| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijksoctrooiwet 1995
UITVOERINGSREGELING
RIJKSOCTROOIWET 1995
Tekst zoals deze geldt op
28 januari 2010
Vervallen
m.i.v. 1 april 2010
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 april
2003, nr. WJZ 3010434, houdende vormvoorschriften inzake de
octrooiaanvrage en de vertaling van Europese octrooien
(Uitvoeringsregeling Rijksoctrooiwet 1995)
De Staatssecretaris van Economische
Zaken;
Gelet op de artikelen 24, vierde lid, en 52, tweede lid, van de
Rijksoctrooiwet 1995;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt onder `wet' verstaan: de Rijksoctrooiwet 1995.
Artikel 2
1. De aanvrage om octrooi en het bij een
aanvrage om octrooi behorende uittreksel worden ingediend in tweevoud.
De bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving en tekeningen
worden ingediend in drievoud.
2. Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende beschrijving
zijn bij voorkeur ingericht overeenkomstig door het bureau daarvoor
vastgestelde standaardformulieren.
3. Een aanvraag om octrooi en de daarbij behorende documenten
kunnen elektronisch worden ingediend met gebruikmaking van door het
bureau beschikbaar gestelde software, mits wordt voldaan aan de bij deze
regeling behorende bijlage. Elektronische indiening met gebruikmaking
van een elektronische drager gaat vergezeld van een papieren document,
inhoudende naam en adres van de indiener of diens gemachtigde, tezamen
met een uitputtende inventarisatie van de op de elektronische drager
opgenomen documenten.
4. Andere documenten dan bedoeld in het derde lid kunnen
elektronisch worden ingediend voor zover dit mogelijk is gemaakt.
Artikel 2a
Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2, derde lid, zijn niet van
toepassing de artikelen 4, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de
beschrijving op formaat A4 (29,7 × 21 cm) te plaatsen, b en c,
5, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de tekening op formaat A4
(29,7 × 21 cm) te plaatsen, b en c, en 6, onderdeel a,
uitgezonderd het voorschrift het uittreksel op formaat A4
(29,7 × 21 cm) te plaatsen.
Artikel 2b
Van aanvragen en documenten die zowel elektronisch als op papier zijn
ingediend, wordt de papieren versie onmiddellijk teruggezonden onder de
mededeling dat de elektronisch versie in behandeling zal worden genomen.
Artikel 3
1. De aanvrage om octrooi vermeldt naast hetgeen in artikel 24,
eerste lid, onder a en b, van de wet is voorgeschreven:
a. indien een gemachtigde is gesteld: diens naam, woonplaats en
adres;
b. indien het een afzonderlijke aanvrage als bedoeld in artikel 28
van de wet betreft: de datum van indiening en het volgnummer van de
oorspronkelijke aanvrage.
2. De korte aanduiding, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder
d, van de wet, mag geen fantasienaam bevatten. Indien de bij de aanvrage
behorende beschrijving aan het slot conclusies van verschillende
categorieën bevat, blijkt dit duidelijk uit de korte aanduiding.
3. De aanvrage bevat een opsomming van de bijlagen met vermelding
van de aard van ieder stuk.
4. Indien de aanvrage door meer dan één persoon is ingediend,
wordt een voor de aanvragers gemeenschappelijk domicilie vermeld. Indien
geen gemachtigde is gesteld, wordt tevens aangegeven door welke
aanvrager zij gemeenschappelijk vertegenwoordigd worden.
Artikel 4
De bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving voldoet aan de
volgende voorschriften:
a. de beschrijving is gesteld op één zijde van één of meer
bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt,
ongescheurd, niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4
(29,7 x 21 cm);
b. de beschrijving is met een donkere onuitwisbare inkt getypt of
gedrukt, dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren
rechtstreeks kan worden gereproduceerd door middel van fotografie,
elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
c. in getypte of gedrukte tekst wordt 1 1/2 regelafstand
gebruikt;
d. de gehele tekst is weergegeven in letters waarvan de
hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn;
e. grafische symbolen en tekens, en chemische of wiskundige
formules zijn nauwkeurig weergegeven en mogen zo nodig met de hand
worden geschreven of getekend;
f. aan het hoofd van de beschrijving is de korte aanduiding,
bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet, vermeld;
g. conclusies als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder e, van
de wet beginnen op een nieuw blad en zijn doorlopend genummerd;
h. elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving is
genummerd, waarbij de nummers worden aangebracht in de rechterhelft
van de linkermarge;
i. de bladen van de beschrijving zijn doorlopend genummerd in
Arabische cijfers, waarbij de nummers van de bladen zijn geplaatst
boven aan de bladzijden in het midden;
j. de bladen van de beschrijving hebben rondom onbeschreven
randen van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm,
rechtermarge 2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
k. de beschrijving geeft aan welke uitkomst op het gebied van de
nijverheid met de uitvinding wordt beoogd, met afbakening van het
nieuwe ten opzichte van de stand van de techniek;
l. de tot de beschrijving behorende conclusies wijzen datgene wat
nieuw is en waarvoor het uitsluitend recht verlangd wordt,
nauwkeurig aan;
m. de beschrijving en de conclusies, behorende bij een
afzonderlijke aanvrage als bedoeld in artikel 28 van de wet, kunnen
worden begrepen zonder raadpleging van de oorspronkelijke aanvrage;
n. de beschrijving is nauwkeurig en juist gesteld, zo kort
mogelijk en zonder nutteloze herhalingen, vrij van raderingen en
veranderingen en van boven elkaar geschreven en tussengeschreven
woorden;
o. maten en gewichten zijn in de beschrijving aangegeven volgens
het metrieke stelsel, temperaturen in graden Celsius, scheikundige
elementen, verbindingen en grootheden, met inbegrip van
natuurkundige en technische grootheden, op een wijze als in de
internationale praktijk is aanvaard;
p. de beschrijving bevat geen andere figuren dan
natuurwetenschappelijke, wiskundige of technische formules en
tekens;
q. de onder p genoemde figuren worden, indien zij bij het drukken
te veel ruimte in beslag zouden nemen of andere moeilijkheden zouden
opleveren, afzonderlijk als tekening overgelegd;
r. indien de aanvrage betrekking heeft op een nucleotide- of
aminozuur-sequentie:
1°. bevat de beschrijving van de uitvinding een
sequentie-opsomming die voldoet aan de door de Wereldorganisatie
voor de Intellectuele Eigendom opgestelde standaarden;
2°. wordt de aanvrage, indien daarvoor een nieuwheidsonderzoek
wordt verlangd, vergezeld van een elektronische gegevensdrager die
de onder 1° bedoelde sequentie-opsomming bevat in een
machine-leesbare vorm die voldoet aan de door het Europees
Octrooibureau vastgestelde criteria.
