt.
2. Na vergelijking
wordt het originele aanvraagformulier bewaard als onderdeel van de
reisdocumentenadministratie, behorende bij het uitgereikte nieuwe
reisdocument. Indien geen nieuw reisdocument wordt uitgereikt, zendt de
autoriteit die de aanvraag in behandeling heeft genomen het originele
aanvraagformulier terug naar de autoriteit die het heeft verstrekt.
Artikel 115. Ongedaan maken bijschrijving in
reisdocumenten verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling
In afwijking van artikel 79, onder a,
vindt het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument dat
voor de inwerkingtreding van deze regeling is verstrekt, plaats door
deze bijschrijving met de pen op onuitwisbare wijze door te halen, het
plaatsen van de clausule "Wijziging/doorhaling goedgekeurd d.d.
<datum> en waarmerking van de doorhaling met het in artikel 102,
eerste lid, bedoelde dienststempel, voorzien van de paraaf van de
bevoegde autoriteit of de daartoe aangewezen ambtenaar."
Artikel 116 [Vervallen per 10-10-2010]
Artikel 117 [Vervallen per 21-09-2009]
Artikel 118. Intrekking
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 1995
De Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 1995
wordt ingetrokken.
Artikel 119. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1
oktober 2001.
Artikel 120. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001.
Deze regeling zal in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
Bijlagen Paspoortuitvoeringsregelingen
A Standaardclausules
B Standaardformulieren
B1 Aanvraagformulier reisdocument
B2 Registratie afleveradres
uitgiftelocatie
B3 Registratie
autorisatiebevoegde reisdocumenten
B4 Overdracht reisdocumenten
buiten locatie leverancier
B5 Registratie
beveiligingsfunctionaris
B6 Registratie bestelbevoegde
blanco nooddocumenten
B7 Registratie ontvangstbevoegde
blanco nooddocumenten en afleveradres
C Modelformulieren
C1 Vaststelling aanspraak
reisdocument voor vreemdelingen
C2 Verklaring vermissing
reisdocument
C3 Kennisgeving uitreiking,
onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering
bijschrijving
C4 Melding gevonden reisdocument
C5 Melding onregelmatigheid
reisdocument
C6 Melding beslissing signalering
C7 Melding vermissing
reisdocument
C8 Spoedbestelling
aanvraagformulieren
C9 Melding ontvangst verkeerde of
beschadigde zending reisdocumenten
C10 Geleideformulier terugzenden
reisdocumenten
C11 Bestelopdracht blanco
nooddocumenten
C12 Kwartaalverantwoording
nooddocumenten
D Foutafhandelingsprocedures
1. Nederland (Gemeenten en
Ministerie van Buitenlandse Zaken)
2. Buitenland (Nederlandse
posten)
3. Aruba, Curaçao en Sint
Maarten (Autoriteiten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten)
E Beveiligingsnet
F Overzicht aanvraaggegevens
1. Reisdocumenten niet zijnde
nooddocumenten
2. Nooddocumenten
G Tot verstrekking van paspoorten
bevoegde buitenlandse posten
H Tot verstrekking van Nederlandse
identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
I Normering IAR-kaarten
J Invulinstructie laissez-passer
Bijlage A. Standaardclausules
I Standaardclausules m.b.t. de
burgerlijke staat
|
Burgerlijke Staat |
Standaardclausule I (uitgeschreven)
*[1] |
*[2] |
|
H – gehuwd |
|
|
|
(geslacht houder = ‘V’) |
echtgenote van/Wife of/Epouse de |
e/v |
|
(geslacht houder = ‘M’) |
echtgenoot van/Husband of/ Epoux de |
e/v |
|
W - weduwe/weduwnaar |
gehuwd geweest met/ formerly
married to/ anciennement marié(e) à |
w/v |
|
S - gescheiden |
gehuwd geweest met/ formerly
married to/ anciennement marié(e) à |
g/v |
|
P - geregistreerde partner |
geregistreerde partner van/registered
partner of/partenaire enregistré(e) de |
p/v |
|
B - gescheiden geregistreerde
partner |
geregistreerd partner geweest van/
former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de |
b/v |
|
A - achtergebleven geregistreerde
partner |
geregistreerd partner geweest van/
former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de |
a/v |
II Zie pagina/See page/Voir page
III [Vervallen.]
IV Pseudoniem/Pseudonym/Pseudonyme
V Niet in staat tot tekening/Unable
to sign/Incapable de signer
VI Wordt als Nederlander behandeld op
grond van de Wet van/Treated as Netherlands citizen pursuant to Act
of/Traité comme Néerlandais conf. Loi 9-9-1976, Stb. 468
VII Dit paspoort is verstrekt op
grond van art. 30 van de Paspoortwet (tweede paspoort)
VIII Houder dezes kan aan het bezit
van dit reisdocument geen enkel recht op verblijf in Nederland
ontlenen.
