| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijkswet op de
consulaire tarieven
REGELING
OP DE CONSULAIRE TARIEVEN
Tekst zoals deze geldt op
28 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
REGELING van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12
december 2003, nr. DJZ/BR-1003/2003, tot vaststelling van de tarieven
voor consulaire dienstverlening (Regeling op de consulaire tarieven)
De Minister
van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 1, tweede en derde lid, en
artikel 4, tweede lid, van het Rijksbesluit op de consulaire tarieven,
alsmede op artikel 3 van de Rijkswet op de consulaire tarieven;
Besluit:
Artikel 1
De vergoeding die ingevolge artikel 2,
eerste lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven is verschuldigd,
bedraagt voor:
a. het afgeven van een grosse van,
een afschrift van of een uittreksel uit een akte van de burgerlijke
stand: € 30,--;
b. het voltrekken van een huwelijk:
€ 433,–;
c. het opmaken van een notariële
akte: € 265,–;
d. het afgeven van een grosse van,
een afschrift van, of een uittreksel uit een notariële akte: €
30,–;
e. handelingen van vrijwillige
rechtspraak: € 145,– per uur;
f. het horen of ondervragen van een
getuige of deskundige in een burgerlijke zaak op last van de rechter
in het Koninkrijk, daaronder begrepen het opmaken van een
proces-verbaal: € 145,– per uur;
g. het opmaken van een laissez-passer
voor een stoffelijk overschot of een certificaat ter begeleiding van
een urn: € 60,–;
h. het opmaken van een consulaire
verklaring omtrent een persoon betreffende gegevens die tot bewijs
strekken: € 30,–;
i. het bemiddelen bij het oplossen
van financiële en andere de belanghebbende betreffende problemen
die verband houden met het verblijf in het buitenland: € 50,–;
j. het verlenen van een
rijksvoorschot: € 50,–;
k. het bemiddelen bij een onderzoek
naar het welzijn van een persoon, daaronder begrepen een onderzoek
in geval van vermissing: € 120,– per uur;
l. het bemiddelen bij het achterhalen
van of het doen van onderzoek naar een adres:
1°. het bemiddelen bij het
achterhalen van een adres: € 52,50,
2°. het doen van onderzoek naar
een adres: € 105,– per uur.
m. het verifiëren van een document
of een persoonsgegeven:
1°. het verifiëren door
uitsluitend een consulaire ambtenaar: € 52,50,
2°. het verifiëren door
tussenkomst van een vertrouwenspersoon: € 222,50.
n. het bemiddelen bij het doen
verifiëren van een document of een persoonsgegeven:
1°. het bemiddelen door
uitsluitend een consulaire ambtenaar: € 78,–,
2°. het bemiddelen door
tussenkomst van een vertrouwenspersoon: € 248,–.
o. het legaliseren van een document:
1°. het legaliseren van een
document op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland:
€ 10,–,
2°. het legaliseren van een
document op een Koninkrijksvertegenwoordiging: € 26,25.
p. het bemiddelen bij het legaliseren
van een document:
1°. het bemiddelen bij het
legaliseren van een document door het ministerie van
Buitenlandse Zaken in Nederland: € 36,25,
2°. het bemiddelen bij het
opvragen en legaliseren van een document op een
Koninkrijksvertegenwoordiging: € 131,–.
q. het legaliseren van een
handtekening: € 26,25;
r. het bemiddelen bij het verkrijgen
van een document: € 103,–;
s. het behandelen van een aanvraag
tot het verlenen van een visum:
1°. aanvragen ingediend bij een
Koninkrijksvertegenwoordiging voor een:
– collectief visum: € 60
en € 1 per persoon,
– doorreisvisum: € 60,
– luchthaventransitvisum:
€ 60,
– visum voor kort verblijf
van ten hoogste negentig dagen: € 60,
– visum voor meerdere
reizen: € 60.
2°. aanvragen ingediend bij de
grens voor een:
– collectief doorreisvisum:
€ 60 en € 1 per persoon,
– collectief reisvisum: €
60 en € 1 per persoon,
– doorreisvisum: € 60,
– reisvisum: € 60.
