Artikel 1
De vergoeding die ingevolge artikel 2, eerste lid,
van de Rijkswet op de consulaire tarieven is verschuldigd, bedraagt
voor:
a.
het
afgeven van een grosse van, een afschrift van of een uittreksel uit
een akte van de burgerlijke stand: € 30,--;
b.
het
voltrekken van een huwelijk: € 433,–;
c.
het
opmaken van een notariële akte: € 265,–;
d.
het
afgeven van een grosse van, een afschrift van, of een uittreksel uit
een notariële akte: € 30,–;
e.
handelingen
van vrijwillige rechtspraak: € 145,–
per uur;
f.
het
horen of ondervragen van een getuige of deskundige in een burgerlijke
zaak op last van de rechter in het Koninkrijk, daaronder begrepen het
opmaken van een proces-verbaal: € 145,–
per uur;
g.
het
opmaken van een laissez-passer voor een stoffelijk overschot of een
certificaat ter begeleiding van een urn: € 60,–;
h.
het
opmaken van een consulaire verklaring omtrent een persoon betreffende
gegevens die tot bewijs strekken: € 30,–;
i.
het
bemiddelen bij het oplossen van financiële en andere de
belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het
verblijf in het buitenland: € 50,–;
j.
het
verlenen van een rijksvoorschot: € 50,–;
k.
het
bemiddelen bij een onderzoek naar het welzijn van een persoon,
daaronder begrepen een onderzoek in geval van vermissing: € 120,–
per uur;
l. het bemiddelen bij het achterhalen van of het
doen van onderzoek naar een adres:
1°. het bemiddelen bij het achterhalen
van een adres: € 52,50,
2°. het doen van onderzoek naar een
adres: € 105,– per uur.
m. het
verifiëren van een document of een persoonsgegeven:
1°. het verifiëren door uitsluitend
een consulaire ambtenaar: € 52,50,
2°. het verifiëren door tussenkomst
van een vertrouwenspersoon: € 222,50.
n.
het
bemiddelen bij het doen verifiëren van een document of een
persoonsgegeven:
1°. het bemiddelen door uitsluitend
een consulaire ambtenaar: € 78,–,
2°. het bemiddelen door tussenkomst
van een vertrouwenspersoon: € 248,–.
o. het legaliseren van een document:
1°. het legaliseren van een document
op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland: € 10,–,
2°. het legaliseren van een document
op een Koninkrijksvertegenwoordiging: € 26,25.
p. het bemiddelen bij het legaliseren van een
document:
1°. het bemiddelen bij het
legaliseren van een document door het ministerie van Buitenlandse
Zaken in Nederland: € 36,25,
2°. het bemiddelen bij het opvragen
en legaliseren van een document op een Koninkrijksvertegenwoordiging:
€ 131,–.
q. het
legaliseren van een handtekening: € 26,25;
r.
het
bemiddelen bij het verkrijgen van een document: € 103,–;
s. het behandelen van een aanvraag tot het
verlenen van een visum:
1°.
aanvragen ingediend bij een Koninkrijksvertegenwoordiging voor een:
- collectief visum: € 60 en € 1 per
persoon,
- doorreisvisum: € 60,
- luchthaventransitvisum: € 60,
- visum voor kort verblijf van ten
hoogste negentig dagen: € 60,
- visum voor meerdere reizen: € 60.
2°.
aanvragen ingediend bij de grens voor een:
- collectief doorreisvisum: € 60 en
€ 1 per persoon,
- collectief reisvisum: € 60 en € 1
per persoon,
- doorreisvisum: € 60,
- reisvisum: € 60.
3°.
aanvragen tot het verlengen van een visum:
- het verlengen van een collectief
visum: € 30 en € 1 per persoon,
- het verlengen van een visum met ten
hoogste dertig dagen: € 30,
- het verlengen van een visum met meer
dan dertig dagen en met ten hoogste negentig dagen: € 30.
4°. aanvragen tot het wijzigen van een
visum: € 35.
5°. aanvragen tot het verstrekken van
een verklaring die recht geeft op terugkeer naar Nederland
(terugkeervisum): € 140.
6°
aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf
niet betrekking hebbende op de openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba:
- met het oog op gezinshereniging of
gezinsvorming: € 1250,
-. met het oog op gezinshereniging of
gezinsvorming als gezinslid: € 250,
- met het oog op verblijf als adoptie-
of pleegkind: € 950,
- met het oog op familiebezoek: €
1250,
- met het oog op het verrichten van
arbeid in loondienst: € 600,
- met het oog op verblijf als
kennismigrant: € 750,
- met het oog op verblijf als houder
van de Europese blauwe kaart: € 750,
- met het oog op het verrichten van
arbeid als zelfstandige: € 950,
- met het oog op verblijf als
geestelijk voorganger, godsdienstleraar, of met het oog op verblijf op
religieuze of levensbeschouwelijke gronden: € 950,
- met het oog op verblijf als stagiair,
practicant, gastdocent, onderzoeker of onbezoldigd wetenschappelijk
onderzoeker: € 600,
- met het oog op het doorbrengen van
verlof in Nederland door werknemers op een mijnbouwinstallatie op het
continentaal plat: € 60,
- met het oog op het doorbrengen van
verlof in Nederland door werknemers op een zeeschip: € 600,
- met het oog op verblijf in het kader
van een zoekjaar voor hoogopgeleiden: € 600,
- met het oog op verblijf als
wetenschappelijk onderzoeker op grond van richtlijn 2005/71/EG: €
600 en in geval de verkorte procedure van toepassing is: € 350,
- met het oog op het volgen van een
studie: € 600 en in geval de verkorte procedure van toepassing is:
€ 300,
- In het kader van een uitwisseling:
€ 600 en in geval de verkorte procedure van toepassing is: € 350,
- met het oog op verblijf als au pair:
€ 600 en in geval de verkorte procedure van toepassing is: € 350,
- met het oog op wedertoelating met
uitzondering van wedertoelating door gebruikmaking van de
terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet: € 950,
- met het oog op verblijf op medische
gronden: € 950,
- met het oog op voortgezet verblijf:
€ 950,
−. ten behoeve van personen op
wie artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te 's-Gravenhage
tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en
het Gastland (Trb. 2007, 125) betrekking heeft, met het oog op het
verrichten van de daarbedoelde werkzaamheden: € 60,
- ten behoeve van de personen, bedoeld
in de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de
Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij
de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York
tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de
Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor
Libanon (Trb. 2007, 228), met het oog op het verrichten van de in die
alinea bedoelde werkzaamheden: € 60,
- ten behoeve van Turkse onderdanen,
die met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst, het
verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar,
met het oog op verblijf als stagiair of practicant, verblijf als
kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet
arbeid vreemdelingen, verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn
2005/71/EG, verblijf als onbezoldigde wetenschappelijk onderzoeker of
verblijf als onbezoldigde gastdocent, en hun gezinsleden,
verblijfsrecht hebben op grond van het Associatierecht EU-Turkije,
alsmede Turkse onderdanen die als zelfstandige of dienstverrichter in
Nederland verblijfsrecht hebben op grond van het Associatierecht
EU-Turkije: € 60,
- met het oog op gezinshereniging of
gezinsvorming met een Turkse onderdaan die in Nederland toegang heeft
tot de arbeidsmarkt: € 60,
−. met het oog op bijzondere
individuele omstandigheden: € 950,
- in overige gevallen: € 600.
7°.
aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf
voor verblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
-
met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming: USD 712,
- met het oog op gezinshereniging
of gezinsvorming als meereizend gezinslid: USD 161,
- met het oog op verblijf als
adoptie- of pleegkind: USD 283,
- met het oog op het verrichten
van arbeid: USD 372,
- met het oog op het volgen van
een studie: USD 372,
-
met het oog op verblijf als gepensioneerde of rentenier: USD 372,
-
met het oog op verblijf als investeerder: USD 372,
- met het oog op wedertoelating:
USD 283.
t. het
bemiddelen bij het afleggen van een examen: € 157,–
per afzonderlijk examen;
u. het
bemiddelen bij een geneeskundig onderzoek, daaronder niet begrepen de
kosten van het geneeskundig onderzoek zelf: € 100,–.
Artikel 2
De vergoeding voor het uitvoeren van een
bijzondere opdracht bedraagt het aantal uren dat aan de dienst is
besteed vermenigvuldigd met het brutosalaris per uur van de ambtenaar
die met de uitvoering van de opdracht is belast.
Artikel 3
1. De
vergoeding, bedoeld in de artikelen 1 en 2, is in de Oekraïne en in
Zimbabwe verschuldigd in het equivalent aan US dollars. De vergoeding in
Suriname is verschuldigd in euro’s.
2.
De
vergoeding, bedoeld in artikel 1, onderdeel s, onder 6°, wordt voldaan
door storting of overboeking van het verschuldigde bedrag op een daartoe
bestemde rekening in Nederland.
Artikel 3a
1.
De
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 1° tot en met
onder 5°, is niet verschuldigd door:
a. kinderen jonger dan zes jaar,
b. leerlingen, studenten, al dan niet
afgestudeerd, en de hen begeleidende leraren die reizen in het kader
van (postdoctorale)studie- of opleidingsdoeleinden,
c. wetenschappelijke onderzoekers die onderdaan
zijn van derde landen en die zich met het oog op wetenschappelijk
onderzoek verplaatsen.
2. Tot
1 januari 2008 bedraagt de vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel
s, onder 1° en 2°, € 35 voor aanvragen ten behoeve van onderdanen
uit Rusland, Oekraïne, Albanië, Macedonië, Montenegro, Servië,
Bosnië-Herzegovina en Moldavië.
3.
Na
1 januari 2008 bedraagt de vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel
s, onder 1° en 2°, € 35 voor aanvragen ten behoeve van onderdanen
uit de landen, bedoeld in het eerste lid, indien die landen met de
Europese Gemeenschap een visumfaciliteringsovereenkomst hebben gesloten
als bedoeld in artikel 2 van de Beschikking (EG) nr. (2006/440/EC) van
de Raad van 1 juni 2006 visumaanvragen (PbEG 2006 L 175).
