| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Metrologiewet
MEETINSTRUMENTENBESLUIT
II
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 20 november 2006, houdende regels omtrent
de eisen waaraan de onder de EG-kaderrichtlijn voor meetmiddelen en
metrologische controlemethoden vallende meetinstrumenten en enkele
andere meetinstrumenten voldoen, voordat zij in de handel worden
gebracht, in gebruik worden genomen of worden gebruikt, alsmede omtrent
overeenstemmingsbeoordelingen van meetinstrumenten en houdende wijziging
van enkele andere besluiten (Meetinstrumentenbesluit II)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 14 juli
2006, nr. WJZ 6049929;
Gelet op Richtlijn nr. 71/316/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971 inzake de
onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende voor
meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene
bepalingen (PbEG L 202) en de bijzondere richtlijnen inzake
meetmiddelen 75/107/EEG (PbEG 1975, L 42), 71/349/EEG (PbEG
1971, L 239), 71/317/EEG (PbEG 1971, L 202), 74/148/EEG (PbEG
1974, L 84), 86/217/EEG (PbEG 1986, L 152), 71/347/EEG (PbEG
1971, L 239), 76/765/EEG (PbEG 1976, L 262) en 75/33/EEG (PbEG
1975, L 14) en de artikelen 5, 9, 26, 36 en 51 van de Metrologiewet,
artikel 26, onderdeel a en f, van de Wet op de
geneesmiddelenvoorziening, artikel 3, eerste lid, van de Wet op de
medische hulpmiddelen en de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c,
en 13, onderdeel a, van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van
7 september 2006, nr. W10.06.0329/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Economische Zaken van 14 november 2006, nr.WJZ 6076132;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Metrologiewet;
b. richtlijn meetinstrumenten: richtlijn nr. 2004/22/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004
betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);
c. kaderrichtlijn: richtlijn nr. 2009/34/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009
betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden
geldende algemene bepalingen (PbEU L 106);
d. richtlijn inzake tapmaten: richtlijn 75/107/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1974 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake
flessen gebruikt als tapmaat (PbEG L 42);
e. richtlijn inzake gewichten voor gewone weging:richtlijn
71/317/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli
1971 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der
Lid-Staten inzake blikvormige gewichten voor gewone weging van 5 tot
50 kilogram en cilindrische gewichten voor gewone weging van 1 gram
tot 10 kilogram (PbEG L 202);
f. richtlijn inzake precisiegewichten: richtlijn 74/148/EEG van
de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 maart 1974 betreffende
de onderlinge aanpassing der wetgevingen van de Lid-Staten inzake
gewichten van 1 mg tot en met 50 kg die een grotere nauwkeurigheid
hebben dan de gewichten van de klasse gewone weging (PbEG L 84);
g. richtlijn inzake manometers: richtlijn 86/217/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 26 mei 1986 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake
manometers voor luchtbanden van automobielen (PbEG L 152);
h. richtlijn inzake de meting van het natuurgewicht van granen:
richtlijn 71/347/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
12 oktober 1971 betreffende de onderlinge aanpassing van de
wetgevingen der Lid-Staten inzake de meting van het natuurgewicht
van granen (PbEG L 239);
i. richtlijn inzake alcoholmeters en areometers:richtlijn 76/765/EEG
van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de
Lid-Staten inzake alcoholmeters en areometers voor alcohol (PbEG L
262);
j. richtlijn inzake koudwatermeters: richtlijn 75/33/EEG van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1974 betreffende
de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake
koudwatermeters (PbEG L 14);
k. bijzondere richtlijn: richtlijn als bedoeld in de onderdelen d
tot en met j;
l. fabrikant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die
verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het meetinstrument
met de bij of krachtens de wet gestelde eisen aan het instrument
voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen;
m beoordelingsprocedurebijlage: bijlage B, D, E, F of G bij de
richtlijn meetinstrumenten;
n. EG-ijkmarkering: markering als bedoeld in de artikelen 8 en 10
van de kaderrichtlijn, het teken, bedoeld in artikel 11 van de
kaderrichtlijn en in de bijzondere richtlijnen opgenomen
markeringen;
o. Nederlandse metrologische markering: markering als bedoeld in
artikel 18.
