|
REGELING van de
Minister van Economische Zaken van 12 juli 2007, nr. WJZ 7081713,
houdende regels inzake een erkenning als bedoeld in artikel 11, eerste
lid, van de Metrologiewet (Regeling erkende keurders)
De
Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 11, eerste lid, en 21,
tweede lid, van de Metrologiewet;
Besluit:
Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Metrologiewet;
b. keuring: overeenstemmingsbeoordeling van in gebruik genomen
meetinstrumenten als bedoeld in artikel 14 van het
Meetinstrumentenbesluit I en artikel 11 van het
Meetinstrumentenbesluit II;
c. erkenning: erkenning als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
van de wet;
d. erkende keurder: natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie
een erkenning is verleend;
e. aanvrager: degene die bij een aangewezen instantie een
erkenning aanvraagt;
f. kwaliteitssysteem: voor het doel geschikt geheel van mensen,
middelen, alsmede handelingen en voorzorgen, noodzakelijk voor het
goed uitoefenen van de werkzaamheden van een erkende keurder.
Artikel 2
1. De aanvrager is in staat keuringen uit
te voeren van het meetinstrument waarvoor de erkenning wordt gevraagd en
beschikt daartoe over een kwaliteitssysteem.
2. Het kwaliteitssysteem bevat ten minste een duidelijke
beschrijving van:
a. de kwaliteitsdoelstellingen, de organisatie van de onderneming
van de aanvrager en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het
personeel met betrekking tot de keuring;
b. de uit te voeren onderzoeken en proeven om na te gaan of het
meetinstrument in overeenstemming is met de desbetreffende eisen die
op grond van artikel 9 van het Meetinstrumentenbesluit I of artikel 8
van het Meetinstrumentenbesluit II zijn gesteld;
c. de kwaliteitsrapporten van de keuringen, zoals
controleverslagen, onderzoeks- en beproevingsgegevens,
d. de rapporten betreffende de kwalificatie van het bij de keuring
betrokken personeel;
e. de middelen om controle uit te oefenen op de doeltreffende
werking van het kwaliteitssysteem;
f. de beheersing van faciliteiten en meetapparatuur met betrekking
tot herleidbaarheid en meetonzekerheid.
3. De aanvrager dient zodanige organisatorische voorzieningen te
hebben getroffen dat een onafhankelijke besluitvorming ter zake van
keuringen gewaarborgd is.
Artikel 3
De aangewezen instantie die erkenningen wil verlenen, heeft ervaring
met het beoordelen van kwaliteitssystemen, beschikt over kennis van de
eisen die van toepassing zijn op het meetinstrument en beschikt over
passende ervaring op het desbetreffende gebied van metrologie en
instrumenttechnologie.
Artikel 4
1. De aangewezen instantie beoordeelt het
kwaliteitssysteem teneinde na te gaan of dit voldoet aan de in artikel 2
bedoelde eisen.
2. De aangewezen instantie voert, voordat zij op de aanvraag
beslist, een onderzoek naar de technische competentie uit bij de
aanvrager.
3. De aangewezen instantie verleent de erkenning indien is
gebleken dat de aanvrager voldoet aan de in artikel 2 bedoelde eisen.
4. Een erkenning kan onder beperkingen worden verleend.
5. De aangewezen instantie verstrekt bij het besluit op de
aanvraag de bevindingen van de in het eerste lid bedoelde beoordeling en
het in het tweede lid bedoelde onderzoek.
Artikel 5
In het besluit tot verlening van een erkenning wordt een door de
Minister van Economische Zaken voor de erkende keurder vastgesteld
kenmerk opgenomen.
Artikel 6
De aangewezen instantie doet van een besluit tot verlening van de
erkenning mededeling in de Staatscourant onder vermelding van het
meetinstrument ten aanzien waarvan de erkenning is verleend en het
kenmerk dat voor de erkende keurder is vastgesteld alsmede in voorkomend
geval van de beperkingen waaronder de erkenning is verleend.
Artikel 7
De aangewezen instantie verbindt aan de erkenning voorschriften, ook
na de verlening van de erkenning, indien een aanwijzing van de Minister
van Economische Zaken op grond van artikel 15 van de wet zulks
noodzakelijk maakt.
Artikel 8
1. De aangewezen instantie controleert
tenminste eenmaal per jaar of de erkende keurder nog voldoet aan de in
artikel 2 bedoelde eisen.
2. De erkende keurder verleent de aangewezen instantie voor
controledoeleinden toegang tot de controle- en beproevingsfaciliteiten
en verstrekt haar alle nodige informatie.
3. De aangewezen instantie verstrekt de erkende keurder een
controleverslag.
Artikel 9
1. De aangewezen instantie kan de
erkenning intrekken, indien de erkende keurder:
a. daarom verzoekt;
b. de werkzaamheden waarop de aan hem verleende erkenning
betrekking heeft niet naar behoren verricht;
c. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen;
d. handelt in strijd met de aan de erkenning verbonden
voorschriften;
e. gedurende een periode van twee jaar geen keuringen heeft
verricht;
f. de bij of krachtens de wet gestelde regels en verplichtingen
niet nakomt.
2. De aangewezen instantie doet van een besluit tot intrekking
van de erkenning mededeling in de Staatscourant.
Artikel 10
De aangewezen instantie vermeldt in het in artikel 21, eerste lid,
van de wet bedoelde verslag:
a. de erkenningen die zij heeft verleend;
b. het aantal door haar uitgevoerde controles als bedoeld in
artikel 8, eerste lid;
c. de erkenningen die zij heeft ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkende keurders
meetinstrumenten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 12 juli 2007.
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven.
|