4.
De
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 5°:
a. is niet verschuldigd door de belanghebbende,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet betreffende de positie
van Molukkers, en
b.
bedraagt
€ 40 voor Turkse onderdanen, bedoeld in artikel 1, onderdeel s,
onder 6°.
5. De
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 6°, is niet
verschuldigd indien de aanvraag betrekking heeft op een machtiging tot
voorlopig verblijf:
a. onder de beperking genoemd in artikel 3.4,
eerste lid, onder m, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b.
met
het oog op uitwisseling binnen het kader van het "Working Holiday
Scheme" of het "Working Holiday Programme" ten behoeve
van een vreemdeling die de nationaliteit van Australië, Canada
respectievelijk van Nieuw-Zeeland bezit;
c.
met
het oog op het verrichten van arbeid binnen het kader van het "Young
Workers Exchange Programme" ten behoeve van een vreemdeling die
de Canadese nationaliteit bezit, of;
d. met het oog op gezinshereniging ten behoeve
van de belanghebbende die verblijf beoogt bij een vreemdeling aan wie
een vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 28 van de
Vreemdelingenwet 2000 is verleend, mits de belanghebbende binnen drie
maanden na het verlenen van deze verblijfsvergunning de aanvraag tot
het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf heeft ingediend
dan wel met het oog daarop een verzoek om advies is ingediend en de
belanghebbende voldoet aan alle voorwaarden voor gezinshereniging in
het kader van artikel 29, eerste lid, onder e en f, van de
Vreemdelingenwet 2000, dan wel de belanghebbende niet dezelfde
nationaliteit bezit als de hoofdpersoon en louter om deze reden niet
in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van
artikel 29, eerste lid, onder e en f, van de Vreemdelingenwet 2000;
e. met het oog op gezinshereniging van een
minderjarig biologisch of juridisch kind met een slachtoffer-aangever
of een getuige-aangever van mensenhandel; of
f. met het oog op gebruikmaking van de
terugkeeroptie naar Nederland op grond van artikel 8 van de
Remigratiewet.
6. De
vergoeding, genoemd in artikel 1, aanhef, onderdeel s, onder 6°, is
niet verschuldigd indien de aanvraag betrekking heeft op een categorie
machtigingen tot voorlopig verblijf die ingevolge een verdrag of
besluit van een volkenrechtelijke organisatie kosteloos moeten worden
verleend.
7.
De
vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder7°, is niet
verschuldigd door:
a. de vreemdeling die in aanmerking komt voor
verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld
in artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES, voor een
verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder k, van het
Besluit toelating en uitzetting BES;
b. het minderjarige kind dat een aanvraag
indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde
tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES,
voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder
a, van het Besluit toelating en uitzetting BES;
c. het minderjarige kind dat een aanvraag
indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde
tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES,
voor een verblijf bij een vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend
tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan
wel verblijf geniet als bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet, voor
een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder k, van
voornoemd besluit;
d. het gezinslid van de houder van een
verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 12a van
de Wet toelating en uitzetting BES, dat gelijktijdig met de
hoofdpersoon is ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat aan de
hoofdpersoon deze verblijfsvergunning is verleend, is nagereisd, en
niet dezelfde nationaliteit heeft als de hoofdpersoon, een aanvraag
tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als
bedoeld in artikel 6 van de Wet onder een beperking verband houdend
met gezinshereniging indient;
e. de vreemdeling die een aanvraag indient in
het geval, bedoeld in artikel 5.49, tweede lid, van het Besluit
toelating en uitzetting BES;
f. de vreemdeling die een aanvraag indient tot
het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als
bedoeld in artikel 6 van de Wet, om redenen verband houdend met
bescherming aan de vreemdeling als bedoeld in artikel 12a van de Wet,
of
g. de vreemdeling met het oog op
gezinshereniging van een minderjarig biologisch of juridisch kind met
een slachtoffer-aangever of een getuige-aangever van mensenhandel.
Het zesde lid is van toepassing
met dien verstande dat voor "artikel 1, onderdeel s, onder 6°"
moet worden gelezen "artikel 1, onderdeel s, onder 7°".
8.
In
aanvulling op het zesde lid kan de Minister voor Immigratie en Asiel in
overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de
vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de
internationale betrekkingen.
Artikel 3b
Voor het behandelen van een aanvraag tot
het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met het oog op
gezinshereniging of gezinsvorming is de vergoeding, genoemd in artikel
1, onderdeel s, onder 6°, niet verschuldigd indien de belanghebbende:
a. een, ter beoordeling van de Minister voor
Vreemdelingenzaken en Integratie, gerechtvaardigd beroep op artikel
8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en van
de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) doet;
b. aantoont dat hij niet over de middelen
beschikt om de vergoeding te kunnen voldoen;
c. aantoont dat hij gedurende een redelijke
termijn actief heeft getracht om de middelen, bedoeld onder b, te
verwerven; en
d. aannemelijk maakt dat hij op korte termijn
niet over de middelen, bedoeld onder b, zal komen te beschikken.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1
januari 2004.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling op
de consulaire tarieven.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
B.R. Bot.