Inleiding
Spelling berust op
afspraken die we volgen als we gesproken taal vastleggen op papier
of met de tekstverwerker. Die afspraken zijn bedoeld om het
schrijven en lezen zo vlot en efficiënt mogelijk te maken. Daarbij
proberen we een woord altijd op dezelfde manier te schrijven. In de
loop van de voorbije eeuwen zijn daar regels voor geformuleerd.
Sinds 1804 wordt onze
spelling vastgelegd door de overheid. Het gaat daarbij om
basisbeginselen en om specifieke regels, zoals die voor het spellen
van klinkers en medeklinkers, het gebruik van hoofdletters en tekens
(accenten, koppelteken, trema en apostrof), voor de schrijfwijze van
samenstellingen met een tussenklank (pannenkoek,
aktetas) en voor de verdeling van woorden
in lettergrepen. Daarbij publiceert de overheid een lijst van
woorden die volgens de regels zijn gespeld en andere die moeilijk af
te leiden zijn uit regels, bijvoorbeeld woorden die we overnemen uit
andere talen.
Zowel in Vlaanderen als in
Nederland schrijft de overheid het gebruik van de officiële
spelling voor aan zichzelf en aan het onderwijs. De regels voor deze
spelling worden vastgelegd door de Nederlandse Taalunie, een
instelling waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samen zorg
dragen voor de Nederlandse taal.
De meeste taalgebruikers
volgen deze officiële spelling, ook al zijn ze daartoe niet
verplicht en al worden overtredingen niet bestraft. Ze doen dat
omdat spelfouten de aandacht van de lezer afleiden en omdat een
correcte spelling in onze maatschappij door velen gezien wordt als
een teken van zorgvuldigheid en kwaliteit. En ook omdat ze er zelf
baat bij hebben dat in alle Nederlandse teksten dezelfde spelling
wordt gevolgd. Alleen in die omstandigheden kunnen taalgebruikers
het systeem optimaal leren en gebruiken.
Toch is spellen, zelfs met
een stel duidelijke regels, niet eenvoudig. Het zal ook nooit
eenvoudig worden, want het gaat erom een klanksysteem om te zetten
in een schriftsysteem. Die twee zijn zo verschillend van aard dat
het onmogelijk is om deze omzetting zonder inconsistenties tot stand
te brengen. Dat probleem doet zich met name voor bij uitheemse
woorden. Hun schrijfwijze roept het oorspronkelijke klanksysteem op
en dat leidt vaak tot resultaten waar taalgebruikers moeite mee
hebben. Squashen en skiën zijn redelijk bekende sporten, maar de
schrijfwijze van ik squashte en ik
skiede zal niet voor iedereen direct volgen uit de regels voor
het Nederlands, net zomin als de schrijfwijze van een Bordeauxs
café, een karbonadetje of karbonaadje.
Omdat onze taal
voortdurend in beweging is, publiceert de Nederlandse Taalunie sinds
1995 om de tien jaar een geactualiseerde Woordenlijst Nederlandse
taal. Die is aangevuld met woorden die na de vorige editie in onze
taal zijn verschenen, terwijl woorden waarvan de opname niet nuttig
is gebleken, zijn verwijderd.
De spellingregels zijn
voor de uitgave van 2005 niet veranderd. Maar waar uit de praktijk
is gebleken dat er onduidelijkheden bestonden, en zeker waar er
schijnbare of echte tegenspraak bestond tussen de regels en de
toepassing ervan in de Woordenlijst, werden ze anders verwoord.
Daarbij worden enkele kwesties die in vorige edities niet uitputtend
waren behandeld, nu duidelijker beschreven. Het gaat bijvoorbeeld om
het al dan niet aaneenschrijven van diverse soorten woordgroepen en
samenstellingen (50 eurobiljet, Middellandse
Zeegebied, pseudoklassiek, re-integratie, accountmanager), om
het gebruik van hoofdletters en puntjes in afkortingen (ADSL,
aids) en om de schrijfwijze van namen van talen en dialecten (het
Standaardnederlands, het New Yorks). Eén uitzonderingsregel
voor het schrijven van de tussen-n in samenstellingen, die
betrekking had op plantnamen met als linkerdeel de naam van een dier
(paarde(n)bloem), is afgeschaft, omdat hij
in de praktijk nodeloos veel problemen opleverde.
De Woordenlijst is voor
deze uitgave grondig herzien. Er is gepoogd om in minder pagina’s
meer woorden op te nemen waar de gebruiker een probleem mee kan
hebben. Daarom werden veel samenstellingen geschrapt waarvan de
spelling blijkt uit gelijksoortige gevallen. Er konden daardoor
ongeveer zesduizend nieuwe trefwoorden worden opgenomen. Tegelijk is
de presentatie van de woorden verbeterd. Bij sommige woorden met
meer dan één mogelijke spelling (bijvoorbeeld met een hoofdletter
of een kleine letter) wordt verduidelijkt wanneer we welke vorm
kiezen. Bij werkwoorden die spelproblemen veroorzaken in de
vervoeging, worden meer vormen opgenomen (bijvoorbeeld skiën,
skiede, geskied; ik ski, jij skiet).
De Woordenlijst spreekt
zich alleen uit over de vorm van de woorden en, als het om
zelfstandige naamwoorden gaat, over het woordgeslacht. De opname van
een woord mag derhalve niet beschouwd worden als een officiële
goedkeuring van het woord, en het ontbreken van een woord betekent
geen afkeuring.
Redactionele
opmerkingen
Voor een goed begrip van
de spelling is het noodzakelijk een onderscheid te maken tussen
klanken en letters. In deze Leidraad wordt een klank genoteerd
tussen twee schuine strepen. Als er over letters wordt gesproken,
dan worden die letters schuin gedrukt. Ook voorbeeldwoorden zijn
schuin gedrukt.
Dus in brood
en cadeau wordt de /oo/ respectievelijk
als oo en eau
geschreven.
De regels die hier
worden beschreven, behoren tot de officiële spelling die is
vastgelegd door de Nederlandse Taalunie. De Woordenlijst, die
volgt op de Leidraad, is samengesteld op basis van die regels.
Wanneer er twijfel bestaat over de toepassing van een regel, biedt
de Woordenlijst uitsluitsel.
* achter een woord
betekent dat het woord in de verklarende lijst van vaktermen
staat.
Het gewone teken om een
woord af te breken op het eind van een tekstregel is het liggend
streepje (-). Om verwarring te vermijden met het koppelteken in
samengestelde woorden (auto-onderdelen)
gebruiken we voor afbreking in deze Leidraad en in de Woordenlijst
een bolletje, behalve op de plaats waar ook in de niet-afgebroken
vorm een koppelteken staat: au•to-on•der•de•len.
Verwijzingen naar andere
plaatsen in de tekst worden aangegeven met een pijltje: →.
In de tekst worden
voorbeelden gegeven bij elke regel of bij elke categorie van
woorden. Deze lijsten zijn alleen volledig als dat uitdrukkelijk
wordt vermeld.
2. Klinkers
|
lange klinker
|
staar,
staren
|
2.A
|
|
dubbele
medeklinker
|
net,
netten
|
2.B
|
|
ee
op het eind
|
zee
|
2.C
|
|
op het eind van
een Frans woord
|
café
|
2.D
|
|
oo
voor ch
|
goochelaar
|
2.E
|
|
u
voor w
|
schaduw
|
2.F
|
|
voor -aard,
-aardig, -achtig
|
wreedaard
|
2.G
|
|
ei
of ij
|
meid,
mijt
|
|
|
au
of ou
|
gauw,
gouw
|
|
2.1. verenkeling van
lange klinkers in een open lettergreep
regel
2.A
Een
lange klinker wordt in een gesloten lettergreep* geschreven met
twee tekens, in een open lettergreep met een enkel teken.
Het gaat om de lange
klinkers* /aa/,
/ee/, /oo/ en /uu/. We
schrijven dus oo in de gesloten
lettergreep boom, maar o
in de open lettergreep bo•men. Op
dezelfde manier:
staar
– staren
heel
– helend
koor
– koren
zuur
– verzuren
Deze regel geldt niet
voor de /ie/, waarvoor we een ander stel regels hebben. Ook zijn
er talloze uitzonderingen, onder meer voor uitheemse woorden*.
De klinkers eu
en oe worden in inheemse woorden altijd
op dezelfde manier geschreven.
2.2 . verdubbeling van
medeklinkers op het eind van een gesloten lettergreep
regel
2.B
Een
medeklinker schrijven we dubbel na een korte klinker als er op die
medeklinker nog een onbeklemtoonde lettergreep* volgt.
Het gaat om de
medeklinkers b, d, f, g, k, l, m, n, p, r, s,
t, z en c (uitgesproken als /k/) en
om de korte klinkers* /a/, /e/, /i/, /o/, /u/.
netten
biggen
remmen
aerobiccen
Uitzonderingen op deze
regel:
(a)
enkele medeklinker in verbogen en vervoegde vormen van woorden die
eindigen op onbeklemtoond -el, -es, -et, -ig,
-ik, -il, -it, -em
schakelen
dreumesen
lemmeten
bezigen
leeuweriken
stencilen
kieviten
ademen
(b)
enkele m in afleidingen* van plaatsnamen
met twee lettergrepen die eindigen op -um
Bussumer
Dokkumer
Maar: Blaricummer,
Hilversummer
2.3. /ee/ op het eind
van een inheems woord
regel
2.C
De
lange /ee/ wordt aan het einde van een inheems woord* met twee
tekens geschreven. In een samenstelling* of een afleiding*
behouden we deze dubbele klinker. Maar voor -isch
schrijven we de e
enkel.
zee
– zeevis – overzeese
twee
– tweeling – tweetjes – tweeën
Goeree
– Goereese
De regel geldt ook voor
sommige uitheemse woorden.
trochee
– trocheïsch
Aandacht verdienen
uitheemse* woorden die geen grondwoord* hebben dat eindigt op /ee/,
maar wel afgeleide vormen die eindigen op -eeën,
-eeër, -eïsch, -ese, -eïsme, -eïstisch.
farizeeën
– farizeeër – farizees – farizese – farizeïsch –
farizeïsme
Pyreneeën
– Pyrenees – Pyrenese
Europeeër
– Europees – Europese
2.4. /ee/ op het eind
van een Frans woord
In het Frans kan een
woord eindigen op -é (café)
of op -ée (matinée).
In het Nederlands vervalt het accent aigu op de ee.
café
comité
matinee
puree
assemblee
→ accenttekens,
4.1, 4.2
regel
2.D
Als
de aanduiding van een persoon eindigt op /ee/, schrijven we -é
voor de mannelijke of sekseneutrale
vorm, -ee voor
de vrouwelijke vorm.
een
attaché (m) – een attachee (v)
een
employé (m) – een employee (v)
een
invité (m) – een invitee (v)
Voor woorden die als
zuiver uitheems worden aangevoeld, en die hun accenten niet
verliezen, geldt deze regel niet. De vrouwelijke vorm behoudt de -ée.
een
dégénéré (m) – een dégénérée
(v)
een
délégué (m) – een déléguée (v)
In verkleinwoorden wordt
de slotklinker -é omgezet in ee.
café
– cafeetje
prostitué
of prostituee – prostitueetje
→ afbreking: 18
2.5 . ie
of i
?
We schrijven de lange
/ie/ meestal als ie:
(a) in een gesloten
lettergreep*: fiets, niet, advies, plezier,
lief, actief;
(b) aan het einde van
een woord: olie, hatsjie, kwestie, positie,
die, neurie, industrie, bacterie;
(c) in een beklemtoonde
open lettergreep die niet aan het eind van een woord komt: gierig,
gieten, spiegel.
We schrijven de lange
/ie/ meestal als i:
(a) in een
onbeklemtoonde open lettergreep die niet aan het eind van een
woord komt: figuur, gitaar, libel, miauw,
riool;
(b) in het
achtervoegsel* -isch: Russisch,
romantisch;
(c) in veel uitheemse
woorden*: taxi, piramide, broccoli, ski,
souvenir, bikini, alibi.
Er zijn veel
uitzonderingen op deze vuistregels. Zo schrijven we gieter,
maar ook liter, en jullie
maar ook juli. De Woordenlijst geeft
uitsluitsel.
→ trema bij oliën
of knieën: 7.4
2.6 . oo
voor ch
regel
2.E
We
schrijven de klank /oo/ met twee tekens voor de medeklinker ch
, ook in een open lettergreep*.
goochelaar
loochenen
2.7 . u
voor w
regel
2.F
We
schrijven de klank /uu/ met een enkel teken voor de medeklinker w,
ook in een gesloten lettergreep*.
schaduw
– schaduwen
afschuw
– afschuwelijk
2.8. gesloten
lettergreep voor -aard,
-aardig, -achtig
regel
2.G
In
de laatste lettergreep voor de achtervoegsels* -aard,
-aardig, -achtig schrijven we de
lange klinkers /aa/, /oo/, /ee/, /uu/ met twee tekens.
Als we woorden met deze
achtervoegsels afbreken, is de lettergreep* gesloten.
wreedaard
– wreed•aard
boosaardig
– boos•aardig
geelachtig
– geel•achtig
Maar: hovaardig
(gevormd met -vaardig).
2.9 . ei
of ij
?
De spelling van woorden
met ei (‘korte ei’) of ij
(‘lange ij’) hangt af van de etymologie van het woord. Wat wij
vandaag op verschillende wijze schrijven maar op dezelfde manier
uitspreken (bijvoorbeeld leiden en lijden),
werd vroeger ook op verschillende wijze uitgesproken (bijvoorbeeld
in de middeleeuwen le(i)den en liden).
In veel dialecten zijn deze uitspraakverschillen vandaag nog te
horen. Bij twijfel over de juiste spelling biedt de Woordenlijst
uitsluitsel.
2.10 . au
of ou
?
Woorden die we vandaag
met ou schrijven hebben een andere
geschiedenis dan vergelijkbare woorden die een au
hebben. Er zijn geen vuistregels te geven die de taalgebruiker
enig houvast bieden. De Woordenlijst geeft uitsluitsel.
3. Medeklinkers
Er zijn geen sluitende
regels om te bepalen wanneer een woord uit een andere taal met de
uitheemse medeklinkers c en x,
of de combinaties qu, th
of rh wordt geschreven. Doorgaans geldt
wel de gelijkvormigheidsregel: als we een woorddeel met c
schrijven, is dat in (bijna) alle combinaties met andere woorddelen
het geval.
|
k
of c?
|
3.1
|
|
elementen
achteraan
|
bibliothecaresse
|
|
vooraan co-,
col-, com-
|
coalitie
|
|
vooraan cata-,
cate-, crypt-
|
catastrofe
|
|
elek-
|
elektriciteit
|
|
k
of qu?
|
3.2
|
|
t
of th?
|
3.3
|
|
s
of z?
|
3.4
|
|
bijvoeglijke
naamwoorden
|
religieus
– religieuze
|
|
werkwoorden
|
organiseren
|
|
x
of ks?
|
3.5
|
3.1. k
of c
?
De klank /k/ schrijven
we met k in inheemse woorden* zoals kan,
bakken, kruipen.
Naarmate een uitheems
woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de
schrijfwijze vernederlandst. Dat is gebeurd met van oorsprong
Latijnse en Franse woorden als komedie,
karakter, akte, strikt, maar niet met contact,
locomotief, product, college, actrice. De Woordenlijst biedt
hier uitsluitsel.
Soms schrijven we
verwante woorden in de ene vorm met k,
in een andere met c.
kritiek,
kritisch – criticus, criticaster
praktijk,
praktisch – practicus, practicum
klassiek
– classicisme
klasseren
– declasseren
vakantie
– vacant
akkoord
– accorderen
Enkele vuistregels geven
de taalgebruiker een indicatie over de spelling met k
of c.
