| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Paspoortwet
PASPOORTUITVOERINGSREGELING
NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA 2001
Tekst zoals deze geldt op
16 april 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Minister voor Grotesteden- en
Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de
verstrekking van reisdocumenten van het Koninkrijk in de Nederlandse
Antillen en Aruba (Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en
Aruba 2001)
De Minister
voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onderdeel g,
tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede
lid, 26, eerste lid, onderdeel d, en derde lid, 27, eerste lid,
30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onderdeel d, en
zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
§ 1. Definities en reikwijdte
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Paspoortwet;
b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking, houder, wijziging,
inhouding, vervallen of vervallenverklaring en vermissing: hetgeen
ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet daaronder wordt verstaan;
c. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 1, onder
a, van de wet indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking
heeft;
d. register paspoortsignaleringen: het register, bedoeld in artikel
25, derde lid, van de wet;
e. signalerende autoriteit: de autoriteit, bedoeld in de artikelen 18
tot en met 24 van de wet, die op grond van artikel 25 van de wet een
verzoek tot weigering of vervallenverklaring heeft ingediend;
f. basisadministratie: een gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens, onderscheidenlijk een bij
eilandelijke verordening in de Nederlandse Antillen of bij
Landsverordening in Aruba ingestelde basisadministratie
persoonsgegevens;
g. basisregister reisdocumenten: het register, bedoeld in artikel 4a
van de wet;
h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van apparatuur,
programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de
bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking,
uitreiking en registratie van reisdocumenten;
i. reisdocumentenstation: de door de leverancier beschikbaar gestelde
apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot
aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden verwerkt en
gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde
autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en
archiefstation);
j. reisdocumentenadministratie: de in het reisdocumentenstation en op
andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met
betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten;
k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en programmatuur, waarmee de
bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt
met het reisdocumentenstation en de basisadministratie;
l. standaardclausule: een clausule, waarvan de tekst in bijlage A van
deze regeling is opgenomen en die door de leverancier dan wel de
bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt aangebracht;
m. standaardformulier: een voorbedrukt formulier, opgenomen in
bijlage B van deze regeling;
n. modelformulier: een model voor een formulier, opgenomen in bijlage
C van deze regeling;
o. aanvraag-informatieformulier: een door de Gouverneur
voorgeschreven formulier, dat bestemd is voor het opmaken van een
aanvraag voor een reisdocument;
p. aanvraagformulier: het in bijlage B van deze regeling opgenomen
standaardformulier B1 dat bestemd is voor het op schrift stellen van de
aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 49;
q. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is op het
aanvraagformulier;
r. administratienummer: het administratienummer, bedoeld in artikel
50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
s. sofi-nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 47b van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
t. bijschrijving: bijschrijving van kinderen als bedoeld in artikel
17 van de wet;
u. bijschrijvingssticker: sticker waarop de gegevens van een bij te
schrijven kind zijn vermeld;
v. agentschap BPR: het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens
en Reisdocumenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
w. identificatiekaart: een document als bedoeld in artikel 90,
waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het
reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens;
x. leverancier: het bedrijf dat in opdracht van het ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten
van diensten in verband met de verstrekking van reisdocumenten,
waaronder de vervaardiging en levering van reisdocumenten,
bijschrijvingsstickers en identificatiekaarten;
y. transporteur: het bedrijf dat, in voorkomende gevallen met
inschakeling van tussenpersonen, zorg draagt voor de distributie van
reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten en overige
materialen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de bevoegde
autoriteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba;
z. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde autoriteit waar de
aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en
overige materialen door de transporteur worden afgeleverd;
aa. [vervallen;]
ab. verblijfsdocument: een document waaruit het verblijfsrecht van de
vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000, dan wel de
Landsverordening Toelating en Uitzetting van de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk van Aruba, blijkt.
2. Deze regeling is van toepassing op de
verstrekking van reisdocumenten van het Koninkrijk in de Nederlandse
Antillen en Aruba
§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden
Artikel 2
Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge
artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:
a. faciliteitenpaspoort;
b. tweede paspoort.
§ 3. Modellen van de reisdocumenten
Artikel 3
Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e,
van de wet bedoelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
a. nationaal paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden,
dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort);
b. diplomatiek paspoort: model diplomatiek paspoort;
c. dienstpaspoort: model dienstpaspoort en model nationaal paspoort
voorzien van standaardclausule IX;
d. reisdocument voor vluchtelingen: model reisdocument voor
vluchtelingen;
e. reisdocument voor vreemdelingen: model reisdocument voor
vreemdelingen.
Met betrekking tot het in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet
bedoelde nooddocument bestaan de navolgende modellen:
a. noodpaspoort: model noodpaspoort;
b. laissez-passer: model laissez-passer.
Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van
de wet vastgestelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
a. faciliteitenpaspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden,
dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van
standaardclausule VI;
b. tweede paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan
wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van standaardclausule
VII.
4. Met betrekking tot de ingevolge artikel
2, tweede lid, van de wet genoemde Nederlandse identiteitskaart bestaat
het navolgende model: model Nederlandse identiteitskaart.
5. In de modellen, genoemd in het eerste, derde en vierde lid, is
een machineleesbare strook en een chip opgenomen.
6. In het model, genoemd in het tweede lid, onder a, is een
machineleesbare strook opgenomen.
§ 4. Register paspoortsignaleringen
Artikel 4. Vestigingsplaats van het register
Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het
agentschap BPR.
Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register
1. De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten
dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25,
vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen,
geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van
wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel
inhouding.
2. De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam
toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en
raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de
tussentijdse aanvullingen daarop.
§ 5. Aangewezen autoriteiten
Artikel 6. Gouverneur
1. De Gouverneur neemt ten behoeve van personen die in de
Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba in een basisadministratie
als ingezetene zijn ingeschreven, aanvragen in ontvangst voor en gaat
over tot verstrekking van tweede paspoorten, faciliteitenpaspoorten en
nooddocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de
wet.
2. De Gouverneur verricht de handelingen, die hij ingevolge de
wet en het eerste lid dient te verrichten, tevens ten behoeve van
personen die niet in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba in
een basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven.
3. De Gouverneur is namens de Minister van Buitenlandse Zaken
bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor en tot
verstrekking van diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten ten behoeve
van personen die in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba in
een basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven.
Artikel 7. Door de Gouverneur aangewezen autoriteiten
1. De Gouverneur deelt de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties mede welke autoriteiten hij ingevolge artikel 26,
eerste lid, onder b, en artikel 40, eerste lid, onder b, van de wet
heeft aangewezen.
2. De Gouverneur kan, in overeenstemming met de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de in het eerste lid bedoelde
autoriteiten bevoegd verklaren om namens hem, ten behoeve van een
Nederlander dan wel een persoon die op grond van de Wet betreffende de
positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, aanvragen in
ontvangst te nemen voor en over te gaan tot:
a. verstrekking van een noodpaspoort indien de betrokken aanvrager
geen geldig reisdocument kan overleggen, dan wel
b. verstrekking van een laissez-passer indien bij de verstrekking
van een noodpaspoort als bedoeld onder a geen gebruik kan worden
gemaakt van het reisdocumentenstation.
3. De Gouverneur stelt, in overeenstemming met de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nadere regels omtrent de
voorwaarden waaronder van de in het tweede lid genoemde bevoegdheid
gebruik mag worden gemaakt.
Artikel 8. Verwijzing
De autoriteit die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de
aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de autoriteit die
ingevolge de wet en de artikelen 6 en 7 van deze regeling daartoe wel
bevoegd is.
Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op
reisdocumenten en geldigheid
§ 1. Nationale paspoorten
Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap
1. Voor het verkrijgen van de nodige
zekerheid over het Nederlanderschap van de aanvrager wordt gebruik
gemaakt van het door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument,
alsmede van de gegevens die:
a. over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen,
indien de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit;
b. door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt
Nederlands reisdocument over te leggen, de in het overgelegde
reisdocument vermelde gegevens afwijken van de gegevens die over de
aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, dan wel anderszins
onvoldoende zekerheid bestaat over het Nederlanderschap van de
aanvrager, worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen
gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte
reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd.
3. Berusten de in het derde lid bedoelde gegevens bij een andere
autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een
afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie.
In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn
opgevraagd.
4. Indien onzekerheid blijft bestaan over het Nederlanderschap
van de aanvrager wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit
onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de nationaliteit met
behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn
afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en
eventuele andere bewijsstukken.
Artikel 10. Geldigheid
Het nationaal paspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
§ 2. Reisdocumenten voor niet-Nederlanders
§ 2.1 Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor
vreemdelingen ten behoeve van personen die in de Nederlandse Antillen
dan wel Aruba rechtmatig verblijf hebben
Artikel 11. Gebruik van een aanvraag-informatieformulier
vluchtelingen en vreemdelingen
1. Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan
wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van een
daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.
2. In het formulier worden naast de geslachtsnaam, voornamen,
geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens
vermeld:
I. met betrekking tot de nationaliteit:
a. welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan wel
b. door welke oorzaak de aanvrager zonder of van onbekende
nationaliteit is, dan wel
c. op grond van welke wettelijke regeling of administratieve
beslissing de aanvrager zijn nationaliteit heeft verloren;
II. met betrekking tot de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner:
de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats,
nationaliteit en burgerlijke staat van de echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner, dan wel laatste gewezen echtgenoot, echtgenote
of geregistreerd partner, alsmede het bezit van een
Nederlands-Antilliaans onderscheidenlijk Arubaans verblijfsdocument
met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de
geldigheidsduur van het document indien de betrokkene niet het
Nederlanderschap bezit;
III. met betrekking tot de binnenkomst in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba:
a. de datum waarop de aanvrager de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba is binnengekomen;
b. het land vanwaar de aanvrager voor binnenkomst in de
Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba laatstelijk was
vertrokken;
c. de basisadministratie van het eilandgebied onderscheidenlijk
het land waar de aanvrager bij binnenkomst in de Nederlandse
Antillen onderscheidenlijk Aruba voor het eerst is opgenomen;
d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en de
autoriteit van verstrekking van het reisdocument, waarover de
aanvrager bij binnenkomst in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba beschikte;
IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in
de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba:
a. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over het
verblijfsrecht van de aanvrager, dan wel het door de aanvrager
overgelegde bewijs van zijn verblijfsrecht in de Nederlandse
Antillen onderscheidenlijk Aruba;
b. het door de aanvrager ter inzage overgelegde verblijfsdocument
met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de
geldigheidsduur van het document, dan wel de reden waarom geen
geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd.
4. De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de
bestemde plaats van zijn handtekening.
Artikel 12. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in
artikel 11 en 13 van de wet
1. De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor
vluchtelingen als bedoeld in artikel 11 van de wet geschiedt aan de
hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit
zijn toelating als vluchteling in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba en zijn nationaliteit blijkt, alsmede op grond
van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen.
2. De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor
vreemdelingen als bedoeld in artikel 13 van de wet geschiedt aan de hand
van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit zijn
toelating als staatloze in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk
Aruba blijkt, alsmede op grond van de gegevens die in het formulier zijn
opgenomen.