IX Dienstpaspoort/Service Passport/Passeport
de Service
Van/From/De...
No...
Tot/Until/Jusqu'au...
X
Xa Uitgezonderd/Except/à
l'Exception de…
Xb Geldig voor reizen naar/Valid
for travelling in/Valable pour voyages en...
XI
XIa Nederlandse/Netherlands/Néerlandaise
XIb XXA
(Staatloze/Stateless person/Apatride)
XII Dit paspoort is afgegeven ter
vervanging van paspoort nummer/This passport has been issued to
replace passport number/Le présent passeport remplace le passeport
antérieur no...
Bijlage B. Standaardformulieren
B1. Aanvraag reisdocument
[Illustratie Verwijderd]
B2. Registratie locatie
[Illustratie Verwijderd]
B3. Registratie autorisatiebevoegde
[Illustratie Verwijderd]
B4. Overdracht Reisdocumenten buiten de
locatie SDU Identification
[Illustratie Verwijderd]
B5. Registratie beveiligingsfunctionaris
[Illustratie Verwijderd]
B6. Registratie bestelbevoegde blanco
nooddocumenten
[Illustratie Verwijderd]
B7. Registratie ontvangstbevoegde blanco
nooddocumenten en afleveradres
[Illustratie Verwijderd]
B8. Foto- en handtekeningenformulier
[Illustratie Verwijderd]
Bijlage C. Modelformulieren
C1. Vaststelling aanspraak reisdocument
voor vreemdelingen
[Niet opgenomen.]
C2. Verklaring vermissing reisdocument
[Illustratie Verwijderd]
C3. Kennisgeving uitreiking, onttrekking
reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving
[Illustratie Verwijderd]
C4. Melding gevonden reisdocument
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
C5. Melding onregelmatigheid reisdocument
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
C6. Melding beslissing signalering
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
C7. Melding vermissing reisdocument
[Illustratie Verwijderd]
C8. Spoedbestelling foto- en
handtekeningformulieren
[Illustratie Verwijderd]
C9. Melding ontvangst verkeerde of
beschadigde zending reisdocumenten
[Illustratie Verwijderd]
C10. Geleideformulier terugzenden
reisdocumenten
[Illustratie Verwijderd]
C11. Bestelopdracht blanco nooddocumenten
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
C12. Kwartaalverantwoording
nooddocumenten
[Illustratie Verwijderd]
Bijlage D. Foutafhandelingsprocedures
In deze bijlage zijn de procedures
weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending
gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip
arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of
indien bij controle van de zending documenten ontbreken.
De foutafhandelingsprocedures zijn
beschreven voor:
1. Het Europese deel van Nederland
(Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)
2. Buitenland (Nederlandse posten)
3. Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
1. Foutafhandelingsprocedures Europese
deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te
Den Haag)
In deze bijlage zijn de procedures
weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending
niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending
beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de
zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden,
waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties
worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per
pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I De aangekondigde zending wordt niet
op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een
uitgiftelokatie een aangekondigde zending niet op het met de
distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd
dient te worden, is weergegeven in schema I.
II De ontvangen zending bevat een
andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van
de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde
inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de
producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
1. de zending bevat niet alle
aangekondigde documenten
(er ontbreken dus documenten)
In dit geval dient de procedure,
vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
2. de zending bevat (ook) andere
documenten dan aangekondigd
(het pakket bevat documenten die
niet voor de uitgiftelokatie zijn bestemd; het kan zijn dat
bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat
er niet voor de uitgiftelokatie bedoelde colli in het pakket
zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelokatie bedoelde
documenten in een collo bevinden).
In deze gevallen moet de
procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III De ontvangen zending is
beschadigd
Hiervan is sprake indien bij
ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van
het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende
situaties onderscheiden:
1. De verpakking is beschadigd
maar de inhoud is onbeschadigd en compleet
(Alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig en onbeschadigd).
In dit geval dient schema III 1
te worden gevolgd.
2. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet
(alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn
beschadigd).
In dit geval dienst schema III 2
te worden gevolgd.
3. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet
(Eén of meerdere documenten zijn
beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten
aanwezig).
In dit geval dient schema III 3
te worden gevolgd.
IV De inhoud van de zending is goed,
maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud
van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is
aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt.
Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er
zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten)
of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.
In dit geval dient de procedure,
beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie
voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te
brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden
gevolgd.