(a)
We schrijven c in de uitheemse elementen
-act,
-actie, -actief, -ca, -caresse, -caris, -caster, -cateur, -catie,
-cator, -catrice, -cus, -ect, -ectie, -ectief, -ica, -icus,
-scoop, -uct of -uctie.
bibliothecaresse
bioscoop
fysica
insect
locatie
product
productie
reactie
(b)
We schrijven c in de uitheemse elementen
co-, col-,
com-, con-, contra-, cor- aan het
begin van een woord.
coalitie
co-educatie
college
colonne
combattief
conclusie
contact
contrarevolutie
correctie
Niet elke klank /ko/ of
/koo/ aan het begin van een woord valt onder deze regel.
koket
kolonie
komiek
konvooi
kosmos
(c)
We schrijven doorgaans c
in de uitheemse elementen cata-,
cate-, crypt- of crypto-,
loco-, macro- en micro-,
necro-, oct- aan het begin van een
woord.
catastrofe
categorisch
cryptisch
locomotief
microfoon
necrologie
octopus
Andere woorden worden
gespeld met k, onder andere katalysator,
katafalk, katapult, oktober.
(d)
Het woorddeel elek-
in woorden die verwant zijn met elektriciteit
, schrijven we met k.
elektriciteit
elektrisch
elektrocutie
elektronica
3.2 . k
of qu
?
De combinatie qu
wordt soms uitgesproken als /k/, soms als /kw/.
Naarmate een uitheems
woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de
schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms qu,
soms k of kw.
De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.
met
qu
aquarium
quasi
cheque
enquête
etiquette
croquet
(spel)
met
kw of
k
kwadraat
kwaliteit
kwartier
etiket
kroket
(voedsel)
3.3 . t
of th
?
In sommige uitheemse
woorden* schrijven we /t/ als th, maar
| – |
niet aan het
eind van een woord;
|
| – |
niet voor een
medeklinker;
|
| – |
niet na f
of ch.
|
met
th
ether
katholiek
methode
-pathie
(zoals in apathie, sympathie)
-theek
(zoals in bibliotheek, apotheek)
-thecaris,
-thecaresse (zoals in bibliothecaris)
-theker
(zoals in apotheker)
theorie
met
t
allochtoon
astma
atleet
difterie
etnisch
labyrint
In Engelse woorden en
sommige woorden uit het Hebreeuws komt toch een th
aan het eind: sudden death; Goliath.
In inheemse woorden komt
th voor in versteende samenstellingen*
zoals thuis (uit te
en huis) en thans
(uit te en hand)
(maar: nochtans) en in namen zoals Drenthe
(maar: Drents).
3.4 . s
of z
?
(a)
Een uitheems woord* dat eindigt op een lange klinker plus /s/
krijgt doorgaans een /z/, geschreven als z
, als we er een uitgang aan toevoegen die
begint met een toonloze /ə /.
religieus
– religieuze
serieus
– serieuze
Uitzondering:
diffuus – diffuse.
Vrouwelijke
beroepsaanduidingen die eindigen op -euse
en die varianten zijn van mannelijke vormen op -eur,
spreken we uit met /z/, maar we schrijven s.
coiffeuse
masseuse
(b)
We schrijven een s
in de elementen -(i)seren,
-(i)sering, -(i)satie en -siteit.
organiseren,
organisatie
acclimatiseren,
acclimatisering, acclimatisatie
nervositeit
virtuositeit
3.5 . x
of ks
?
Naarmate een uitheems
woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de
schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms x,
soms ks. De Woordenlijst biedt hier
uitsluitsel.
met
x
boxer
(hond, kledingstuk)
index
maximum
sextet
taxi
taxeren
textiel
met
ks
bokser
(sportman)
seks,
sekse (en alle samenstellingen* en afleidingen*, zoals seksclub
en seksualiteit, behalve in de Engelse
woorden sexappeal en sexy)
taks
tekst
6. Los, aaneen of met
een koppelteken?
|
vuistregel
|
|
6.A
|
|
woordgroep
|
academisch
ziekenhuis
|
6.B
|
|
samenstelling en
afleiding
|
tuinstoel,
onaf
|
6.C
|
|
bijzondere
samenstellingen
|
|
gelijkwaardige
elementen
|
pianiste-componiste
|
6.D
|
|
aardrijkskundige
namen
|
Aarle-Rixtel
|
6.E
|
|
woorddeel met
hoofdletter
|
zwart-Amerikaans
|
6.F
|
|
met cijfer,
letter, symbool
|
80-jarige
|
6.G
|
|
met initiaalwoord
|
tv-kijker,
kleuren-tv
|
6.H
|
|
met bijzondere
voor- of nabepaling
|
niet-rookster
|
6.I
|
|
afleiding
van letter, cijfer, initiaalwoord
|
sms’en
|
6.J
|
|
samenkoppeling
|
kruidje-roer-me-niet
|
6.K
|
|
samenkoppeling
in samenstelling
|
doe-het-zelfzaak
|
6.L
|
|
woordgroep
in samenstelling
|
langeafstandsloper,
a-capellakoor,
Middellandse
Zeegebied,
Karel
I-sigaar
|
6.M
|
|
woordgroep
of samenstelling?
|
|
aaneenschrijven
van telwoorden
|
honderdenzes
miljoen
|
6.N
|
vuistregel
6.A
Een
woordgroep* schrijven we los.
Een
samenstelling* of afleiding* schrijven we aaneen.
In
enkele bijzondere gevallen schrijven we een samenstelling of
woordgroep met een koppelteken.
Voor het aaneenschrijven
van een samenstelling of afleiding moeten we bijzondere regels in
acht nemen in het geval van klinkerbotsing*. We gebruiken dan een
koppelteken of een trema.
→ klinkerbotsing:
7.1 tot 7.5
6.1. woordgroep los
regel
6.B
Een
woordgroep schrijven we met spaties tussen de woorden.
Een woordgroep* is een
serie woorden die bij elkaar worden gehouden door een grammaticaal
verband, zoals in een zin. Dat verband hoeven we niet te tonen in
de spelling. Daarom schrijven we de woorden in een woordgroep los
van elkaar.
Ik
zoek de weg naar het academisch ziekenhuis.
Je
zoekt het veel te ver.
Er
wordt huis aan huis gebeld.
Elizabeth
I
Ze
is geboren op 9 januari 1950.
We
zullen dit ad hoc oplossen.
Het
wordt in der minne geschikt.
→ woordgroep of
samenstelling: 6.8
→ woordgroep vast
in samenstelling: 6.7
6.2. samenstelling* en
afleiding* aaneen
regel
6.C
De
delen van een samenstelling of een afleiding schrijven we aan
elkaar vast.
Als we twee woorden bij
elkaar brengen om er een nieuwe betekenis mee uit te drukken, dan
tonen we het verband tussen de delen door ze aan elkaar vast te
schrijven. Dat doen we met samenstellingen die uit twee of meer
delen bestaan.
tuinstoel
overnemen
bedrijfsklaar
paardenbloem
langetermijnplanning
linkerdijbeenbreuk
Als we om een nieuwe
betekenis uit te drukken een woord combineren met een voor- of
achtervoegsel*, dat niet als een apart woord bestaat, dan noemen
we het geheel een afleiding. Ook de delen van een afleiding
schrijven we aan elkaar vast.
onaf
oerstom
antistoffen
pseudoklassiek
onnoemelijk
schuldig
Als een samenstelling
moeilijk te lezen of te begrijpen is, kunnen we de structuur
verduidelijken met een koppelteken. Zo schrijven we tweedekansonderwijs
volgens de regel aaneen, maar we kunnen ook schrijven tweedekans-onderwijs
als we verwachten dat de lezer de samenstelling niet meteen
doorziet.
Dat kunnen we ook doen
als een woord op twee manieren gelezen kan worden en als uit de
context niet duidelijk is welke betekenis we bedoelen. Als we met valkuil
niet een gecamoufleerde put of een hinderlaag bedoelen, maar een
soort vogel, kunnen we valk-uil
schrijven. In de Woordenlijst wordt dit optionele koppelteken niet
aangegeven.
Op dezelfde manier:
parallelelementen,
maar ook parallel-elementen
massagebed,
maar ook massa-gebed of massage-bed
identiteitschip,
maar ook identiteits-chip
→ facultatief
koppelteken in afleiding: 7.2
→ facultatief
koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1
→ koppelteken bij
klinkerbotsing: 7.2
→ koppelteken bij twee-en-een-half:
7.5
→ koppelteken in
Engelse
samenstellingen: 12.1
→ koppelteken in
samenkoppelingen uit andere talen: 6.5
→ koppelteken in
aardrijkskundige namen en namen van talen: 16.3
6.3 . samenstelling
– bijzondere gevallen met koppelteken
We gebruiken een
koppelteken om de structuur te verduidelijken of om een ongewoon
woordbeeld te vermijden in een samenstelling. Dat moeten we doen
als de elementen gelijkwaardig zijn, bij samengestelde
aardrijkskundige namen, als het tweede element een hoofdletter
heeft, als een van de elementen een cijfer, letter, symbool* of
initiaalwoord* is, of in een samenstelling met een bijzondere
voor- of nabepaling.
(a)
gelijkwaardige elementen
regel
6.D
Tussen
gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een
samenstelling, gebruiken we een koppelteken.
Het gaat om combinaties
van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met
elkaar verwisseld kunnen worden. Zo zouden we een dichter-botanicus
ook een botanicus-dichter kunnen noemen.
een
pianiste-componiste
een
hotel-restaurant
zwart-wit
cultureel-maatschappelijk
politiek-ideologisch
Als een samenstelling
van twee adjectieven in principe niet omwisselbaar is, schrijven
we de twee delen aan elkaar vast. Zo betekent sociaalpsychologisch
niet: sociaal én psychologisch,
maar: volgens de sociale psychologie.
Andere voorbeelden:
privaatrechtelijk
sociaalkritisch
sociaalgeografisch
populairwetenschappelijk
Als een beroepsnaam
vergezeld wordt van een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we die
twee elementen los: sociaal psycholoog,
sociaal geograaf, klinisch bioloog, civiel ingenieur, algemeen
secretaris.
Een samengesteld
bijvoeglijk naamwoord gebruiken we ook om een religieuze,
levensbeschouwelijke of maatschappelijke strekking aan te duiden
die uit twee of meer componenten bestaat. Als de delen in principe
verwisselbaar zijn, dan gebruiken we een koppelteken.
extremistisch-links
(of: links-extremistisch)
democratisch-liberaal-conservatief
(of: democratisch-conservatief-liberaal)
Als de delen van een
dergelijke samenstelling niet verwisselbaar zijn, schrijven we ze
aaneen.
christendemocratisch
(democratischchristen kan niet)
ultranationalistisch
(nationalistischultra kan niet)
We gebruiken ook een
koppelteken als het eerste deel verwijst naar een plaats of een
bevolkingsgroep.
Nederlands-hervormd
rooms-katholiek
Baskisch-nationalistisch
Als we een zelfstandig
naamwoord vormen op basis van dit soort samenstellingen, behouden
we de schrijfwijze (aaneen of met koppelteken).
een
liberaal-conservatief
een
links-extremist
een
christendemocraat
een
Vlaams-nationalist
→ facultatief
koppelteken in samenstelling: 6.2
→ Engelse
samenstellingen en woordgroepen aaneen of los: 12.1
(b)
samengestelde aardrijkskundige namen
regel
6.E
Een
tweedelig samengestelde aardrijkskundige naam en zijn afleidingen
schrijven we met een koppelteken.
Aarle-Rixtel
Knokke-Heist
Deze regel geldt ook
voor aardrijkskundige namen met als linkerdeel* een woord als Noord,
Zuid, West, Oost, Centraal, Hoog, Laag, Boven, Beneden, Midden,
Nieuw, Nederlands, Belgisch, Vlaams, Frans, Latijns, Afro, Indo.
Zuid-Holland
Midden-Amerika
Nieuw-Zeeland
Vlaams-Brabant
Frans-Polynesië
We behouden het
koppelteken in de afleiding* van de samengestelde vorm.
Zuid-Hollands
Nieuw-Zeelander
Vlaams-Brabantse
Uitheemse samengestelde
aardrijkskundige namen die met een spatie geschreven worden,
krijgen geen koppelteken, ook niet in de afgeleide vormen en in
samenstellingen.
New
York – New Yorker – New Yorkse – een New Yorkreis
Sri
Lanka – Sri Lankaan – Sri Lankaans – een Sri Lankareis
→ hoofdletter voor
plaatsnamen, namen van volkeren, namen van talen: 16.3
(c)
tweede woorddeel met een hoofdletter
regel
6.F
We
gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor een woorddeel
met een hoofdletter.
zwart-Amerikaans
pro-Deoadvocaat
Deze regel geldt ook
voor afleidingen met een voorvoegsel dat voor een hoofdletter
komt.
anti-Frans
on-Engels
→ namen van talen
en dialecten: 16.3
(d)
samenstelling met cijfer, letter of symbool*
regel
6.G
We
gebruiken een koppelteken in een tweedelige samenstelling voor of
achter een cijfer, een aparte letter of een symbool.
80-jarige
65+-kaart
y-as
tussen-s
A4-formaat
Het koppelteken
gebruiken we ook na een linkerdeel* dat eindigt op een apostrof
met een s.
een
mama’s-kindje
een
McDonald’s-maaltijd
→ driedelige
samenstellingen met een cijfer: 6.7
Als een woord wordt
gevolgd door een letter of cijfer om een categorie aan te geven,
beschouwen we het geheel als een woordgroep*. We schrijven de
delen niet aan elkaar vast, maar gebruiken een spatie.
hepatitis
B
top
10
vitamine
B12
Een samenstelling met
een dergelijke woordgroep krijgt slechts één koppelteken.
een
hepatitis B-besmetting
een
top 10-plaat
→ woordgroep in
samenstelling: 6.7
→ afleiding van
initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor
verkleinwoorden: 15.4
(e)
samenstelling met initiaalwoord* of met letterwoord of verkorting
met hoofdletter
regel
6.H
We
gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor of achter een
initiaalwoord.
tv-kijker
kleuren-tv
IQ-test
bedrijfs-pc-netwerk
CD&V-voorzitter
Een letterwoord*
schrijven we in een samenstelling vast, behalve als het met een of
meer hoofdletters wordt geschreven.
pincode
petfles
aidsvirus
We schrijven dus wel een
koppelteken in bijvoorbeeld:
Riagg-centrum
VUT-regeling
AWACS-vliegtuig
Ook als er
klinkerbotsing* is, gebruiken we een koppelteken.
havo-opleiding
Een samenstelling met
een verkorting* wordt aaneengeschreven, behalve als de verkorting
met een of meer hoofdletters wordt geschreven.
infostand
hifiketen
We schrijven dus wel een
koppelteken in bijvoorbeeld:
Benelux-land
Vinex-wijk
→ verschil tussen
initiaalwoorden en letterwoorden: 17.3
→ afleiding van
initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor
verkleinwoorden: 15.4
(f)
grondwoord met bijzondere voor- of nabepaling*
regel
6.I
We
gebruiken een koppelteken in een samenstelling die bestaat uit een
grondwoord met een bijzondere voor- of nabepaling.
(1)
met de elementen niet-,
non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-,
kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega- of
meester-
niet-rookster
oud-burgemeester
ex-gedetineerde
adjunct-commissaris
Oud- schrijven we vast
als het niet de betekenis ‘voormalig’ heeft: oudkomer,
oudpapierprijs.