3°. aanvragen tot het verlengen
van een visum:
– het verlengen van een
collectief visum: € 30 en € 1 per persoon,
– het verlengen van een
visum met ten hoogste dertig dagen: €30,
– het verlengen van een
visum met meer dan dertig dagen en met ten hoogste negentig
dagen: € 30.
4°. aanvragen tot het wijzigen
van een visum: € 35.
5°. aanvragen tot het
verstrekken van een verklaring die recht geeft op terugkeer naar
Nederland (terugkeervisum): € 140.
6° aanvragen tot het verlenen
van een machtiging tot voorlopig verblijf niet betrekking
hebbende op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba:
− met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming: €1250,
− met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming als gezinslid: €250,
− met het oog op
verblijf als adoptie- of pleegkind: €950,
− met het oog op
familiebezoek: € 1250,
− met het oog op het
verrichten van arbeid in loondienst:€ 600,
− met het oog op
verblijf als kennismigrant: €750,
− met het oog op
verblijf als houder van de Europese blauwe kaart: €750,
− met het oog op het
verrichten van arbeid als zelfstandige: €950,
− met het oog op
verblijf als geestelijk voorganger, godsdienstleraar, of met
het oog op verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke
gronden: €950,
− met het oog op
verblijf als stagiair, practicant, gastdocent, onderzoeker
of onbezoldigd wetenschappelijk onderzoeker: €600,
− met het oog op het
doorbrengen van verlof in Nederland door werknemers op een
mijnbouwinstallatie op het continentaal plat: €60,
− met het oog op het
doorbrengen van verlof in Nederland door werknemers op een
zeeschip:€ 600,
− met het oog op
verblijf in het kader van een zoekjaar voor hoogopgeleiden:
€600,
− met het oog op
verblijf als wetenschappelijk onderzoeker op grond van
richtlijn 2005/71/EG:€ 600 en in geval de verkorte
procedure van toepassing is:€ 350,
− met het oog op het
volgen van een studie: € 600 en in geval de verkorte
procedure van toepassing is: € 300,
− In het kader van een
uitwisseling: € 600 en in geval de verkorte procedure van
toepassing is: €350,
− met het oog op
verblijf als au pair: € 600 en in geval de verkorte
procedure van toepassing is: €350,
− met het oog op
wedertoelating met uitzondering van wedertoelating door
gebruikmaking van de terugkeeroptie op grond van artikel 8
van de Remigratiewet:€ 950,
− met het oog op
verblijf op medische gronden: €950,
− met het oog op
voortgezet verblijf: € 950,
− ten behoeve van
personen op wie artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni
2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag
tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb.
2007, 125) betrekking heeft, met het oog op het verrichten
van de daarbedoelde werkzaamheden: €60,
− ten behoeve van de
personen, bedoeld in de voorlaatste alinea van de brief van
21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van
het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties,
behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand
gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de
Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale
Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228), met het oog op het
verrichten van de in die alinea bedoelde werkzaamheden: €
60,
− ten behoeve van
Turkse onderdanen, die met het oog op het verrichten van
arbeid in loondienst, het verrichten van arbeid als
geestelijk voorganger of godsdienstleraar, met het oog op
verblijf als stagiair of practicant, verblijf als
kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit
uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, verblijf als
onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG, verblijf als
onbezoldigde wetenschappelijk onderzoeker of verblijf als
onbezoldigde gastdocent, en hun gezinsleden, verblijfsrecht
hebben op grond van het Associatierecht EU-Turkije, alsmede
Turkse onderdanen die als zelfstandige of dienstverrichter
in Nederland verblijfsrecht hebben op grond van het
Associatierecht EU-Turkije:€ 60,
− met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming met een Turkse onderdaan
die in Nederland toegang heeft tot de arbeidsmarkt: €60,
− met het oog op
bijzondere individuele omstandigheden: €950,
− in overige gevallen:€600.