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
2. Foutafhandelingsprocedures Buitenland
(Nederlandse Posten)
In deze paragraaf zijn de procedures
weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending
niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending
beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de
zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden,
waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties
worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per
pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I De ontvangen zending bevat een
andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van
de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde
inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de
producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
3. de zending bevat niet alle
aangekondigde documenten
(er ontbreken dus documenten)
In dit geval dient de procedure,
vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.
4. de zending bevat (ook) andere
documenten dan aangekondigd
(het pakket bevat documenten die
niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat
bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat
er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket
zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde
documenten in een collo bevinden).
In deze gevallen moet de
procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.
II De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij
ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van
het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende
situaties onderscheiden:
4. De verpakking is beschadigd
maar de inhoud is onbeschadigd en compleet
(Alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig en onbeschadigd).
In dit geval dient schema II 1 te
worden gevolgd.
5. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet
(alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn
beschadigd).
In dit geval dienst schema II 2
te worden gevolgd.
6. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet
(Eén of meerdere documenten zijn
beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten
aanwezig).
In dit geval dient schema II 3 te
worden gevolgd.
III De inhoud van de zending is goed,
maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud
van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is
aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt.
Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er
zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten)
of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.
In dit geval dient de procedure,
beschreven in schema III te worden gevolgd.
IV Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie
voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te
brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden
gevolgd.
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
3. Foutafhandelingsprocedure Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire,
Sint Eustatius en Saba)
In deze paragraaf zijn de procedures
weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending
niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending
beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de
zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden,
waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties
worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per
pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I De aangekondigde zending wordt niet
op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een
uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de
distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd
dient te worden, is weergegeven in schema I.
II De ontvangen zending bevat een
andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van
de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde
inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de
producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
5. de zending bevat niet alle
aangekondigde documenten
(er ontbreken dus documenten)
In dit geval dient de procedure,
vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
6. de zending bevat (ook) andere
documenten dan aangekondigd
(het pakket bevat documenten die
niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat
bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat
er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket
zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde
documenten in een collo bevinden).
In deze gevallen moet de
procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III De ontvangen zending is
beschadigd
Hiervan is sprake indien bij
ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van
het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende
situaties onderscheiden:
7. De verpakking is beschadigd
maar de inhoud is onbeschadigd en compleet
(Alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig en onbeschadigd).
In dit geval dient schema III 1
te worden gevolgd.
8. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet
(alle aangekondigde documenten
zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn
beschadigd).
In dit geval dienst schema III 2
te worden gevolgd.
9. Zowel de verpakking als de
inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet
(Eén of meerdere documenten zijn
beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten
aanwezig).
In dit geval dient schema III 3
te worden gevolgd.
IV De inhoud van de zending is goed,
maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud
van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is
aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt.
Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er
zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten)
of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.
In dit geval dient de procedure,
beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie
voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te
brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden
gevolgd.
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
[Illustratie Verwijderd]
Bijlage E [Vervallen per 07-02-2009]
Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens
1. Reisdocumenten niet zijnde
nooddocumenten
Deze lijst geldt voor reisdocumenten
niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden
ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
-
Aanvraagnummer
-
Datum aanvraag
-
Spoedaanvraag (alleen voor
gemeenten)
-
Soort reisdocument
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– soort
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– nummer
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– datum einde geldigheid
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– autoriteit verstrekking
-
burgerservicenummer (alleen voor
Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn
ingeschreven)
-
Nationaliteit
-
Geslachtsnaam
-
Voorvoegsel geslachtsnaam
-
Adellijke titel/ predikaat
-
Voornamen
-
Geboortedatum
-
Geboorteplaats
-
Geslacht
-
Lengte
-
Adres
-
Postcode+Woonplaats
-
Bijschrijven kinderen (aantal kb)
-
Documentnummer ouder (als ks)
-
Toestemming wettelijke
vertegenwoordiger(s)
-
Verblijfsdocument – nummer
-
Verblijfsdocument – datum einde
geldigheid
-
Aanduiding vermissing
-
Datum Verklaring vermissing
-
Proces verbaal vermissing vorig
document – nummer
-
Vermist reisdocument – nummer
-
Vermist reisdocument – autoriteit
verstrekking
-
Verzoek originele aanvraag vermist
document
-
Vermelding partner (SC I)
-
Geslachtsnaam partner
-
Voorvoegsel geslachtsnaam partner
-
Adellijke titel partner
-
Pseudoniem (SC IV)
-
Niet in staat tot ondertekening (SC
V)
-
XXA (staatloze) (SC XIb)
-
Dit paspoort is afgegeven ter
vervanging van (SC XII)
2. Nooddocumenten
Deze lijst geldt voor nooddocumenten.
