| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijksoctrooiwet 1995
UITVOERINGSREGELING
2009
RIJKSOCTROOIWET 1995
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Economische Zaken van
6 november 2009, nr. WJZ / 9196477, houdende vaststelling van regels ter
uitvoering van de Rijksoctrooiwet 1995 en het Uitvoeringsbesluit
Rijksoctrooiwet 1995 (Uitvoeringsregeling 2009 Rijksoctrooiwet 1995)
De Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 24, vierde lid, en 52,
tweede lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 en de artikelen 13, 14a
en 14c van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: Rijksoctrooiwet 1995;
besluit: Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995;
mededeling: elke aanvrage tot verlening van een octrooi of elk
verzoek, elke verklaring, elk document, elke correspondentie of
andere informatie met betrekking tot een aanvrage om octrooi,
ongeacht of deze verband houdt met een procedure ingevolge het op 1
juni 2000 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake octrooirecht (Trb.
2001, 120).
Hoofdstuk 2. Mededelingen
§ 1. Algemeen
Artikel 2
1. Een mededeling anders dan een aanvrage om octrooi is een
schriftelijk door de afzender ondertekend stuk dat ten minste bevat:
a. naam en adres van de afzender en
b. indien van toepassing: het nummer van de aanvrage om octrooi
of het octrooi waarop de mededeling betrekking heeft.
2. Het bureau aanvaardt een mededeling die door een aanvrager om
octrooi of octrooihouder wordt verstrekt met gebruikmaking van een
internationaal standaardformulier ten aanzien van mededelingen dat
overeenkomt met de vereisten ingevolge het op 19 juni 1970 te
Washington tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
(Trb. 1973, 20).
3. Indien de afzender, bedoeld in het eerste lid, namens een
aanvrager om octrooi, octrooihouder of andere belanghebbende bij een
octrooi optreedt, bevat de mededeling tevens de naam en het adres van
degene namens wie hij optreedt. Indien een gemachtigde optreedt, geldt
het adres van de gemachtigde als het correspondentieadres tenzij
degene voor wie hij optreedt uitdrukkelijk een afwijkend
correspondentieadres heeft vermeld.
Artikel 3
1. Indien niet is voldaan aan een of meer voorschriften als bedoeld
in artikel 15, tweede lid, van het besluit brengt het bureau de
betrokkene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte en stelt hem in de
gelegenheid hieraan alsnog te voldoen binnen drie maanden te rekenen
vanaf de datum waarop een desbetreffende kennisgeving is gedaan.
2. Indien de gebreken niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste
lid, zijn hersteld of indien de betrokkene voordien heeft medegedeeld
niet tot herstel te willen overgaan, kan het bureau besluiten de
mededeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, als niet-ingediend
beschouwen.
3. Indien het bureau redelijke grond voor twijfel heeft over de
identiteit of de kwalificaties van de ondertekenaar van een
mededeling, kan het bureau van betrokkene ter zake bewijs verlangen.
Artikel 4
Indien dagtekening van een mededeling krachtens de wet is vereist en
deze ontbreekt, geldt als dagtekening de dag waarop het bureau de
mededeling heeft ontvangen.
§ 2. Octrooiaanvragen
Artikel 5
1. De aanvrage om octrooi en de bij een aanvrage om octrooi
behorende beschrijving, tekeningen en uittreksel worden in enkelvoud
ingediend.
2. Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende beschrijving
zijn bij voorkeur ingericht overeenkomstig door het bureau daarvoor
vastgestelde standaardformulieren.
3. Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende documenten
kunnen elektronisch worden ingediend met gebruikmaking van door het
bureau beschikbaar gestelde software, mits wordt voldaan aan de bij
deze regeling behorende bijlage. Elektronische indiening met
gebruikmaking van een elektronische drager gaat vergezeld van een
papieren document, inhoudende naam en adres van de indiener of diens
gemachtigde, tezamen met een uitputtende inventarisatie van de op de
elektronische drager opgenomen documenten.
4. Andere documenten dan bedoeld in het derde lid kunnen
elektronisch worden ingediend voor zover dit mogelijk is gemaakt.
5. Wanneer bij een niet-elektronisch ingediende aanvrage de
dagtekening ontbreekt, geldt als dagtekening de datum waarop het
bureau de ondertekende aanvrage heeft ontvangen.