Hoofdstuk 2. meettaken ten behoeve van een specifieke toepassing
Artikel 2
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de wet is het
a. bij of in verband met het drijven van handel tussen in
verschillende lidstaten van de Europese Unie of in andere Staten die
partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte dan wel in Staten waarmee de Europese Unie een overeenkomst
inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling
heeft gesloten, gevestigde kopers en verkopers bepalen van het
EEG-natuurgewicht van granen, zoals omschreven in artikel 2, tweede
lid, van de richtlijn inzake de meting van het natuurgewicht van
granen;
b. bij het drijven van handel en bij levering uit hoofde van
beroep of bedrijf bepalen van het alcoholvolumegehalte of het
alcoholmassagehalte in mengsels van water en alcohol.
Artikel 3
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de wet is het bij het drijven van handel, bij
levering uit hoofde van beroep of bedrijf en bij het vaststellen van
belastingen of van andere heffingen
a. meten van een hoeveelheid vloeistof in een meetreservoir,
anders dan een scheepstank;
b. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
c. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
d. discontinu meten van een hoeveelheid uit een mengsel van
benzine en olie bestaande brandstof, ten behoeve van het tanken van
voertuigen met een tweetaktmotor.
Hoofdstuk 3. Meetinstrumenten
§ 1. Eisen aan meetinstrumenten
Artikel 4
1.Een korenschaal met een in artikel 2, onder a, bedoelde taak
voldoet voordat zij in de handel wordt gebracht, in gebruik wordt
genomen of voor in gebruikneming verder wordt verhandeld, aan de
voorschriften van de richtlijn inzake de meting van het natuurgewicht
van granen.
2.Een alcoholmeter of een areometer voor alcohol met een in artikel
2, onder b, bedoelde taak voldoet voordat hij in de handel wordt
gebracht, in gebruik wordt genomen of voor in gebruikneming verder
wordt verhandeld, aan de toepasselijke voorschriften van de richtlijn
inzake alcoholmeters en areometers.
Artikel 5
Een meetinstrument als bedoeld in de onderdelen a tot en met e
voldoet voordat het in de handel wordt gebracht, in gebruik wordt
genomen of voor in gebruikneming verder wordt verhandeld, aan de bij
ministeriėle regeling voor het instrument gestelde eisen:
a. vloeistofhoogtemeter, die bestaat uit een meetwaarde-opnemer
en ten minste één aanwijsinrichting, met een in artikel 3,
onderdeel a, bedoelde taak;
b. meetreservoir met een in artikel 3, onderdeel a, bedoelde
taak;
c. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
d. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
e. brandstofmeetinstallaties met een in artikel 3, onderdeel d,
bedoelde taak.
Artikel 6
1. Meetinstrumenten als bedoeld in de onderdelen a tot en met e
voldoen ten behoeve van de verkrijging van een EG-ijkmarkering aan de
toepasselijke in de bij het meetinstrument vermelde bijzondere
richtlijn gestelde eisen:
a. gewichten voor gewone weging: richtlijn inzake gewichten
voor gewone weging;
b. precisiegewichten van 1 milligram tot en met 50 kilogram:
richtlijn inzake precisiegewichten;
c. manometers voor luchtbanden van automobielen: richtlijn
inzake manometers;
d. koudwatermeters voor ander dan huishoudelijk, handels- en
lichtindustrieel gebruik: richtlijn inzake koudwatermeters;
e. tapmaten: richtlijn inzake tapmaten.
2. Het is verboden de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten,
voorzien van een EG-ijkmarkering, in de handel te brengen, in gebruik
te nemen of verder te verhandelen, indien zij niet aan de in het
eerste lid bedoelde eisen voldoen.
Artikel 7
Voorzover de bijzondere richtlijn voorschriften bevat ten aanzien van
een hulpinrichting is bij de overeenstemmingsbeoordeling artikel 3 van
de kaderrichtlijn van toepassing.
