| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Metrologiewet
MEETINSTRUMENTENBESLUIT
I
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 22 mei 2006, houdende regels omtrent de
eisen waaraan de in EU-nieuwe aanpak richtlijnen opgenomen
meetinstrumenten voldoen, voordat zij in de handel worden gebracht, in
gebruik worden genomen of worden gebruikt, alsmede omtrent
overeenstemmingsbeoordelingen van meetinstrumenten (Meetinstrumentenbesluit
I)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 3 maart
2006, nr. WJZ 6015750;
Gelet op Richtlijn nr. 2004/22/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart
2004, betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135), Richtlijn nr.
90/384/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni
1990 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten
inzake niet-automatische weegwerktuigen (PbEG L 189) en de
artikelen 5, 9 en 26 van de Metrologiewet;
De Raad van State gehoord (advies van
21 april 2006, nr. W10.06.0064/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 18 mei 2006, nr. WJZ 6036397;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Metrologiewet;
b. richtlijn meetinstrumenten: richtlijn nr. 2004/22/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart
2004, betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);
c. richtlijn niet-automatische weegwerktuigen: richtlijn nr.
2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 23 april 2009 betreffende niet-automatische weegwerktuigen
(PbEU L 122);
d. fabrikant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die
verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het meetinstrument
met de bij of krachtens de wet gestelde eisen aan het instrument
voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen,
waarbij hij als doel heeft dat meetinstrument onder eigen naam in de
handel te brengen of voor eigen doeleinden in gebruik te nemen;
e. CE-markering: markering, overeenkomstig het model van punt
I.B.d) van de bijlage bij besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 betreffende de modules voor
de verschillende fasen van de overeenstemmingsprocedures en de
voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de
CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220);
f. instrumentspecifieke bijlage: bijlage MI-001, MI-002, MI-003,
MI-004, MI-005, MI-006, MI-007, MI-008, MI-009 of MI-010 bij de
richtlijn meetinstrumenten;
g. beoordelingsprocedurebijlage: bijlage A, A1, B, C, C1, D, D1,
E, E1, F, F1, G, H of H1 bij de richtlijn meetinstrumenten;
h. niet-automatisch weegwerktuig: werktuig voor het bepalen van
de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking van de
zwaartekracht op dat lichaam, waarbij voor het wegen tussenkomst van
een bedienaar noodzakelijk is, alsmede zodanige werktuigen die
bovendien worden gebruikt voor het bepalen van met de massa verband
houdende grootheden, hoeveelheden, parameters of kenmerken.
Hoofdstuk 2. Meettaken ten behoeve van een specifieke toepassing
Artikel 2
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de wet is het bij het drijven van handel, bij
levering uit hoofde van beroep of bedrijf en bij het vaststellen van
belastingen of van andere heffingen:
a. meten van een stromende hoeveelheid gasvormige brandstof, al
dan niet onder herleiding van de onder meetomstandigheden gemeten
hoeveelheid naar een hoeveelheid onder basisomstandigheden, voor
huishoudelijk gebruik, handelsgebruik of licht industrieel gebruik;
b. meten van binnen een stroomkring verbruikte actieve
elektrische energie voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik of
licht industrieel gebruik;
c. continu en dynamisch meten in volume of massa van stromende
vloeistoffen met uitzondering van water, al dan niet onder
herleiding van de onder meetomstandigheden gemeten hoeveelheid naar
een hoeveelheid onder basisomstandigheden, binnen een gesloten
leiding, ten behoeve van
1°. het vaststellen van een hoeveelheid brandstof, al dan
niet in de vorm van een vloeibaar gas, bij het tanken van
motorvoertuigen, kleine schepen en kleine vliegtuigen;
2°. het vaststellen van een hoeveelheid cryogene
vloeistoffen;
3°. het vaststellen van een hoeveelheid vloeistoffen bij het
laden van schepen, of
4°. het in andere gevallen vaststellen van een hoeveelheid
vloeistoffen;
d. bepalen van de massa van een lichaam op grond van de werking
van de zwaartekracht op dat lichaam, zonder tussenkomst van een
bedienaar en volgens een vooraf bepaald programma van automatische
processen, en in het bijzonder
1°. het bepalen van de massa van vooraf samengevoegde
afzonderlijke lasten of enkelvoudige lasten los materiaal, al
dan niet met onderverdeling van artikelen met een verschillende
massa of ter controle van voorverpakkingen;
2°. het bepalen van de massa bij het vullen van houders met
een vooraf bepaalde en vrijwel constante hoeveelheid bulkgoed;
3°. het bepalen van de massa van bulkgoed door het in
afzonderlijke lasten te verdelen, vervolgens de massa van de
afzonderlijke last te bepalen en tenslotte de massa van de
afzonderlijke lasten bij elkaar op te tellen;
4°. het ononderbroken bepalen van de massa van bulkgoed op
een continue bewegende transportband;
5°. het bepalen van de massa van treinen en spoorwegwagons;
e. op basis van een door een afstandssignaalgenerator afgegeven
signaal berekenen van afstand en het meten van tijdsduur in verband
met het vaststellen van vergoedingen voor taxivervoer;
f. bepalen van de lengte van de randen van het kleinste
omhullende rechthoekige parallellepipedum van een product.
Artikel 3
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de wet is het
a. bij het drijven van handel,
b. bij het berekenen van een recht, heffing, belasting, premie,
boete, vergoeding of soortgelijke verschuldigde bedragen,
c. bij de toepassing van wettelijke regelingen of andere
besluiten van bestuursorganen of voor gerechtelijke expertise,
d. bij het bepalen van de prijs op grond van de massa voor
rechtstreekse verkoop aan het publiek en voor voorverpakte
artikelen,
e. bij het bepalen van de massa in de medische praktijk voor het
wegen van patiėnten voor observatie, diagnose en medische
behandelingen,
f. bij het bepalen van de massa voor de vervaardiging van
medicijnen op voorschrift in de apotheek en het bepalen van de massa
tijdens analyses die in medische en farmaceutische laboratoria
worden uitgevoerd,
bepalen van de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking
van de zwaartekracht op dat lichaam, waarbij voor het wegen tussenkomst
van een bedienaar noodzakelijk is, al dan niet vergezeld gaand van het
bepalen van met de massa verband houdende grootheden, hoeveelheden,
parameters of kenmerken.
Hoofdstuk 3. Meetinstrumenten
§ 1. Eisen aan meetinstrumenten
Artikel 4
Meetinstrumenten en onderdelen als bedoeld in de onderdelen a tot en
met f voldoen voordat zij in de handel worden gebracht, in gebruik
worden genomen of voor ingebruikneming verder worden verhandeld, aan de
in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten opgenomen essentiėle
eisen en aan de toepasselijke essentiėle eisen in de hierna bij het
meetinstrument vermelde instrumentspecifieke bijlage:
a. gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten met een in artikel
2, onder a, vermelde taak: bijlage MI-002;
b. kilowattuurmeters met een in artikel 2, onder b, vermelde
taak: bijlage MI-003;
c. vloeistofmeetinstallaties met een in artikel 2, onderdeel c,
bedoelde taak: bijlage MI-005;
d. automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel
d, bedoelde taak: bijlage MI-006;
e. taxameters met een in artikel 2, onderdeel e, bedoelde taak:
bijlage MI-007;
f. multidimensionale meetinstrumenten met een inartikel 2,
onderdeel f, bedoelde taak: bijlage MI-009, hoofdstukken I en IV.
Artikel 5
1.Een niet-automatisch weegwerktuig met een meettaak ten behoeve
van een specifieke toepassing als bedoeld inartikel 3 voldoet voordat
het in de handel wordt gebracht, in gebruik wordt genomen, voor in
gebruikneming verder wordt verhandeld of wordt gebruikt aan de
fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn
niet-automatische weegwerktuigen.
2.Indien het niet-automatische weegwerktuig inrichtingen bevat of
is aangesloten op inrichtingen die niet voor de meettaak in een
specifiek toepassingsgebied als bedoeld in artikel 3bestemd zijn,
gelden de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet voor die
inrichtingen.