Artikel 6
Op een aanvrage als bedoeld in artikel 5, derde lid, zijn niet van
toepassing de artikelen 8, onderdelen a en b, uitgezonderd het
voorschrift de beschrijving op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b
en c, 9, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de tekening op
formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c, en 10, onderdeel a,
uitgezonderd het voorschrift het uittreksel op formaat A4 (29,7 x 21 cm)
te plaatsen.
Artikel 7
1. De in artikel 52 van de wet bedoelde vertalingen van Europese
octrooischriften en de verbeterde vertalingen daarvan worden in
tweevoud ingediend.
2. De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de
vertalingen en verbeterde vertalingen van de beschrijving en de
tekeningen van Europese octrooischriften.
3. Op elke bladzijde van de vertalingen wordt het publicatienummer
van de Europese octrooiaanvrage, die tot verlening van het Europees
octrooi heeft geleid, vermeld.
4. Op de in dit artikel bedoelde documenten is artikel 5, derde en
vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarvan buiten
toepassing blijven de artikelen 4, onderdelen a, uitgezonderd het
voorschrift de beschrijving op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen,
b en c, en 5, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de tekening
op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c.
5. Van aanvragen en documenten die zowel elektronisch als op papier
zijn ingediend, wordt de papieren versie onmiddellijk teruggezonden
onder de mededeling dat de elektronische versie in behandeling zal
worden genomen.
Artikel 8
De bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving voldoet aan de
volgende voorschriften:
a. de beschrijving is gesteld op één zijde van één of meer
bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt,
ongescheurd, niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4
(29,7 x 21 cm);
b. de beschrijving is met een donkere onuitwisbare inkt getypt of
gedrukt, dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren
rechtstreeks kan worden gereproduceerd door middel van fotografie,
elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
c. in getypte of gedrukte tekst wordt 1½ regelafstand gebruikt;
d. de gehele tekst is weergegeven in letters waarvan de
hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn;
e. grafische symbolen en tekens, en chemische of wiskundige
formules zijn nauwkeurig weergegeven en mogen zo nodig met de hand
worden geschreven of getekend;
f. aan het hoofd van de beschrijving is de korte aanduiding,
bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet, vermeld;
g. conclusies als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder e, van
de wet beginnen op een nieuw blad en zijn doorlopend genummerd;
h. elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving is
genummerd, waarbij de nummers worden aangebracht in de rechterhelft
van de linkermarge;
i. de bladen van de beschrijving zijn doorlopend genummerd in
Arabische cijfers, waarbij de nummers van de bladen zijn geplaatst
boven aan de bladzijden in het midden;
j. de bladen van de beschrijving hebben rondom onbeschreven
randen van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm,
rechtermarge 2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
k. de beschrijving geeft aan welke uitkomst op het gebied van de
nijverheid met de uitvinding wordt beoogd, met afbakening van het
nieuwe ten opzichte van de stand van de techniek;
l. de tot de beschrijving behorende conclusies wijzen datgene wat
nieuw is en waarvoor het uitsluitend recht verlangd wordt,
nauwkeurig aan;
m. de beschrijving en de conclusies, behorende bij een
afzonderlijke aanvrage als bedoeld in artikel 28 van de wet, kunnen
worden begrepen zonder raadpleging van de oorspronkelijke aanvrage;
n. de beschrijving is nauwkeurig en juist gesteld, zo kort
mogelijk en zonder nutteloze herhalingen, vrij van raderingen en
veranderingen en van boven elkaar geschreven en tussengeschreven
woorden;
o. maten en gewichten zijn in de beschrijving aangegeven volgens
het metrieke stelsel, temperaturen in graden Celsius, scheikundige
elementen, verbindingen en grootheden, met inbegrip van
natuurkundige en technische grootheden, op een wijze als in de
internationale praktijk is aanvaard;
p. de beschrijving bevat geen andere figuren dan
natuurwetenschappelijke, wiskundige of technische formules en
tekens;
q. de onder p genoemde figuren worden, indien zij bij het drukken
te veel ruimte in beslag zouden nemen of andere moeilijkheden zouden
opleveren, afzonderlijk als tekening overgelegd;
r. indien de aanvrage betrekking heeft op een nucleotide- of
aminozuursequentie:
1°. bevat de beschrijving van de uitvinding een
sequentie-opsomming die voldoet aan de door de Wereldorganisatie
voor de Intellectuele Eigendom opgestelde standaarden;
2°. wordt de aanvrage vergezeld van een elektronische
gegevensdrager die de onder 1° bedoelde sequentie-opsomming
bevat in een machine-leesbare vorm die voldoet aan de door het
Europees Octrooibureau vastgestelde criteria.