Artikel 13. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in
artikel 14 van de wet
1. Indien de aanvrager geen aanspraak heeft op een reisdocument
als bedoeld in artikel 11 of 13 van de wet, worden in het
aanvraag-informatieformulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11,
nog de navolgende gegevens vermeld:
a. de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander
land kan verkrijgen, dan wel
b. de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd, dat
hij een reisdocument van een ander land aanvraagt, dan wel
c. indien de aanvrager een verzoek om naturalisatie tot Nederlander
heeft ingediend, op welke datum, dit is geschied, in welk stadium de
procedure zich bevindt en wat het daarop betrekking hebbende
behandelingsnummer van het ministerie van Justitie is.
2. De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor
vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet geschiedt aan de hand
van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit zijn
rechtmatig verblijf in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba
en zijn nationaliteit blijkt, alsmede op grond van de gegevens die in
het formulier zijn opgenomen.
Artikel 14. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als
bedoeld in de artikelen 11, 13 of 14 van de wet
1. Indien de in het formulier opgenomen gegevens afwijken van
de gegevens die omtrent de aanvrager in zijn verblijfsdocument of in
de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen dan wel anderszins
onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht
onderzoek ingesteld.
2. De Gouverneur beslist op de aanvraag, gehoord het advies van
de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 15. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in
artikel 12 of artikel 15, tweede lid, van de wet
1. Indien de aanvraag wordt ingediend door een in artikel 12 of
15, tweede lid, van de wet bedoelde persoon, worden in het
aanvraag-informatieformulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11,
de navolgende gegevens vermeld:
a. het doel waarvoor de aanvrager het aangevraagde reisdocument
nodig heeft;
b. het land van bestemming.
2. De Gouverneur zendt het formulier en (foto)kopieën van de in
het bezit van de aanvrager zijnde reisdocumenten, dan wel van de
reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven (met alle bestempelde
visumbladzijden), alsmede van het verblijfsdocument aan de Minister van
Buitenlandse Zaken.
3. De Gouverneur beslist op de aanvraag na de in het
teruggezonden formulier gegeven machtiging van de Minister van
Buitenlandse Zaken.
§ 2.2 Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor
vreemdelingen ten behoeve van personen die in Nederland rechtmatig
verblijf hebben
Artikel 16. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in
artikel 11, 13, 14 of 15, tweede lid, van de wet
Met betrekking tot een aanvraag voor een reisdocument voor
vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen van een persoon die
in Nederland rechtmatig verblijf heeft, zijn de artikelen 11 tot en met
15 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het
aanvraag-informatieformulier met de bijlagen te allen tijde wordt
doorgezonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken, die de daarin
vermelde verblijfsrechtelijke gegevens verifieert bij de Minister van
Justitie in Nederland in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager
is opgenomen.
§ 2.3 Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in artikel
15, tweede lid, van de wet
Artikel 17. Laissez-passer voor vreemdelingen
1. De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een
laissez-passer ingevolge artikel 15, tweede lid, van de wet geschiedt
met gebruikmaking van het door de aanvrager overgelegde
verblijfsdocument waaruit diens rechtmatig verblijf in een der landen
van het Koninkrijk en diens nationaliteit blijkt, alsmede aan de hand
van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.
2. In geval van twijfel aan de gegevens die in het
verblijfsdocument zijn vermeld dan wel door de aanvrager zijn verstrekt,
vindt verificatie daarvan plaats in de vreemdelingenadministratie waarin
de aanvrager is opgenomen.
3. Het aanvraag-informatieformulier met de bijlagen, genoemd in
artikel 15, tweede lid, wordt doorgezonden aan de Minister van
Buitenlandse Zaken.
4. De verstrekking van een laissez-passer ten behoeve van een in
het eerste lid bedoelde persoon vindt slechts plaats na machtiging van
de Minister van Buitenlandse Zaken.
§ 2.4 Geldigheid
Artikel 18
1. Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een
persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel over
een toelating als vluchteling in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba, is geldig voor vijf jaren en voor alle
landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de
nationaliteit bezit.
2. Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon
die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld
in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel over een
overeenkomstige verblijfsvergunning in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba, is geldig:
a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de
verblijfsvergunning eindigt, met een minimale geldigheidsduur van een
jaar en een maximale geldigheidsduur van drie jaren, en
b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de
houder de nationaliteit bezit.
3. Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon
die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als
bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel over een
overeenkomstige verblijfsvergunning in de Nederlandse Antillen
onderscheidenlijk Aruba, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen,
met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
4. Een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14
van de wet, verstrekt aan een persoon die beschikt over een
verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de
Vreemdelingenwet 2000, dan wel over een overeenkomstige
verblijfsvergunning in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba,
is geldig:
a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de
verblijfsvergunning eindigt, met een maximale geldigheidsduur van vijf
jaren, en
b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de
houder de nationaliteit bezit.
5. Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon
die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als
Nederlander wordt behandeld, is geldig voor vijf jaren en voor alle
landen.
6. Een reisdocument voor vreemdelingen dan wel een nooddocument
als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, is geldig:
a. voor het land van bestemming en de landen waarvan de houder op
zijn doorreis de grens passeert, met uitzondering van het land waarvan
de houder de nationaliteit bezit;
b. voor de duur van de reis, waarbij rekening wordt gehouden met de
door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste
minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel na
vertrek van de houder, met een maximum van een jaar.
§ 3. Faciliteitenpaspoorten
Artikel 19. Aanspraken
1. Aan een staatloze persoon die op grond van de Wet
betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld,
wordt op zijn verzoek binnen de grenzen bij de wet bepaald een
faciliteitenpaspoort verstrekt.
2. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20. Geldigheid
Een faciliteitenpaspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle
landen.
§ 4. Tweede paspoorten
Artikel 21. Aanspraken
1. Ingevolge artikel 30, eerste lid, van de wet kan een tweede
paspoort worden verstrekt op verzoek van houders van een nationaal
paspoort, die aantonen dat zij voor zakelijke of beroepsmatige
redenen:
a. in een reis achtereenvolgens verschillende landen moeten
bezoeken waarbij zij de gerede kans lopen dat hun toelating tot een
land op problemen zal stuiten, omdat uit het daartoe over te leggen
nationaal paspoort blijkt dat zij eerder in een ander land zijn
geweest, dan wel
b. regelmatig dringend moeten reizen op een tijdstip dat hun
nationaal paspoort zich in verband met visering bij een buitenlandse
vertegenwoordiging bevindt.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
stelt na overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken een overzicht op
van de in het eerste lid, onder a, bedoelde landen.
3. Bij de aanvraag dient het oorspronkelijke paspoort en het
eventueel eerder uitgereikte tweede paspoort te worden overgelegd.
4. In afwijking van het derde lid kan bij de aanvraag worden
volstaan met afschriften van de houderpagina en van alle bestempelde
visumbladzijden van het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder
uitgereikte tweede paspoort, indien de aanvrager met een door een
buitenlandse vertegenwoordiging verstrekte verklaring of ander
schriftelijk bewijs kan aantonen, dat het over te leggen reisdocument
zich op dat moment in verband met visering bij de desbetreffende
buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.
5. Indien bij de aanvraag blijkt dat de geldigheidsduur van het
oorspronkelijke paspoort binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de
beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het oorspronkelijke paspoort
is vervangen door een nieuw nationaal paspoort.
Artikel 22. Geldigheid
Een tweede paspoort is geldig voor twee jaren en voor alle landen.
§ 5. Nooddocumenten
Artikel 23. Nooddocumenten voor Nederlanders als bedoeld in artikel
16, eerste lid, van de wet
1. Op het vaststellen van de aanspraak van een Nederlander dan
wel een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van
Molukkers als Nederlander wordt behandeld, op een door de Gouverneur
te verstrekken nooddocument zijn de artikelen 9 en 19 zoveel mogelijk
van overeenkomstige toepassing.
2. Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak
heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een noodpaspoort
verstrekt.
3. In afwijking van het tweede lid wordt aan een in het eerste
lid bedoelde persoon door de Gouverneur een laissez-passer verstrekt,
indien bij de verstrekking geen gebruik kan worden gemaakt van het
reisdocumentenstation en de reis van de betrokken aanvrager geen uitstel
gedoogt.
4. Het vaststellen van de aanspraak op verstrekking van een
noodpaspoort, dan wel een laissez-passer ingevolge artikel 7, tweede
lid, geschiedt met inachtneming van de regels die ingevolge artikel 7,
derde lid, zijn gesteld.
5. Bij een aanvraag voor een laissez-passer als bedoeld in het
vierde lid wordt gebruik gemaakt van een door de Gouverneur daartoe
bestemd aanvraag-informatieformulier.
Artikel 24. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in
artikel 16, eerste lid, van de wet
1. Op het vaststellen van de aanspraak van een vreemdeling op
een nooddocument zijn de artikelen 12 en 13, tweede lid, zoveel
mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. De in de aanvraag vermelde verblijfsrechtelijke gegevens
worden geverifieerd in de vreemdelingenadministratie waarin de aanvrager
is opgenomen.
3. De verstrekking vindt slechts plaats na machtiging van de
Minister van Buitenlandse Zaken.
4. Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak
heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een laissez-passer
verstrekt.
Artikel 25. Geldigheid
1. Een nooddocument is maximaal een jaar geldig.
2. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur wordt rekening
gehouden met de duur van de reis, alsmede de door het land van
bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van
het reisdocument na binnenkomst, dan wel vertrek van de houder.
3. Behoudens het bepaalde in het vierde lid omvat de territoriale
geldigheid van een noodpaspoort alle landen en die van een
laissez-passer het land van bestemming en de landen waarvan de houder op
zijn doorreis de grens passeert.
4. Indien de verstrekking van het nooddocument geschiedt ten
behoeve van een niet-Nederlander, omvat de territoriale geldigheid
nimmer het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
5. Het vaststellen van de geldigheid van een nooddocument als
bedoeld in artikel 23, vierde lid, geschiedt met inachtneming van de
regels die ingevolge artikel 7, derde lid, zijn gesteld.
Artikel 26. Vermelding inlevering
1. In een verstrekt nooddocument worden in de daarvoor bestemde
rubriek de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden
ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te
vinden, ingevuld.
2. De ingevolge het eerste lid te vermelden datum is in het
laissez-passer de datum waarop de geldigheidsduur van dat document
eindigt.
3. De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:
a. de burgemeester van de woon- of verblijfplaats van de houder,
dan wel
b. de gezaghebber van het eilandgebied van de Nederlandse Antillen
waar de houder woonachtig is, dan wel
c. het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister
te Aruba, indien de houder in Aruba woonachtig is, dan wel
d. de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van
Aruba, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal
aanvragen, dan wel
e. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland,
waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.
Artikel 27 [Vervallen per 26-08-2006]
Artikel 28 [Vervallen per 26-08-2006]
§ 6. Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten
Artikel 29. Aanspraken en geldigheid
1. De vaststelling van een aanspraak op
verstrekking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort
geschiedt door de Minister van Buitenlandse Zaken, met gebruikmaking van
de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. De Gouverneur of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, die
namens de Minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag in ontvangst
neemt voor de verstrekking van een diplomatiek paspoort of een
dienstpaspoort, zendt een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier
met de gegevens van de aanvrager, vergezeld van twee foto's die voldoen
aan de in artikel 40 gestelde eisen, alsmede het aanvraagformulier,
voorzien van de handtekening van de aanvrager dan wel de persoon ten
behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan, aan de Minister van
Buitenlandse Zaken.
