| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijkswet
geweldgebruik bewakers militaire objecten
BESLUIT
GEWELDGEBRUIK DEFENSIEPERSONEEL IN DE
UITOEFENING VAN DE BEWAKINGS- EN
BEVEILIGINGSTAAK
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 22 juli 2000, houdende regels inzake het
gebruik van geweld door defensiepersoneel in de uitoefening van de
bewakings- en beveiligingstaak (Besluit geweldgebruik
defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en
beveiligingstaak)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Defensie van 19 juli 1999, nr.
CWW88/014, directie juridische zaken, afdeling wet- en regelgeving;
Gelet op artikel 1, zesde lid, van de Rijkswet
geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en
beveiligingstaak;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord
(advies van 18 oktober 1999, nr. W07.99.0370/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Defensie van 14 juli 2000, nr. CWW88/014/2000003070;
De bepalingen van het Statuut voor het
Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
Dit besluit berust op artikel 3, derde lid, van de Rijkswet
geweldgebruik bewakers militaire objecten.
Artikel 1a
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. bewaker: de met het uitvoeren van de bewakings- en
beveiligingstaak belaste:
1°. militair;
2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van
Defensie;
b. meerdere:
1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door
militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk
wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of
krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht
de meerdere is;
2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door
burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie
wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit
dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de
meeste ouderdom daarin bezit;
3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de
militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk,
onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het
Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;
c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe
betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;
d. geweldmiddel: een geweldmiddel als bedoeld in artikel 6,
eerste lid;
e. gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden
en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.
2. Onder het gebruiken van geweld wordt mede verstaan:
a. het dreigen met geweld;
b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing op het gebruik van geweld door
bewakers in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak tijdens
een internationaal gewapend conflict of een intern gewapend conflict als
bedoeld in de gemeenschappelijke artikelen 2 en 3 van de op 12 augustus
1949 tot stand gekomen Verdragen van Genčve (Trb. 1951, 72 t/m 75),
alsmede de op 12 december 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullende
Protocollen (Trb. 1980, 87 en 88).
Paragraaf 2. Algemene geweldsbepalingen
Artikel 3
Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de bewakings- en
beveiligingstaak is uitsluitend toegestaan aan een bewaker:
a. aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en
b. die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.
Artikel 4
Indien de bewaker onder leiding van een ter plaatse aanwezige
meerdere optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven
uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van
welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.
Artikel 5
1.Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, gaat aan het gebruik
van geweld een duidelijke waarschuwing vooraf.
2.Indien het gebruik van geweld bestaat in het gericht schieten met
een vuurwapen, kan de waarschuwing zo nodig worden vervangen door een
waarschuwingsschot.
3.Een waarschuwingsschot wordt op een zodanige wijze gegeven dat
gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.
Artikel 6
1.De bewaker mag naast het gebruik van fysiek geweld uitsluitend
gebruik maken van de volgende geweldmiddelen:
a. een vuurwapen;
b. een vuurwapen als slag- of stootwapen;
c. een wapenstok;
d. een diensthond;
e. een waterwerper;
f. handboeien.
2.Het inzetten van een diensthond is uitsluitend geoorloofd onder
toezicht van een hondengeleider.
3.Het gebruik van een waterwerper is uitsluitend geoorloofd na
uitdrukkelijke last van de meerdere.
Artikel 7
Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in
verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt
en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.
Artikel 8
1.De bewaker die geweld heeft aangewend, waaronder begrepen het
geven van een waarschuwingsschot als bedoeld in artikel 5, meldt de
feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan,
onverwijld aan zijn meerdere.
2.De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de meerdere
terstond vastgelegd in een schriftelijk rapport. De meerdere doet het
rapport onverwijld toekomen aan de commandant of een voor de
toepassing van dit artikel daarmee gelijk te stellen functionaris.
3.Deze brengt het rapport, zo nodig vergezeld van zijn
kanttekeningen, onverwijld ter kennis van een brigadecommandant van de
Koninklijke marechaussee.
Paragraaf 3. Vuurwapens
Artikel 9
1.Het gebruik van een vuurwapen als bedoeld in artikel 6, eerste
lid, onder a, is slechts geoorloofd:
a. tegen een persoon indien redelijkerwijs mag worden
aangenomen dat die persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed
zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken
dan wel ander levensbedreigend geweld tegen personen zal
gebruiken;
b. tegen een persoon indien redelijkerwijs mag worden
aangenomen dat die persoon een misdrijf pleegt jegens het object
en dat er tevens sprake is van een aantasting van een vitaal
belang van de krijgsmacht.
2.Onder het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid,
onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen,
bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 10
Bij gebruik van een vuurwapen als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
onder a, wordt het volgende in acht genomen:
a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk
voorkomen;
b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;
c. risico's voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.
Artikel 11
De bewaker mag slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen
indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie als bedoeld
in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken.
Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het
ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.
Paragraaf 4. Handboeien
Artikel 12
1.De bewaker is bevoegd tot het dragen van handboeien.
2.De bewaker is bevoegd tot het aanleggen van handboeien bij
personen die zijn aangehouden ingeval van ontdekking op heterdaad,
indien de aangehouden personen zich trachten te onttrekken aan hun
aanhouding of indien zij een gevaar vormen voor zijn leven of
veiligheid of die van anderen en die onttrekking onderscheidenlijk dat
gevaar niet op een andere wijze kan worden voorkomen.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 13
Het Besluit geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de
bewakings- en beveiligingstaak wordt ingetrokken.
Artikel 14
Met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt
geplaatst treden in werking:
a. de Wet van 24 september 1998 tot wijziging van de Rijkswet
geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en
beveiligingstaak (Stb. 1999, 11), en
b. dit besluit.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geweldgebruik
defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en
beveiligingstaak.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad
van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba
zal worden geplaatst.
Tavarnelle, 22 juli 2000
BEATRIX
De Minister van Defensie,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de vierentwintigste augustus 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|