7°. aanvragen tot het verlenen
van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf in de
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
– met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming: USD 712,
– met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming als meereizend gezinslid:
USD 161,
– met het oog op verblijf
als adoptie- of pleegkind: USD 283,
– met het oog op het
verrichten van arbeid: USD 372,
– met het oog op het volgen
van een studie: USD 372,
– met het oog op verblijf
als gepensioneerde of rentenier: USD 372,
– met het oog op verblijf
als investeerder: USD 372,
– met het oog op
wedertoelating: USD 283.
t. het bemiddelen bij het afleggen
van een examen: € 157,– per afzonderlijk examen;
u. het bemiddelen bij een
geneeskundig onderzoek, daaronder niet begrepen de kosten van het
geneeskundig onderzoek zelf: € 100,–.
Artikel 2
De vergoeding voor het uitvoeren van een
bijzondere opdracht bedraagt het aantal uren dat aan de dienst is
besteed vermenigvuldigd met het brutosalaris per uur van de ambtenaar
die met de uitvoering van de opdracht is belast.
Artikel 3
1. De vergoeding, bedoeld in de
artikelen 1 en 2, is in de Oekraïne en in Zimbabwe verschuldigd in
het equivalent aan US dollars. De vergoeding in Suriname en in Iran is
verschuldigd in euro’s.
2. De vergoeding, bedoeld in artikel 1,
onderdeel s, onder 6°, wordt voldaan door storting of overboeking van
het verschuldigde bedrag op een daartoe bestemde rekening in
Nederland.
Artikel 3a
1. De vergoeding, genoemd in artikel 1,
onderdeel s, onder 1° tot en met onder 5°, is niet verschuldigd
door:
a. kinderen jonger dan zes jaar,
b. leerlingen, studenten, al dan
niet afgestudeerd, en de hen begeleidende leraren die reizen in
het kader van (postdoctorale)studie- of opleidingsdoeleinden,
c. wetenschappelijke onderzoekers
die onderdaan zijn van derde landen en die zich met het oog op
wetenschappelijk onderzoek verplaatsen.
2. Tot 1 januari 2008 bedraagt de
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 1° en 2°, €
35 voor aanvragen ten behoeve van onderdanen uit Rusland, Oekraïne,
Albanië, Macedonië, Montenegro, Servië, Bosnië-Herzegovina en
Moldavië.
3. Na 1 januari 2008 bedraagt de
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 1° en 2°, €
35 voor aanvragen ten behoeve van onderdanen uit de landen, bedoeld in
het eerste lid, indien die landen met de Europese Gemeenschap een
visumfaciliteringsovereenkomst hebben gesloten als bedoeld in artikel
2 van de Beschikking (EG) nr. (2006/440/EC) van de Raad van 1 juni
2006 visumaanvragen (PbEG 2006 L 175).
4. De vergoeding, genoemd inartikel 1,
onderdeel s, onder 5°:
a. is niet verschuldigd door de
belanghebbende, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
betreffende de positie van Molukkers, en
b. bedraagt € 40 voor Turkse
onderdanen, bedoeld in artikel 1, onderdeel s, onder 6°.