Artikel 9
De bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen voldoen aan de
volgende vormvoorschriften:
a. zij zijn gesteld op één zijde van één of meer bladen
buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt, ongescheurd,
niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
b. zij zijn in al hun onderdelen uitgevoerd in krachtige en
gelijkmatig getrokken duurzame lijnen van een enkele donkere kleur,
dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks
kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie,
elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
c. de bladen van de tekeningen hebben rondom onbeschreven randen
van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm, rechtermarge
2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
d. de afzonderlijke figuren zijn duidelijk van elkaar gescheiden
en doorlopend genummerd;
e. de tekeningen zijn duidelijk en bevatten niet meer dan voor
een juist begrip van de uitvinding nodig is;
f. dwarsdoorsneden zijn voorzien van schuine arceringen, zonder
dat hierdoor het duidelijk onderscheiden van verwijzingstekens en
lijnen wordt verhinderd;
g. bij het bepalen van de schaal van de tekeningen wordt rekening
gehouden met de graad van ingewikkeldheid van de figuren, waarbij de
schaal als voldoende wordt aangemerkt indien bij een fotografische
reproductie op tweederde van de grootte de bijzonderheden van de
tekening zonder moeite gezien kunnen worden;
h. verwijzingstekens ter aanduiding van de figuren of onderdelen
van figuren worden alleen gebruikt voor zover een goed begrip van de
beschrijving dit vereist, en komen overeen met de verwijzingstekens
die in de beschrijving voorkomen, waarbij dezelfde onderdelen in
verschillende figuren worden aangegeven met dezelfde
verwijzingstekens;
i. ingeval in de beschrijving varianten van de uitvinding worden
beschreven, wordt in de met deze varianten overeenkomende figuren
gebruik gemaakt van een systeem, waarbij dezelfde kenmerken in
verschillende figuren worden aangeduid door samenhangende
verwijzingscijfers, zodat bij voorbeeld algemeen kenmerk ‘15’ in
varianten wordt aangeduid met ‘115’, ‘215’, enzovoorts;
j. een verwijzingsteken wordt niet voor verschillende onderdelen
gebezigd, ook niet in verschillende figuren, en het bijvoegen van
accenten of cijfers bij de verwijzingstekens wordt zoveel mogelijk
vermeden;
k. de tekeningen bevatten geen verklarende tekst met uitzondering
van in het Nederlands gestelde aanduidingen als water, stoom, II-II
(voor een doorsnede), open, dicht en, wat elektrische blokschema’s
of fabricageschema’s betreft, de aanduidingen nodig voor een goed
begrip daarvan.
Artikel 10
Het bij een aanvrage om octrooi behorende uittreksel voldoet aan de
volgende vereisten:
a. het is met een donkere, onuitwisbare inkt getypt of gedrukt op
duurzaam wit papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
b. het is in de Nederlandse taal gesteld en bevat ten minste 50
en ten hoogste 250 woorden dan wel ten hoogste 150, indien het
uittreksel een figuur bevat;
c. het bevat in beginsel slechts één figuur die op een
afzonderlijk blad A4 wordt ingediend.
Artikel 11
1. Aan het vereiste van ondertekening van een aanvrage om octrooi
is voldaan door een elektronische handtekening, indien de methode die
daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende betrouwbaar is,
gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het
doel waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en met
zesde lid, en 15b van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van
overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van het bericht zich
daartegen niet verzet.
2. Wanneer bij een niet-elektronisch ingediende aanvrage de
dagtekening ontbreekt, geldt als dagtekening de datum waarop het
bureau de ondertekende aanvrage heeft ontvangen.
Artikel 12
1. Als tijdstip waarop een bericht door het bureau elektronisch is
verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor
gegevensverwerking bereikt waarover het bureau geen controle heeft of,
indien het bureau en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde
systeem voor gegevensverwerking, het tijdstip waarop het bericht
toegankelijk wordt voor de geadresseerde.
2. Als tijdstip waarop een bericht door het bureau elektronisch is
ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor
gegevensverwerking heeft bereikt. Het bureau bevestigt de ontvangst
van een elektronisch ingediende aanvrage.