Meester-opzichter
schrijven we met een koppelteken, maar niet meestergast
of meesterbrein, waar de betekenis van
het eerste deel is verzwakt.
(2)
met elementen zoals -generaal,
-president, -testamentair, -verbaal of
-militair
directeur-generaal
minister-president
proces-verbaal
auditeur-militair
(3)
groep of werkstuk, genoemd naar een auteur of inspirator
regering-Kennedy
commissie-Pée-Wesselings
zaak-Profumo
rapport-Van
Traa
(4)
met Sint- of
St.
Sint-Jozef
St.-Anna
sint-bernardshond
(5)
zelfnoemfunctie: een woord dat zichzelf representeert
ik-roman
het-woord
jij-vorm
6.4. afleiding – bijzonder
geval: afleiding van letter, cijfer, symbool of initiaalwoord
regel
6.J
Als
het grondwoord een letter, cijfer, symbool* of initiaalwoord* is,
gebruiken we een apostrof om een meervoud, een bezitsvorm*, een
verkleinwoord* of een andere afleiding* te vormen.
NCRV’s
eerste uitzendingen
sms’jes,
sms’en, zij sms’t, wij sms’ten, ze hebben ge-sms’t
gsm’s,
gsm’etje
tv’loos
Opmerkingen:
(a) De achtervoegsels* -achtig,
-dom, -heid en -schap verbinden we
met een streepje. Andere achtervoegsels met een apostrof.
VTM-achtig
65+-dom
AOW’er
2’tjes
(b) Een voorvoegsel
wordt aan een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord verbonden
met een koppelteken: al dat ge-sms
tegenwoordig, ge-e-maild
→ samenstelling
met cijfer, letter of symbool: 6.3
→ aaneenschrijven
van telwoorden: 6.9
6.5 . samenkoppeling
met koppelteken
regel
6.K
Een
samenkoppeling schrijven we met koppeltekens.
Als een vaste
woordgroep* één begrip vormt, kunnen we de eenheid aangeven door
koppeltekens tussen de woorden te plaatsen. Een dergelijke
woordgroep wordt een samenkoppeling* genoemd.
een
kruidje-roer-me-niet
het
staakt-het-vuren
het
vrouw-zijn
een
kant-en-klare maaltijd
laag-bij-de-gronds
een
duivel-doet-al
Onze-Lieve-Vrouw
Samenkoppelingen die we
uit andere talen overnemen, behouden de koppeltekens of de spaties
die ze in de vreemde taal hebben.
a
priori, het a priori (maar in een afleiding*: a-priorisch)
haute
couture
deux-chevaux
face-à-main
rez-de-chaussee
trompe-l’oeil
→ samenkoppeling
in samenstelling: 6.6
→ woordgroep of
samenstelling: 6.8
→ Engelse
samenstellingen en uitdrukkingen aaneen of los: 12.1
6.6. samenkoppeling in
samenstelling
regel
6.L
Als
we een samenstelling maken waar een samenkoppeling deel van
uitmaakt, behouden we de koppeltekens tussen de woorden van de
samenkoppeling. De samenkoppeling schrijven we vast aan het andere
deel van de samenstelling.
doe-het-zelf
– doe-het-zelfzaak
nek-aan-nek
– nek-aan-nekrace
kat-en-muis
– kat-en-muisspelletje
heen-en-weer
– heen-en-weerdienst
Het koppelteken
gebruiken we ook in samenstellingen waarin het rechterdeel
verbonden wordt met twee of meer elementen die met elkaar
gelijkwaardig zijn.
zwart-witfoto
woon-werkverkeer
Het koppelteken
gebruiken we ook in afleidingen* van samenkoppelingen. Het
achtervoegsel* schrijven we vast aan het laatste woorddeel van de
groep.
doe-het-zelver
6.7 . woordgroep in
samenstelling
regel
6.M
(1)
Als we een samenstelling* maken waar een woordgroep* deel van
uitmaakt, schrijven we alle delen aan elkaar vast.
(2)
Tussen de delen van een woordgroep die uit uitheemse woorden*
bestaat, schrijven we in dat geval een koppelteken.
(3)
Een eigennaam* die uit meer dan één woord bestaat, en dus meer
dan één hoofdletter heeft, krijgt geen koppelteken in een
samenstelling of een afleiding.
(4)
Als de woordgroep eindigt met een symbool*, cijfer of letter,
schrijven we een koppelteken vóór het rechterdeel* van de nieuwe
samenstelling.
(1)
samenstelling met woordgroep
lange
afstand – langeafstandsraket
eerste
minister – eersteministerportefeuille
tweede
kans – tweedekansonderwijs
open
haard – nepopenhaard
sociale
zekerheid – basissocialezekerheid
We gebruiken een
koppelteken in geval van klinkerbotsing*.
eerste
minister: vice-eersteminister
Als het eerste deel van
de woordgroep een telwoord is, dan schrijven we het vast in de
driedelige samenstelling. Maar als we het telwoord met een cijfer
schrijven, gebruiken we een spatie.
elfjuliviering
of 11 juliviering
vijftigeurobiljet
of 50 eurobiljet
(2)
samenstelling met uitheemse woordgroep
a
capella – a-capellakoor
haute
couture – haute-couturewinkel
ad
hoc – ad-hocbeslissing
Voor samenstellingen met
Engelse woordcombinaties gelden speciale regels.
→ Engelse
samenstellingen: 12.1
(3)
samenstelling of afleiding met meerdelige eigennaam
Middellandse
Zee – Middellandse Zeegebied
Abu
Dhabi – Abu Dhabireis
Rode
Kruis – Rode Kruispost
Koningin
Beatrix – Koningin Beatrixestafette
Tweede
Kamer – Tweede Kamerleden
Ave
Maria – Ave Mariaatje
Als de eigennaam het
rechterdeel vormt van een samenstelling, gebruiken we een
koppelteken voor het eerste woord van de naam.
Rode
Kruis – het mini-Rode Kruis
New
Yorker – ex-New Yorker
New
Yorks – zwart-New Yorks
(4)
samenstelling met woordgroep die eindigt met symbool, letter of
cijfer
Karel
I-sigaar
Lodewijk
XV-meubel
vitamine
B12-kuur
6.8. woordgroep of
samenstelling?
Er is geen scherpe grens
te trekken tussen wat een woordgroep* is en wat een samenstelling*
is. Zelfs met elkaar gerelateerde woordcombinaties, zoals aaneenschrijven
en kapotslaan versus van
elkaar los schrijven en in stukken slaan,
behoren soms tot verschillende categorieën. Vaak zal de
taalgebruiker moeten opzoeken of een bepaalde combinatie in een of
in meer woorden geschreven wordt. Toch zijn er enkele vuistregels
die meestal tot een juiste inschatting leiden.
(a)
één klemtoon: één woord
Combinaties waarin we
elk woord met een klemtoon* kunnen uitspreken, schrijven we
meestal los. Als er een vaste klemtoon is op één lettergreep*,
gaat het om een samenstelling.
Dat is duidelijk te
horen in deze gevallen:
Er
ligt een zwart boek tussen de gekleurde boeken.
Er
is een zwartboek verschenen over deze affaire.
We
moeten een strategie op lange termijn kiezen.
Onze
langetermijnstrategie moet herzien worden.
veelgestelde
vragen (vragen die veel worden gesteld)
veel
gestelde vragen (veel vragen die zijn gesteld)
(b)
woordgroep wordt verbogen in het meervoud
Als we een woordgroep in
het meervoud zetten, verbuigen we doorgaans de bijvoeglijke
naamwoorden. Een bijvoeglijk naamwoord dat deel uitmaakt van een
samenstelling, blijft ongewijzigd.
een
zwart boek – de zwarte boeken
een
zwartboek – de zwartboeken
(c)
woordgroep groeit aaneen door veelvuldig gebruik
Woordcombinaties die
vaak voorkomen in ons taalgebruik, krijgen gemakkelijker de status
van samenstelling dan zeldzame combinaties.
een
portie rodekool
een
portie groene kool
Zij
leert pianospelen.
Zij
leert marimba spelen.
(d)
verzwakte betekenis: aaneengeschreven
Als de betekenis van een
van de woorddelen is verzwakt of niet meer kan worden herkend in
het geheel, dan wordt het woord vaak aaneengeschreven.
een
hoog gebouw
een
hogeschool
drank
halen
ademhalen
(e)
de opbouw geeft een aanwijzing
(1) driedelige
combinaties waarvan het eerste deel wel bij het tweede hoort maar
niet bij het derde, schrijven we aaneen.
een
langebaanwedstrijd (een wedstrijd op de lange baan)
een
korte baanwedstrijd (een korte wedstrijd op de baan)
(2) als de onbepaalde
wijs* van een samengesteld werkwoord in één woord wordt
geschreven, schrijven we ook de vervoegde vormen in één woord,
tenzij er een ander woord tussen de delen komt, of als de volgorde
gewisseld is.
wegblijven
dat
zij wegblijft
de
weggebleven genodigden
dat
ik weg ben gebleven
hij
bleef weg
(3) een
voorzetselbijwoord* kan met een woord als daar,
er, waar, hier een voornaamwoordelijk bijwoord* vormen. We
schrijven dat aaneen. Ook een tweede voorzetselbijwoord* hecht
zich daaraan vast.
daarboven
– erboven – waarboven – hierboven
daarbovenop
– erbovenop – waarbovenop – hierbovenop
(4) een bijwoord dat is
samengesteld uit voorzetselbijwoorden, schrijven we in één
woord. Maar een voorzetselbijwoord schrijven we niet vast aan een
voorzetsel dat behoort bij een woordgroep rond een zelfstandig
naamwoord.
Ze
zit achterop.
Ze
zit achter op de fiets.
Het
staat vanboven.
Zij
komt van boven de Moerdijk.
6.9. aaneenschrijven
van telwoorden
regel
6.N
We
schrijven een getal in één woord, tot en met het woord duizend.
Na het woord duizend
volgt een spatie. De woorden miljoen,
miljard, biljoen, enz. schrijven we
los.
twee
twintig
tweeëntwintig
tweehonderd
tweehonderdtweeëntwintig
tweeëntwintighonderd
tweeduizend
tweehonderdtwintig
twee
miljoen tweehonderdtwintigduizend tweehonderdtweeëntwintig
Rangtelwoorden in
woorden worden op dezelfde manier geschreven.
de
tweede
de
twintigste
de
tweeëntwintigste
de
tweehonderdste
de
tweehonderdtweeëntwintigste
de
tweeduizend tweehonderdtwintigste
de
twee miljoenste
de
twee miljoen tweehonderdduizendste
de
twee miljoen tweehonderdduizend tweehonderdtweeëntwintigste
Een rangtelwoord dat we
met een cijfer schrijven, gevolgd door e
of door ste/de, krijgt geen apostrof.
1e,
1ste
3e,
3de
105e,
105de
De teller en de noemer
van een breuk schrijven we los, behalve als die deel uitmaakt van
een meerledige samenstelling.
twee
derde van de bevolking
twee
zesden van deze taart (twee stukken die ieder één zesde
zijn)
een
tweederdemeerderheid
een
driekwartsmaat
6.10. andere betekenis
– anders geschreven
Ik
vind alles behalve mijn pen.
Het
is allesbehalve plezierig.
Jij
kunt het even goed als ik.
Je
kunt het evengoed laten.
We
hebben ten minste een kilometer gelopen.
Kom
maar op – tenminste, als je durft.
Ten
slotte viel het doek.
We
hadden het tenslotte zelf gekozen.
Ze
hebben te veel betaald.
Het
teveel wordt terugbetaald.
Twee
maal twee is vier.
Ik
heb het tweemaal betaald.
7. Klinkerbotsing
|
hoofdregel
|
gala-avond,
onderzeeër
|
7.A
|
|
Griekse of
Latijnse voorvoegsels
|
co-ouder
|
7.B
|
|
-achtig
|
lila-achtig
|
7.C
|
|
voorvoegsel niet
herkenbaar
|
coördinatie
|
7.D
|
|
drie
of meer klinkers
|
reëel,
essentieel
|
7.E
|
|
uitzonderingen
|
|
|
Klinkerbotsing is de
verwarring die ontstaat wanneer we twee letters die meestal één
klinker of tweeklank voorstellen (bijvoorbeeld aa
of ui), in een woord toch afzonderlijk
moeten lezen (dus als a-a of u-i)
omdat ze tot verschillende lettergrepen behoren. Dat gebeurt in
samenstellingen*, in afleidingen* en in sommige ongelede woorden*
die we uit andere talen hebben overgenomen.
7.1. welke klinkers
botsen?
|
klinkerbotsing
|
geen
klinkerbotsing
|
|
aa,
ae, ai, au
|
ao
|
|
ee,
ei, eu
|
ea,
eo
|
|
ie
|
ia,
io, iu
|
|
oe,
oi, oo, ou
|
oa
|
|
ui,
uu
|
ua,
ue, uo
|
| |
aj,
ej, oj, uj
|
| |
iji
(ij+i)
|
| |
ay,
ya, ey, ye, iy, yi, oy, yo, uy, yu
|
De combinaties i+j,
e+ij, e+ui en i+i leveren een
klinkerbotsing op in een samenstelling (gummi-jas,
vanille-ijs, college-uitstap, sproei-installatie), maar niet
in een ongeleed woord of afleiding (bijectie,
beijveren, geuit, kopiist).
Een accent* op een
letter neemt de klinkerbotsing niet weg. We schrijven dus café-eigenaar.
7.2. hoe
klinkerbotsing te vermijden?
hoofdregel
7.A
We
vermijden klinkerbotsing in een samenstelling door een koppelteken
te gebruiken.
We
vermijden klinkerbotsing in een ongeleed woord* of in een
afleiding door een trema te gebruiken.
samenstelling
gala-avond
garage-eigenares
bureau-inhoud
gummi-jas
ongeleed
woord
Kaïn
poëzie
ruïne
patiënt
afleiding
onderzeeër
smeuïg
beïnvloeden
geërfd
Als zich geen
klinkerbotsing voordoet, schrijven we de samenstelling of
afleiding aaneen.
cameraopstelling
beantwoord
koffieautomaat
carrièreoverweging
geleiachtig
geolied
cadeauabonnement
babyeczeem
polyinterpretabel
juryuitspraak
→ facultatief
koppelteken in samenstelling: 6.2
bijzonder
geval 7.B
Een
afleiding* met een voorvoegsel* van Griekse of Latijnse oorsprong
behandelen we als een samenstelling*. We schrijven het voorvoegsel
aan het grondwoord* vast. Bij klinkerbotsing krijgt de afleiding
een koppelteken.
Het gaat om voorvoegsels
(of elementen die we als voorvoegsel gebruiken) zoals aero-,
anti-, audio-, auto-, bi-, bio-, co-, contra-, de-, di-, duo-,
elektro-, extra-, giga-, intra-, loco-, macro-, micro-, mini-,
mono-, multi-, neo-, para-, pre-, pro-, proto-, pseudo-, quasi-,
re-, retro-, semi-, socio-, supra-, tri-, ultra- en vice-.
co-ouder
de-escaleren
mini-essay
pre-emeritaat
pseudo-islamitisch
quasi-intellectueel
Als zich geen
klinkerbotsing voordoet, schrijven we deze voorvoegsels vast aan
het grondwoord.
coauteur
deactualiseren
pseudoklassiek
regeneratie
Om de leesbaarheid te
bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken na het
voorvoegsel. We schrijven dus volgens de regels quasionschuldig
en miniuitrusting, maar we kunnen ook
schrijven quasi-onschuldig en mini-uitrusting.
In de Woordenlijst is dat facultatieve koppelteken niet opgenomen.