5. De vergoeding, genoemd in artikel 1,
onderdeel s, onder 6°, is niet verschuldigd indien de aanvraag
betrekking heeft op een machtiging tot voorlopig verblijf:
a. onder de beperking genoemd in
artikel 3.4, eerste lid, onder m, van het Vreemdelingenbesluit
2000;
b. met het oog op uitwisseling
binnen het kader van het ‘Working Holiday Scheme’ of het ‘Working
Holiday Programme’ ten behoeve van een vreemdeling die de
nationaliteit van Australië, Canada respectievelijk van
Nieuw-Zeeland bezit;
c. met het oog op het verrichten
van arbeid binnen het kader van het ‘Young Workers Exchange
Programme’ ten behoeve van een vreemdeling die de Canadese
nationaliteit bezit, of;
d. met het oog op gezinshereniging
ten behoeve van de belanghebbende die verblijf beoogt bij een
vreemdeling aan wie een vergunning tot verblijf als bedoeld in
artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, mits de
belanghebbende binnen drie maanden na het verlenen van deze
verblijfsvergunning de aanvraag tot het verlenen van een
machtiging tot voorlopig verblijf heeft ingediend dan wel met het
oog daarop een verzoek om advies is ingediend en de belanghebbende
voldoet aan alle voorwaarden voor gezinshereniging in het kader
van artikel 29, eerste lid, onder e en f, van de Vreemdelingenwet
2000, dan wel de belanghebbende niet dezelfde nationaliteit bezit
als de hoofdpersoon en louter om deze reden niet in aanmerking
komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29,
eerste lid, onder e en f, van de Vreemdelingenwet 2000;
e. met het oog op gezinshereniging
van een minderjarig biologisch of juridisch kind met een
slachtoffer-aangever of een getuige-aangever van mensenhandel; of
f. met het oog op gebruikmaking van
de terugkeeroptie naar Nederland op grond van artikel 8 van de
Remigratiewet.
6. De vergoeding, genoemd in artikel 1,
aanhef, onderdeel s, onder 6°, is niet verschuldigd indien de
aanvraag betrekking heeft op een categorie machtigingen tot voorlopig
verblijf die ingevolge een verdrag of besluit van een
volkenrechtelijke organisatie kosteloos moeten worden verleend.
7. De vergoeding, genoemd in artikel 1,
onderdeel s, onder7°, is niet verschuldigd door:
a. de vreemdeling die in aanmerking
komt voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
als bedoeld in artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES,
voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid,
onder k, van het Besluit toelating en uitzetting BES;
b. het minderjarige kind dat een
aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor
bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet toelating en
uitzetting BES, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2,
eerste lid, onder a, van het Besluit toelating en uitzetting BES;
c. het minderjarige kind dat een
aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor
bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet toelating en
uitzetting BES, voor een verblijf bij een vreemdeling die een
aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een
verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel verblijf geniet als
bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet, voor een verblijfsdoel
als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder k, van voornoemd
besluit;
d. het gezinslid van de houder van
een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel
12a van de Wet toelating en uitzetting BES, dat gelijktijdig met
de hoofdpersoon is ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat aan
de hoofdpersoon deze verblijfsvergunning is verleend, is
nagereisd, en niet dezelfde nationaliteit heeft als de
hoofdpersoon, een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6
van de Wet onder een beperking verband houdend met
gezinshereniging indient;
e. de vreemdeling die een aanvraag
indient in het geval, bedoeld in artikel 5.49, tweede lid, van het
Besluit toelating en uitzetting BES;
f. de vreemdeling die een aanvraag
indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde
tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, om redenen verband
houdend met bescherming aan de vreemdeling als bedoeld in artikel
12a van de Wet, of
g. de vreemdeling met het oog op
gezinshereniging van een minderjarig biologisch of juridisch kind
met een slachtoffer-aangever of een getuige-aangever van
mensenhandel.
Het zesde lid is van toepassing met
dien verstande dat voor ‘artikel 1, onderdeel s, onder 6°’ moet
worden gelezen ‘artikel 1, onderdeel s, onder 7°’.
8. In aanvulling op het zesde lid kan
de Minister voor Immigratie en Asiel in overleg met de Minister van
Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn
verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen.
Artikel 3b
Voor het behandelen van een aanvraag tot
het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming is de vergoeding, genoemd in artikel
1, onderdeel s, onder 6°, niet verschuldigd indien de belanghebbende:
a. een, ter beoordeling van de
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, gerechtvaardigd
beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens en van de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) doet;
b. aantoont dat hij niet over de
middelen beschikt om de vergoeding te kunnen voldoen;
c. aantoont dat hij gedurende een
redelijke termijn actief heeft getracht om de middelen, bedoeld
onder b, te verwerven; en
d. aannemelijk maakt dat hij op korte
termijn niet over de middelen, bedoeld onder b, zal komen te
beschikken.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 januari 2004.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling op de consulaire tarieven.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
B.R. Bot.
|
|
|