§ 3. Verzoek tot wijziging van naam of adres
Artikel 13
1. Een door de aanvrager om octrooi of octrooihouder ondertekend en
ingediend verzoek tot wijziging van zijn naam of adres bevat:
a. een vermelding dat om inschrijving van een wijziging van
naam of adres wordt verzocht;
b. het nummer van de aanvrage of het octrooi;
c. de in te schrijven wijziging, en
d. de te wijzigen naam en adres van de verzoeker.
2. Een enkel verzoek volstaat, ook wanneer de wijziging betrekking
heeft op zowel de naam als het adres.
3. Een enkel verzoek volstaat ook wanneer de wijziging betrekking
heeft op meer dan één aanvrage of octrooi van dezelfde persoon dan
wel op een of meer aanvragen en een of meer octrooien van dezelfde
persoon, mits de nummers van de aanvragen en octrooien in het
verzoekschrift worden vermeld.
Artikel 14
1. Indien niet is voldaan aan een of meer voorschriften als bedoeld
in artikel 13, stelt het bureau de betrokkene hiervan zo spoedig
mogelijk in kennis en biedt het deze de gelegenheid hieraan alsnog te
voldoen binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop een
desbetreffende kennisgeving is gedaan.
2. Het bureau kan de verzochte wijziging weigeren in het
octrooiregister aan te tekenen, indien niet binnen de termijn de
ontbrekende of juiste gegevens zijn verstrekt.
Artikel 15
De artikelen 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op de
gemachtigde.
§ 4. Verzoek tot wijziging van aanvrager om octrooi of octrooihouder
Artikel 16
1. Wanneer een wijziging plaatsvindt in de persoon van een
aanvrager om een octrooi of een octrooihouder aanvaardt het bureau een
door de aanvrager of de houder dan wel van diens rechtsopvolger
ondertekend en ingediend verzoek tot inschrijving van de wijziging in
het octrooiregister.
2. Het verzoek tot inschrijving bevat:
a. een vermelding dat om inschrijving van een wijziging van de
aanvrager om octrooi of eigenaar wordt verzocht;
b. het nummer van de aanvrage of het octrooi;
c. de naam en het adres van de aanvrager of eigenaar;
d. de naam en het adres van de nieuwe aanvrager om octrooi of
nieuwe octrooihouder;
e. de datum van de wijziging in de persoon van de aanvrager om
octrooi of octrooihouder;
f. indien van toepassing: de naam van de staat waarvan de
nieuwe aanvrager om octrooi of nieuwe octrooihouder onderdaan is,
de naam van de staat waarin de nieuwe aanvrager om octrooi of
nieuwe octrooihouder zijn woonplaats heeft, of de naam van de
staat waarin de nieuwe aanvrager om octrooi of nieuwe
octrooihouder een werkelijke en operationele industriële of
commerciële vestiging heeft, en
g. de reden van de verzochte wijziging.
3. Indien een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van een
octrooiaanvrage of het houderschap van een octrooi voortvloeit uit een
contract, gaat het verzoek vergezeld van een akte als bedoeld in
artikel 65, eerste lid, van de wet of een notarieel gewaarmerkt
afschrift van die akte.
4. Indien een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van een
octrooiaanvrage of het houderschap van een octrooi voortvloeit uit een
fusie, of reorganisatie of splitsing van een rechtspersoon gaat het
verzoek vergezeld van een afschrift van een document waarbij bewijs
wordt geleverd van de fusie, of de reorganisatie of splitsing van een
rechtspersoon.
5. Indien een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van een
octrooiaanvrage of het houderschap van een octrooi voortvloeit uit een
andere grond dan bedoeld in het eerste of tweede lid gaat het verzoek
vergezeld van een afschrift van een bewijsstuk van de wijziging.
6. Indien een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van een
octrooiaanvrage of het houderschap van een octrooi niet alle
mede-aanvragers of mede-houders betreft, kan het bureau van elke
mede-aanvrager of mede-eigenaar ten aanzien van wie geen wijzigingen
plaatsvindt bewijs van instemming met de wijziging verlangen.
Artikel 17
Een enkel verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van een
octrooiaanvrage of het houderschap van een octrooi volstaat zelfs
wanneer de wijziging betrekking heeft op meer dan één aanvrage of
octrooi van dezelfde persoon dan wel op een of meer aanvragen en een of
meer octrooien van dezelfde persoon, mits deze wijziging van de
aanvrager of houder dezelfde is voor alle betrokken aanvragen en
octrooien en de nummers ervan in het verzoek worden vermeld.