→ facultatief
koppelteken in samenstelling: 6.2
→ facultatief
koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1
→ samenstelling
met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3
bijzonder
geval 7.C
Een
afleiding met het achtervoegsel* -achtig
behandelen we als een samenstelling.
Ze krijgt een koppelteken bij klinkerbotsing.
lila-achtig
opera-achtig
maffia-achtig
bijzonder
geval 7.D
Een
woord waarin we het uitheemse voorvoegsel niet los kunnen zien van
het grondwoord behandelen we als ongeleed*. Het krijgt bij
klinkerbotsing een trema.
Sommige woorden zien er
geleed uit, maar zijn niet terug te brengen tot de betekenis van
de delen. We behandelen ze als ongelede woorden. Die krijgen een
trema bij klinkerbotsing.
Zo is co-ouderschap
wel te herleiden tot co =
‘gezamenlijk’ + ouderschap, maar coördinatie
is niet co+ordinatie.
Op dezelfde manier:
coëfficiënt
coïncidentie
preëminent
biënnale
tetraëder
We schrijven dus:
copiloot:
geen twee klinkers
coalitie,
coauteur: geen klinkerbotsing
co-ouderschap:
klinkerbotsing – het geheel wordt herkend als ‘samen ouder
zijn’ en dus als afleiding met uitheems voorvoegsel
coördinatie:
klinkerbotsing – het geheel wordt niet herkend als ‘samen
ordineren’ en wordt daarom beschouwd als een ongeleed woord
Op dezelfde wijze:
re-integreren:
geheel wordt herkend als ‘opnieuw integreren’ – afleiding
met uitheems voorvoegsel
reünie:
geheel wordt niet herkend als ‘opnieuw een unie’ – beschouwd
als ongeleed woord
→ samenstelling
met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3
7.3 . schema
| |
zonder Latijns
of Grieks voorvoegsel
|
met Latijns of
Grieks voorvoegsel
|
| |
ongeleed
|
afleiding
|
samenstelling
|
ongeleed
|
geleed
|
|
geen
klinkerbotsing
ao,
ea, eo, ia, oa, ua, ue, iji, ijij, ay, ya, ye, yi, yu
|
chaos
ideaal
sociaal
actualiteit
|
continueren
geleiachtig
buiige
essentieel
|
cameraopstelling
autonomieakkoord
carrièreoverweging
radioantenne
|
coalitie
realisatie
dieet
triangel
|
coauteur
regeneratie
miniuitrusting
quasionschuldig
|
| |
|
|
|
|
|
|
wel
klinkerbotsing
aa,
ae, ai, au, ee, ei, eu, ie, oe, oi, oo, ou, ui, uu (en
i+j,
e+ij, e+ui, i+i in
samenstellingen)
|
creëren
poëzie
druïde
patiënt
|
onderzeeër
smeuïg
beïnvloeden
essentiële
|
gala-avond
ski-instructeur
bureau-inhoud
gummi-jas
|
coördinatie
reünie
biënnale
preëminent
|
co-existentie
re-integratie
macro-economie
de-escaleren
|
7.4 . drie of meer
opeenvolgende klinkerletters in ongelede woorden en afleidingen
bijzonder
geval 7.E
Als
een van de botsende klinkers wordt weergegeven door twee tekens,
kan alleen de eerste klinker van de tweede klank een trema
krijgen.
re+eel:
reëel
ree+en:
reeën
fee+eriek:
feeëriek
ge+eigend:
geëigend
bedoe+ien:
bedoeïen
barbecue+en:
barbecueën
Na een i
schrijven we geen trema als er in totaal drie of meer
klinkertekens staan.
essenti+eel:
essentieel
kei+en:
keien
uitzaai+en:
uitzaaien
De eerste letter van een
au, ij, oe, ou of ui krijgt nooit een
trema.
ge+automatiseerd:
geautomatiseerd
ge+ijkt:
geijkt
ge+oefend:
geoefend
ge+out:
geout
ge+uit:
geuit
De eerste letter van een
ie en ei kan
wel een trema krijgen.
Oekraïens
jezuïet
beëindigd
Gaat het om de
combinatie ie-e, dan hangt het van de
klemtoon af of er een e wegvalt of niet.
Wordt de /ie/ beklemtoond, dan schrijven we ieë;
heeft de /ie/ geen klemtoon, dan schrijven we ië.
knieën
calorieën
oliën
chemicaliën
7.5. uitzonderingen
(a)
zoiets wordt
aaneengeschreven zonder trema
Zo-even
heeft een koppelteken.
(b)
getallen in letters krijgen bij klinkerbotsing een trema
tweeënveertig
drieënhalf
Maar we lossen de
klinkerbotsing op met een koppelteken als een telwoord
gecombineerd wordt met een ander woord: twee-eiig,
twee-en-een-half, drie-eenheid.
(c)
geen trema in de Franse achtervoegsels* -ien
en -ienne
opticien
lesbienne
(d)
geen trema in zuiver uitheemse woorden*
De hoofdregel is niet
van toepassing op woorden die nog als volledig uitheems worden
beschouwd en hun oorspronkelijke spelling behouden.
paella
perpetuum
maestro
baccalaureus
museum
extranei
(e)
geen trema boven een accent*
Een letter met een
accent behoudt dat accent. Er komt geen trema bovenop.
carrière
première
variété
(f)
bij afbreking* van een woord vervalt het trema op de eerste letter
van de volgende tekstregel
ru•ine
ego•isme
continu•iteit
decafe•iné
→ afbreking: 18
8.
Samenstelling met tussenletters -e-
of -en-
Een samenstelling* maken
we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven.
Een deur
die naar een kamer leidt waar het bad
staat, is een badkamerdeur.
Soms spreken we tussen
twee delen een tussenklank* uit die klinkt als een toonloze /ə
/, soms als /ə n/.
|
hoofdregel
|
rodekool,
knarsetanden, gerstenat, aspergesoep, weidevogel, perensap,
lerarenopleiding, linzensoep
|
8.A
|
|
3
uitsluitingen
|
|
uitsluiting:
linkerdeel op -en
|
havengebied
|
8.B
|
|
uitsluiting:
versteende samenstelling
|
apegapen
|
8.C
|
|
uitsluiting: oude
naamvalsvorm
|
’s
anderendaags
|
8.D
|
|
3
uitzonderingen
|
|
linkerdeel is
uniek
|
Onze-Lieve-Vrouwekerk
|
8.E
|
|
linkerdeel
versterkt
|
apetrots
|
8.F
|
|
linkerdeel heeft
vrouwelijke nevenvorm
|
studentenkamer
|
8.G
|
8.1. hoofdregel
Als het linkerdeel* van
de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat niet eindigt op
een toonloze /ə /, schrijven we de tussenklank /ə (n)/
doorgaans als -en.
Het hok
van een hond is een hondenhok.
Het sap
van een peer is perensap.
Wanneer het linkerdeel
van een samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat wel eindigt
op een toonloze /ə /, schrijven we in sommige gevallen ook -en.
Als een zieke
zorg krijgt is dat ziekenzorg.
Soms schrijven we niet -en
maar -e, bijvoorbeeld in ziektekiem,
secondewijzer, zonneschijn. Dat hangt af van de kenmerken van
het linkerdeel van de samenstelling, in de voorbeelden dus de
kenmerken van de woorden ziekte, seconde
en zon.
hoofdregel
8.A
We
schrijven de tussenklank als -en
als het linkerdeel van de
samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud heeft
op -en, maar
geen meervoud op -es.
In
andere gevallen schrijven we -e.
Hoe
de regel toe te passen?
Is
het rode(n)kool, knarse(n)tanden, gerste(n)nat, asperge(n)soep,
weide(n)vogel, pere(n)sap, lerare(n)opleiding, linze(n)soep?
Opmerking
over de woordsoort van het linkerdeel
Volgens de hoofdregel
schrijven we de tussenklank alleen als -en-
als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Dus niet als het
eerste deel de stam van een werkwoord is, ook al lijkt die op een
zelfstandig naamwoord.
brekebeen
– linkerdeel is de stam van het werkwoord breken
wiegelied
– linkerdeel is de stam van het werkwoord wiegen
spinnewiel
– linkerdeel is de stam van het werkwoord spinnen
Wel -en
in:
wiegendood
– linkerdeel is het zelfstandig naamwoord wieg
spinnenweb
– linkerdeel is het zelfstandig naamwoord spin
Opmerking
over het meervoud op -es
Bedoeld worden woorden
die in het enkelvoud eindigen op een toonloze /ə / en een
meervoud hebben op -s.
8.2. drie gevallen
waarin we de hoofdregel niet toepassen
uitsluiting
8.B
Als
het linkerdeel van de samenstelling al eindigt op -en,
is er geen echte tussenklank. We behouden de schrijfwijze van dat
deel.
havengebied
keukentafel
molensteen
uitsluiting
8.C
In
sommige samenstellingen kunnen we de samenstellende delen
nauwelijks of niet herkennen. We noemen ze versteende
samenstellingen. Andere woorden zijn slechts in schijn
samenstellingen. Op deze woorden passen we de regel niet toe.
Voorbeelden:
apegapen
(op – liggen)
apekool
apelazarus
(zich het – werken)
apezuur
(zich het – werken)
bakkebaard
bolleboos
bruidegom
bullebak
duimelot
deuvekaters
elleboog
hazewind
kakebeen
kattebelletje
(haastig geschreven briefje)
kinnebak
klerezooi
koekepeer
kruizemunt
ledemaat
nachtegaal
petekind
pierement
pierewaaien
redekaveling
rederijker
ruggespraak
scharretong
schattebout
sikkepit
stedehouder
takkewijf
wielewaal
zinnebeeld
zottebollen
Bij twijfel geeft de
Woordenlijst uitsluitsel.
uitsluiting
8.D
Sommige
samenstellingen zijn ontstaan doordat een woordgroep* aan elkaar
is gegroeid. Vaak hebben de zelfstandige naamwoorden een oude
naamvalsvorm. Dat bepaalt de schrijfwijze.
’s
anderendaags
goedendag
grotendeels
inderminneregeling
ingebrekestelling
meestentijds
merendeel
ondercurateleplaatsing
Bij twijfel geeft de
Woordenlijst uitsluitsel.
8.3. drie
uitzonderingen op de hoofdregel
uitzonderingsregel
8.E
Als
het linkerdeel van een samenstelling verwijst naar een persoon of
zaak die in de gegeven context uniek is, schrijven we -e.
Het gaat uitsluitend om
de samenstellingen met (Onze-)Lieve-Vrouw
of (onze)lievevrouw, met zon,
maan en hel.
Onze-Lieve-Vrouwekerk,
onzelievevrouwebedstro, lievevrouwebeestje
zonnestraal,
zonnebank, zonnegod
maneschijn
hellevuur,
helleveeg
Ook de woorden Koninginnedag,
Koninginnefeest en koninginnenacht
schrijven we zonder tussen-n.
Maar met tussen-n:
koninginnensoep, koninginnenhapje,
koninginnenrit.
uitzonderingsregel
8.F
Als
het linkerdeel van een samenstelling een versterkende betekenis
heeft en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we -e.
Het gaat om deze woorden
en andere die op dezelfde wijze worden gevormd:
apetrots,
apezat
beregoed,
beresterk, beretrots
boordevol
pikkedonker
retegoed,
reteslim
reuzeleuk,
reuzemooi, reuzegroot, reuzeklein
stekeblind
De hoofdregel geldt wel
voor woorden als huizenhoog, mijlenver,
urenlang. Het gaat hier om combinaties waarbij het linkerdeel
een soort eenheid aangeeft: zoveel huizen hoog, zoveel mijlen ver.
Bijvoeglijke naamwoorden
zoals ravenzwart en flessengroen
vallen ook onder de hoofdregel, alsook samengestelde zelfstandige
naamwoorden zoals apenstreken, berenhol,
leeuwenmoed, reuzenhuis. We denken in deze gevallen aan een
vergelijking: glanzend zwart zoals een raaf; streken als van een
aap; zo veel moed als een leeuw; een huis zo groot als van een
reus.
Een samenstelling waarin
reus letterlijk genomen moet worden,
schrijven we ook volgens de hoofdregel: een reuzenstoet
(een stoet waarin reuzen worden meegedragen).
Samenstellingen zoals klassespeler,
klotefilm en reuzemop schrijven we
met -e omdat we het linkerdeel
beschouwen als een bijvoeglijk naamwoord. Volgens de hoofdregel
krijgt dat geen tussen-n.
uitzonderingsregel
8.G
Als
een zelfstandig naamwoord dat een persoon aanduidt een vrouwelijke
nevenvorm heeft die alleen verschilt van de mannelijke door een
achtervoegsel* -e
, dan gaan we voor de regels voor de
tussenklank /ə (n)/ uit van de mannelijke vorm. We schrijven
de tussenletters -en.
Als we een woord als studentenkamer
schrijven, gaan we dus niet uit van de meervoudsvorm studentes,
die alleen geldt voor het enkelvoud studente.
We nemen de mannelijke vorm, die als sekseneutraal wordt
beschouwd, en schrijven studentenkamer,
zelfs al wonen er alleen studentes, en studentenzwangerschap,
ook al kan het alleen gaan om een studente.
Hetzelfde geldt voor agentenopleiding,
waar we de meervoudsvorm agentes buiten
beschouwing laten.
10. Samenstelling
of afleiding met of zonder tussenletter -s-
Een samenstelling* maken
we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven.
De deur
die naar een kamer leidt waar het bad
staat, is een badkamerdeur.
Soms spreken we tussen
twee delen een extra /s/ uit. Dat is een tussenklank*.
Die horen we soms ook in
afleidingen*, bijvoorbeeld met -matig, -waard,
-waardig en soms met -achtig, -loos en
andere achtervoegsels*.
|
hoorbare
tussenklank
|
dorpskern
|
10.A
|
|
twee sisklanken
|
Stationsstraat
|
10.B
|
10.1. hoorbare
tussenklank
regel
10.A
Als
we een extra /s/ horen tussen twee delen van een samenstelling* of
voor een achtervoegsel*, dan schrijven we die ook.
dorpskern
meningsverschil
lezenswaard
bezienswaardig
Wel een tussen -s
in:
jongensachtig,
meisjesachtig
inhoudsloos,
uitdrukkingsloos
Geen tussen -s,
want we horen die niet in:
geelachtig,
zenuwachtig
liefdeloos,
reukloos
Variatie
in het taalgebruik
Sommige woorden worden
door de ene taalgebruiker met, en door de andere taalgebruiker
zonder tussenklank /s/ uitgesproken.
De een zegt druggebruik,
de ander drugsgebruik.
De een zegt gewichtloos,
de ander gewichtsloos.
In zulke gevallen zijn
beide spellingen correct.
Andere voorbeelden:
geslacht(s)loos
minister(s)portefeuille
spelling(s)probleem
voorbehoed(s)middel
gladheid(s)bestrijding
Andere
betekenis – anders geschreven
Soms is er een verschil
in betekenis tussen een combinatie met, en een combinatie zonder
tussen-s.
Voorbeelden:
schilderatelier:
ruimte, bijvoorbeeld in een school, waar wordt geschilderd
schildersatelier:
werkplaats van een schilder
waternood:
gebrek aan water
watersnood:
overstroming
zusterschool:
verwante school
zustersschool:
nonnenschool
10.2. twee sisklanken
regel
10.B
We
schrijven een extra s
in een samenstelling waarvan het
rechterdeel met een sisklank begint, als de aanwezigheid van de
tussenklank /s/ blijkt uit een vergelijkbaar geval waarbij het
rechterdeel niet met een sisklank begint.