Artikel 6
1.Meetinstrumenten als bedoeld in de onderdelen a tot en met g en
in voorkomend geval nader geduid in de hierna bij het meetinstrument
vermelde instrumentspecifieke bijlage, voldoen ten behoeve van
verkrijging van een CE-markering en de aanvullende metrologische
markering aan de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten
opgenomen essentiėle eisen en aan de toepasselijke essentiėle eisen
in de desbetreffende instrumentspecifieke bijlage:
a. watermeters bestemd voor huishoudelijk, handels-en licht
industrieel gebruik: bijlage MI-001;
b. warmtemeters bestemd voor huishoudelijk, handels-of licht
industrieel gebruik en de in bijlage MI-004 genoemde onderdelen:
bijlage MI-004;
c. lengtematen: bijlage MI-008, hoofdstuk I;
d. inhoudsmaten: bijlage MI-008, hoofdstuk II;
e. lengtemeetinstrumenten: bijlage MI-009, hoofdstukken I en
II;
f. oppervlaktemeetinstrumenten: bijlage MI-009, hoofdstukken I
en III;
g. uitlaatgasanalysatoren bestemd voor inspectie en
professioneel onderhoud van in gebruik zijnde motorvoertuigen:
bijlage MI-010.
2.Het is verboden de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten
voorzien van een CE- markering en de aanvullende metrologische
markering, in de handel te brengen, in gebruik te nemen of voor
ingebruikneming verder te verhandelen, indien zij niet aan de in het
eerste lid bedoelde eisen voldoen.
Artikel 7
1.Een instrument als bedoeld in artikel 4 ofartikel 6 wordt vermoed
overeen te stemmen met de in bijlage I van de richtlijn
meetinstrumenten en in de toepasselijke instrumentspecifieke bijlage
opgenomen essentiėle eisen, indien het voldoet aan:
a. de normen waarmee de in artikel 13, eerste lid, van die
richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen voor het betrokken
meetinstrument in Nederland ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de
referentienummers door Onze Minister in de Staatscourant zijn
bekendgemaakt,
b. de normen waarmee de onder a bedoelde geharmoniseerde normen
in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat
die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de
referentienummers in die lidstaat van de Europese Unie of andere
staat zijn bekendgemaakt, of
c. de met de voor het betrokken meetinstrument gestelde
essentiėle eisen overeenkomende delen van normatieve documenten
en lijsten als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de richtlijn
meetinstrumenten waarvan de referenties zijn bekendgemaakt in de
C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede zijn
bekendgemaakt in de Staatscourant door Onze Minister of zijn
bekendgemaakt in een lidstaat van de Europese Unie of een andere
staat als bedoeld onder b.
2.Indien een meetinstrument slechts ten dele voldoet aan de in het
eerste lid bedoelde normen of normatieve documenten wordt voor dat
gedeelte overeenstemming vermoed met de essentiėle eisen die
overeenkomen met het deel van die normen of normatieve documenten
waaraan het meetinstrument voldoet.
Artikel 8
1. Een niet-automatisch weegwerktuig als bedoeld in artikel 5 wordt
vermoed overeen te stemmen met de in bijlage I van de richtlijn
niet-automatische weegwerktuigen opgenomen fundamentele voorschriften,
indien het voldoet aan:
a. de normen waarmee de in artikel 6, eerste lid, van die
richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen in Nederland ten uitvoer
zijn gelegd en waarvan de referentienummers door Onze Minister in
de Staatscourant zijn bekendgemaakt, of
b. de normen waarmee de onder a bedoelde geharmoniseerde normen
in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat
die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de
referentienummers in die lidstaat van de Europese Unie of andere
staat zijn bekendgemaakt.
2. Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
1.Bij ministeriėle regeling worden regels gesteld met betrekking
tot de eisen waar de in de artikelen 4 en 5 bedoelde meetinstrumenten
bij gebruik aan moeten voldoen.
2.Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze van installatie en anderszins omtrent de
omstandigheden waaronder een meetinstrument als bedoeld in artikel 4
of artikel 5 wordt gebruikt.