Artikel 18
1. Indien het verzoek niet voldoet aan het bepaalde in artikel 16,
stelt het bureau de indiener van het verzoek hiervan in kennis en
biedt hem gelegenheid hieraan alsnog te voldoen binnen twee maanden te
rekenen vanaf de datum waarop een desbetreffende kennisgeving is
gedaan.
2. Het bureau kan de verzochte wijziging weigeren in het
octrooiregister aan te tekenen, indien niet binnen twee maanden de
ontbrekende of juiste gegevens zijn verstrekt.
Hoofdstuk 3. Inschrijving licentie, pandrecht en beslag
Artikel 19
1. Een aanvrage tot inschrijving van een licentie kan worden gedaan
door middel van een door de licentiegever of de licentienemer
ondertekende mededeling die de volgende gegevens bevat:
a. een vermelding dat om inschrijving van een licentie wordt
verzocht;
b. het nummer van de aanvrage of het octrooi;
c. de naam en het adres van de licentiegever;
d. de naam en het adres van de licentienemer;
e. een vermelding of de licentie een exclusieve of
niet-exclusieve licentie is, en
f. de naam van de staat waarvan de licentienemer onderdaan is,
indien hij onderdaan is van enige staat, de naam van de staat
waarin de licentienemer zijn woonplaats heeft, indien van
toepassing, en de naam van de staat waarin de licentienemer een
werkelijke en operationele industriële of commerciële vestiging
heeft, indien van toepassing.
2. Indien een licentie is ontstaan door een overeenkomst gaat het
verzoek om inschrijving van de licentie vergezeld van:
a. de overeenkomst dan wel een notarieel gewaarmerkt afschrift
daarvan, gewaarmerkt door een notaris;
b. een notarieel gewaarmerkt uittreksel van de overeenkomst
waaruit in elk geval de gelicentieerde rechten en de strekking van
deze rechten blijken.
Artikel 20
Een enkel verzoek tot inschrijving van een licentie volstaat zelfs
wanneer het verzoek betrekking heeft op meer dan één octrooi van
dezelfde persoon of op één of meer octrooien van dezelfde persoon,
mits de inschrijving dezelfde is voor alle betrokken licenties en de
nummers ervan in het verzoek worden vermeld.
Artikel 21
1. Indien niet is voldaan aan een of meer voorschriften, gesteld in
artikel 19, eerste lid, stelt het bureau de betrokkene hiervan zo
spoedig mogelijk in kennis en biedt het deze de gelegenheid hieraan
alsnog te voldoen binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop
een desbetreffende kennisgeving is gedaan.
2. Het bureau kan het verzoek om inschrijving van een licentie als
bedoeld in het eerste lid weigeren in behandeling te nemen, indien
niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de ontbrekende of
juiste gegevens zijn verstrekt.
Artikel 22
Op een verzoek tot inschrijving van een pandrecht op een octrooi of
een aanvrage om octrooi zijn de artikelen 19 tot en met 21 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 23
Op een verzoek tot inschrijving van een beslag op een octrooi of een
aanvrage om octrooi zijn de artikelen 19 tot en met 21 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 24
De Uitvoeringsregeling Rijksoctrooiwet 1995 wordt ingetrokken.
Artikel 25
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2010.
Artikel 26
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling 2009
Rijksoctrooiwet 1995.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
en in de Curaçaosche Courant worden geplaatst.
Den Haag, 6 november 2009.
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven.
Bijlage bij artikel 5
Voorwaarden en vereisten voor het indienen van aanvragen om octrooi,
vertalingen van Europese octrooien, en andere documenten in
elektronische vorm als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling
2009 Rijksoctrooiwet 1995
Te gebruiken software
Voor het indienen van aanvragen om octrooi, vertalingen van Europese
octrooien, en andere documenten in elektronische vorm dient gebruik te
worden gemaakt van de NL epoline® software die Octrooicentrum Nederland
(het bureau, bedoeld in de ROW 1995) beschikbaar stelt, tenzij wordt
besloten ook het gebruik van andere software toe te laten.
