|
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 33, tweede lid, van de
Rijkswet van 20 december 1989, houdende regeling van pensioenen en
uitkeringen aan Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba (Stb.
1990, 15);
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
b. Kabinet: het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse
Antillen, onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van Aruba;
c. rijkswet: de Rijkswet van 20 december 1989, houdende
regeling van pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs van de
Nederlandse Antillen en van Aruba (Stb. 1990, 15);
d. belanghebbende: een ingevolge de rijkswet tot een pensioen
of uitkering gerechtigde;
e. pensioen: elk pensioen dat is toegekend krachtens de
rijkswet, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt,
daaronder mede begrepen een voorschot op dit pensioen ingevolge artikel
31, derde lid, van de rijkswet;
f. uitkering: de uitkering, bedoeld in de artikelen 5 en 6 van
de rijkswet, daaronder mede begrepen een voorschot op deze uitkering
ingevolge artikel 31, derde lid, van de rijkswet;
g. bankrekening: een rekening-courant bij een in de
Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk in Aruba, gevestigde
bankinstelling.
Artikel 2
1. De betaling van een door de Minister
vastgesteld pensioen of vastgestelde uitkering ingevolge de rijkswet met
inbegrip van de vakantie-uitkering geschiedt door het Kabinet in twaalf
maandelijkse termijnen door bijschrijving, hetzij op de bankrekening van
de belanghebbende, hetzij op de bankrekening van een door hem aangewezen
kredietinstelling, overheidsinstelling of stichting, hetzij op de
bankrekening van een particulier gemachtigde.
2. Het verzoek tot overmaking op de bankrekening van een
particulier gemachtigde wordt eigenhandig door de belanghebbende
ondertekend. De handtekening wordt ten genoegen van de directeur van het
Kabinet gewaarmerkt. Het verzoek wordt mede ondertekend door de
gemachtigde.
Artikel 3
1. De belanghebbende die buiten de
Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk buiten Aruba, woonachtig is,
doet, telkens wanneer hij betaling van het pensioen of van de uitkering
wenst, een door hem persoonlijk ondertekend verzoek om betaling,
voorzien van de datum waarop hij het verzoek toezendt, aan de directeur
van het Kabinet toekomen. Na ontvangst van het verzoek wordt het
pensioen of de uitkering betaalbaar gesteld tot en met de maand waarin
het verzoek gedateerd en verzonden is.
2. De betaling geschiedt door het Kabinet door overmaking op de
bankrekening van een in de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk in
Aruba, gevestigde gemachtigde.
Artikel 4
1. Ten minste éénmaal per jaar zendt
belanghebbende aan de Minister een bewijs van in leven zijn, afgegeven
door een daartoe bevoegde instantie.
2. De belanghebbende doet van iedere wijziging van zijn adres,
van zijn burgerlijke staat en van elke andere omstandigheid die van
invloed is op het recht op pensioen, respectievelijk uitkering, of op de
berekeningsgrondslag daarvan, terstond schriftelijk mededeling aan de
Minister.
3. Onder een in het tweede lid bedoelde omstandigheid wordt mede
verstaan de situatie dat een pensioen als bedoeld in artikel 18 van de
rijkswet, wordt toegekend of eindigt, dan wel wordt herzien.
4. De belanghebbende verleent kopie van het in het eerste lid
bedoelde bewijs en van de in het tweede lid bedoelde mededeling aan de
directeur van het Kabinet.
Artikel 5
De regeling van de Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse
Zaken van 22 februari 1990, nr. 25415, tot uitvoering van artikel 33,
tweede lid, van de rijkswet wordt ingetrokken. De daarin neergelegde
procedures blijven van toepassing op de voor de datum van
inwerkingtreding van deze regeling reeds ingegane pensioenen en
uitkeringen op grond van de rijkswet.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant,
in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van
Aruba worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries.
|