Of er een tussenklank
/s/ is, is moeilijk te horen als het rechterdeel van een
samenstelling met een sisklank* begint.
wandel
+ straat: wandelstraat
station
+ straat: Stationsstraat
We schrijven een extra s
in Stationsstraat, omdat we die ook
vinden in andere samenstellingen met station-:
stationshal, stationsklok, Stationsplein.
Andere gevallen:
eenmanszaak
(want: eenmansactie)
bedrijfszeker
(want: bedrijfsonzeker)
handelszaak
(want: handelsmissie)
meisjesschool
(want: meisjesnaam)
damessjaal
(want: dameshoed)
Soms geeft de
Woordenlijst bij een bepaald grondwoord* zowel samenstellingen met
als zonder tussen-s. Zo staat er
bijvoorbeeld raadkamer en raadgever zonder tussen-s,
maar raadsman en raadskelder
met tussen-s. Zowel de vormen raadzaal
als raadszaal zijn hiermee te
verdedigen. Aanbevolen wordt om in deze gevallen de taalpraktijk
te volgen.
11. Werkwoorden
Bij de spelling van een
werkwoord houden we niet alleen rekening met de klank, maar ook met
de regels van de vervoeging. Die bepalen welke uitgang* we
schrijven, ook al is die niet hoorbaar. De keuze tussen word
en wordt, of tussen vergrote
en vergrootte, hangt in de eerste plaats
af van grammaticale regels.
In dit hoofdstuk
behandelen we de inheemse werkwoorden.
|
zoek
de stam
|
11.A
|
|
voeg
uitgang bij de stam
|
11.B
|
|
tegenwoordige tijd
|
|
|
verleden tijd
regelmatige werkwoorden
|
|
|
voltooid deelwoord
regelmatige werkwoorden
|
11.C
|
|
verleden tijd
onregelmatige werkwoorden
|
|
|
voltooid deelwoord
onregelmatige werkwoorden
|
|
|
gebiedende wijs
|
11.D
|
→ vervoeging van
Engelse werkwoorden: 12.2
11.1. zoek de stam
regel
11.A
De
basisvorm voor het spellen van werkwoordsvormen is de stam. Dat is
de onbepaalde wijs* van het werkwoord zoals we die uitspreken, min
de uitgang* -en
(soms -n
).
wandelen
– (stam) wandel
overwegen
– (stam) overweeg
De stam van werkwoorden
als doen, gaan, staan, slaan, zien (en
samengestelde of afgeleide werkwoorden als uitdoen,
begaan) vinden we door alleen de n
weg te laten.
gaan
– (stam) ga
zien
– (stam) zie
De stam van het
werkwoord komen is kom.
De stam van het
werkwoord douchen is douch.
We schrijven daarom ik douch, ik douchte, ik
heb gedoucht .
Als we de stam
schrijven, passen we de regels toe voor klinkers in open en
gesloten lettergrepen. We schrijven de eindmedeklinker altijd
enkel, dus voor het werkwoord bidden
niet bidd maar bid.
Als de stam eindigt op v of z,
schrijven we f of s
(maar als we deze stam gebruiken in een werkwoordsvorm met -en,
dan wordt de f weer een v
en de s wordt weer een z).
De letters b, d
en g komen wel voor op het eind van de
stam.
zakken
– (stam) zak – jij zakt – wij zakten
zetten
– (stam) zet – jij zet – wij zetten
leven
– (stam) leef – jij leeft – wij
leefden
vrezen
– (stam) vrees – jij vreest – wij
vreesden
schrobben
– (stam) schrob – jij schrobt – wij
schrobden
doden
– (stam) dood – jij doodt – wij
doodden
leggen
– (stam) leg – jij legt – wij legden
Sommige werkwoorden
ondergaan een klinkerwisseling als we ze in de verleden tijd
zetten. Om de verleden tijden van die werkwoorden te spellen gaan
we uit van een tweede stam: de vorm die we horen in de
meervoudsvormen van de verleden tijd, min de uitgang* -en.
Die noemen we de verledentijdsstam.
lopen
– liepen – (verledentijdsstam) liep
brengen
– brachten – (verledentijdsstam) bracht
vinden
– vonden – (verledentijdsstam) vond
hebben
– hadden – (verledentijdsstam) had
Bij werkwoorden met /i/
of /ee/ in de stam krijgen we in de verleden tijd een
klinkerwisseling met een korte klinker in enkelvoudsvormen, een
lange in meervoudsvormen.
bidden
– ik bad – wij baden
spreken
– ik sprak – wij spraken
regel
11.B
Voor
de vervoeging van een werkwoord voegen we bij de stam de uitgang
die we horen. Als de stam eindigt op -d
of -t
, schrijven we de uitgang naar analogie van
andere werkwoorden.
11.2. tegenwoordige
tijd
|
werken
|
|
worden
|
|
ik
werk
|
stam
|
ik
word
|
|
jij
werkt, u werkt, werkt u
|
stam+t
|
jij
wordt, u wordt, wordt u
|
|
werk
jij
|
stam
|
word
jij
|
|
hij,
zij, het werkt
|
stam+t
|
hij,
zij, het wordt
|
|
wij,
jullie, zij werken
|
stam+en
|
wij,
jullie, zij worden
|
Als de stam eindigt op
een t, vervalt de uitgang -t
voor de tweede en derde persoon. We schrijven immers geen dubbele
medeklinker op het eind van een woord.
spellen
– (stam) spel – jij spelt
zetten
– (stam) zet – jij zet (niet: zett)
→ beginsel van de
gelijkvormigheid: 1.2
Als de stam eindigt op
een d, krijgen we wel een -dt.
worden
– (stam) word – hij wordt
De vorm met u
of gij heeft altijd een t.
u
werkt – werkt u
u
wordt – wordt u
gij
werkt – werkt gij
gij
wordt – wordt gij
De vorm vóór het
onderwerp jij of je
heeft geen t.
jij
werkt, je werkt – werk jij, werk je
jij
wordt, je wordt – word jij, word je
11.3 . verleden tijd
van regelmatige werkwoorden
Sommige werkwoorden
krijgen de uitgangen -de en -den,
andere de uitgangen -te en -ten.
Dat hangt af van de eindklank van de stam. Als dat een van de
medeklinkers van ’t kofschip of ’t fokschaap
is (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/), of de medeklinker /sj/
(bijvoorbeeld in ramsjen), dan krijgen
de vervoegde vormen -te(n). Als de stam
eindigt op een klinker of een stemhebbende* medeklinker, krijgen
de vervoegde vormen -de(n).
|
delen
|
|
werken
|
|
deel
|
stam
|
werk
|
|
ik,
jij, het deelde
|
stam+de/te
|
ik,
jij, het werkte
|
|
wij,
jullie, zij deelden
|
stam+den/ten
|
wij,
jullie, zij werkten
|
Als de stam eindigt op d
of t, wordt de verleden tijd met een
dubbele medeklinker geschreven.
|
smeden
|
|
vergroten
|
|
smeed
|
stam
|
vergroot
|
|
ik,
jij, het smeedde
|
stam+de/te
|
ik,
jij, het vergrootte
|
|
wij,
jullie, zij smeedden
|
stam+den/ten
|
wij,
jullie, zij vergrootten
|
11.4. voltooid
deelwoord van regelmatige werkwoorden
regel
11.C
Een
voltooid deelwoord dat eindigt op de klank /t/ spellen we met de
eindmedeklinker -d
of -t
die we horen in de verleden tijd.
|
delen
|
|
missen
|
|
ik
heb gedeeld
|
(ge)stam(+d/t)
|
ik
heb gemist
|
| |
|
|
|
smeden
|
|
vergroten
|
|
ik
heb gesmeed
|
(ge)stam(+d/t)
|
ik
heb vergroot
|
Een bekend
ezelsbruggetje om te achterhalen of een voltooid deelwoord met d
dan wel met t wordt geschreven, is
luisteren naar de verleden tijd. Eindigt die op -de,
dan schrijven we het voltooid deelwoord met -d.
Eindigt de verleden tijd op -te, dan
schrijven we het voltooid deelwoord met -t.
ik
smeedde – ik heb gesmeed
ik
miste – ik heb gemist
Als we het voltooid
deelwoord gebruiken als bepaling voor een zelfstandig naamwoord,
dan moeten we het soms verbuigen. Daarbij passen we de regels voor
de verenkeling van klinkers toe.
gedeeld
– de gedeelde vreugde
gemist
– het gemiste doelpunt
gesmeed
– de gesmede ijzers
vergroot
– de vergrote foto
In de verbogen vorm van
het voltooid deelwoord is dezelfde d of t te horen als in de
verleden tijd. Ook aan de hand hiervan kan dus vaak de juiste
schrijfwijze van de onverbogen vorm bepaald worden.
→ verenkeling van
lange klinkers in een open lettergreep: 2.1
11.5. verleden tijd
van onregelmatige werkwoorden
|
lopen
|
|
vinden
|
|
ik,
jij, het liep
|
verledentijdsstam
|
ik,
jij, het vond
|
|
wij,
jullie, zij liepen
|
verledentijdsstam+en
|
wij,
jullie, zij vonden
|
Een verledentijdsstam
met /aa/ heeft in het enkelvoud een /a/: wij
kwamen – ik kwam.
De vorm met u
is gelijk aan die met jij.
(jij
liep) u liep – liep u
(jij
vond) u vond – vond u
De vorm met gij
krijgt altijd een uitgang -t.
gij
liept – gij vondt
liept
gij – vondt gij
11.6. voltooid
deelwoord van onregelmatige werkwoorden
Het voltooid deelwoord
begint, als er geen ander voorvoegsel* is, met ge-
en eindigt op -en, soms op -d
of -t. In sommige gevallen wordt de
gewone stam gebruikt, in andere de verledentijdsstam.
lopen
– gelopen
vinden
– gevonden
begrijpen
– begrepen
vragen
– gevraagd
kopen
– gekocht
11.7 . gebiedende wijs
regel
11.D
De
gebiedende wijs wordt uitgedrukt door de stam van het werkwoord.
Kom
hier.
Ga
weg.
Wees
niet bang.
Word
niet boos.
Had
dan gezwegen.
Wend
u tot de conciërge.
De meervoudsvorm stam+t
komt nog weinig voor. We vinden deze vorm:
| – |
in formele en
oudere vormen van het Nederlands: Neemt
en eet, dit is Mijn Lichaam; proletariërs aller landen,
verenigt u;
|
| – |
in enkele vaste
verbindingen: bezint eer gij begint.
|
Als we het onderwerp van
de gebiedende wijs willen uitdrukken, gebruiken we de onvoltooid
tegenwoordige tijd.
Word
jij maar niet boos.
Houdt
u goed afstand.
Wendt
u zich tot de conciërge.
Komen
jullie maar even mee.
→ vervoeging van
Engelse werkwoorden: 12.2
12. Engelse woorden in
het Nederlands
Woorden die we overnemen
uit het Latijn, het Frans en de meeste andere talen, worden in de
loop van de tijd aangepast aan het Nederlandse spellingsysteem.
Engelse woorden behouden hun Engelse schrijfwijze. Toch maken we in
het Nederlands ook met deze woorden nieuwe vormen, bijvoorbeeld
verkleinwoorden (baby’tje) en
werkwoorden (computeren). Daar hebben we
enkele specifieke regels voor nodig.
|
Engelse
samenstellingen en woordgroepen aaneen of los
|
|
|
samenstelling
|
online
|
12.A
|
|
samenkoppeling
|
gin-tonic,
up-to-date, non-profit, lay-out
|
12.B
|
|
woordgroep
|
collector’s
item, life sentence, chief executive officer
|
12.C
|
|
Engelse
werkwoorden
|
|
|
stam
|
fax,
barbecue, save
|
12.D
|
|
stam op dubbele
medeklinker
|
paintball
|
12.E
|
|
stam met lange /oo/
|
promoot
|
12.F
|
12.1. Engelse
samenstellingen en woordgroepen aaneen of los
regel
12.A
Een
in het Nederlands gebruikelijke samenstelling* van Engelse woorden
schrijven we in één woord.
online
accountmanager
businessclass
download
sciencefiction
voicemail
sixpack
Dat geldt ook voor
driedelige samenstellingen met twee of drie Engelse woorddelen.
publicrelationsbureau
humanresourcesafdeling
lowbudgetfilm
latenightshow
Bij klinkerbotsing* of
als een van de delen een initiaalwoord*, losse letter, cijfer of
symbool* is, gebruiken we een koppelteken.
demi-john
e-mail
pay-tv
Om de leesbaarheid te
bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken tussen
de samenstellende delen. Dit facultatieve teken wordt niet
gebruikt in de Woordenlijst.
musichall,
maar ook music-hall
bodyart,
maar ook body-art
reallifesoap,
maar ook real-lifesoap
knowhowovereenkomst,
maar ook
knowhow-overeenkomst
→ facultatief
koppelteken in samenstelling: 6.2
→ facultatief
koppelteken in afleiding: 7.2
uitzonderingsregel
12.B
Sommige
combinaties behandelen we als een samenkoppeling*. Ze krijgen een
koppelteken.
(a)
als gelijkwaardige delen met elkaar worden gekoppeld
Het gaat om combinaties
van twee of meer elementen die in de samenstelling* in principe
met elkaar verwisseld zouden kunnen worden. Zo zouden we een singer-songwriter
ook een songwriter-singer kunnen noemen.
In enkele Engelse woorden worden deze delen verbonden met and
of ’n.
gin-tonic
Dow-Jones
cash-and-carry
rock-’n-roll
→ samenstelling
– bijzondere gevallen met koppelteken: 6.3
Het koppelteken behouden
we als we met dit geheel een samenstelling of afleiding* maken.
Dow-Jonesindex
rock-’n-rollen
Maar in het geval van (bijna-)reduplicatie*
schrijven we het woord aaneen.
gogogirl
byebye
fiftyfifty
walkietalkie
boogiewoogie
(b)
als ze ook in het Engels vaak een koppelteken hebben
up-to-date
catch-as-catch-can
(c)
als het linkerdeel* no
of non
is
non-profit
no-nonsensepolitiek
no-iron
(d)
als het rechterdeel* een Engels voorzetselbijwoord* is
lay-out
plug-in
stand-by
back-upbestand
all-inpakket
Uitzonderingen: pullover,
countdown, breakdown, feedback, playback.
uitzonderingsregel
12.C
Sommige
combinaties behandelen we als een woordgroep*. We schrijven de
delen los.
(a)
de meeste combinaties van een bezitsvorm*, rangtelwoord of
bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord
collector’s
item
writer’s
block
first
lady
second
opinion
compact
disc
intensive
care
low
budget
big
bang
(b)
gelegenheidsontleningen, meer bepaald woordgroepen die in het
Engels los worden geschreven en die men uitdrukkelijk citeert uit
het Engels als vreemde taal
Vaak wordt een
dergelijke gelegenheidsontlening in een tekst cursief gedrukt.
designer
baby
five
o’clock tea
electronic
data processing
stiff
upper lip
world
wide web
(c)
Engelse drie- of meerdelige functiebenamingen
chief
executive officer
technical
sales assistant
public
relations officer
12.2. vervoeging van
Engelse werkwoorden
Werkwoorden van Engelse
herkomst worden vervoegd zoals Nederlandse werkwoorden. De stam
vormt ook hier de basisvorm voor de spelling, zij het dat die stam
in sommige gevallen zoals in het Engels gespeld blijft en in
andere gevallen aan de Nederlandse spelling wordt aangepast.