3. Bij de aanvraag als bedoeld in het tweede lid worden
(foto)kopieën van het te vervangen diplomatiek paspoort of
dienstpaspoort meegezonden.
4. De geldigheid van een diplomatiek paspoort of een
dienstpaspoort wordt bij elke verstrekking afzonderlijk vastgesteld door
de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 30. Verplicht bezit nationaal paspoort
1. Tot de uitreiking van een diplomatiek paspoort of een
dienstpaspoort wordt slechts overgegaan indien de aanvrager beschikt
over een nationaal paspoort dat nog minimaal zes maanden geldig is.
2. Indien bij de aanvraag van een diplomatiek paspoort of een
dienstpaspoort blijkt dat de geldigheidsduur van het nationaal paspoort
binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag
pas genomen nadat het nationaal paspoort is vervangen door een nieuw
nationaal paspoort.
3. Namens de Minister van Buitenlandse Zaken kan een verstrekt
diplomatiek paspoort of dienstpaspoort worden ingetrokken, indien de
houder daarvan niet meer beschikt over een geldig nationaal paspoort dan
wel het diplomatiek paspoort of het dienstpaspoort in strijd met de
voorwaarden waaronder het werd verstrekt heeft gebruikt, ondanks het
feit dat hij op dat moment beschikte over een nationaal paspoort.
4. De houder van een nationaal paspoort wordt tijdig op de hoogte
gesteld van het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn reisdocument
en de mogelijkheid een nieuw nationaal paspoort aan te vragen.
Artikel 31. Dienstpaspoortclausule
1. De vaststelling van een aanspraak op plaatsing van een
dienstpaspoortclausule in een nationaal paspoort, waardoor dat
paspoort tijdelijk de status van een dienstpaspoort verkrijgt,
geschiedt onder nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te
stellen voorwaarden door de Gouverneur, met gebruikmaking van de
gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. De plaatsing van de dienstpaspoortclausule geschiedt met
behulp van standaardclausule IX. In de clausule worden de datum waarop
deze is aangebracht, de datum waarop de geldigheidsduur ervan eindigt en
het bijbehorende administratienummer ingevuld.
3. De clausule wordt ondertekend door de in het eerste lid
bedoelde autoriteit of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar en
gewaarmerkt met het in artikel 104, eerste lid, bedoelde dienststempel.
4. De clausule wordt aangebracht op de bladzijde bestemd voor
ambtelijke aantekeningen of op een visumbladzijde.
5. De geldigheidsduur van een dienstpaspoortclausule mag de
geldigheidsduur van het nationaal paspoort waarin deze wordt
aangebracht, niet overschrijden.
6. De Gouverneur geeft van het aanbrengen van een
dienstpaspoortclausule terstond kennis aan de Minister van Buitenlandse
Zaken.
Artikel 32 [Vervallen per 26-08-2006]
Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure
§ 1. Algemeen
Artikel 33. Het opmaken van de aanvraag voor een reisdocument
1. De aanvraaggegevens voor een
reisdocument worden door een ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen
autoriteit opgenomen in de reisdocumentenmodule. Bij het opmaken van een
aanvraag door of namens de Gouverneur kan, in nader door de Gouverneur
te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd
aanvraag-informatieformulier.
2. In de aanvraag wordt de in artikel 93 bedoelde locatiecode,
behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.
3. In de aanvraag wordt aangegeven op welk model reisdocument
deze betrekking heeft.
4. In de aanvraag wordt het aantal gelijktijdig in het
reisdocument bij te schrijven kinderen vermeld.
5. In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.
Artikel 34. Vaststelling van de identiteit van de aanvrager
1. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de
identiteit van de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door de
aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de
gegevens die:
a. over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen,
indien de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit;
b. door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt
Nederlands reisdocument over te leggen, de in het overgelegde
reisdocument vermelde gegevens afwijken van de gegevens die over de
aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, dan wel anderszins
onvoldoende zekerheid bestaat over de identiteit van de aanvrager,
worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende
bij het eerder aan betrokkene uitgereikte reisdocument, niet zijnde een
nooddocument, geraadpleegd. Tevens worden in dat geval nadere
identificerende vragen gesteld.
3. Berusten de in het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere
autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een
afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie.
In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn
opgevraagd.
4. In afwijking van het tweede en het derde lid kan bij
vermissing van een eerder uitgereikt reisdocument het raadplegen van de
gegevens uit de reisdocumentenadministratie achterwege blijven, indien
de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid kan worden
vastgesteld aan de hand van een ander op grond van artikel 30 van de wet
aan de aanvrager uitgereikt geldig reisdocument.
5. De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument
is verstrekt, dient bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die
voorzien zijn van zijn foto en handtekening over te leggen. Indien hij
dergelijke documenten niet kan overleggen of ondanks overlegging van
deze documenten twijfel blijft bestaan over zijn identiteit, wordt
daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel
mogelijk verificatie van de identiteit met behulp van door de aanvrager
over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde
autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere
bewijsstukken.
6. In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de
aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken
de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
Artikel 35. Persoonsgegevens van de aanvrager
1. In de aanvraag voor een reisdocument worden de volgende
persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:
a. geslachtsnaam en voornamen;
b. geboortedatum en geboorteplaats;
c. adres en woonplaats;
d. geslacht;
e. nationaliteit;
f. lengte.
2. De in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gegevens
worden geverifieerd in de basisadministratie waarin de aanvrager als
ingezetene is ingeschreven, indien de aanvraag wordt gedaan bij een
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit.
3. De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke
titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van
de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predikaten
achterwege blijven.
4. Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is,
wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.
5. Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend
aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is
ingeschreven, dient de naam te worden vermeld zoals deze is opgenomen in
zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals
deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel
mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de
geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan
in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de
geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die
aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voorzover het
reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.
6. De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van
vermelding van de dag en de maand kan worden afgezien, voor zover deze
niet bekend zijn.
7. In de aanvraag wordt het administratienummer vermeld waaronder
de aanvrager in de basisadministratie is ingeschreven.
8. In de aanvraag voor een nationaal paspoort, een zakenpaspoort,
een tweede paspoort of een faciliteitenpaspoort van een aanvrager die in
Nederland in een basisadministratie is ingeschreven, wordt tevens het
sofi-nummer van de aanvrager vermeld.
Artikel 36. Vermelding pseudoniem aanvrager
In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse
identiteitskaart of een nooddocument, kan op verzoek van de aanvrager
die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het
maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder
een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van
dit gegeven in het reisdocument.
Artikel 37. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner
In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument,
worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of
geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot,
echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het
moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze
gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.
Artikel 38. Bezit van of vermelding in andere reisdocumenten
1. Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse of
buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, dan wel van
de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven, worden het soort
reisdocument, het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van
het document eindigt en de autoriteit die het document heeft
verstrekt, in de aanvraag vermeld.
2. Het bezit van of de vermelding in een buitenlands reisdocument
wordt geregistreerd in de basisadministratie waarin de aanvrager als
ingezetene is ingeschreven, indien de aanvraag wordt gedaan bij een
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit.
3. Indien het overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met
een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op
verzoek van de aanvrager in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde
reisdocument standaardclausule XII met het documentnummer van het in te
leveren reisdocument wordt opgenomen.
Artikel 39. Vermist of ingenomen reisdocument bij aanvraag
1. Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument is
vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe
bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het
nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het
heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld. Indien deze gegevens op het
moment van de aanvraag niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een
gericht onderzoek ingesteld.
2. De ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet door de
aanvrager af te leggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing
geschiedt ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar
overeenkomstig modelformulier C2. De in artikel 31, tweede lid, van de
wet genoemde gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal vormt een
integraal onderdeel van de schriftelijke verklaring omtrent de
vermissing en wordt aan deze verklaring toegevoegd.
3. De daartoe aangewezen ambtenaar maakt een kopie van de door de
aanvrager over te leggen schriftelijke verklaring omtrent de inname van
zijn reisdocument als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van de wet.
4. De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de
bijgevoegde gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal van de politie dan
wel de kopie van de schriftelijke verklaring omtrent de inname worden
bewaard in de reisdocumentenadministratie.
5. De datum waarop de schriftelijke verklaring omtrent de
vermissing wordt afgelegd dan wel de schriftelijke verklaring omtrent de
inname wordt overgelegd, alsmede het nummer van het procesverbaal van de
politie, bedoeld in het tweede lid, worden in de aanvraag vermeld.
6. Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument, niet
zijnde een nooddocument, is vermist of op andere gronden dan ingevolge
de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen wordt, indien
de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit, dit gegeven terstond opgenomen in de
basisadministratie van deze autoriteit.
Artikel 40
1. Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument
wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de
aanvrager geeft.
2. De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van
de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.
3. In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden
geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of
levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van
het hoofd.
4. In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden
geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of
medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in
de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de
medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe
een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende
verklaring overlegt.
5. In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een
aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden
geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die
leeftijdscategorie opgenomen minimum vereisten.
6. Bij het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer bij
een ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteit, dan wel bij
de Gouverneur in een situatie waarbij de opneming van de in de aanvraag
vermelde gegevens in het reisdocumentenstation plaatsvindt na de
uitreiking van het laissez-passer, worden in afwijking van het eerste
lid twee gelijke pasfoto’s overgelegd.
Artikel 41. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening
Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden
verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn
handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.
Artikel 42. Verschijning van de aanvrager in persoon
Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet
persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit
gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.
§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame
Artikel 43. Overleggen verklaring van toestemming
1. De verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34
tot en met 37 van de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.
2. In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de
handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een
handelingsonbekwame indient.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van het
aanvraag-informatieformulier, bedoeld in artikel 33, kan voor het
overleggen van de verklaring van toestemming worden volstaan met het
(mede) ondertekenen van dat formulier door de degenen die het gezag over
de minderjarige uitoefenen.
4. In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de
betreffende verklaring van toestemming.
Artikel 44. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van gezaghebber of
curator
1. Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid
over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige
uitoefent of van de curator is artikel 34 van overeenkomstige
toepassing.
2. Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven
niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling
worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van
toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige
zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de
betreffende persoon afkomstig is.
3. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de
bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene
die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt
gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken
en, indien de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit, van de gegevens die omtrent het gezag of de
curatele in de basisadministratie van die autoriteit zijn opgenomen.
4. Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die
het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt
daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.
§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving
Artikel 45. Algemeen
1. Bijschrijving van kinderen is toegestaan in ieder geldig
Nederlands reisdocument met uitzondering van de Nederlandse
identiteitskaart, het diplomatiek paspoort, het dienstpaspoort, het
tweede paspoort, het noodpaspoort, het laissez-passer en het
reisdocument waarin een noodverlenging is aangebracht.
2. Voor elke bijschrijving van een kind in een reisdocument dient
een afzonderlijke aanvraag te worden opgemaakt. Artikel 33, eerste en
tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. In de aanvraag wordt aangegeven of deze betrekking heeft op
een bijschrijving in een gelijktijdig aangevraagd reisdocument dan wel
op een bijschrijving in een reeds uitgereikt geldig reisdocument.
4. Indien om bijschrijving wordt verzocht in een gelijktijdig
aangevraagd reisdocument, wordt in de aanvraag het aanvraagnummer,
behorende bij de aanvraag voor het desbetreffende reisdocument, vermeld.
5. Indien om bijschrijving wordt verzocht in een reeds uitgereikt
geldig reisdocument, wordt in de aanvraag voor de bijschrijving het
documentnummer van het desbetreffende reisdocument vermeld.
Artikel 46. Vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van
het bij te schrijven kind
1. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de
identiteit van het bij te schrijven kind en over het gegeven of deze,
evenals de houder van het reisdocument waarin de bijschrijving wordt
verzocht, Nederlander dan wel vreemdeling is, wordt gebruik gemaakt
van het door de aanvrager overgelegde reisdocument, alsmede van de
gegevens die:
a. over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen,
indien de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit;
b. door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
2. Indien onzekerheid bestaat over de juistheid van de in het
eerste lid bedoelde gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek
ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie met behulp
van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door
een bevoegde autoriteit, waaronder de geboorteakte van het bij te
schrijven kind, en eventuele andere bewijsstukken. Tevens worden in dat
geval nadere identificerende vragen gesteld.
3. In de aanvraag wordt vermeld of de identiteit van het bij te
schrijven kind is vastgesteld en met welke documenten of andere
bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
Artikel 47. Aanvraaggegevens van het bij te schrijven kind
1. In de aanvraag voor een bijschrijving worden de volgende
persoonsgegevens van het bij te schrijven kind vermeld:
a. geslachtsnaam en voornamen;
b. geboortedatum en geboorteplaats;
c. adres en woonplaats;
d. geslacht.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden geverifieerd in
de basisadministratie waarin het bij te schrijven kind als ingezetene is
ingeschreven, indien de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel
7, eerste lid, aangewezen autoriteit.
3. In de aanvraag wordt de datum vermeld waarop de
geldigheidsduur eindigt van het reisdocument waarin de bijschrijving zal
plaatsvinden.
4. Artikel 35, derde tot en met zevende lid en de artikelen 38,
40 en 42 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48. Overleggen verklaring van toestemming
1. De verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 17
en 34 tot en met 37 van de wet dient schriftelijk te worden
overgelegd.
2. Artikel 43, tweede, derde en vierde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 44 is van overeenkomstige toepassing op de
vaststelling van de identiteit en de bevoegdheid van degene die het
gezag over het bij te schrijven kind uitoefent.
§ 4. Het aanmaken van het aanvraagformulier
Artikel 49
1. De in bijlage F genoemde aanvraaggegevens worden, met
gebruikmaking van de reisdocumentenmodule waarin zij zijn opgenomen en
een daartoe bestemde printer, vermeld in het aanvraagformulier, indien
de aanvraag wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit.
2. Indien de aanvraag wordt opgemaakt bij de Gouverneur worden de
in bijlage F genoemde aanvraaggegevens rechtstreeks dan wel door
overname van deze gegevens uit het aanvraag-informatieformulier,
opgenomen in het reisdocumentenstation en vervolgens met een daartoe
bestemde printer vermeld in het aanvraagformulier.
3. De daartoe aangewezen ambtenaar vergelijkt, behoudens in het
in artikel 42 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de
aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt
ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto
vervolgens op de bestemde plaats in het aanvraagformulier aan.
4. Indien de aanvrager akkoord is met de in de aanvraag vermelde
gegevens, ziet de in het tweede lid bedoelde ambtenaar, behoudens in het
in artikel 41 bedoelde geval, er op toe dat in het aanvraagformulier
voor een reisdocument op de bestemde plaats de duidelijk leesbare
handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten
behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de
gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een
aanvraag-informatieformulier, wordt tevens dit formulier door de
aanvrager ondertekend.
5. Het aanvraagformulier voor een bijschrijving wordt ondertekend
door de aanvrager, die het verzoek tot bijschrijving heeft gedaan.
§ 5. Beslissing op de aanvraag en vastlegging van de gegevens in het
reisdocumentenstation
Artikel 50
1. Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de
artikelen 9 tot en met 49 wordt niet in behandeling genomen.
2. De daartoe aangewezen ambtenaar die, met inachtneming van het
bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde
reisdocument kan worden uitgereikt dan wel de aangevraagde bijschrijving
kan plaatsvinden, vermeldt in de aanvraag, het gegeven dat deze
verstrekking heeft plaatsgevonden, de datum van deze verstrekking en de
datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken reisdocument
eindigt.
3. In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een
weigering of vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen
beslissing, vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.
4. In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan
wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de
nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt,
aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.
5. In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit
te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van
staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.
6. De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt in de aanvraag de
verstrekkende autoriteit en parafeert, ten bewijze van verstrekking, op
de bestemde plaats het aanvraagformulier.
Artikel 51
1. De daartoe aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de
aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 33 tot en met 50, worden
vastgelegd in:
a. de reisdocumentenmodule van de ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit, indien de aanvraag bij deze autoriteit is
ingediend, dan wel
b. het reisdocumentenstation, indien de aanvraag bij de Gouverneur
of de ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteit is
ingediend.
2. De in de reisdocumentenmodule vastgelegde gegevens als bedoeld
in het eerste lid, onder a, worden verwerkt en doorgezonden naar het
reisdocumentenstation.
3. Indien de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het
reisdocumentenstation, maar de beslissing op de aanvraag is aangehouden,
worden de in artikel 50, tweede en derde lid, genoemde gegevens in het
reisdocumentenstation vastgelegd, nadat de verstrekking heeft
plaatsgevonden.
§ 6. Personaliseren van nooddocumenten
Artikel 52
1. Bij het kabinet van de Gouverneur wordt het
aanvraagformulier met betrekking tot een nooddocument op de in artikel
53 bedoelde wijze gescand, zodat de foto en de handtekening van de
aanvrager en de paraaf van de bevoegde ambtenaar die akkoord is met de
verstrekking worden gedigitaliseerd en met de aanvraaggegevens,
bedoeld in artikel 51, worden samengevoegd tot een aanvraagbestand in
het reisdocumentenstation.
2. Bij de aanvraag van een nooddocument wordt tevens,
overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation,
bedoeld in artikel 103, en met inachtneming van het bepaalde in artikel
26, de datum waarop het desbetreffende reisdocument uiterlijk moet
worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te
vinden, in het aanvraagbestand opgenomen.
3. De daartoe aangewezen ambtenaar controleert het
aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en
autoriseert het gebruik van dit bestand voor het personaliseren van het
nooddocument.
4. Het personaliseren van een noodpaspoort geschiedt met behulp
van het in het reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met
gebruikmaking van de daartoe bestemde reisdocumentenprinter,
overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation,
bedoeld in artikel 103.
5. Na het personaliseren van het nooddocument wordt het
bijbehorende laminaat over de houderpagina aangebracht.
6. Het personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de
gegevens met de pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde
rubrieken van het reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in
bijlage J opgenomen invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op
de in de invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het
document heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in
artikel 104, eerste lid, bedoelde dienststempel.
7. Het scannen van het aanvraagformulier voor een laissez-passer
en de opneming van de gegevens in het reisdocumentenstation, bedoeld in
het eerste en tweede lid, bij het Kabinet van de Gouverneur of de
ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteit, kan in afwijking
van het derde lid ook na uitreiking van het laissez-passer plaatsvinden.
Hoofdstuk IV. Verzending van het
aanvraagbestand en levering van documenten
Artikel 53. Het scannen van het aanvraagformulier
Het aanvraagformulier wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar met
gebruikmaking van de daartoe bestemde apparatuur gescand, zodat de foto
en de handtekening van de aanvrager en de paraaf van de bevoegde
ambtenaar die akkoord is met de verstrekking worden gedigitaliseerd en
met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 51, worden samengevoegd tot
een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.
Artikel 54. Het verzenden van het aanvraagbestand
1. De daartoe aangewezen ambtenaar controleert het
aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en
autoriseert het verzenden daarvan. Het aanvraagbestand wordt voorzien
van een digitale handtekening van deze ambtenaar en, met gebruikmaking
van het reisdocumentenstation, elektronisch verzonden naar de
leverancier.
2. Het uit het reisdocumentenstation verwijderen van een
aanvraagbestand dat niet is verzonden, kan slechts plaatsvinden na
bekrachtiging van deze handeling door de in artikel 89 bedoelde
autorisatiebevoegde reisdocumenten.
Artikel 55. In ontvangstneming van de geleverde documenten
1. De gepersonaliseerde reisdocumenten, bijschrijvingsstickers
en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de Nederlandse Antillen
en Aruba, worden in Nederland bij het ministerie van Buitenlandse
Zaken afgeleverd. De artikelen 57 tot en met 60 van de
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 zijn van overeenkomstige
toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde documenten worden door de
transporteur afgeleverd bij de uitgiftelocatie in de Nederlandse
Antillen of Aruba.
3. Op de uitgiftelocatie worden de in het eerste lid bedoelde
documenten in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar
als bedoeld in artikel 91, eerste lid, die zich legitimeert met een
geldig identiteitsdocument.
4. De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de
desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip.
5. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich
desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende
zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in
ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of
nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de
uitgiftelocatie niet mogelijk is, wordt de zending niet overgedragen.
Artikel 56. Controle zending bij in ontvangstneming
1. De tot ontvangst bevoegde ambtenaar controleert of de
zending voor hem bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is
onbeschadigd, tekent de tot ontvangst bevoegde ambtenaar de door de
transporteur overgelegde distributielijst voor ontvangst.
2. Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is,
afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt
gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de
leverancier geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.
3. Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het
pakket in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in
geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.
4. Indien de tot ontvangst bevoegde ambtenaar constateert dat er
sprake is van afwijkingen of van beschadiging van het te overhandigen
pakket wordt hiervan door of ten behoeve van de transporteur een
proces-verbaal opgemaakt.
5. Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit
bewaard.
Artikel 57. Controle zending in het reisdocumentenstation
1. De daartoe aangewezen ambtenaar bij de tot uitreiking
bevoegde autoriteit gaat na of de in de zending aanwezige documenten
overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking
hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door
de leverancier is verzonden.
2. In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een
document overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld
in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de
juiste wijze is geproduceerd of gepersonaliseerd. Deze gegevens kunnen
bij de ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit, in
verband met de raadpleging daarvan, tevens op elektronische wijze worden
doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
Artikel 58. Nabezorgen niet ontvangen reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers
1. Indien reisdocumenten of bijschrijvingsstickers niet op het
verwachte tijdstip worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor
bestemd telefoonnummer informatie ingewonnen over de te verwachten
levertijd.
2. In het geval de zending zich nog onder de transporteur
bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog zo spoedig
mogelijk wordt afgeleverd.
Artikel 59. Vernietigen van verkeerd geleverde documenten
De documenten die na de controle van de zending als bedoeld in de
artikelen 56 of 57 voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd,
worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 77, tweede lid,
aangegeven wijze.
Artikel 60. Herzending van de aanvraag
Indien een reisdocument of een bijschrijvingssticker is beschadigd,
onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet is ontvangen
en niet alsnog ingevolge artikel 58, tweede lid, zal worden bezorgd,
wordt het op het reisdocument, op de daarin opgenomen bijschrijving of
op de bijschrijvingssticker betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw
verzonden aan de leverancier.