§ 2. Overeenstemmingsbeoordeling
Artikel 10
Een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of een
meetinstrument als bedoeld in artikel 6 ondergaat, naar keuze van de
fabrikant, één van de in de instrumentspecifieke bijlage voor dat
instrument aangegeven overeenstemmingsbeoordelingen volgens de
beoordelingsprocedurebijlagen.
Artikel 11
1.De fabrikant mag elke technische oplossing kiezen die voldoet aan
de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten en in de
instrumentspecifieke bijlage opgenomen essentiėle eisen.
2.De fabrikant hoeft de overeenstemming van het instrument met de
in het eerste lid bedoelde eisen niet aan te tonen wanneer hij:
a. de in de relevante geharmoniseerde Europese normen bedoelde
oplossingen voor dat meetinstrument op juiste wijze toepast;
b. hij de oplossingen toepast die in de in artikel 7, eerste
lid, bedoelde normen of normatieve documenten zijn weergegeven.
3.Indien de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure voorziet in een
test, wordt vermoed dat voldaan is aan die test wanneer het met die
test overeenkomende testprogramma is uitgevoerd overeenkomstig de in
artikel 7, eerste lid, bedoelde normen of normatieve documenten en de
testresultaten garanderen dat aan de essentiėle eisen die zijn
opgenomen in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten en in de
toepasselijke instrumentspecifieke bijlage, is voldaan.
Artikel 12
1. Een niet-automatisch weegwerktuig als bedoeld in artikel 5
ondergaat naar keuze van de aanvrager een overeenstemmingsbeoordeling
volgens één van de in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de
richtlijn niet-automatische weegwerktuigen bedoelde procedures.
2. De bescheiden en briefwisseling met betrekking tot de in het
eerste lid bedoelde procedures zijn gesteld in de Nederlandse taal of
in een andere taal die door de bij de procedure betrokken aangewezen
instantie is aanvaard.
Artikel 13
1.De fabrikant verricht de werkzaamheden en komt de verplichtingen
na die in verband met de overeenstemmingsbeoordeling volgens de
desbetreffende beoordelingsprocedurebijlage of volgens de gekozen
procedure van overeenstemmingsbeoordeling, bedoeld in artikel 12, aan
hem zijn opgedragen.
2.De fabrikant kan overeenkomstig de desbetreffende
beoordelingsprocedurebijlage of overeenkomstig de gekozen procedure
van overeenstemmingsbeoordeling, bedoeld in artikel 12, een in de
Europese Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon
schriftelijk machtigen namens hem op te treden ten aanzien van
bepaalde verplichtingen en werkzaamheden.
3.Indien de fabrikant niet in de Europese Gemeenschap is gevestigd
en niet een machtiging als bedoeld in het tweede lid heeft verstrekt,
komt degene die het instrument in de handel brengt, de verplichtingen
na voor zover de beoordelingsprocedurebijlage dat voorschrijft.
Artikel 14
1.Voor een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of
artikel 5 dat in gebruik is genomen, bestaat de
overeenstemmingsbeoordeling uit een keuring.
2.Bij ministeriėle regeling kunnen nadere regels ten aanzien van
de keuring worden gesteld.
Artikel 15
1.De aangewezen instantie die toetsende werkzaamheden verricht in
het kader van een overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel
10 of artikel 12 draagt daarbij zorg voor de uitvoering van haar met
die toetsende werkzaamheden samenhangende verplichtingen die in de
beoordelingsprocedurebijlage of in de gekozen procedure van
overeenstemming, bedoeld in artikel 12, zijn voorzien.
2.Voor zover de beoordelingsprocedurebijlage voorziet in de
verplichting tot het verstrekken van gegevens aan de lidstaat door wie
de aangewezen instantie is aangewezen, dan wel aan andere lidstaten,
geldt dat in Nederland de gegevens worden verstrekt aan de
toezichthoudende instantie.
3.Voor zover een procedure van overeenstemmingsbeoordeling als
bedoeld in artikel 12voorziet in het verstrekken van gegevens aan de
Lid-Staten van de Europese Unie, geldt dat deze verstrekking geschiedt
door tussenkomst van de toezichthoudende instantie.