Artikel 5
De bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen voldoen aan de
volgende vormvoorschriften:
a. zij zijn gesteld op één zijde van één of meer bladen
buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt, ongescheurd,
niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
b. zij zijn in al hun onderdelen uitgevoerd in krachtige en
gelijkmatig getrokken duurzame lijnen van een enkele donkere kleur,
dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks
kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie,
elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
c. de bladen van de tekeningen hebben rondom onbeschreven randen
van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm, rechtermarge
2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
d. de afzonderlijke figuren zijn duidelijk van elkaar gescheiden
en doorlopend genummerd;
e. de tekeningen zijn duidelijk en bevatten niet meer dan voor
een juist begrip van de uitvinding nodig is;
f. dwarsdoorsneden zijn voorzien van schuine arceringen, zonder
dat hierdoor het duidelijk onderscheiden van verwijzingstekens en
lijnen wordt verhinderd;
g. bij het bepalen van de schaal van de tekeningen wordt rekening
gehouden met de graad van ingewikkeldheid van de figuren, waarbij de
schaal als voldoende wordt aangemerkt indien bij een fotografische
reproductie op tweederde van de grootte de bijzonderheden van de
tekening zonder moeite gezien kunnen worden;
h. verwijzingstekens ter aanduiding van de figuren of onderdelen
van figuren worden alleen gebruikt voor zover een goed begrip van de
beschrijving dit vereist, en komen overeen met de verwijzingstekens
die in de beschrijving voorkomen, waarbij dezelfde onderdelen in
verschillende figuren worden aangegeven met dezelfde
verwijzingstekens;
i. ingeval in de beschrijving varianten van de uitvinding worden
beschreven, wordt in de met deze varianten overeenkomende figuren
gebruik gemaakt van een systeem, waarbij dezelfde kenmerken in
verschillende figuren worden aangeduid door samenhangende
verwijzingscijfers, zodat bij voorbeeld algemeen kenmerk “15” in
varianten wordt aangeduid met “115”, “215”, enzovoorts;
j. een verwijzingsteken wordt niet voor verschillende onderdelen
gebezigd, ook niet in verschillende figuren, en het bijvoegen van
accenten of cijfers bij de verwijzingstekens wordt zoveel mogelijk
vermeden;
k. de tekeningen bevatten geen verklarende tekst met uitzondering
van in het Nederlands gestelde aanduidingen als water, stoom, II-II
(voor een doorsnede), open, dicht en, wat elektrische blokschema's
of fabricageschema's betreft, de aanduidingen nodig voor een goed
begrip daarvan.
Artikel 6
Het bij een aanvrage om octrooi behorende uittreksel voldoet aan de
volgende vereisten:
a. het is met een donkere, onuitwisbare inkt getypt of gedrukt op
duurzaam wit papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
b. het is in de Nederlandse taal gesteld en bevat ten minste 50
en ten hoogste 250 woorden dan wel ten hoogste 150, indien het
uittreksel een figuur bevat;
c. het bevat in beginsel slechts één figuur die op een
afzonderlijk blad A4 wordt ingediend.
Artikel 7
1. De in artikel 52 van de wet bedoelde
vertalingen van Europese octrooischriften en de verbeterde vertalingen
daarvan worden in tweevoud ingediend.
2. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de
vertalingen en verbeterde vertalingen van de beschrijving en de
tekeningen van Europese octrooischriften.
3. Op elke bladzijde van de vertalingen wordt het
publicatienummer van de Europese octrooiaanvrage, die tot verlening van
het Europees octrooi geleid heeft, vermeld.
4. Op de in dit artikel bedoelde documenten is artikel 2, derde
en vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarvan buiten
toepassing blijven de artikelen 4, onderdelen a, uitgezonderd het
voorschrift de beschrijving op formaat A4 (29,7 × 21 cm) te
plaatsen, b en c, en 5, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de
tekening op formaat A4 (29,7 × 21 cm) te plaatsen, b en c.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2003.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling
Rijksoctrooiwet 1995.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 22 april 2003.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
J.G. Wijn.
Bijlage, behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Rijksoctrooiwet
1995
Voorwaarden en vereisten voor het indienen van aanvragen om octrooi,
vertalingen van Europese octrooien, en andere documenten in
elektronische vorm als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling
Rijksoctrooiwet 1995
Te gebruiken software
Voor het indienen van aanvragen om octrooi, vertalingen van Europese
octrooien, en andere documenten in elektronische vorm dient gebruik te
worden gemaakt van de NL epoline® software die Octrooicentrum
Nederland (het bureau, bedoeld in de ROW 1995) beschikbaar stelt, tenzij
wordt besloten ook het gebruik van andere software toe te laten.
Te gebruiken hardware
Er dient gebruik te worden gemaakt van een geldige, via
Octrooicentrum Nederland verkregen smart-card en daarbij behorende card
reader, of van een smart-card en reader die door Octrooicentrum
Nederland is toegestaan.