Aan de stemloze
medeklinkers van ’t kofschip
moeten we voor Engelse werkwoorden de sisklanken /sj/ en /tsj/
toevoegen. Die horen we bijvoorbeeld aan het eind van de woorden push
en stretch.
regel
12.D
De
stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op
dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de
stam van een inheems werkwoord.
|
Engelse
vorm
|
Nederlandse
vorm
|
stam
|
tegenwoordige
tijd
|
verleden
tijd
|
voltooid
deelwoord
|
|
to
fax
|
faxen
|
fax
|
ik
fax
jij
faxt
|
ik
faxte
jij
faxte
|
gefaxt
|
|
to
snooker
|
snookeren
|
snooker
|
ik
snooker
jij
snookert
|
ik
snookerde
jij
snookerde
|
gesnookerd
|
|
to
facelift
|
faceliften
|
facelift
|
ik
facelift
jij
facelift
|
ik
faceliftte
jij
faceliftte
|
gefacelift
|
|
to
download
|
downloaden
|
download
|
ik
download
jij
downloadt
|
ik
downloadde
jij
downloadde
|
gedownload
|
|
to
barbecue
|
barbecueën
|
barbecue
|
ik
barbecue
jij
barbecuet
|
ik
barbecuede
jij
barbecuede
|
gebarbecued
|
|
to
rugby
|
rugbyen
|
rugby
|
ik
rugby
jij
rugbyt
|
ik
rugbyde
jij
rugbyde
|
gerugbyd
|
|
to
upgrade
|
upgraden
|
upgrade
|
ik
upgrade
jij
upgradet
|
ik
upgradede
jij
upgradede
|
geüpgraded
|
|
to
save
|
saven
|
save
|
ik
save
jij
savet
|
ik
savede
jij
savede
|
gesaved
|
|
to
skate
|
skaten
|
skate
|
ik
skate
jij
skatet
|
ik
skatete
jij
skatete
|
geskatet
|
Het ezelsbruggetje dat
ons doet luisteren naar de verleden tijd om de laatste letter van
het voltooid deelwoord te bepalen, werkt ook voor Engelse
werkwoorden.
ik
downloadde – ik heb gedownload
ik
faxte – ik heb gefaxt
→ voltooid
deelwoord van regelmatige werkwoorden: 11.4
Als de eindmedeklinker
van de stam op twee manieren kan worden uitgesproken, bijvoorbeeld
/f/ en /v/, /s/ en /z/, /dzj/ en /tsj/, zijn zowel de vormen met t
als die met d correct.
to
golf – golfen, (stam) golf – ik
golf, ze golft, we golften/golfden, we hebben gegolft/gegolfd
to
brief – briefen, (stam) brief – ik
brief, ze brieft, we brieften/briefden, we hebben gebrieft/gebriefd
to
lease – leasen, (stam) lease – ik
lease, ze leaset, we leaseten/leaseden, we hebben geleaset/geleased
to
bridge – bridgen (stam) bridge – ik
bridge, ze bridget, we bridgeten/bridgeden, we hebben gebridget/gebridged.
uitzonderingsregel
12.E
Als
het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker,
vernederlandsen we de stam en schrijven we een enkele medeklinker,
tenzij dit een andere uitspraak oproept.
|
Engelse
vorm
|
Nederlandse
vorm
|
stam
|
tegenwoordige
tijd
|
verleden
tijd
|
voltooid
deelwoord
|
|
to
cross
|
crossen
|
cros
|
ik
cros
jij
crost
|
ik
croste
jij
croste
|
gecrost
|
|
volleyball
|
volleyballen
|
volleybal
|
ik
volleybal
jij
volleybalt
|
ik
volleybalde
jij
volleybalde
|
gevolleybald
|
|
paintball
|
paintballen
|
paintball
|
ik
paintball
jij
paintballt
|
ik
paintballde
jij
paintballde
|
gepaintballd
|
uitzonderingsregel
12.F
Als
het woord in het Engels in de laatste uitgesproken lettergreep*
een lange /oo/ of een daaraan verwante klank heeft,
vernederlandsen we de stam en schrijven we oo
met dubbel klinkerteken.
|
Engelse
vorm
|
Nederlandse
vorm
|
stam
|
tegenwoordige
tijd
|
verleden
tijd
|
voltooid
deelwoord
|
|
to
promote
|
promoten
|
promoot
|
ik
promoot
jij
promoot
|
ik
promootte
jij
promootte
|
gepromoot
|
|
to
score
|
scoren
|
scoor
|
ik
scoor
jij
scoort
|
ik
scoorde
jij
scoorde
|
gescoord
|
De regels voor
werkwoorden waarvan de Engelse stam eindigt op -e,
gelden niet voor Franse werkwoorden. We schrijven douchen
– ik douch – zij doucht – ik douchte – hij heeft gedoucht.
15. Verkleinwoorden
15.1. hoofdregel
regel
15.A
Van
veel zelfstandige naamwoorden kunnen we een verkleinwoord* maken
met een achtervoegsel* -je,
-tje, -etje of -pje
. Dat schrijven we vast aan het grondwoord*.
mens
– mensje
cognac
– cognacje
touw
– touwtje
zee
– zeetje
aardbei
– aardbeitje
souvenir
– souvenirtje
kan
– kannetje
koek
– koekje
probleem
– probleempje
Als het grondwoord
eindigt op de klank /ng/, geschreven als -ng,
eindigt het verkleinwoord op -kje of -etje.
camping
– campinkje
leerling
– leerlingetje
In de lettergreep* voor -etje
passen we de regels voor de verdubbeling van medeklinkers* toe.
bal
– balletje
bon
– bonnetje
big
– biggetje
→ verdubbeling van
medeklinkers: 2.2
Sommige woorden hebben
twee verkleinvormen, soms met een betekenisverschil.
bloem
– bloemetje, bloempje
pop
– poppetje, popje
Soms heeft het
grondwoord twee varianten, en daardoor twee verkleinvormen.
heg,
hegge – hegje, heggetje
Het verkleinwoord van jongen
is jongetje.
Als het grondwoord
eindigt op een lange klinker, of als het van vreemde oorsprong is,
kunnen zich spellingproblemen voordoen. Daar zijn bijzondere
regels voor.
15.2. grondwoord
eindigt op lange klinker
regel
15.B
Als
het grondwoord eindigt op een lange klinker die met één
klinkerteken geschreven wordt, dan voegen we een klinkerteken toe
in het verkleinwoord.
De lange /aa/, /ee/, /oo/
en /uu/ worden geschreven als aa, ee, oo, uu.
De lange /ee/, geschreven als é,
verliest het accent en wordt ee. De
lange /ie/, geschreven als i, wordt ie.
oma
– omaatje
café
– cafeetje
taxi
– taxietje
auto
– autootje
paraplu
– parapluutje
regel
15.C
Als
het grondwoord eindigt op een u
(uitgesproken als /oe/) of een y
(na een medeklinker en uitgesproken
als /ie/), dan gebruiken we een apostrof in het verkleinwoord.
tiramisu
– tiramisu’tje
baby
– baby’tje
Maar geen apostrof in
jockey – jockeytje.
15.3. grondwoord van
Franse herkomst
(a)
Frans grondwoord eindigt op een toonloze /ə /
regel
15.D
Als
het grondwoord eindigt op -ade,
-ave, -ffe, -ine, -ppe, -tte, -ule, -ure, -ute ,
dan hangt de spelling van het verkleinwoord af van de uitspraak.
Als de eind- e
van het grondwoord in het
verkleinwoord niet te horen is, wordt de spelling van het
verkleinwoord vernederlandst.
-ade:
karbonade – karbonaadje
-ave:
enclave – enclaafje
-ffe:
giraffe – girafje
-ine:
sardine – sardientje
-ppe:
enveloppe – envelopje
-tte:
diskette – disketje
-ule:
molecule – molecuultje
-ure:
blessure – blessuurtje
-ute:
parachute – parachuutje
Als de eind-e
in het verkleinwoord wordt uitgesproken of als het grondwoord
eindigt op een andere uitgang, passen we hoofdregel 15.A toe.
affiche
– afficheje
blessure
– blessuretje
douche
– doucheje
enclave
– enclavetje
enveloppe
– enveloppetje
giraffe
– giraffetje
molecule
– moleculetje
Opmerkingen:
(a) Als het grondwoord
deel uitmaakt van een uitheemse woordgroep, wordt het
verkleinwoord niet vernederlandst. We schrijven dus eau
de toiletteje.
(b) Engelse woorden die
eindigen op een toonloze /ə /, behouden omwille van de
uitspraak ook de eind-e.
cake
– cakeje
milkshake
– milkshakeje
(b)
Frans grondwoord eindigt op een medeklinker die niet wordt
uitgesproken
regel
15.E
Als
het Franse grondwoord eindigt op een medeklinker t
of d
die we niet uitspreken, voegen we -je
toe. Het verkleinwoord wordt wel
uitgesproken met /tjə /.
colbert
– colbertje
biscuit
– biscuitje
boulevard
– boulevardje
Opmerkingen:
(a) Sommige van deze
woorden kunnen ook worden uitgesproken met t
aan het eind, bijvoorbeeld restaurant.
Dat heeft geen consequenties voor de spelling.
(b) Als we afbreken,
gaat alleen -je naar de volgende regel.
colbert•je
restaurant•je
(c)
Andere gevallen
In alle andere gevallen
voegen we het achtervoegsel dat we horen, doorgaans -tje,
toe volgens regels 15.A. en 15.B
souvenir
– souvenirtje
diner
– dinertje
deux-chevaux
– deux-chevauxtje
tournedos
– tournedostje
mistral
– mistralletje
detail
– detailtje
reçu
– reçuutje
15.4. grondwoord is
initiaalwoord, letter, cijfer of symbool
regel
15.F
Als
het grondwoord een initiaalwoord*, een letter, een cijfer of een
symbool* is, gebruiken we een apostrof in het verkleinwoord.
cd’tje
A4’tje
s’je
m’etje
Letterwoorden* en
verkortingen* worden behandeld als gewone grondwoorden. We hechten
het achtervoegsel vast aan het woord.
radar
– radartje
cd-rom
– cd-rommetje
prof
– profje
demo
– demootje
Een letterwoord met een
hoofdletter krijgt een apostrof voor de uitgang van het
verkleinwoord.
de
FAQ’jes
een
Benelux’je
→ samenstelling
met koppelteken: 6.3
→ afleiding van
initiaalwoord met apostrof: 6.4
16. Hoofdletters of
kleine letters?
|
eigennamen
|
Wim Smidt
|
16.A
|
|
personen
|
Femke
|
16.B
|
| |
freudiaans
|
16.C
|
| |
Shakespearedrama
|
16.D
|
|
aardrijkskundige
namen
|
Amsterdam
|
16.E
|
| |
Leidseplein
|
16.F
|
| |
het
noorden, het Noorden
|
16.G
|
| |
een
fles bordeaux
|
16.H
|
|
talen, dialecten,
culturen
|
het
Nederlands
|
16.I
|
|
volkeren
|
de
West-Vlamingen
|
16.J
|
|
periodes
|
de
middeleeuwen, de lente
|
16.K
|
|
feestdagen
|
Pasen
|
16.L
|
|
stromingen
|
het
protestantisme
|
16.M
|
|
instellingen
|
het
Hof van Cassatie
|
16.N
|
|
merken
|
Dafalgan
|
16.O
|
|
titels
|
de
Ilias
|
16.P
|
|
hoofdletter uit
respect
|
Majesteit
|
16.Q
|
|
functiebenaming
|
professor
Gobelijn
|
16.R
|
|
heilige namen
|
God
|
16.S
|
|
Duitse woorden
|
übermensch
|
16.T
|
|
eerste woord van
een zin
|
Wanneer
ga je op reis?
|
16.U
|
16.1 . hoofdletter
voor een eigennaam
Als we een persoon, een
plaats of een zaak willen aanduiden, kunnen we daarvoor een
eigennaam* gebruiken (hij heet Wim Smidt,
hij werkt bij een organisatie die het Rode Kruis heet, hij woont
in een stad die Amsterdam heet) of een soortnaam* (hij
is een van de vele veertigers, woont op een van de vele pleinen,
naast een van de vele postkantoren).
De meeste spellingregels
zijn niet van toepassing op eigennamen, die immers worden gekozen
en doorgegeven mét een schrijfwijze. We respecteren deze soms
afwijkende schrijfwijze van namen op grond van het donorprincipe*.
Dat geldt ook voor plaats- en straatnamen en voor namen van
instellingen en bedrijven. De officiële spelling betreft alleen
het gebruik van hoofdletters.
hoofdregel
16.A
Een
eigennaam krijgt een hoofdletter; een soortnaam schrijven we
klein.
eigennaam
persoon of dier
Wim
Smidt
Alice
Nahon
Snoopy
eigennaam
plaats
Amsterdam
de
Schelde
eigennaam
zaak
het
Rode Kruis
Café
De Posthoorn
soortnaam
persoon of dier
een
veertiger
een
secretaresse
een
beagle
soortnaam
plaats
een
plein
een
provincie
soortnaam
zaak
een
postkantoor
een
arrondissementsrechtbank
16.2 . persoonsnamen
regel
16.B
(1)
De voornaam en de familienaam van een persoon schrijven we met een
hoofdletter.
(2)
Voorzetsels* en lidwoorden in sommige familienamen krijgen in
Nederland een kleine letter als er een voornaam, initiaal of
familienaam aan voorafgaat. Volgens de Belgische wetgeving worden
deze elementen altijd geschreven zoals ze in het geboorteregister
staan.
(1)
Femke
Nasira
Louis
Paul Boon
Renate
Rubinstein
J.C.T.
Perk
(2)
Nederland
De
Laat
mevrouw
De Laat
mevrouw
Van Dijk-de Laat
Marjolien
de Laat
M.
de Laat
M.
van Dijk-de Laat
België
De
Jonghe
mevrouw
De Jonghe
mevrouw
Van den Bossche-De Jonghe
Rita
De Jonghe
R.
De Jonghe
R.
Van den Bossche-De Jonghe
Een aanspreekvorm of de
titel die iemand draagt, schrijven we (voluit of afgekort) in
lopende tekst met kleine letter.
mevr.
Augusta de Wit
mr.
Eddy Van Vliet
professor
Gobelijn
em.
prof. dr. J.J. Aerts
dominee
François Haverschmidt
regel
16.C
Een
afleiding* van een persoonsnaam krijgt een kleine letter.
freudiaans
marxisme
maoïst
victoriaans
montignaccen
Ook als de naam van een
persoon ongewijzigd wordt gebruikt om een voorwerp te benoemen,
vervalt de hoofdletter. Alleen als het voorwerp het product is van
de arbeid of creativiteit van de genoemde persoon, behouden we de
hoofdletter. Dat geldt bijvoorbeeld voor schilderijen, boeken,
kledingstukken of voorwerpen die een persoonsnaam als merknaam
hebben. Ook de persoonsnamen die zijn gegeven aan schepen of
andere voertuigen, behouden de hoofdletter.
een
colbert
een
bintje
een
diesel
een
Mondriaan
een
Armani
de
Mercator
een
Ford
→ hoofdletter uit
respect: 16.7
regel
16.D
Een
samenstelling* met een persoonsnaam behoudt de hoofdletter. Alleen
als de genoemde persoon niet betrokken is bij het nieuwe begrip
schrijven we het woord met kleine letter.
een
Shakespearedrama
een
Dylanplaat
een
Picassofan
De hoofdletter wordt ook
behouden als een instelling of een merk genoemd wordt naar een
persoon.
de
Van Goghtentoonstelling
de
Erasmushogeschool
een
Philipslamp
Als het verband met de
persoon is verzwakt, verliest de samenstelling haar hoofdletter.
een
Beatlesplaat: een plaat gemaakt door The Beatles
beatlehaar:
haar zoals The Beatles, maar gedragen door iemand anders
Hitlerretoriek:
de manier waarop Adolf Hitler sprak
een
molotovcocktail: benzinebom, genoemd naar de Sovjetminister
Molotov
Samenstellingen met de
naam van een uitvinder of ontdekker krijgen een kleine letter.
berlitzmethode
coopertest
dieselmotor
montessorionderwijs
fröbelschool
Als we de naam los
gebruiken om expliciet naar de uitvinder of ontdekker te
verwijzen, behouden we de hoofdletter.
het
downsyndroom
het
syndroom van Down
zij
heeft alzheimer
een
alzheimerpatiënt
de
ziekte van Alzheimer
16.3 . benamingen van
plaatsen, windstreken, talen, volkeren
(a)
aardrijkskundige namen
regel
16.E
Een
aardrijkskundige naam schrijven we met een hoofdletter.