Artikel 8
1.Bij ministeriėle regeling worden regels gesteld met betrekking
tot de eisen waar de in de artikelen 4 en5 bedoelde meetinstrumenten
bij gebruik aan moeten voldoen.
2.Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze van installatie en anderszins omtrent de
omstandigheden waaronder een meetinstrument als bedoeld in artikel 4
of artikel 5 wordt gebruikt.
§ 2. Overeenstemmingsbeoordeling
Artikel 9
1. Een meetinstrument als bedoeld in artikel 4of artikel 6
ondergaat een overeenstemmingsbeoordeling overeenkomstig de
toepasselijke voorschriften van de kaderrichtlijn en van de bijzondere
richtlijn die in artikel 4 onderscheidenlijk artikel 6 bij het
desbetreffende meetinstrument is vermeld.
2. De overeenstemmingsbeoordeling bestaat uit de
EG-modelgoedkeuring, bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn, en de
in artikel 8 van die richtlijn bedoelde eerste EG-ijk, tenzij de
bijzondere richtlijn anders voorschrijft.
Artikel 10
De meetinstrumenten, bedoeld in artikel 5, ondergaan naar keuze van
de fabrikant een overeenstemmingsbeoordeling overeenkomstig de
beoordelingsprocedurebijlagen B+D, B+E, B+F of beoordelingsbijlage G van
de richtlijn meetinstrumenten en de voorschriften die voor de toepassing
van die beoordelingsbijlagen in de bijlage bij dit besluit zijn
opgenomen.
Artikel 11
1.Voor een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of
artikel 5 dat in gebruik is genomen, bestaat de
overeenstemmingsbeoordeling uit een keuring.
2.Bij ministeriėle regeling kunnen nadere regels ten aanzien van
de keuring worden gesteld.
Artikel 12
1.De fabrikant verricht de werkzaamheden en komt de verplichtingen
na die in verband met de overeenstemmingsbeoordeling volgens de
kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen of de in artikel 10
bedoelde beoordelingsprocedurebijlage en de in de bijlage opgenomen
voorschriften, aan hem zijn opgedragen.
2.De fabrikant kan een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke
persoon of rechtspersoon schriftelijk machtigen namens hem op te
treden ten aanzien van bepaalde in de kaderrichtlijn of in de
bijzondere richtlijnen aan hem opgedragen verplichtingen en
werkzaamheden.
Artikel 13
1.De toetsende werkzaamheden in het kader van een
overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 10worden verricht
door een aangewezen instantie.
2.De aangewezen instantie draagt zorg voor de uitvoering van de
verplichtingen die in een beoordelingsprocedurebijlage als bedoeld in
artikel 10 en de in debijlage opgenomen voorschriften, aan hem zijn
opgedragen.
Artikel 14
1. De taken van de Lid-Staat, bedoeld in de artikelen 2, eerste,
derde en vijfde lid, 4, 7, eerste en tweede lid, 8, derde lid, 9 en
bijlage I van de kaderrichtlijn, worden in het kader van een
overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 9 uitgevoerd door
de aangewezen instantie.
2. Bij de toepassing van bijlage I, onderdelen 2, 3 en 4 en bijlage
II, onderdelen 2 en 3, van de kaderrichtlijn wordt de aangewezen
instantie aangemerkt als dienst van het ijkwezen of als ijkdienst.
Artikel 15
1. Voor de overeenstemmingsbeoordeling, bedoeld in artikel 9, wordt
de aangewezen instantie,
a. bij de toepassing van bijlage I van de richtlijn inzake
tapmaten, aangemerkt als bevoegde dienst,
b. bij de toepassing van de bijlage van de richtlijn inzake
manometers, aangemerkt als bevoegde nationale autoriteit en
c. bij de toepassing van de bijlage van de richtlijn inzake
koudwatermeters, aangemerkt als metrologische dienst.
2. De aangewezen instantie draagt met inachtneming van de
kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen zorg voor de werkzaamheden
die ingevolge het eerste lid voortvloeien uit haar taak bij de
overeenstemmingsbeoordelingen.