De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de
aanvraag van toepassing.
-
Aanvraagnummer
-
Datum aanvraag
-
Soort reisdocument
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– soort
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– nummer
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– datum einde geldigheid
-
Huidig reisdocument/ bijschrijving
– autoriteit verstrekking
-
Nationaliteit
-
Geslachtsnaam
-
Voorvoegsel geslachtsnaam
-
Adellijke titel/ predikaat
-
Voornamen
-
Geboortedatum
-
Geboorteplaats
-
Geslacht
-
Lengte
-
Adres
-
Postcode+Woonplaats
-
Toestemming wettelijke
vertegenwoordiger(s)
-
Aanduiding vermissing
-
Datum Verklaring vermissing
-
Proces verbaal vermissing vorig
document – nummer
-
Vermist reisdocument – nummer
-
Vermist reisdocument – autoriteit
verstrekking
-
Niet in staat tot ondertekening (SC
V)
-
Dit paspoort is afgegeven ter
vervanging van (SC XII)
Bijlage G [Vervallen per 20-07-2007]
Bijlage H [Vervallen per 20-07-2007]
Bijlage I. IAR-kaarten
Identificatiekaarten (IAR-kaarten) worden
door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
verstrekt.
BZK verstrekt standaard vijf
identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld
reisdocumentenstation (RAAS). In de gevallen waar door BZK aanvullend
nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit
werkstation drie IAR-kaarten worden verstrekt.
Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten
aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste
medewerkers, waarbij er per uitgiftelocatie in totaal niet meer dan 20
operationele IAR-kaarten mogen zijn. Deze grens is vastgesteld uit
oogpunt van beveiliging.
De autorisatiebevoegde dient diefstal,
verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu
Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd.
IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens
technische mankementen worden op aanvraag vervangen.
De leveringstermijn van IAR-kaarten
bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als
het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw
RAAS en/of werkstation.
Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer
| |
Algemene opmerkingen |
|
| |
Het laissez passer wordt handmatig
ingevuld op de hierna weergegeven wijze. |
|
| |
Invulinstructie per rubriek |
|
|
Type |
LP |
|
|
Code |
NLD |
|
|
Document-
nummer |
Het documentnummer dat in het
document geperforeerd is, overnemen. |
|
|
Naam |
De naam van de houder in volgorde: |
|
| |
– Adellijke titel |
– voluit |
| |
– Voorvoegsel voor de achternaam |
– voluit |
| |
– Achternaam |
– geslachtsnaam houder |
|
Voornamen |
Voornamen van de houder in
volgorde: |
|
| |
– Adellijke predikaat |
– voluit (facultatief) |
| |
– Voornamen |
– voluit |
| |
Indien geen voornamen worden
ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---. |
|
| |
Algemene opmerking:
Indien de naam niet past in de
hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen
naar pagina 3. |
|
|
Nationaliteit |
Alleen in te vullen bij
Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---. |
|
|
Geslacht |
M: man
V/F: vrouw |
|
|
Lengte |
Voorbeeld: 1,82m
(Cijfermatig in meters en
centimeters vermelden gevolgd door afkorting m). |
|
|
Geboortedatum |
Vermelden iVermelden in volgorde:
n formaat dd XXX eejj
– Twee posities dagaanduiding in
cijfers.
– Spatie
– Eerste drie posities voor
maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld)
– Spatie
– Laatste vier posities eeuw- en
jaartalaanduiding |
|
| |
Lijst maandafkortingen:
JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP
OKT NOV DEC |
|
| |
Voorbeelden:
00 --- 1956
00 JAN 1984
19 JAN 1984
Bij de toekenning van een
reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding
opgenomen. |
|
|
Afgiftedatum |
Zie geboortedatum |
|
|
Geboorteplaats |
Geboorteplaatsnaam vermelden |
|
|
Geldig tot |
Datum tot wanneer het document
geldig is.
Datum weergeven zoals aangegeven
bij geboortedatum. |
|
|
Autoriteit |
Gouverneur van
Minister van Buitenlandse Zaken
Ambassadeur te
Consul-Generaal te
Consul te
Hfd. cons. afd. te |
|
|
Waarmerking |
Stempel autoriteit moet over de
foto vallen. |
|
|
Handtekening |
De houder plaatst zijn handtekening
op de bestemde plaats onder de foto. |
|
|
Opmerkingen |
Pagina 3 is te gebruiken voor
opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de
datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en
de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden
ingevuld. |
|
|
Lamineren |
Het document wordt na invulling van
de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator
maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt
geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te
verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de
houderpagina worden geplakt. |
|