Artikel 61. Terugzending onjuist geproduceerde of gepersonaliseerde,
beschadigde of verkeerd afgeleverde documenten
Reisdocumenten en bijschrijvingsstickers die bij de controle van de
zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist
blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te
zijn beschadigd, worden overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van
modelformulier C10, teruggestuurd aan de leverancier.
Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument
en bijschrijvingssticker
Artikel 62. Algemeen
1. Tot uitreiking van het aangevraagde
reisdocument dan wel tot plaatsing van een bijschrijvingssticker wordt
slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn
aanwezigheid is vastgesteld, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet
van toepassing is.
2. De plaatsing van een bijschrijvingssticker vindt plaats door
dezelfde autoriteit die de aanvraag daartoe in ontvangst heeft genomen.
Artikel 63. Vermist of ingenomen reisdocument bij de uitreiking
1. Indien het bij de uitreiking van het aangevraagde
reisdocument in te leveren reisdocument is vermist of op andere
gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is
ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het
desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt,
alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken
reisdocument opgenomen. Indien deze gegevens op het moment van de
uitreiking niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek
ingesteld.
2. Artikel 39, tweede tot en met zesde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 64. Bijschrijving door middel van een sticker
De ten behoeve van de bijschrijving in een bestaand reisdocument
vervaardigde bijschrijvingssticker wordt door de daartoe aangewezen
ambtenaar op de daarvoor bestemde pagina in het reisdocument
aangebracht.
Artikel 65
1. Indien de aanvrager bij de aanvraag die in ontvangst is
genomen door de Gouverneur, aannemelijk heeft gemaakt dat van hem
redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt
bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post aan
hem toegezonden.
2. De inlevering van de Nederlandse reisdocumenten als bedoeld in
artikel 32 van de wet geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten
per aangetekende post toe te sturen aan de in het eerste lid bedoelde
autoriteit.
3. Tot toezending van het uit te reiken reisdocument wordt niet
overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde
reisdocumenten.
Artikel 66. Registratie in de reisdocumentenmodule en het
reisdocumentenstation
1. De daartoe aangewezen ambtenaar bij de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit registreert de uitreiking van of de
bijschrijving in een reisdocument, alsmede de inlevering van het
vorige reisdocument, in de reisdocumentenmodule en geeft dit door aan
het reisdocumentenstation.
2. Indien bij de uitreiking blijkt dat het reisdocument of de
bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of
gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de
reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het
reisdocumentenstation.
3. Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan
plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste
instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog
doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
4. Indien binnen drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie
geen uitreiking van een geleverd reisdocument of plaatsing van een
geleverde bijschrijvingssticker heeft plaatsgevonden, wordt dit
geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.
5. De registratie, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid,
geschiedt bij de Gouverneur, door de daartoe aangewezen ambtenaar, in
het reisdocumentenstation.
Artikel 67. Registratie in de basisadministratie
De uitreiking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, dan
wel de bijschrijving in een reisdocument door een ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit, wordt geregistreerd in de
basisadministratie waarin de houder dan wel het bijgeschreven kind als
ingezetene is ingeschreven.
Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en
vervallenverklaring
Artikel 68. Uitsluiting Nederlandse identiteitskaart
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse
identiteitskaarten.
Artikel 69. Informatie over de gesignaleerde persoon
1. De autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt dan wel
een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon die
blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register
paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt ingevolge artikel 44,
tweede lid, van de wet bij brief of per faxbericht aan de Gouverneur
hem mede te delen of zulks nog steeds het geval is.
2. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van de in het
eerste lid bedoelde mededeling, hetzij indien hij zelf een aanvraag in
behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt
betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, terstond bij brief
of per faxbericht aan het agentschap BPR hem mede te delen of de
desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen
is opgenomen.
3. In afwijking van het eerste lid kan in spoedgevallen een
verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid ook met gebruikmaking
van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief
of per faxbericht wordt bevestigd.
4. De ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit die
ingevolge artikel 44, derde lid, van de wet de in het register
paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te
ontvangen, doet daartoe op de in het eerste en derde lid voorgeschreven
wijze een verzoek aan de Gouverneur. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd
met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
5. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van het in het
vierde lid bedoelde verzoek, hetzij indien hij zelf een aanvraag in
behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt
betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, op de in het eerste
en derde lid voorgeschreven wijze aan het agentschap BPR om toezending
van de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van de
betrokken persoon. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het
tweede lid bedoelde verzoek worden gedaan.
Artikel 70. Kennisgeving van de beslissing op grond van artikel 45,
tweede lid, van de wet
De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van
modelformulier C6 kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45,
tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste,
ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden
reisdocumenten
§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten
Artikel 71. Vermist of ingenomen reisdocument anders dan bij aanvraag
of uitreiking
1. Indien de houder van een uitgereikt
reisdocument aan de Gouverneur, dan wel de ingevolge artikel 7,
aangewezen autoriteit waar hij als ingezetene in de basisadministratie
is ingeschreven buiten de gevallen, bedoeld in de artikelen 39 en 63,
mededeling doet van de vermissing of de inname van het desbetreffende
reisdocument, wordt de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet af
te loggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing door de houder
gedaan ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar, die de
mededeling omtrent de vermissing in ontvangst neemt overeenkomstig
modelformulier C2. De in artikel 31, tweede lid, van de wet genoemde
kopie van het proces-verbaal vormt een integraal onderdeel van de
schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en wordt aan deze
verklaring toegevoegd.
2. De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de
bijgevoegde kopie van het proces-verbaal van de politie dan wel de
overgelegde kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname
is overgelegd, worden bewaard in de reisdocumentenadministratie waar de
in het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan.
3. Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument, niet
zijnde een nooddocument, is vermist of op andere gronden dan ingevolge
de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt, indien
de mededeling wordt gedaan bij een ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit door een persoon die als ingezetene in de
basisadministratie van deze autoriteit is ingeschreven, dit gegeven
terstond daarin opgenomen.
Artikel 72. Melding van de vermissing of inname van een reisdocument
Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als
bedoeld in de artikelen 39, 63 en 71 wordt terstond melding gemaakt aan
het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C7.
§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten
Artikel 73. Reisdocumenten van gesignaleerde personen
1. De autoriteit die een reisdocument heeft ingehouden dan wel
bij wie een reisdocument is ingeleverd van een houder, die in verband
met het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet in het
register paspoortsignaleringen is opgenomen en ten aanzien van wie hij
niet bevoegd is tot vervallenverklaring, zendt dit reisdocument per
aangetekende post dan wel op een andere verantwoorde wijze, met
vermelding van de reden van doorzending, terstond door aan de daartoe
wel bevoegde autoriteit.
2. De autoriteit aan wie een reisdocument ten onrechte is
doorgezonden, draagt er zorg voor dat het reisdocument alsnog op de in
het eerste lid bedoelde wijze aan de tot vervallenverklaring bevoegde
autoriteit wordt toegezonden.
Artikel 74. Definitief aan het verkeer te onttrekken reisdocumenten
1. De ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit
die een reisdocument heeft ingehouden of bij wie een reisdocument is
ingeleverd, dan wel die een gevonden reisdocument heeft ontvangen dat
blijkens artikel 77 definitief aan het verkeer moet worden onttrokken
en daartoe niet bevoegd is, zendt dit reisdocument door aan de
Gouverneur.
2. De Gouverneur zendt, indien hij niet bevoegd is een door hem
ingehouden, bij hem ingeleverd, door hem ontvangen of aan hem
toegezonden reisdocument definitief aan het verkeer te onttrekken, het
desbetreffende reisdocument door aan:
a. de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek
paspoort of een dienstpaspoort betreft;
b. de autoriteit die het desbetreffende reisdocument heeft
verstrekt, in alle andere gevallen.
3. De doorzending van reisdocumenten geschiedt per aangetekende
post of op een andere verantwoorde wijze met vermelding van de reden van
doorzending.
§ 3. Melding van rechtswege vervallen reisdocumenten aan het
register paspoortsignaleringen en het basisregister reisdocumenten
Artikel 75
1. De ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit
deelt met het oog op een vermelding in het register
paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, vierde lid, van de wet
de Gouverneur de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat
van rechtswege is vervallen of waarin een bijschrijving is opgenomen
die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het
reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de
houder niet kan worden achterhaald.
2. De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument
heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument is
ingeleverd, deelt met het oog op de verwijdering van de in het eerste
lid bedoelde vermelding uit het register paspoortsignaleringen de
Gouverneur zulks terstond mede.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling geschiedt
met gebruikmaking van modelformulier C7.
4. Van het van rechtswege vervallen van een reisdocument
ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h van de wet
wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister
reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR met
gebruikmaking van modelformulier C7.
§ 4. Melding inzake gevonden reisdocumenten
Artikel 76
De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde
een nooddocument, met gebruikmaking van modelformulier C4 terstond
kennis aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de
Koninklijke Marechaussee.
Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van
reisdocumenten en ongedaan maken van bijschrijvingen
§ 1. Definitieve onttrekking van een reisdocument aan het verkeer
Artikel 77. Redenen en wijze van onttrekking
1. De Gouverneur onttrekt een nationaal
paspoort, een Nederlandse identiteitskaart, een faciliteitenpaspoort,
een tweede paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen, een
reisdocument voor vreemdelingen of een op grond van artikel 16, eerste
lid, van de wet verstrekt nooddocument en de ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit onttrekt een nationaal paspoort, terstond
definitief aan het verkeer, indien:
a. het niet binnen drie maanden, nadat het voor uitreiking
beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen;
b. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking van een nieuw
reisdocument, is ingeleverd;
c. het vervallen is verklaard dan wel ingevolge artikel 54, eerste
lid, van de wet is ingehouden, tenzij nog een beroepstermijn open
staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument
anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;
d. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van
misdruk, verkeerde personalisatie of de onjuiste plaatsing van de
bijschrijvingssticker en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd;
e. het als gevonden reisdocument is ontvangen, tenzij hij in de
gelegenheid is om het in persoon terug te geven aan de houder, die nog
geen verklaring als bedoeld in artikel 31 van de wet heeft afgelegd.
2. Het reisdocument wordt definitief aan het verkeer onttrokken
door het deugdelijk te vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk
onbruikbaar gemaakt aan de houder terug te geven ingevolge het derde
lid. De vernietiging geschiedt door het reisdocument op gecontroleerde
wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van het
reisdocument niet meer mogelijk is.
3. Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort,
Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort,
reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na
inlevering, onbruikbaar gemaakt aan hem teruggegeven.
4. Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie
ponsgaten (elk van tenminste 12 mm) door het gehele reisdocument op
zodanige wijze dat het in het reisdocument aangebrachte kinegram
gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt.
5. Indien het ingeleverde reisdocument bladzijden met een nog
geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat en in verband daarmee
het verzoek is gedaan, bedoeld in artikel 38, derde lid, worden de
desbetreffende bladzijden en het documentnummer intact gelaten.
6. In afwijking van het tweede lid wordt een reisdocument, dat
ingevolge het eerste lid, onder d, tengevolge van misdruk of verkeerde
personalisatie is ingehouden of ingeleverd, definitief aan het verkeer
onttrokken door het, met gebruikmaking van modelformulier C10, terug te
sturen aan de leverancier.