Te gebruiken hardware
Er dient gebruik te worden gemaakt van een geldige, via
Octrooicentrum Nederland verkregen smart-card en daarbij behorende card
reader, of van een smart-card en reader die door Octrooicentrum
Nederland is toegestaan.
Minimum hardware vereisten
• Pentium II – 233 MHz of hoger
• 64 MB RAM
• 300 MB vrije hard-disk ruimte
• Seriële and PS/2 poorten
Ondersteunde operating systems
• Windows 98 (2nd edition) SE, ME
• Windows NT, Windows 2000, Windows XP
Elektronische drager
Bij indiening met behulp van een elektronische drager dient gebruik
te worden gemaakt van een CD-R die voldoet aan ISO 9660:1988.
Toegestane formaten van elektronische documenten
XML
PDF
TIFF
JPEG
WIPO standard 25 voor sequentieopsommingen
Wijze van verpakking van het elektronische document
Voor on-line ingediende documenten: WASP (Wrapped and Signed Package)
Voor via een elektronische drager ingediende documenten: WAD (Wrapped
Application Document).
De elektronische handtekening
Langs elektronische weg ingediende documenten die door aanvrager of
zijn gemachtigde moeten worden ondertekend, kunnen op de volgende wijzen
worden ondertekend:
• door middel van een facsimile handtekening, dat wil zeggen
een facsimile kopie van de handtekening van de ondertekenaar in TIFF
of JPEG formaat;
• een tekstreeks handtekening, dat wil zeggen een reeks tekens
voorafgegaan en gevolgd door een ‘slash’ (/), gekozen door
ondertekenaar om zijn identiteit en zijn oogmerk om te ondertekenen
te bevestigen of,
• een hoogwaardige elektronische handtekening die met behulp
van een elektronische Public Key Infrastructure (PKI) is gemaakt. De
organisatie die deze handtekeningen uitgeeft moet door het Bureau
zijn erkend. Een lijst met erkende organisaties is te vinden op de
website van het Bureau.
Wijze van inzenden
Documenten kunnen met de genoemde software zowel on line als via een
elektronische drager worden ingediend.
Indien wordt gebruik gemaakt van een elektronische drager dient deze
te samen met een document in papieren vorm waarin vermeld de indiener of
zijn gemachtigde, zijn correspondentieadres en een inventarislijst van
de op de drager opgenomen documenten, te worden ingediend.
Ontvangstbevestiging
De ontvangst van in elektronische vorm ingediende documenten wordt
door Octrooicentrum Nederland uitsluitend langs elektronische weg
bevestigd, onder vermelding van de naam van Octrooicentrum Nederland,
datum en tijdstip van ontvangst, een lijst van de ingediende documenten,
en een zogenaamde Message Digest (een unieke reeks tekens die tot stand
komt door versleuteling van het totale ontvangen bericht met behulp van
het certificaat van de inzender), een referentienummer en eventueel een
aanvraagnummer. Elektronische bevestiging vindt alleen plaats als aan de
hier boven genoemde voorwaarden en vereisten is voldaan.
Indien de bevestiging van ontvangst langs elektronische weg niet
slaagt, zal deze zo spoedig mogelijk op een andere wijze aan de afzender
worden toegezonden.
Onleesbare of onvolledige documenten
Indien een elektronisch ingediend document onleesbaar of onvolledig
is, zal het gedeelte dat onleesbaar of onvolledig is als niet ontvangen
worden beschouwd.
Virussen en/of schadetoebrengende software
Indien een ingediend document een virus of andere schadetoebrengende
software bevat behoudt Octrooicentrum Nederland zich het recht voor een
dergelijk document als onleesbaar te beschouwen en niet te openen of
verwerken.
Indieningsdatum
De datum waarop Octrooicentrum Nederland van langs elektronische weg
ingediende aanvragen ontvangt is de datum van indiening, mits de
aanvrage voldoet aan de minimumeisen genoemd in artikel 29, eerste lid,
van de Rijksoctrooiwet 1995.
Ondersteuning door helpdesk
Octrooicentrum Nederland beschikt over een helpdesk ter beantwoording
van vragen van de gebruikers van de elektronische indieningsoftware. De
helpdesk is bereikbaar tussen 09.00 and 17.30 uur maandag tot vrijdag
m.u.v. officiële feestdagen.
De helpdesk kan worden bereikt:
Telefonisch: +31703986655
Per fax: +31703900190
Per e-mail: publieksvoorlichting@octrooicentrum.nl
|
|
|