4.De in artikel 14 bedoelde keuring wordt verricht door een
aangewezen instantie of door een natuurlijke persoon of rechtspersoon
die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 11 van de wet.
§ 3. Merktekens en opschriften
Artikel 16
1.De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik
te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 4of artikel 6 met de
bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de CE-markering en
de aanvullende metrologische markering, zoals beschreven in artikel
17, tweede lid, van de richtlijn meetinstrumenten.
2.De in het eerste lid bedoelde markeringen alsmede andere
opschriften worden aangebracht door de fabrikant of door een andere
persoon onder verantwoordelijkheid van de fabrikant overeenkomstig de
artikelen 7 en 17 van de richtlijn meetinstrumenten en de
toepasselijke overeenstemmingsbeoordelingsprocedure.
Artikel 17
1.De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik
te nemen weegwerktuig als bedoeld in artikel 5met de bij of krachtens
de wet gestelde eisen blijkt uit de CE-markering en de aanvullende
gegevens zoals omschreven in bijlage IV, punt 1, van de richtlijn
niet-automatische weegwerktuigen.
2.De in het eerste lid bedoelde markering en gegevens worden
duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar aangebracht.
Op de werktuigen mogen andere markeringen worden aangebracht, mits de
zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering niet worden
verminderd.
3.Indienartikel 5, tweede lid, van toepassing is, moet op elk van
die inrichtingen die niet aan een overeenstemmingsbeoordeling als
bedoeld in artikel 12 zijn onderworpen het beperkend gebruikssymbool,
als omschreven in bijlage IV, punt 3, van de richtlijn
niet-automatische weegwerktuigen, duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar
zijn aangebracht.
Artikel 18
1.Een niet-automatisch weegwerktuig dat niet bestemd is voor een
specifieke toepassing als bedoeld in artikel 3wordt voorzien van de in
bijlage IV, punt 2, van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen
bedoelde opschriften.
2.Artikel 17, tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige
toepassing.
3.Het is verboden niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in
het eerste lid in de handel te brengen indien zij niet aan de in het
eerste lid bedoelde vereisten voldoen.
Artikel 19
1.Wanneer een meetinstrument als bedoeld in artikel 4, 5 of 6 met
betrekking tot andere aspecten valt onder bepalingen die zijn
vastgesteld krachtens een andere richtlijn van de Raad van de Europese
Unie of van de Raad en het Europees Parlement en die voorzien in het
aanbrengen van de CE-markering, geeft deze markering aan dat het
meetinstrument ook geacht wordt in overeenstemming te zijn met de
vereisten van die andere richtlijn.
2.De bij de toegepaste richtlijn voorgeschreven documenten,
handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij het meetinstrument zijn
gevoegd, vermelden de verwijzing naar het Publicatieblad van de
Europese Unie waarin de toegepaste richtlijn is bekendgemaakt.
Artikel 20
1.De overeenstemming van een in gebruik genomen geregeld
meetinstrument dat ingevolge artikel 7 van de wet een
overeenstemmingsbeoordeling heeft ondergaan, blijkt uit een merkteken
waarvan het model bij ministeriėle regeling wordt vastgesteld. Bij
ministeriėle regeling kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de
plaats en de wijze van aanbrengen van het merkteken.
2.Het in het eerste lid bedoelde merkteken wordt aangebracht door
een aangewezen instantie of een persoon die beschikt over een
erkenning als bedoeld in artikel 11 van de wet.
§ 4. Overige bepalingen
Artikel 21
Bij ministeriėle regeling kunnen ten aanzien van de toepassing van
een bijlage van de richtlijn meetinstrumenten of van een bijlage van de
richtlijn niet-automatische weegwerktuigen nadere regels worden gesteld.
Artikel 21a
Een wijziging van de richtlijn meetinstrumenten of van de richtlijn
niet-automatische weegwerktuigen gaat voor de toepassing van dit besluit
gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging
uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de
Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Hoofdstuk 4. Overige en slotbepalingen
Artikel 22
[Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000]
Artikel 23
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Meetinstrumentenbesluit I.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 22 mei 2006
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de twintigste juni 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|