7. De in het eerste lid, onder e, en in het derde lid bedoelde
teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het
reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h,
van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid,
onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 112, tweede
lid, of artikel 113, tweede lid, van toepassing is.
8. Een bijschrijvingssticker die niet binnen drie maanden na
ontvangst bij de uitgiftelocatie in het daartoe bestemde reisdocument is
aangebracht, wordt op de in het tweede lid aangegeven wijze deugdelijk
vernietigd.
Artikel 78. Registratie van de onttrekking in de basisadministratie
De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een
nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de
basisadministratie van de ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen
autoriteit waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.
§ 2. Ongedaan maken van een bijschrijving
Artikel 79. Wijze van ongedaan maken bijschrijving
Het ongedaan maken van een bijschrijving vindt plaats:
a. door het plaatsen van het in artikel 104, tweede lid, bedoelde
stempel, voorzien van de paraaf van de bevoegde autoriteit of de
daartoe aangewezen ambtenaar over de tekst en de foto van de
bijschrijving in het reisdocument, dan wel
b. als gevolg van de definitieve onttrekking aan het verkeer van
het reisdocument waarin de bijschrijving is opgenomen.
Artikel 80. Registratie van ongedaan maken bijschrijving in de
basisadministratie
Het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument, bedoeld
in artikel 79, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit waarin de
bijgeschrevene als ingezetene is ingeschreven.
§ 3. Kennisgevingen
Artikel 81
1. Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een
reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden
reisdocument, alsmede de uitreiking van een vervangend reisdocument,
niet zijnde een nooddocument, wordt met gebruikmaking van
modelformulier C3 kennis gegeven aan:
a. de autoriteit in de Nederlandse Antillen dan wel Aruba, die het
reisdocument heeft verstrekt, dan wel
b. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland,
indien deze het reisdocument heeft verstrekt, dan wel
c. de burgemeester van Den Haag dan wel de burgemeester van
Enschede, indien deze autoriteit het reisdocument heeft verstrekt aan
een houder die ten tijde van de verstrekking niet als ingezetene in
een basisadministratie was ingeschreven, dan wel
d. de burgemeester van de gemeente waar de houder als ingezetene in
de basisadministratie is, of voor het laatst was ingeschreven, indien
het reisdocument niet door een in a, b of c genoemde autoriteit is
verstrekt.
2. Van de ongedaanmaking van een bijschrijving als bedoeld in
artikel 79 wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven
aan de autoriteit, genoemd in het eerste lid, onder a, b of c, die de
bijschrijving heeft geplaatst, dan wel aan de burgemeester van de
gemeente waar het bijgeschreven kind als ingezetene in de
basisadministratie is, of voor het laatst was, ingeschreven, indien de
bijschrijving niet door een in het eerste lid, onder a, b of c, genoemde
autoriteit is geplaatst.
§ 4. Registratie definitief aan het verkeer onttrokken
reisdocumenten door de Gouverneur
Artikel 82
De Gouverneur die:
a. een door hem verstrekt reisdocument definitief aan het verkeer
onttrekt, dan wel
b. door toezending van modelformulier C3 in kennis wordt gesteld
van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een door hem
verstrekt reisdocument en de uitreiking van een vervangend
reisdocument, registreert deze feiten in de
reisdocumentenadministratie, bedoeld in artikel 83.
Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie
Artikel 83. Opgenomen gegevens, raadpleegbaarheid, bewaartermijn
1. Van elk verstrekt reisdocument
respectievelijk van elke daarin opgenomen bijschrijving wordt een
administratie bijgehouden.
2. De in het eerste lid bedoelde reisdocumentenadministratie
wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin
overeenkomstig de artikelen 51, 52 en 66 opgenomen gegevens betreft.
3. De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag,
verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de
reisdocumentenadministratie opgenomen op een wijze die raadpleging in
samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.
4. De in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens worden
gedurende elf jaren na de datum van verstrekking van het betreffende
reisdocument dan wel de opneming van de bijschrijving in een
reisdocument bewaard.
Artikel 84 [Vervallen per 01-12-2004]
Artikel 85 [Vervallen per 01-12-2004]
Artikel 86. Verstrekking van gegevens
De verstrekking van gegevens uit de in artikel 83 bedoelde
reisdocumentenadministratie wordt uitsluitend toegestaan aan:
a. degenen die bij of krachtens de wet belast zijn met de
uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor
het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot reisdocumenten;
b. de ambtenaren, werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse
Zaken, een Nederlandse consulaire vertegenwoordiging in het
buitenland onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van de
Nederlandse Antillen of van Aruba, voor zover die gegevens
noodzakelijk zijn voor consulaire handelingen waarbij de identiteit
van de betrokken persoon moet worden vastgesteld;
c. de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel 141 en 142 van het
Wetboek van Strafvordering in Nederland, dan wel de
opsporingsambtenaren bedoeld in de overeenkomstige regelingen in de
Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba, voor zover die
gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten in
het kader van het onderzoek waarbij zij zijn betrokken of voor zover
die noodzakelijk zijn voor de identificatie van slachtoffers;
d. de ambtenaren van het Openbaar Ministerie in Nederland, de
Nederlandse Antillen of Aruba, voor zover die gegevens noodzakelijk
zijn voor de uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden;
e. de ambtenaren werkzaam bij de autoriteiten, bedoeld in de
artikelen 18 tot en met 24 van de wet, voor zover die gegevens
noodzakelijk zijn voor het verzoek tot weigering of
vervallenverklaring en de daarmee verband houdende vermelding van
deze gegevens in het register paspoortsignaleringen als bedoeld in
artikel 25, derde lid, van de wet;
f. de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover die gegevens noodzakelijk
zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden in verband met de
verwerking van gegevens in het basisregister reisdocumenten, in
verband met de uitoefening van hun taak als bedoeld in artikel 58
van de wet, alsmede in verband met onderzoek naar onregelmatigheden
met reisdocumenten;
g. degene die in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken
onderscheidenlijk de Gouverneur belast is met de controle op de
uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde regels, de
toepassing van de beveiligingsmaatregelen of de werking van het
aanvraagsysteem reisdocumenten, voor zover die gegevens noodzakelijk
zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden;
h. de houder, beheerder, bewerker en degene die belast is met de
invoer, wijziging, of verwijdering van gegevens, voor zover die
gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen, noodzakelijk
zijn voor de uitoefening van de hun in verband daarmee opgedragen
werkzaamheden;
i. de ambtenaren werkzaam bij de Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en
artikel 7, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten 2002.
Artikel 87. Registratie van ontvangen kennisgevingen in de
basisadministratie
1. De ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit
die door toezending van modelformulier C3 een kennisgeving ontvangt
van:
a. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument
en de uitreiking van een nieuw reisdocument, waarbij is vermeld of het
oude reisdocument is ingehouden, ingeleverd of vermist, dan wel
b. de uitreiking van een reisdocument, waarbij definitieve
onttrekking aan het verkeer van een eerder verstrekt reisdocument niet
aan de orde is, dan wel
c. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument,
waarbij geen nieuw reisdocument is uitgereikt, dan wel
d. het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument,
draagt zorg dat deze feiten worden geregistreerd in de
basisadministratie, waarin de betrokken persoon als ingezetene is
ingeschreven.
2. De ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit die
een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt betreffende een
persoon die laatstelijk in de basisadministratie als ingezetene was
ingeschreven, bewaart deze kennisgeving als onderdeel van de
basisadministratie tot het moment dat de betrokken persoon weer als
ingezetene in de basisadministratie wordt ingeschreven, dan wel elf
jaren zijn verstreken.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde registratie vindt niet
plaats, indien de feiten betrekking hebben op een nooddocument of een
gevonden reisdocument.
4. De autoriteit die ten onrechte een kennisgeving als bedoeld in
het eerste lid heeft ontvangen, zendt deze door aan de ingevolge artikel
7, eerste lid, aangewezen autoriteit waar de betrokken persoon als
ingezetene in de basisadministratie is, of voor het laatst was,
ingeschreven.
Hoofdstuk X. Organisatie en beheer van het
aanvraagsysteem reisdocumenten
§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen
Artikel 88. Aanwijzing en registratie algemeen
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit of de door hem
daartoe aangewezen ambtenaar wijst de personen aan die bevoegd zijn tot
het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de wet zijn
voorgeschreven.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing van personen, alsmede
de registratie van hun bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de
functionele beschrijvingen met betrekking tot het aanvraagsysteem
reisdocumenten en overeenkomstig de beveiligingsprocedure, bedoeld in
artikel 109.
Artikel 89. De autorisatiebevoegden reisdocumenten
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit wijst per uitgiftelocatie tenminste
twee ambtenaren aan die binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten
zullen functioneren als de autorisatiebevoegde reisdocumenten
overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation,
bedoeld in artikel 103.
2. Van de aanwijzing of de vervanging van een autorisatiebevoegde
reisdocumenten wordt terstond met gebruikmaking van standaardformulier
B3 melding gedaan aan het agentschap BPR, die een registratie bijhoudt
van de autorisatiebevoegden reisdocumenten en deze gegevens doorgeeft
aan de leverancier.
3. De in het eerste lid bedoelde autoriteit draagt er zorg voor,
dat een autorisatiebevoegde reisdocumenten in staat wordt gesteld alle
handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
4. De autorisatiebevoegden reisdocumenten zijn rechtstreeks
verantwoording verschuldigd aan de Gouverneur onderscheidenlijk de
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit.
Artikel 90. De identificatiekaart
1. Een autorisatiebevoegde reisdocumenten krijgt van de
leverancier de beschikking over een identificatiekaart, waarmee op
elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het
reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en
gegevens.
2. De autorisatiebevoegde reisdocumenten is verantwoordelijk voor
het aanvragen, de bewaring, de uitgifte, de intrekking en het
(autorisatie)beheer van de identificatiekaarten van andere personen die
bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen waarvoor toegang tot het
reisdocumentenstation is vereist. Hij geeft wijzigingen terstond door
aan de leverancier.
3. Het aanvragen van identificatiekaarten bij de leverancier en
het doorgeven van wijzigingen, alsmede het uitgeven, intrekken en
beheren van de geleverde identificatiekaarten geschiedt overeenkomstig
de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in
artikel 103.
4. De identificatiekaarten worden op naam uitgegeven.
5. De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven en
ingetrokken identificatiekaarten.
Artikel 91. De tot ontvangst van gepersonaliseerde documenten
bevoegde ambtenaren
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit of de door hem daartoe aangewezen
ambtenaar wijst ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van
gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen.
2. De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst
bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de
transporteur.
Artikel 92. Registratie parafen en handtekeningen
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit houdt een administratie bij van de
parafen van de personen die tot parafering van aanvraagformulieren
bevoegd zijn.
2. Een paraaf als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval
net zo lang bewaard als de aanvragen waarin een paraaf van de
desbetreffende persoon is opgenomen.
§ 2. Aflevering van zendingen
Artikel 93. Aanmelding en registratie van uitgiftelocaties
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit of de door hem daartoe aangewezen
ambtenaar meldt met gebruikmaking van standaardformulier B2 aan het
agentschap BPR de locaties waar de verzending van de aanvragen naar de
leverancier en de aflevering van de zendingen door de transporteur
plaatsvindt.
2. Wijzigingen met betrekking tot uitgiftelocaties worden, met
gebruikmaking van standaardformulier B2, tijdig gemeld aan het
agentschap BPR.
3. Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge
het eerste en tweede lid aangemelde uitgiftelocaties en geeft deze
gegevens door aan de leverancier.
4. De leverancier wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke
locatiecode toe en meldt deze terug aan het agentschap BPR en aan de
Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteit.
Artikel 94. Vastlegging tijdstip van aflevering
De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending wordt
afgeleverd, geschiedt in overleg met de transporteur.
§ 3. Beheer van ontvangen gepersonaliseerde reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers
Artikel 95. Bewaring reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
1. De reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden bewaard
op de in artikel 107 voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij
door de daartoe bevoegde ambtenaar worden uitgereikt, dan wel worden
teruggestuurd aan de leverancier ingevolge artikel 61.
2. Aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation wordt
nagegaan welke gepersonaliseerde reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers binnen drie maanden na de datum van ontvangst nog
niet zijn uitgereikt, teneinde deze ingevolge artikel 77 definitief aan
het verkeer te onttrekken.
Artikel 96. Ontbrekende gepersonaliseerde reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers
1. Indien op enig moment een gepersonaliseerd reisdocument of
bijschrijvingssticker na aflevering en registratie daarvan in het
reisdocumentenstation blijkt te ontbreken, wordt terstond een
inventarisatie opgemaakt van de nog aanwezige reisdocumenten of
bijschrijvingsstickers aan de hand van de gegevens in het
reisdocumentenstation.
2. De ontbrekende reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden
geregistreerd in het reisdocumentenstation.
3. Artikel 60 is van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten
Artikel 97. De tot bestelling en ontvangst van blanco documenten
bevoegde ambtenaren
1. De Gouverneur of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar
wijst op zijn kabinet ten minste drie ambtenaren aan om namens hem
bestellingen te doen van blanco noodpaspoorten en laissez-passer's bij
de leverancier en tevens drie ambtenaren om leveringen daarvan in
ontvangst te nemen.
2. De aanmelding van de tot bestelling en van de tot ontvangst
bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, alsmede wijzigingen in
deze gegevens, vindt plaats bij het agentschap BPR, met gebruikmaking
van de standaardformulieren B6 en B7.
3. Het ingevulde registratieformulier wordt gewaarmerkt met een
afdruk van een dienststempel als bedoeld in artikel 104, eerste lid.
4. Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge
het eerste lid aangemelde personen en geeft deze gegevens door aan de
leverancier.
Artikel 98. Bestelling en aflevering nooddocumenten
1. De nooddocumenten worden met gebruikmaking van
modelformulier C11 door de daartoe aangewezen ambtenaar maximaal vier
maal binnen een jaar bij de leverancier besteld. De bestelopdracht
wordt gesteld op briefpapier van de Gouverneur en, na ondertekening
van de daartoe aangewezen ambtenaar, gewaarmerkt met een afdruk van
het in artikel 104, eerste lid, bedoelde dienststempel.
2. Het aantal blanco noodpaspoorten en laissez-passer's dat
binnen een jaar kan worden besteld, wordt bepaald door de leverancier en
is gebaseerd op het jaarlijkse aantal verstrekte documenten, in de
periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent.
De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal te bestellen
nooddocumenten voor het daaropvolgende jaar bekend aan de Gouverneur.
3. Indien tussen twee bestellingen blijkt dat de voorraad
noodpaspoorten dan wel laissez-passer's ontoereikend zal zijn, kan een
opdracht voor een spoedbestelling worden geplaatst. De opdracht voor een
spoedbestelling kan slechts worden gedaan, nadat in overleg met de
leverancier is vastgesteld dat het aflevertijdstip van de eerstvolgende
bestelopdracht niet kan worden vervroegd. De omvang van de
spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot de
levering van de eerstvolgende bestelling te overbruggen.
4. Alvorens een bestelopdracht te plaatsen, wordt nagegaan of de
in artikel 97 bedoelde gegevens nog juist zijn.
5. Indien gegevens zijn gewijzigd, dient het nieuwe
registratieformulier minstens vijf werkdagen voor het plaatsen van een
nieuwe bestelopdracht in het bezit van het agentschap BPR te zijn.
6. De bestelling wordt door de leverancier bevestigd door
toezending van een leveringsbevestiging aan de Gouverneur.
7. De daadwerkelijke aflevering vindt gemiddeld maximaal tien
werkdagen na de op de leveringsbevestigingen vermelde dagtekening plaats
door de transporteur.
8. Bij aflevering ondertekent de tot ontvangst bevoegde persoon,
bedoeld in artikel 97, eerste lid, de strook die aan de
leveringsbevestiging is gehecht.
9. De tot ontvangst bevoegde persoon legitimeert zich, op verzoek
van de transporteur, met een binnen het koninkrijk uitgegeven
reisdocument of rijbewijs.
10. De aflevering van de zending vindt plaats in de kluisruimte.
Indien aflevering in de kluisruimte niet mogelijk of niet doelmatig is,
vindt aflevering plaats in een voor het publiek afgesloten ruimte zo
dicht mogelijk bij de kluis.
11. De tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn
van de transporteur aan de hand van de leveringsbevestiging het aantal
pakketten alsmede de verzegeling. Indien de zending niet voor de
Gouverneur bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel
documenten ontbreken, wordt hiervan aantekening gemaakt op de aan de
leveringsbevestiging gehechte strook en het agentschap BPR hiervan
terstond in kennis gesteld.
12. De ingevulde en ondertekende strook wordt aan de transporteur
overhandigd.
13. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich
desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende
zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in
ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of
nalaten van de Gouverneur een veilige aflevering niet mogelijk is,
draagt de transporteur de zending niet over.
Artikel 99. Beheer en distributie door de Gouverneur
1. Na ontvangst van de zending wordt deze terstond veilig
gesteld. Indien de aflevering niet aan de kluis geschiedt, ziet de
ambtenaar die de zending in ontvangst heeft genomen erop toe, dat de
zending terstond in de kluis wordt opgeslagen.
2. De bij de zending gevoegde ontvangstbevestiging wordt na
vergelijking van de verpakkingseenheden van de zending met de opgave in
de leveringsbevestiging binnen vijf werkdagen na aflevering van de
zending, aan de leverancier geretourneerd.
3. De controle van de inhoud van de verpakkingseenheden als
bedoeld in het tweede lid geschiedt door de tot ontvangst bevoegde
persoon, en tenminste één andere persoon. Van de controle wordt een
proces-verbaal opgemaakt, dat bij de in het vijfde lid bedoelde
nummeradministratie wordt gearchiveerd.
4. Bij constatering van afwijkingen tussen de inhoud van de
zending en de opgave in de leveringsbevestiging wordt terstond contact
opgenomen met de leverancier. De geconstateerde afwijkingen worden
schriftelijk medegedeeld aan het agentschap BPR.
5. De Gouverneur houdt van de door hem ontvangen blanco
nooddocumenten, uitgesplitst naar soort, een serienummeradministratie
bij, waaruit aan de hand van de documentnummers te allen tijde dient te
blijken welke documenten:
a. in de voorraad aanwezig zijn;
b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
c. aan de ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteiten
beschikbaar zijn gesteld;
d. zijn gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten
worden beschouwd.
6. De Gouverneur verstrekt per kwartaal een opgave aan de
leverancier van het voorraadverloop van de noodpaspoorten en
laissez-passer's. Uit deze opgave blijkt tevens op welk tijdstip
nooddocumenten, onder vermelding van de documentnummers, aan een
ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteit beschikbaar zijn
gesteld.
7. De Gouverneur draagt zorg voor het op beveiligde wijze
beschikbaar stellen van de blanco nooddocumenten aan de ingevolge
artikel 7, tweede lid, aangewezen autoriteiten.
Artikel 100. Voorraadadministratie nooddocumenten bij de
verstrekkende autoriteiten
1. Van de beschikbaar gestelde nooddocumenten wordt,
uitgesplitst naar soort, door de Gouverneur een voorraadadministratie
bijgehouden. De ingevolge artikel 7, tweede lid, aangewezen
autoriteiten houden een voorraadadministratie bij van de aan hen
beschikbaar gestelde nooddocumenten.
2. Eén maal per jaar wordt het aantal in voorraad zijnde blanco
nooddocumenten met vermelding van soort en documentnummer vastgesteld.
3. Uit de voorraadadministratie dient te allen tijde te blijken
hoeveel nooddocumenten:
a. in de voorraad aanwezig zijn;
b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
c. aan de voorraad zijn onttrokken in verband met uitreiking;
d. zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als
onbruikbaar moeten worden beschouwd.
4. Met betrekking tot de uitgereikte nooddocumenten wordt per
opeenvolgend documentnummer apart geregistreerd aan wie uitreiking van
het desbetreffende nooddocument heeft plaatsgevonden.
5. De Gouverneur houdt de in het derde en vierde lid bedoelde
voorraadadministratie bij in het desbetreffende reisdocumentenstation.
6. Indien door de Gouverneur laissez-passer's beschikbaar worden
gesteld aan een andere autoriteit, wordt het aantal beschikbaar gestelde
laissez-passer's in het reisdocumentenstation vermeld.
Artikel 101. Inventarisatie van de voorraad
1. Indien op enig moment een omissie in de voorraad of in de
administratie wordt geconstateerd, maakt de desbetreffende autoriteit
terstond een inventarisatie op van de aanwezige nooddocumenten.
2. De inventarisatie wordt opgesteld door tenminste twee
personen.
3. Van de inventarisatie wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat
naar het agentschap BPR en in afschrift aan de Gouverneur wordt
gezonden.
Artikel 102. Verbruik van nooddocumenten
1. De blanco nooddocumenten worden in volgorde van de nummers
verbruikt.
2. Het is een tot verstrekking bevoegde autoriteit niet
toegestaan nooddocumenten te verbruiken die aan een andere autoriteit
daartoe ter beschikking zijn gesteld.
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Artikel 103. Reisdocumentenstation en reisdocumentenprinter
De Gouverneurs onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste lid,
aangewezen autoriteiten maken binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten
gebruik van het reisdocumentenstation, de scanapparatuur, de
reisdocumentenprinter en overige apparatuur, alsmede van de bijbehorende
programmatuur, opslagmedia en overige materialen die door de leverancier
zijn geleverd, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en met
inachtneming van de bijgeleverde gebruikershandleiding.
Artikel 104. Dienststempel en clausulestempels
1. Het dienststempel is een inktstempel van een rond formaat
met een diameter van 15 mm, dat voorzien is van het Rijkswapen dan wel
het wapen van de tot verstrekking bevoegde autoriteit.
2. Voor het ongedaan maken van een bijschrijving wordt een door
de leverancier beschikbaar gesteld clausulestempel gebruikt, dat in drie
talen de tekst “vervallen” bevat.
Artikel 105. Aanvraagformulieren en andere standaardformulieren
1. De in artikel 49 bedoelde aanvraagformulieren worden vier
maal binnen een jaar door de leverancier beschikbaar gesteld.
2. Het aantal aanvraagformulieren dat jaarlijks beschikbaar wordt
gesteld, wordt bepaald en bekendgemaakt door de leverancier op de in
artikel 98, tweede lid, aangegeven wijze.