Minimum hardware vereisten
– Pentium II - 233 MHz of hoger
– 64 MB RAM
– 300 MB vrije hard-disk ruimte
– Seriële and PS/2 poorten
Ondersteunde operating systems
– Windows 98 (2nd edition) SE, ME
– Windows NT, Windows 2000, Windows XP
Elektronische drager
Bij indiening met behulp van een elektronische drager dient gebruik
te worden gemaakt van een CD-R die voldoet aan ISO 9660:1988.
Toegestane formaten van elektronische documenten
XML
PDF
TIFF
JPEG
WIPO standard 25 voor sequentieopsommingen
Wijze van verpakking van het elektronische document
Voor on-line ingediende documenten: WASP (Wrapped and Signed Package)
Voor via een elektronische drager ingediende documenten: WAD (
Wrapped Application Document).
De elektronische handtekening
Langs elektronische weg ingediende documenten die door aanvrager of
zijn gemachtigde moeten worden ondertekend, kunnen op de volgende wijzen
worden ondertekend:
– door middel van een facsimile handtekening, dat wil zeggen
een facsimile kopie van de handtekening van de ondertekenaar in TIFF
of JPEG formaat;
– een tekstreeks handtekening, dat wil zeggen een reeks tekens
voorafgegaan en gevolgd door een ‘slash’ (/), gekozen door
ondertekenaar om zijn identiteit en zijn oogmerk om te ondertekenen
te bevestigen, of
– een hoogwaardige elektronische handtekening die met behulp
van een elektronische Public Key Infrastructure (PKI) is gemaakt. De
organisatie die deze handtekeningen uitgeeft moet door het Bureau
zijn erkend. Een lijst met erkende organisaties is te vinden op de
website van het Bureau.
Wijze van inzenden
Documenten kunnen met de genoemde software zowel on line als via een
elektronische drager worden ingediend.
Indien gebruik wordt gemaakt van een elektronische drager dient deze
te samen met een document in papieren vorm waarin vermeld de indiener of
zijn gemachtigde, zijn correspondentieadres en een inventarislijst van
de op de drager opgenomen documenten, te worden ingediend.
Ontvangstbevestiging
De ontvangst van in elektronische vorm ingediende documenten wordt
door Octrooicentrum Nederland uitsluitend langs elektronische weg
bevestigd, onder vermelding van de naam van Octrooicentrum Nederland,
datum en tijdstip van ontvangst, een lijst van de ingediende documenten,
en een zogenaamde Message Digest (een unieke reeks tekens die tot stand
komt door versleuteling van het totale ontvangen bericht met behulp van
het certificaat van de inzender), een referentienummer en eventueel een
aanvraagnummer. Elektronische bevestiging vindt alleen plaats als aan de
hier boven genoemde voorwaarden en vereisten is voldaan.
Indien de bevestiging van ontvangst langs elektronische weg niet
slaagt, zal deze zo spoedig mogelijk op een andere wijze aan de afzender
worden toegezonden.
Onleesbare of onvolledige documenten
Indien een elektronisch ingediend document onleesbaar of onvolledig
is, zal het gedeelte dat onleesbaar of onvolledig is als niet ontvangen
worden beschouwd.
Virussen en/of schadetoebrengende software
Indien een ingediend document een virus of andere schadetoebrengende
software bevat behoudt Octrooicentrum Nederland zich het recht voor een
dergelijk document als onleesbaar te beschouwen en niet te openen of
verwerken.
Indieningsdatum
De datum waarop Octrooicentrum Nederland van langs elektronische weg
ingediende aanvragen ontvangt is de datum van indiening, mits de
aanvrage voldoet aan de minimumeisen genoemd in artikel 29, eerste lid,
van de Rijksoctrooiwet 1995.
Ondersteuning door helpdesk
Octrooicentrum Nederland beschikt over een helpdesk ter beantwoording
van vragen van de gebruikers van de elektronische indieningsoftware. De
helpdesk is bereikbaar tussen 09.00 and 17.30 uur maandag tot vrijdag
m.u.v. officiële feestdagen.
De helpdesk kan worden bereikt:
Telefonisch: +31703986655
Per fax: +31703900190
Per e-mail: publieksvoorlichting@octrooicentrum.nl
|
|
|