Deze regel geldt voor
plaatsen, streken, landen, maar ook bijvoorbeeld voor bergen,
rivieren, woestijnen, hemellichamen.
Amsterdam
Antarctica
de
Verenigde Staten
het
Andesgebergte
de
Schelde
de
Sahara
de
Poolster
In
niet-wetenschappelijke teksten schrijven we: de
aarde, de maan, de zon.
regel
16.F
Samenstellingen*
en afleidingen* op basis van een aardrijkskundige naam behouden de
hoofdletter.
Nederlandkunde
de
Scheldeoevers
Nederlands
Belgisch
een
Gentenaar
Zuid-Afrikaans
een
Zuid-Afrikaan
een
New Yorker
→ verzwakte
betekenis van aardrijkskundige naam: regel 16.H
regel
16.G
(1)
De naam van een windstreek schrijven we met een kleine letter.
(2)
Als we er een geografisch, economisch of politiek gebied mee
bedoelen, krijgt het woord een hoofdletter, maar dat geldt niet
voor de afgeleide vorm.
(3)
Ook als de naam van een windstreek deel is van een
aardrijkskundige naam, krijgt het woord een hoofdletter.
(1)
windstreek
het
noorden
het
zuiden van Frankrijk
(2)
gebied
het
Zuiden vraagt meer ontwikkelingshulp van het Westen
de
oosterse filosofie
(3)
in aardrijkskundige naam
Zuid-Afrika
Zuidwest-Vlaanderen
(het zuidwesten van Vlaanderen)
Zuid-West-Vlaanderen
(het zuiden van de provincie West-Vlaanderen)
Noordwest-Friesland
(het noordwesten van de provincie Friesland)
Noord-West-Friesland
(het noorden van de streek West-Friesland)
regel
16.H
Soms
denken we bij de soortnaam van een zaak niet meer aan de plaats
van herkomst, maar aan de kenmerken van de zaak. Dan vervalt de
hoofdletter.
een
fles bordeaux
driehonderd
gram parmaham
We schrijven dus een
plakje edammer, maar een plakje Edammer
kaas. Alleen in het tweede geval wordt verwezen naar de
plaats.
De regel geldt ook voor
sommige andere samenstellingen en afleidingen.
een
marsmannetje
moezelwijn
nijlkrokodil
neerlandistiek
balkaniseren
een
belgicisme
bourgondisch
leven
(b)
talen en dialecten en daarmee verbonden culturen
regel
16.I
(1)
De naam van een taal of dialect wordt met een hoofdletter
geschreven.
(2)
Samenstellingen* en afleidingen* behouden de hoofdletter, maar
werkwoorden en daarvan afgeleide zelfstandige naamwoorden
schrijven we met een kleine letter.
(1)
namen van talen en dialecten
het
Nederlands
het
Fries
het
Noordwijkerhouts
het
Standaardnederlands
We gebruiken de
koppeltekens of spaties die ook voorkomen in de aardrijkskundige
naam waarvan de taalnaam is afgeleid.
het
West-Vlaams
het
New Yorks
We gebruiken een
koppelteken en twee of meer hoofdletters in de naam van een taal
die is samengesteld met afgeleide aardrijkskundige namen.
het
Belgisch-Nederlands
het
Indo-Europees
Na een element als Standaard,
Middel-, Oud-, Nieuw-, Hoog- en Plat-
vervalt de hoofdletter in de taalnaam. We gebruiken geen
koppelteken, behalve als het element dat volgt ook al een
koppelteken of een spatie heeft.
het
Standaardnederlands
het
Middelnederlands
het
Nieuwgrieks
het
Hoogduits
het
Oud-West-Vlaams
het
Plat-New Yorks
Een woord dat op een
subjectieve manier een taal noemt, schrijven we met een kleine
letter.
steenkolenengels
schoolfrans
→ samengestelde
aardrijkskundige naam: 6.3
(2)
verbogen vormen, samenstellingen en afleidingen met namen van
talen en culturen
Duitse
romans
Middelnederlandse
poëzie
Nederlandstalige
kranten
Franssprekende
toeristen
on-Nederlands
oer-Engels
Werkwoorden gevormd met
een taalnaam en zelfstandige naamwoorden die van zulke werkwoorden
zijn afgeleid, schrijven we met een kleine letter:
vernederlandsen
verfransing
De spelling van de
taalnaam Oudfries schrijven we volgens
de regels aaneen, met één hoofdletter. Omdat die regel niet
geldt als we de cultuur of geschiedenis bedoelen, schrijven we
bijvoorbeeld over een oud-Friese sport .
(c)
volkeren
regel
16.J
(1)
De naam voor een bevolkingsgroep of een lid daarvan schrijven we
met een hoofdletter als hij is afgeleid van een aardrijkskundige
naam of als het om een specifiek volk gaat.
(2)
Een overkoepelende term voor etnische groepen schrijven we met een
kleine letter.
(3)
Als de benaming gebaseerd is op een (geloofs)overtuiging schrijven
we geen hoofdletter.
(1)
afgeleid van aardrijkskundige naam of specifiek volk
de
West-Vlamingen
een
Groningse
een
Kortrijkzaan
een
Palestijn
een
Afro-Surinaamse
een
Hun
de
Kelten
een
Eskimo
(2)
overkoepelende term voor etnische groepen
een
indiaanse
een
zigeuner
een
bedoeïen
een
mulattin
(3)
gebaseerd op een (geloofs)overtuiging
een
protestant
een
islamiet
Hetzelfde geldt voor
andere afleidingen, bijvoorbeeld bijvoeglijke naamwoorden.
Koerdisch
Nederlands
indiaans
islamitisch
Opmerkingen:
(1) Ook als de benaming
van een groep gebaseerd is op de naam van een godsdienst, kunnen
we een hoofdletter gebruiken. Die drukt uit dat we een etnische of
politieke groep (al dan niet gelovige mensen) bedoelen. Zo
schrijven we de dialoog tussen christenen en
joden, maar de gesprekken tussen Joden
en Palestijnen.
(2) Spotnamen voor leden
van een bevolkingsgroep hebben geen hoofdletter.
spanjool
mof
kaaskop
spaghettivreter
In samenstellingen
behouden we de hoofdletters of kleine letters.
een
Vlamingenhater
protestantentaal
16.4. benamingen van
historische en terugkerende periodes
(a)
periodes
regel
16.K
Het
woord waarmee we een historische periode benoemen of waarmee we de
tijd indelen, krijgt een kleine letter.
(1)
historisch
de
middeleeuwen
het
mesolithicum
Deze regel geldt voor
courante teksten. In gespecialiseerde publicaties kan ervan worden
afgeweken.
(2)
indeling van de tijd
maandag
januari
lente
de
advent
de
ramadan
(b)
feestdagen en historische gebeurtenissen
regel
16.L
Het
woord waarmee we een feestdag of een historische gebeurtenis
benoemen, krijgt een hoofdletter.
(1)
feestdagen
Pasen
Loofhuttenfeest
Suikerfeest
Bevrijdingsdag
Moederdag
Chanoeka
(2)
historische gebeurtenissen
de
Tweede Wereldoorlog
de
Anjerrevolutie
de
Endlösung
de
Golfoorlog
Opmerking:
Namen van feestdagen
schrijven we met een hoofdletter, maar samenstellingen* met deze
namen niet.
Pasen
– paasei, paasfeest, paaszondag
Kerstmis
– kerstdag, kerstboom, kerstwensen
Nieuwjaar
– nieuwjaarsdag, nieuwjaarsavond, nieuwjaarsreceptie
16.5 . benamingen van
stromingen en overtuigingen
regel
16.M
(1)
Het woord waarmee we een culturele, maatschappelijke, religieuze
of artistieke stroming benoemen, krijgt een kleine letter.
(2)
Ook een samenstelling* of afleiding* met die naam schrijven we met
een kleine letter.
(3)
Soortnamen* voor beoefenaars van godsdiensten of andere
overtuigingen en voor religieuze praktijken krijgen een kleine
letter.
(1)
stromingen
het
protestantisme
de
islam
het
socialisme
de
renaissance
jugendstil
het
dadaïsme
(2)
samengestelde of afgeleide woorden
een
protestant
protestants
een
islamiet
een
socialist
een
renaissancekasteel
een
dadaïst
We behouden de
hoofdletters voor de delen van samengestelde namen die duidelijk
naar een plaatsnaam verwijzen.
Dus: Grieks-orthodox,
Nederlands-hervormd, maar rooms-katholiek, oosters-orthodox.
(3)
beoefenaars van godsdiensten; godsdienstige praktijken
de
paus
een
imam
een
rabbijn
een
jezuïet
een
prediking
het
vrijdaggebed
een
bidstond
een
eucharistieviering
de
biecht
16.6. namen van
instellingen, merken, titels
regel
16.N
(1)
De eigennaam waarmee een instelling zichzelf benoemt, krijgt een
hoofdletter. Ook samenstellingen* met die eigennaam als eerste
deel schrijven we met hoofdletter.
(2)
Als we verschillende instellingen kunnen noemen met hetzelfde
woord, dan is dat een soortnaam. Die schrijven we met een kleine
letter.
(1)
eigennamen voor unieke instellingen
het
Hof van Cassatie
de
Hoge Raad
de
Knesset
de
Wereldhandelsorganisatie
het
Vlaams Parlement
Het gaat hier om de
officiële benamingen van deze instellingen. We gebruiken geen
hoofdletter voor het woord parlement dat
we als soortnaam gebruiken als we bijvoorbeeld schrijven het
Italiaanse en het Duitse parlement.
Samenstellingen behouden
de hoofdletter.
een
Europees Parlementslid
een
Tweede Kamerfractie
Maar we schrijven
bijvoorbeeld een Italiaans parlementslid,
omdat we hier geen officiële benaming gebruiken.
(2)
soortnamen
een
politiebureau
het
stadhuis (van Amsterdam)
het
hof van assisen (van Antwerpen)
het
gerechtshof (in Den Haag)
regel
16.O
Een
merknaam schrijven we met een hoofdletter, tenzij het een
soortnaam is geworden.
Dafalgan
Coca-Cola
Esso
We behouden de
hoofdletter in samenstellingen.
een
Philipslamp
een
Boeing 737
een
Essotankstation
Soortnamen:
een
aspirientje
een
colaatje
een
airbus
regel
16.P
(1)
De titel van een boek, film, theaterproductie, artistieke
onderscheiding of een evenement schrijven we met een hoofdletter.
(2)
Voor een krant, een tijdschrift, een handelszaak of een
organisatie gebruiken we de schrijfwijze die de auteur of
oprichter heeft gekozen.
(3)
Samenstellingen met een titel behouden de hoofdletter.
(1)
titels
de
Ilias
Het
verdriet van België
De
tuin der lusten
Sneeuwwitje
en de zeven dwergen
de
Nobelprijs
(2)
namen
De
Standaard
de
Volkskrant
Onze
Taal
Café
De Posthoorn
dEUS
(3)
samenstellingen
een
Iliasbewerking
een
Nobelprijswinnares
de
Daviscupfinale
De naam van een heilig
boek schrijven we met een hoofdletter als we de tekst bedoelen,
maar met een kleine letter als het om een exemplaar van het boek
gaat.
de
Bijbel
de
Koran
een
Bijbellezing
een
Koranvertaling
een
mooi uitgegeven bijbel
een
versierde koran
16.7. hoofdletter uit
respect
(a)
aanhef, aanspreking en adres
regel
16.Q
(1)
In een brief gebruiken we kleine letters als we iemand aanspreken,
behalve aan het begin van een zin of een tekstregel. Ook de
voornaamwoorden u
en uw
hebben een kleine letter.
(2)
Om bijzonder respect uit te drukken kan een hoofdletter worden
gebruikt.
(1)
gewone aanspreking
Geachte
lezer,
Zeer
geachte mevrouw Schmidt,
Mijnheer
de voorzitter,
De
heer S. Streuvels, Lijsternest, Ingooigem
Wilt
u zo vriendelijk zijn hieronder uw handtekening te plaatsen?
(2)
met bijzonder respect
Heilige
Vader (aanspreking van de paus)
Majesteit
(aanspreking van een vorst)
(b)
titels en functiebenamingen
regel
16.R
Een
titel of functiebenaming, al dan niet gevolgd door een naam,
schrijven we met een kleine letter.
De
minister-president en de overige ministers worden bij koninklijk
besluit benoemd en ontslagen.
De
minister van Binnenlandse Zaken heeft de brandweerlui
gefeliciteerd.
Wij
wachten nog op minister Pelemans.
prof.
dr. J. Gobelijn
ds.
Gremdaat
prinses
Juliana
paus
Gregorius X
(c)
religieuze begrippen
regel
16.S
Een
naam voor een heilig persoon of een heilig begrip schrijven we met
een hoofdletter.
Deze regel heeft
betrekking op namen voor God of een godheid, op voornaamwoorden
die naar de godheid verwijzen, en op namen voor andere heilige
begrippen waarvoor men respect of ontzag wil uitdrukken.
Samenstellingen* met deze woorden behouden de hoofdletter, maar
afleidingen* schrijven we met een kleine letter. Als een dergelijk
woord niet (meer) naar een heilig persoon of begrip verwijst,
verliest het de hoofdletter.
God
Jahweh
Allah
de
Heilige Maagd (maar: de heilige Thomas)
Uw
Koninkrijk
een
Venusbeeld
goddelijk
messiaans
een
christusdoorn
een
sint-bernardshond
→ benamingen van
stromingen en overtuigingen: 16.5
→ heilige boeken:
16.6
16.8 . zelfstandige
naamwoorden uit het Duits
regel
16.T
Zelfstandige
naamwoorden die aan het Duits zijn ontleend, schrijven we in het
Nederlands met een kleine letter.
übermensch
schnaps
umlaut
edelweiss
apfelstrudel
aha-erlebnis
Alleen als dergelijke
zelfstandige naamwoorden de waarde van een eigennaam* hebben,
krijgen ze een hoofdletter.
Endlösung
Sturm
und Drang
Wehrmacht
16.9 . hoofdletter aan
het begin van een zin
regel
16.U
Het
eerste woord van een zin krijgt een hoofdletter.
Gaat
Joachim mee op reis?
M’n
gsm is gestolen.
Professor
Gobelijn was tevreden.
Als de zin met een
apostrof begint, krijgt het daaropvolgende volledige woord de
hoofdletter.
’k
Heb er niets meer van gehoord.
’s
Morgens eet ik yoghurt.
Als de zin met een
cijfer of een symbool begint, wordt het eerstvolgende woord met
kleine letter geschreven.
67
personen werden geëvacueerd.
=
is het is-teken.