3. Indien tussen twee aflevertijdstippen blijkt dat de voorraad
aanvraagformulieren ontoereikend zal zijn, kan een spoedbestelling
worden gedaan. De opdracht voor een spoedbestelling kan echter slechts
worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat
het reguliere aflevertijdstip niet kan worden vervroegd. De omvang van
de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot het
eerstvolgende aflevertijdstip te overbruggen.
4. De aanvraagformulieren worden door de leverancier binnen tien
werkdagen na de spoedbestelling geleverd op de uitgiftelocatie waarvoor
de bestelling is gedaan.
5. De overige standaardformulieren worden eenmalig door de
leverancier ter beschikking gesteld en kunnen desgewenst worden
nabesteld.
6. De aanvraagformulieren en andere standaardformulieren worden
kosteloos verstrekt.
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Artikel 106. Algemeen
De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen
maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten,
bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia,
documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan
wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering,
overvallen, brand of anderszins.
Artikel 107. Fysieke beveiliging
1. Buiten de werkuren worden de van de leverancier ontvangen
reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de
bijschrijvingsstickers, de opslagmedia, de documentatie en de overige
materialen opgeslagen in een inbraakvertragende en brandwerende
voorziening, zoals een gesloten inbraakwerende waardekast of kluis,
met een waardebergingsindicatie van € 1.000,-. Deze voorziening is
in een af te sluiten ruimte geplaatst.
2. De plaatsen waar de reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers,
de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de
ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn
uitgerust met een inbraakalarmeringssysteem dat voorziet in een
permanente vaste-lijnverbinding met een ter plaatse door de overheid
toegelaten alarmcentrale, dan wel dienen te staan onder permanente
fysieke (24-uurs) bewaking.
3. De apparatuur en programmatuur, alsmede de tijdens de werkuren
uit te reiken of ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers en
de te gebruiken documentatie en overige materialen bevinden zich, onder
voortdurend toezicht, op een voor onbevoegden onbereikbare en
afsluitbare plaats.
Artikel 108. Back-up en herstel van gegevens in het aanvraagsysteem
reisdocumenten
1. Van de in de reisdocumentenmodule en de in het
reisdocumentenstation opgeslagen gegevens wordt dagelijks een back-up
gemaakt.
2. De bewaring van de back-ups geschiedt zodanig, dat afwisselend
een exemplaar op de uitgiftelocatie wordt bewaard in de voorziening,
bedoeld in artikel 107, eerste lid, terwijl een ander exemplaar elders
wordt bewaard, in een vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel
107, eerste lid, zodat tegelijkertijd twee opeenvolgende back-ups op
verschillende plaatsen voorhanden zijn.
3. De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift
gestelde procedure inzake back-up en herstel, die er in voorziet dat
reconstructie van de gegevens mogelijk is.
Artikel 109. Beveiligingsprocedure en beveiligingsfunctionaris
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit beschikt over een op schrift
gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden
in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de
ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de
bijschrijvingsstickers, de apparatuur, de programmatuur, de
documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als
bedoeld in het derde lid;
c. de functiescheiding tussen de bij het beheer en de uitreiking
van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers betrokken
functionarissen;
d. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder
meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van
gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia
zijn opgenomen.
2. De in het eerste lid bedoelde beveiligingsprocedure bevat
zoveel mogelijk tevens een regeling voor functiescheiding tussen het in
behandeling nemen van de aanvraag en de verstrekking van de
reisdocumenten.
3. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit wijst een beveiligingsfunctionaris aan die
belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de
beveiligingsprocedure.
4. Van de aanwijzing of de vervanging van de
beveiligingsfunctionaris wordt terstond melding gedaan aan de
Gouverneur.
5. De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar
met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
6. De taken en verantwoordelijkheden van de
beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
7. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit draagt er zorg voor dat de
beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te
verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
8. De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording
verschuldigd aan de Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit.
9. De maatregelen bedoeld in het eerste tot en met het achtste
lid maken deel uit van de reguliere accountantscontrole.
10. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit draagt er zorg voor, dat de bij de
uitvoering van de wet betrokken ambtenaren regelmatig worden
geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en ten minste één maal per
jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken
en maatregelen terzake.
Artikel 110. Controle op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen
1. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7,
eerste lid, aangewezen autoriteit voert een keer per jaar een controle
uit op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, genoemd in de
artikelen 106 tot en met 109.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde controle daartoe
aanleiding geeft, wordt de beveiligingsprocedure aangepast.
Artikel 111. Ontvreemding of vernietiging
1. In het geval van ontvreemding dan wel vernietiging van
reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur,
opslagmedia, documentatie en overige materialen ten gevolge van
inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins
dient de met de uitvoering van de wet belaste autoriteit daarvan
terstond aangifte te doen bij de plaatselijke politie en tevens
terstond het agentschap BPR en de Gouverneur daarvan in kennis te
stellen.
2. De Gouverneur onderscheidenlijk de ingevolge artikel 7, eerste
lid, aangewezen autoriteit zendt het agentschap BPR vervolgens binnen
één werkdag, eventueel per fax, een schriftelijke kennisgeving waarin
de navolgende gegevens zijn opgenomen:
a. het tijdstip en de exacte toedracht van de ontvreemding of
vernietiging;
b. de nummers van de ontvreemde of vernietigde reisdocumenten en
bijschrijvingsstickers, alsmede de daarin vermelde persoonsgegevens;
c. de ontvreemde of vernietigde apparatuur, programmatuur,
opslagmedia, documentatie en overige materialen met de eventueel
daarop vermelde nummers.
3. Zodra het door de plaatselijke politie opgemaakte
proces-verbaal beschikbaar is, wordt daarvan een afschrift gezonden aan
het agentschap BPR en aan de Gouverneur.
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van
misbruik met reisdocumenten
Artikel 112. Onderzoek op onregelmatigheden en melding
1. De autoriteit die in verband met een
handeling op grond van deze regeling enig Nederlands reis- of
identiteitsdocument krijgt overgelegd, gaat aan de hand van de door de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte lijst
van toetsingspunten na of met het desbetreffende reisdocument enige
onregelmatigheid is gepleegd.
2. Indien het vermoeden bestaat dat met een overgelegd
reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd, wordt daarvan met
gebruikmaking van modelformulier C5 melding gemaakt aan het Expertise
Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.
Artikel 113. Aangifte bij de politie en definitieve onttrekking aan
het verkeer
1. Indien het vermoeden bestaat dat de met het reisdocument
gepleegde onregelmatigheden strafbare feiten opleveren en de
vermoedelijke dader bekend is, wordt het desbetreffende reisdocument
met gebruikmaking van modelformulier C5 aan het Expertise Centrum
Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee
gezonden.
2. De autoriteit die van mening is dat met het reisdocument
onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren,
onttrekt dit document op de in artikel 77 bedoelde wijze definitief aan
het verkeer.
Hoofdstuk XIII. Verantwoording
Artikel 114. Verantwoording nooddocumenten
1. De Gouverneur verstrekt, met
gebruikmaking van modelformulier C12, per kwartaal een schriftelijke
verantwoording van het totale voorraadverloop met betrekking tot
nooddocumenten over het voorgaande kwartaal.
2. Deze verantwoording bevat, uitgesplitst naar noodpaspoorten en
laissez-passer's:
a. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het begin van het
kwartaal;
b. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad toegevoegde
blanco nooddocumenten;
c. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken
nooddocumenten die zijn uitgereikt;
d. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken
nooddocumenten die niet zijn uitgereikt, omdat zij zijn verschreven,
gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden
beschouwd;
e. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het einde van het
kwartaal.
3. Nooddocumenten die onjuist blijken te zijn geproduceerd of
beschadigd worden met het in het eerste lid bedoelde
verantwoordingsformulier meegezonden aan de leverancier.
4. Nooddocumenten die als gevolg van verschrijvingen of
anderszins onbruikbaar zijn geworden, worden definitief aan het verkeer
onttrokken door ze deugdelijk te vernietigen op de in artikel 77, tweede
lid, aangegeven wijze.
5. Het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier wordt
ondertekend door of namens de Gouverneur.
Artikel 115. Reviewrecht accountant
Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de
bedragen die terzake van de verschuldigde kosten als bedoeld in artikel
7, eerste lid, onder a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is de
ingevolge artikel 7, eerste lid, aangewezen autoriteit verplicht
desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties krachtens artikel 22 van de Comptabiliteitswet
daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie
te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de
accountants die de in artikel 109, negende lid, bedoelde
accountantscontrole hebben uitgevoerd.
Hoofdstuk XIV. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 116. Geldigheid van reisdocumenten verstrekt voor de
inwerkingtreding van deze regeling
De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn
verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.
Artikel 117. Raadpleging originele aanvraagformulieren
1. Indien ingevolge artikel 9 of 34 raadpleging moet
plaatsvinden van gegevens, behorende bij een reisdocument dat is
uitgereikt voor de inwerkingtreding van deze regeling, verstrekt de
autoriteit bij wie de gegevens in de reisdocumentenadministratie
berusten op verzoek van de autoriteit die de aanvraag in ontvangst
neemt kosteloos het originele aanvraagformulier, behorende bij het
desbetreffende reisdocument. Alvorens tot verstrekking van het
originele aanvraagformulier wordt overgegaan, maakt de desbetreffende
autoriteit daarvan een kopie die in zijn reisdocumentenadministratie
wordt bewaard, waarop wordt aangetekend aan welke autoriteit het
originele aanvraagformulier is verstrekt.
2. Na vergelijking wordt het originele aanvraagformulier bewaard
als onderdeel van de reisdocumentenadministratie, behorende bij het
uitgereikte nieuwe reisdocument. Indien geen nieuw reisdocument wordt
uitgereikt, zendt de autoriteit die de aanvraag in behandeling heeft
genomen het originele aanvraagformulier terug naar de autoriteit die het
heeft verstrekt.
Artikel 118. Ongedaan maken bijschrijving in reisdocumenten verstrekt
voor de inwerkingtreding van deze regeling
In afwijking van artikel 79, onder a, vindt het ongedaan maken van
een bijschrijving in een reisdocument dat voor de inwerkingtreding van
deze regeling is verstrekt, plaats door deze bijschrijving met de pen op
onuitwisbare wijze door te halen, het plaatsen van de clausule “Wijziging/doorhaling
goedgekeurd d.d. <datum> en waarmerking van de doorhaling met het
in artikel 104, eerste lid, bedoelde dienststempel, voorzien van de
paraaf van de bevoegde autoriteit of de daartoe aangewezen ambtenaar.
Artikel 119. Tijdelijke verlenging bewaartermijn
reisdocumentenadministratie
In afwijking van artikel 83, vierde lid, worden de in artikel 83,
eerste lid, bedoelde gegevens, voor zover zij betrekking hebben op
reisdocumenten die zijn verstrekt tussen 1 januari 1990 en 1 januari
1994, bewaard tot 1 januari 2005.
Artikel 120 [Vervallen per 26-08-2006]
Artikel 121. Intrekking Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse
Antillen en Aruba 1995
De Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 1995
wordt ingetrokken.
Artikel 122. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.
Artikel 123. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Paspoortuitvoeringsregeling
Nederlandse Antillen en Aruba 2001.
Deze regeling zal in de Staatscourant,
in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van
Aruba worden geplaatst.
De Minister voor Grotesteden- en
Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
Voor de bijlagen klik hier
|
|
|