Artikel 16
De keuring, bedoeld in artikel 11, wordt verricht door een aangewezen
instantie of door een persoon die beschikt over een erkenning als
bedoeld in artikel 11 van de wet.
§ 3. Merktekens en opschriften
Artikel 17
1. De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik
te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 4of artikel 6 met de
bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de EG-ijkmarkering,
aangebracht overeenkomstig de voorschriften van de kaderrichtlijn en
van de in die artikelen bij het meetinstrument vermelde richtlijn.
2. De in het eerste lid bedoelde markering, alsmede andere in de
richtlijn aangegeven opschriften worden aangebracht door de aangewezen
instantie of onder diens verantwoordelijkheid, dan wel voorzover de
kaderrichtlijn of de toepasselijke richtlijn daarin voorziet, door de
fabrikant of diens gemachtigde.
Artikel 18
1.De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik
te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 5met de bij of
krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de bij ministeriėle
regeling vast te stellen Nederlandse metrologische markering.
2.De in het eerste lid bedoelde markering wordt duidelijk
zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar op het meetinstrument
aangebracht. Wanneer een meetinstrument te klein of te gevoelig is om
de markering daar op aan te brengen, wordt de markering aangebracht op
de eventuele verpakking en op de documenten die bij het meetinstrument
worden gevoegd.
3.Op de meetinstrumenten mogen andere markeringen worden
aangebracht mits de zichtbaarheid en leesbaarheid van de Nederlandse
metrologische markering niet wordt verminderd.
4.De in het eerste lid bedoelde markering wordt aangebracht door de
fabrikant of onder zijn verantwoordelijkheid.
Artikel 19
1.De overeenstemming van een in gebruik genomen geregeld
meetinstrument dat ingevolge artikel 7 van de wet een
overeenstemmingsbeoordeling heeft ondergaan, blijkt uit een merkteken
waarvan het model bij ministeriėle regeling wordt vastgesteld. Bij
ministeriėle regeling kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de
plaats en de wijze van aanbrengen van het merkteken.
2.Het in het eerste lid bedoelde merkteken wordt aangebracht door
een aangewezen instantie of een persoon die beschikt over een
erkenning als bedoeld in artikel 11 van de wet.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen en wijziging andere besluiten
§ 1. Overige bepalingen ter uitvoering van de kaderrichtlijn, de
bijzondere richtlijnen en de beoordelingsprocedurebijlagen
Artikel 20
Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien
van een EG-modelgoedkeuring van beperkte strekking als bedoeld in
artikel 5, tweede lid, van de kaderrichtlijn.
Artikel 21
1. Indien artikel 7, eerste of tweede lid, van de kaderrichtlijn
van toepassing is, stelt de aangewezen instantie Onze Minister in
kennis van haar bevindingen.
2. Indien zich een situatie als bedoeld in artikel 7, tweede of
derde lid, van de kaderrichtlijn voordoet, kan Onze Minister de
aangewezen instantie die de modelgoedkeuring heeft verleend, opdragen
de EG-modelgoedkeuring in te trekken.
Artikel 22
Bij ministeriėle regeling kunnen ten aanzien van de toepassing van
de kaderrichtlijn, de bijzondere richtlijnen en van de
beoordelingsprocedurebijlagen nadere regels worden gesteld.
Artikel 22a
Een wijziging van de kaderrichtlijn of van een bijzondere richtlijn
gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag
waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij
bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt,
een ander tijdstip wordt vastgesteld.
§ 2. Overgangsbepaling
Artikel 23
Indien artikel 44 van de wet nog niet in werking is getreden op het
tijdstip waarop artikel 5 van de wet en een of meer artikelen van dit
besluit of van het Meetinstrumentenbesluit I in werking treden, kunnen
bij ministeriėle regeling nadere regels worden gesteld ten behoeve van
de afstemming van de taken, rechten en verplichtingen die uit de bij of
krachtens de wet en de IJkwet gestelde regels voortvloeien.
§ 3. Wijziging andere besluiten
Artikel 24
[Wijzigt het Meetinstrumentenbesluit I]
Artikel 25
[Wijzigt het Besluit medische hulpmiddelen]
Artikel 26
[Wijzigt het Besluit uitoefening artsenijbereidkunst]
Artikel 27
[Wijzigt het Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische
producten]
Artikel 28
[Wijzigt het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)]
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 29
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 30
Dit besluit wordt aangehaald als: Meetinstrumentenbesluit II.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 20 november 2006
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
J.G. Wijn
Uitgegeven de achtentwintigste november 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage, bedoeld in artikel 10
van het Meetinstrumentenbesluit II
Bij de toepassing van de bijlagen B, D, E, F en G van de richtlijn
meetinstrumenten gelden de volgende voorschriften.
I. Alle bijlagen
1. Voor «aangemelde instantie» wordt telkens gelezen: aangewezen
instantie.
2. Onder «fabrikant» wordt verstaan de fabrikant zoals gedefinieerd
in artikel 1, onderdeel m, van dit besluit.
3. Voor «de lidstaat door wie ze is aangewezen» wordt telkens
gelezen: Onze Minister.
4. Verwijzingen naar normen of normatieve documenten als bedoeld in
artikel 13 van de richtlijn meetinstrumenten zijn niet van toepassing.
5. Voor «desbetreffende eisen uit deze richtlijn» of
«toepasselijke eisen uit deze richtlijn» wordt telkens gelezen:
desbetreffende eisen van de toepasselijke ministeriėle regeling.
6. Voor «certificaat van EG-type-onderzoek» wordt gelezen:
verklaring van toelating.
7. Voorzover een bijlage voorziet in de verplichting tot het
verstrekken van gegevens aan de lidstaat door wie de aangewezen
instantie is aangewezen, geldt dat in Nederland de gegevens worden
verstrekt aan de toezichthoudende instantie.
II. Bijlage B
1. Wat betreft de aanvraag geldt ten aanzien van de technische
documentatie in plaats van het bepaalde in onderdeel 3, derde streepje,
dat de technische documentatie wordt opgesteld overeenkomstig artikel 10
van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat het derde lid,
onderdelen f en g, niet van toepassing zijn. Op basis van de
documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het meetinstrument in
overeenstemming is met de eisen van de desbetreffende ministeriėle
regeling. De documentatie verschaft, voor zover dat voor de beoordeling
nodig is, inzicht in het ontwerp, de fabricage en de werking van het
meetinstrument.
2. Voor de door de aangewezen instantie te verrichten activiteiten
ten aanzien van de monsters geldt in plaats van de onderdelen 4.1 tot en
met 4.3 dat de aangewezen instantie:
de technische documentatie bestudeert en controleert of de
monsters daarmee in overeenstemming zijn;
de passende onderzoeken en noodzakelijke proeven verricht om
na te gaan of de door de fabrikant gekozen oplossingen voldoen aan
de desbetreffende eisen van de toepasselijke ministeriėle regeling.
3. Onderdeel 5.2, tweede alinea, tekst achter het laatste streepje en
derde alinea zijn niet van toepassing.
4. Voor de toepassing van onderdeel 5.3 geldt dat het
evaluatieverslag ter beschikking wordt gehouden van zowel Onze Minister
als de toezichthoudende instantie.
5. Onderdeel 9 is niet van toepassing.
III. Bijlage D
1. Voor het opschrift wordt gelezen: Kwaliteitsborging van het
productieproces teneinde overeenstemming met het type te garanderen
2. In plaats van onderdeel 1 geldt dat de fabrikant voldoet aan de in
bijlage D opgenomen verplichtingen ter kwaliteitsborging van het
productieproces en garandeert dat de betrokken meetinstrumenten
overeenstemmen met het type als beschreven in de verklaring van
toelating en met de desbetreffende eisen van de toepasselijke
ministeriėle regeling.
3. In onderdeel 5.1 wordt voor de «CE-markering, de aanvullende
metrologische markering» gelezen: Nederlandse metrologische markering.
4. Voor het opschrift boven onderdeel 5.1 wordt gelezen: Verklaring
van overeenstemming
5. Onderdeel 5.2 is niet van toepassing.
6. Bij de toepassing van onderdeel 6 wordt voor «nationale
autoriteiten» gelezen: Onze Minister en de toezichthoudende instantie.
7. Onderdeel 8 is niet van toepassing
IV. Bijlage E
1. Voor het opschrift wordt gelezen: Kwaliteitsborging van de
eindproductiecontrole en beproeving teneinde overeenstemming met het
type te garanderen
2. In plaats van onderdeel 1 geldt dat de fabrikant voldoet aan de in
bijlage E opgenomen verplichtingen ter kwaliteitsborging van de
eindproductcontrole en beproeving en garandeert dat de betrokken
meetinstrumenten overeenstemmen met het type als beschreven in de
verklaring van toelating en met de desbetreffende eisen van de
toepasselijke ministeriėle regeling.
3. Voor het opschrift boven onderdeel 5.1 wordt gelezen: Verklaring
van overeenstemming
4. In onderdeel 5.1 wordt voor de «CE-markering, de aanvullende
metrologische markering» gelezen: Nederlandse metrologische markering.
5. Onderdeel 5.2 is niet van toepassing.
6. Bij de toepassing van onderdeel 6 wordt voor «nationale
autoriteiten» gelezen: Onze Minister en de toezichthoudende instantie.
7. Onderdeel 8 is niet van toepassing
V. Bijlage F
1. Voor het opschrift wordt gelezen: Op productkeuring gebaseerde
overeenstemming met het type
2. In plaats van onderdeel 1 geldt dat de fabrikant voldoet aan de in
bijlage F opgenomen verplichtingen voor de productkeuring en garandeert
en verklaart dat de betrokken meetinstrumenten overeenstemmen met het
type als beschreven in de verklaring van toelating en met de
desbetreffende eisen van de toepasselijke ministeriėle regeling.
2. Bij de onderdelen 4.1 en 5.2 geldt dat de aanwezen instantie in
alle gevallen beslist over de te verrichten passende proeven.
3. Bij de toepassing van onderdeel 5.4 wordt voor «nationale
instanties» gelezen: Onze Minister en de toezichthoudende instantie.
4. Voor het opschrift boven onderdeel 6.1 wordt gelezen: Verklaring
van overeenstemming.
5. Voor de toepassing van onderdeel 6.1 geldt dat voor «CE-markering
en de aanvullende metrologische markering» wordt gelezen: Nederlandse
metrologische markering.
6. Onderdeel 8 is niet van toepassing.
VI. Bijlage G
1. Voor het opschrift wordt gelezen: Eenheidskeuring
2. In plaats van onderdeel 1 geldt dat de fabrikant voldoet aan de in
bijlage G opgenomen verplichtingen voor de productkeuring en garandeert
en verklaart dat het betrokken meetinstrument overeenstemt met de
desbetreffende eisen van de toepasselijke ministeriėle regeling.
3. Wat betreft de aanvraag geldt ten aanzien van de technische
documentatie in plaats van het bepaalde in onderdeel 2 dat de technische
documentatie wordt opgesteld overeenkomstig artikel 10 van de richtlijn
meetinstrumenten, met dien verstande dat het derde lid, onderdelen f en
g, niet van toepassing zijn. Op basis van de documentatie moet kunnen
worden beoordeeld of het meetinstrument in overeenstemming is met de
eisen van de desbetreffende ministeriėle regeling. De documentatie
verschaft, voor zover dat voor de beoordeling nodig is, inzicht in het
ontwerp, de fabricage en de werking van het meetinstrument.
4. Bij onderdeel 4 geldt dat de aanwezen instantie in alle gevallen
beslist over de te verrichten passende proeven.
5. Bij de toepassing van de onderdelen 4 en 5.2 wordt voor
«nationale instanties» gelezen: Onze Minister en de toezichthoudende
instantie.
6. De onderdelen 6.1 en 6.2 zijn niet van toepassing.
|
|
|