17. Afkortingen,
symbolen, initiaalwoorden, letterwoorden, verkortingen
Er bestaan verschillende
vormen om een woord of een woordgroep* korter te schrijven. We
onderscheiden daarbij: afkortingen*, symbolen*, letterwoorden*,
initiaalwoorden* en verkortingen*.
|
afkortingen
|
p.
|
17.A
|
|
symbolen
|
km/h
|
17.B
|
|
initiaalwoorden en
letterwoorden
|
pc,
pin
|
17.C
|
|
verkortingen
|
horeca
|
17.D
|
17.1 . afkortingen
Een afkorting (in de
specifieke betekenis van het woord) is de weergave van een woord
of een woordgroep door een of meer (begin)letters, zonder dat de
afkorting in de plaats komt van wat wordt afgekort: als we de
afkorting voorlezen, spreken we niet de afkorting uit, wel het
woord of de woorden waar ze voor staat.
regel
17.A
Een
afkorting schrijven we met een of meer punten. We gebruiken een
hoofdletter als die ook in het afgekorte woord voorkomt.
p.
– pagina
bv.,
bijv. – bijvoorbeeld
blz.
– bladzijde
m.a.w.
– met andere woorden
mr.
– meester
H.K.H.
– Hare Koninklijke Hoogheid
17.2. symbolen
Een symbool is een
notatie van een wetenschappelijk begrip, een eenheid of een
valuta. De schrijfwijze is genormeerd, vaak internationaal. Ook
als we een symbool lezen, spreken we het woord uit waar het voor
staat.
regel
17.B
Een
symbool schrijven we zonder punt. We gebruiken de hoofdletters of
kleine letters die nationaal of internationaal zijn afgesproken.
km/h
– kilometer per uur
s
– seconde
g
– gram
EUR
– euro
V
– volt
kHz
– kilohertz
mHz
– millihertz
MHz
– megahertz
MB
– megabyte
Ca
– calcium
Van sommige eenheden
waarvoor in technische en wetenschappelijke teksten een symbool
wordt gebruikt, zoals gram, uur en seconde, gebruiken we in gewone
teksten een afkorting.
30
sec. wachttijd
500
gr. rundergehakt
17.3. initiaalwoorden
en letterwoorden
Een initiaalwoord of een
letterwoord wordt gevormd door de eerste letters van een naam of
een andere woordgroep en gedraagt zich in de zin als een woord.
Als we het voorlezen, spreken we de korte vorm uit, niet de gehele
naam of woordgroep waar het voor staat. Sommige van deze woorden
lezen we als een stel letternamen (bijvoorbeeld pc:
/peesee/ personal computer). Dan spreken
we van een initiaalwoord. Als we het geheel als een woord lezen
(bijvoorbeeld havo: /haavoo/ hoger
algemeen voortgezet onderwijs), spreken we van een
letterwoord.
regel
17.C
Een
initiaalwoord of letterwoord schrijven we zonder punten. We nemen
de hoofdletters van de afgekorte woorden over. Als een organisatie
zelf een schrijfwijze hanteert die afwijkt van deze regel, dan
volgen we het donorprincipe* en respecteren we die schrijfwijze.
initiaalwoorden
pc
(personal computer)
btw
(belasting over de toegevoegde waarde)
wc
(watercloset)
NMBS
(Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen)
NS
(Nederlandse Spoorwegen)
letterwoorden
pin
(persoonlijk identificatienummer)
Riagg
(Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg)
BuZa
((Ministerie van) Buitenlandse Zaken)
SERV
(Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen)
→ samenstelling
met initiaalwoord of letterwoord: 6.3
→ afleiding van
initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor
verkleinwoorden: 15.4
(a)
opmerkingen in verband met het gebruik van punten
(1) In of achter
initiaalwoorden die oorspronkelijk werden uitgesproken als de
woorden waar ze voor staan (en dus afkortingen waren), maar
waarbij een letter-voor-letteruitspraak gewoon is geworden,
schrijven we nog wel de punten.
a.u.b.
– /aa uu bee/ (alstublieft)
c.q.
– /see kuu/ (casu quo – in welk geval)
a.m.
– /aa em/ (ante meridiem – voor de middag)
(2) In initiaalwoorden
die ten onrechte als een bestaand woord kunnen worden gelezen,
schrijven we punten, tenzij binnen de gegeven context geen twijfel
bestaat over de betekenis.
a.s.o.
(algemeen secundair onderwijs) – aso (asociaal)
b.o.t.
(beroeps onbepaalde tijd) – bot (stomp, dom)
m.o.k.
(moeilijk opvoedbare kinderen) – mok (drinkbeker)
In contexten waarin de
betekenis van het initiaalwoord bekend is, mogen de punten
verdwijnen. Men schrijft dan aso, bot, mok.
(b)
opmerkingen in verband met het gebruik van hoofdletters
(1) Een initiaalwoord of
letterwoord dat we ontlenen aan een andere taal, behoudt zijn
spelling zolang we het als vreemdtalig aanvoelen.
RAM
(random access memory)
ADSL
(asymmetric digital subscriber line)
GmbH
(Gesellschaft mit beschränkter Haftung)
(2) Naarmate een
letterwoord of initiaalwoord ingeburgerd raakt, verdwijnen de
hoofdletters. Een letterwoord wordt daarna zonder koppelteken of
apostrof opgenomen in een samenstelling* of afleiding*. Een
letterwoord met een of meer hoofdletters behoudt het koppelteken
en de apostrof. Dat geldt ook voor initiaalwoorden.
aids
(acquired immune deficiency syndrome) – aidsvirus – ontaidsen
pin
(persoonlijk identificatienummer) – pincode – pinnen
vip
(very important person) – vipruimte – vipjes
pet
(polyethyleentereftalaat) – petfles
lat
(living apart together) – latrelatie
havo
(hoger algemeen voortgezet onderwijs) – havoleerling – havoër
AOW
(Algemene Ouderdomswet) – AOW’er
pc
(personal computer) – pc-gebruiker
tv
(televisie) – tv-kijker – tv’tje
SIS
(Sociaal Informatiesysteem) – SIS-kaart
(3) De afgekorte namen
van wetten, besluiten of overheidsplannen schrijven we met
hoofdletters, ook als de uitgeschreven vorm geen hoofdletters
bevat.
KB
(Koninklijk Besluit)
WVO
(Wet op het voortgezet onderwijs)
VUT
(vervroegde uittreding)
MAP
(Mestactieplan)
Als een andere
schrijfwijze ingeburgerd is, bijvoorbeeld onder ambtenaren, dan
geldt het donorprincipe*.
AMvB
(Algemene Maatregel van Bestuur)
Wajong
(Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten)
(4) De afgekorte namen
van ziekten schrijven we met hoofdletters. Alleen woorden die tot
het dagelijkse taalgebruik zijn doorgedrongen, schrijven we met
kleine letters.
BSE
(boviene spongiforme encefalopathie)
ME
(myalgische encefalomyelitis)
MKZ
(mond-en-klauwzeer)
Tot het gewone
taalgebruik behoren onder meer:
aids
(acquired immune deficiency syndrome)
soa
(seksueel overdraagbare aandoening)
(5) Als het
donorprincipe niet speelt, dan hangt het gebruik van hoofdletters
bij letterwoorden die een eigennaam* aanduiden af van de lengte.
| – |
een letterwoord
van drie letters of minder wordt volledig met hoofdletters
geschreven
WEU
(West-Europese Unie)
ELF
(Essences et Lubrifiants Français)
|
| – |
een letterwoord
van vier letters wordt volledig met hoofdletters
geschreven als het gaat om een (openbare) instelling, een
vereniging, een politieke partij
NAVO
(Noord-Atlantische Verdragsorganisatie)
NIOD
(Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie)
|
| – |
in alle andere
gevallen gebruiken we alleen een hoofdletter aan het begin
van het letterwoord
Riziv
(Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering)
Unicef
(United Nations International Children’s Emergency Fund)
|
17.4 . verkortingen
Een verkorting is
opgebouwd uit een of meer (delen van) lettergrepen. Zo is horeca
samengesteld uit de eerste letters van hotel, restaurant en café.
regel
17.D
Verkortingen
gedragen zich als gewone woorden. Als het om een eigennaam* gaat,
schrijven we een hoofdletter of respecteren we het donorprincipe*.
info
(informatie)
airco
(airconditioning)
camcorder
(camera-recorder)
hetero
(heteroseksueel)
hifi
(high fidelity)
StuBru
(Studio Brussel)
nettiquette
(netetiquette)
webzine
(webmagazine)
Samenstellingen* en
afleidingen* maken we zoals met gewone grondwoorden*, tenzij we
het grondwoord met een of meer hoofdletters schrijven.
infostand
aircospecialist
hifitoren
infootje
aircootje
Een samenstelling met
een verkorting die we met een hoofdletter schrijven, krijgt een
koppelteken. Een afleiding krijgt een apostrof.
StuBru-medewerker
Benelux-land,
Vinex’er
Lijst van vaktermen
accent(teken)
Teken boven een klinker*
op een woord van meestal Franse herkomst, bijvoorbeeld op de e
in café (= accent aigu), op de a
in déjà vu (= accent grave), op de i
in maîtresse (= accent circonflexe of
dakje). Het trema* en het klemtoonteken* worden niet beschouwd als
een accent.
achtervoegsel
In een afleiding*: element
dat niet als los woord kan voorkomen, maar achter een grondwoord*
wordt toegevoegd. Voorbeelden: (waarde)loos,
(hoek)ig. Als het element voor het grondwoord komt, is het een
voorvoegsel*.
synoniem: suffix
→ uitgang,
verbuiging
afbreekteken
Liggend streepje (-) op
het eind van een volgeschreven tekstregel, waarmee we aangeven dat
het woord op de volgende regel wordt vervolgd. In de Leidraad en de
Woordenlijst worden de mogelijke afbreekplaatsen aangeduid met het
teken •.
afbreking
Het slechts gedeeltelijk
schrijven van een te lang woord op het eind van een volgeschreven
tekstregel, waarna de rest aan het begin van de volgende regel komt.
afkappingsteken
→ apostrof
afkorting
1. Verzamelnaam voor
woorden die niet volledig worden geschreven, maar worden aangeduid
met minder letters, doorgaans de beginletter(s). Ook een woordgroep*
kan worden afgekort. Voorbeelden: ds.
(dominee), tv (televisie), NAVO (Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie). Afkortingen in ruime zin worden vaak
ingedeeld in echte afkortingen, letterwoorden*, initiaalwoorden*,
symbolen* en verkortingen*.
2. (Echte afkorting)
aanduiding van een woord of een woordgroep door een beperkt aantal
letters, die we uitspreken als het geheel. Voorbeelden: ds.
(we spreken uit: dominee), m.a.w.
(we spreken uit: met andere woorden).
afleiding
Geleed woord* dat bestaat
uit een grondwoord* en een of meer voor*- of achtervoegsels*.
Voorbeeld: onschuldig, dat bestaat uit het
voorvoegsel on-, het grondwoord schuld
en het achtervoegsel -ig.
apostrof
Teken (’) dat de
weglating van een of meer letters aanduidt, of dat we gebruiken om
een open lettergreep open te houden als er bijvoorbeeld een uitgang*
of achtervoegsel* volgt. Voorbeelden: m’n
vriendin; opa’s fiets; een baby’tje.
synoniemen:
afkappingsteken, weglatingsteken
beklemtoonde
lettergreep
Deel van het woord waar
een klemtoon* op ligt. Bijvoorbeeld: in het woord voorstellen
zijn voor en stel
beklemtoond, waarbij voor de hoofdklemtoon
draagt en stel een nevenklemtoon; len
is onbeklemtoond.
bezits-
s
Achtervoegsel* dat we aan
een zelfstandig naamwoord hechten om een bezits- of
afhankelijkheidsrelatie aan te duiden. Voorbeeld: de s
in mijn broers kamer of in Anna’s
handschrift.
synoniem: genitief-s
bezitsvorm
Vorm van een zelfstandig
naamwoord met een bezits-s*. Voorbeeld: moeders
in moeders pc.
synoniem: genitief
bijwoord
Woord dat een bijvoeglijk
naamwoord, een ander bijwoord, een werkwoord of een gehele zin
bepaalt. Voorbeeld: heel in een
heel mooi boek; erg in erg
goed gegeten; lang in ik
heb lang geslapen; misschien in misschien
lukt het.
dakje
→ accentteken
deelteken
→ trema
diminutief
→ verkleinwoord
donorprincipe
Het respecteren van de
schrijfwijze die in de taal van herkomst gebruikt wordt of die de
oprichter, de ontwerper of de eigenaar van een instelling of merk
heeft gekozen. Zo kan iemand een eigennaam* vastleggen die afwijkt
van de officiële spellingregels, bijvoorbeeld het
hoofdlettergebruik in StuBru (Studio Brussel)
of PvdA (Partij van de Arbeid).
eigennaam
Officiële naam waarmee
men verwijst naar een unieke persoon, plaats, zaak, instelling, een
merk of een historische gebeurtenis. Voorbeelden: Gina,
T. Janssens, Van de Velde, Soest, Polynesië, Eiffeltoren, Raad van
State, Mercedes-Benz, Tweede Wereldoorlog.
etymologie
Herkomst en ontwikkeling
van de vorm en de betekenis van een woord. Door het beginsel van de
etymologie schrijven we de klank /ei/ soms met een lange ij,
soms met een korte ei.
gedekte
klinker
→ korte klinker
geleed
woord
Woord dat bestaat uit
verschillende onderdelen, namelijk een of meer grondwoorden*, en
voor*- of achtervoegsels*. Voorbeelden: keukendeur
(twee grondwoorden: keuken en deur);
keukentje (grondwoord keuken
met achtervoegsel tje).
→ samenstelling,
afleiding, ongeleed woord
gelegenheidsontlening
Vreemd woord of vreemde
uitdrukking die incidenteel in een Nederlandse tekst wordt gebruikt,
bijvoorbeeld om iets van de sfeer van de vreemde taal over te
brengen op de lezer, of omdat het in de vreemde taal om een
gevleugeld woord gaat. Vaak wordt een gelegenheidsontlening cursief
gedrukt. Voorbeeld: ‘Het was werkelijk ‘another
brick in the wall.’’
gelijkvormigheid
Spellingbeginsel waardoor
we een gelijk woorddeel zo veel mogelijk op gelijke wijze schrijven.
Voorbeeld: voed altijd met d
in: ik voed, jij voedt, ik voedde, het voeden,
het voedsel, de voeding.
synoniem: vormovereenkomst
genitief
→ bezitsvorm
genitief-
s
→ bezits-s
genus
→ woordgeslacht
gesloten
lettergreep
Lettergreep* die eindigt
op een medeklinker*. Voorbeeld: mak, maak,
buurt, han•den, mor•gen.
grens
tussen woorddelen
Plaats waar twee
woorddelen* elkaar raken in een samenstelling* of afleiding*.
Voorbeeld: de plaats tussen de n en de d
in keukendeur, tussen de n
en de h in schoonheid.
Op de grens tussen woorddelen horen we in een samenstelling soms een
tussenklank*. Voorbeeld: tussen station en
gebouw horen we een s
in stationsgebouw.
grondwoord
Woord waarvan uitgegaan
wordt bij de vorming van een samenstelling* (met een ander
grondwoord, bijvoorbeeld: keukendeur) of
van een afleiding* (met een voorvoegsel* en/of een achtervoegsel*,
bijvoorbeeld: ondeugdelijk).
inheems
woord
Woord dat in alle
opzichten tot onze taal behoort en bestaat uit klanken die tot het
Nederlandse spraaksysteem behoren. Inheemse woorden zijn van
Nederlandse oorsprong (mens, meisje), of
zijn in die mate vernederlandst dat hun vreemde herkomst niet meer
te herkennen is (kasteel, venster).
infinitief
→ onbepaalde wijs
van een werkwoord
initiaalwoord
Woord dat gevormd wordt
met de beginletters van afzonderlijke woorden en dat we uitspreken
als een reeks letternamen. Voorbeeld: pc: