BESLUIT van 29 mei 2007, houdende regels betreffende
vaststelling gebruikersmarkten en gebruikersmarktaandelen voor
dagbladen, televisieomroep en radio-omroep (Tijdelijk besluit
mediaconcentraties)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van
2 november 2006, nr. MLB/JZ/2006/42.276;
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 4,
eerste lid, van de Tijdelijke wet mediaconcentraties;
De Raad van State gehoord (advies van
7 december 2006, nr. W05.06.0470/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 mei 2007, nr. WJZ/2007/17757
(8211), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Gebruikersmarkt voor
dagbladen
Artikel 1
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. gebruikersmarkt voor dagbladen: het getal dat op basis van een
inventariserend onderzoek de over vier aaneengesloten kwartalen
opgetelde gemiddelde oplageverspreiding van alle dagbladen die
bestemd zijn voor het publiek in Nederland weergeeft;
b. gemiddelde oplageverspreiding: de in een kwartaal totaal
verspreide oplage van een dagblad gedeeld door het totaal aantal
keren dat het betreffende dagblad in dat kwartaal is verschenen;
c. gebruikersmarktaandeel voor dagbladen: het procentuele aandeel
in de gebruikersmarkt voor dagbladen van de door de bij een
mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgegeven dagbladen
bestemd voor het publiek in Nederland.
Artikel 2
Het inventariserend onderzoek als bedoeld in artikel 1, onder a,
dient in ieder geval:
a. de gemiddelde oplageverspreiding per kwartaal te bevatten van:
1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken
ondernemingen uitgegeven dagbladen bestemd voor het publiek in
Nederland;
2°. alle andere dan onder 1° bedoelde dagbladen bestemd voor
het publiek in Nederland;
b. voldoende waarborgen te bevatten om de onder a bedoelde opgave
bij gerede twijfel op juistheid te kunnen controleren;
c. voor de onder a bedoelde opgave gebaseerd te zijn op
informatie verstrekt door de uitgevers van de onder a bedoelde
dagbladen;
d. niet eerder te eindigen dan zes maanden voor de dag waarop de
mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.
Paragraaf 2. Gebruikersmarkt voor televisieprogramma’s
Artikel 3
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. gebruikersmarkt voor televisieprogramma’s: het getal dat op
basis van onderzoek representatief voor alle personen van zes jaar
en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland de voor een heel
jaar opgetelde kijktijd onder deze populatie voor alle in Nederland
te ontvangen televisieprogramma’s weergeeft;
b. kijktijd: de totale tijd, uitgedrukt in minuten, die een
persoon in een tijdvak van vierentwintig uur naar één of meer
televisieprogramma’s heeft gekeken;
c. gebruikersmarktaandeel voor televisieprogramma’s: het
procentuele aandeel in de gebruikersmarkt voor televisieprogramma’s
van de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen
uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde
televisieprogramma’s.
Artikel 4
Het representatief onderzoek als bedoeld in artikel 3, onder a, dient
in ieder geval:
a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van
het aantal personen van zes jaar en ouder met woon- of
verblijfplaats in Nederland;
b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve
verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar
achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de kijktijd
van personen naar televisieprogramma’s;
c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van
zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk
verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele
onder a bedoelde populatie te berekenen;
d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde
onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde
achtergrondkenmerken te bevatten;
e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van
het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen
personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de
onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor
overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde
verdeling;
f. gedurende een heel jaar de totale kijktijd van de onder c
bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar:
1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken
ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland
bestemde televisieprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te
ontvangen televisieprogramma’s;
g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de
mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.
Paragraaf 3. Gebruikersmarkt voor radioprogramma’s
Artikel 5
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. gebruikersmarkt voor radioprogramma’s: het getal dat op
basis van representatief onderzoek onder alle personen van tien jaar
en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland de voor een heel
jaar opgetelde luistertijd van deze populatie voor alle in Nederland
te ontvangen radioprogramma’s weergeeft;
b. luistertijd: de som van het aantal kwartieren dat een persoon
in een tijdvak van vierentwintig uur naar één of meer
radioprogramma’s heeft geluisterd en in ieder van die kwartieren
ten minste acht minuten heeft geluisterd;
c. gebruikersmarktaandeel voor radioprogramma’s: het
procentuele aandeel in de gebruikersmarkt voor radioprogramma’s
van de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen
uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde radioprogramma’s.
Artikel 6
Het representatief onderzoek als bedoeld in artikel 5 onder a, dient
in ieder geval:
a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van
het aantal personen van tien jaar en ouder met woon- of
verblijfplaats in Nederland;
b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve
verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar
achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de
luistertijd van personen naar radioprogramma’s;
c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van
zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk
verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele
onder a bedoelde populatie te berekenen;
d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde
onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde
achtergrondkenmerken te bevatten;
e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van
het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen
personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de
onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor
overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde
verdeling;
f. gedurende een heel jaar de totale luistertijd van de onder c
bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar:
1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken
ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland
bestemde radioprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te
ontvangen radioprogramma’s;
g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de
mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.
Paragraaf 4. Verstrekking onderzoeken
Artikel 7
Bij een melding als bedoeld in artikel 34 van de Mededingingswet van
een mediaconcentratie worden de in de artikelen 1, onderdeel a, 3,
onderdeel a, en artikel 5, onderdeel a, bedoelde onderzoeken verstrekt.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 8
Indien het bij koninklijke boodschap van 28 september 2006
ingediende voorstel van wet tot vaststelling van tijdelijke regels voor
mediaconcentraties (Tijdelijke wet mediaconcentraties) (Kamerstukken II
2006-2007, 30 921) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt,
treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit
mediaconcentraties.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 mei 2007
BEATRIX
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk
Uitgegeven de twaalfde juni 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin