| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Rijkswet Kustwacht
voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
UITVOERINGSBESLUIT
KUSTWACHT VOOR ARUBA, CURAÇAO EN SINT MAARTEN
ALSMEDE VOOR DE OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
¹
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 7 januari 2009, houdende bepalingen ter uitvoering van de
Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (Uitvoeringsbesluit
Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba) ¹
1. Ingevolge artikel 2.7, onderdeel D, van de
Rijksbesluit aanpassing rijksbesluiten aan de oprichting van de
nieuwe landen is het Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor
de Nederlandse Antillen en Aruba met ingang van 10 oktober 2010 voorzien
van een nieuwe citeertitel, luidende:
Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten
alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van
Defensie van 3 november 2008, nr. C/2008027300, directie Juridische Zaken,
sector wet- en regelgeving;
Gelet op de artikelen 1, tweede lid, en 10,
derde lid, van de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en
Aruba;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord
(advies van 3 december 2008, nr. W07.08.0476/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Defensie van 31 december 2008, nr. C2008033279;
De bepalingen van het Statuut voor het
Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aangewezen opvarende: opvarende als bedoeld in artikel 10,
eerste lid, van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint
Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba;
b. niet-penetrerende munitie: munitie die is ontworpen om bij
het treffen van een persoon niet het lichaam binnen te dringen;
c. officier van piket: functionaris die belast is met
piketdienst;
d. ernstig misdrijf: misdrijf waarvoor in de strafwetgeving van
Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba voorlopige hechtenis is toegelaten.
2. Onder het aanwenden van geweld wordt mede verstaan:
a. het dreigen met geweld;
b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
§ 2. Uiterlijke kentekenen van kustwachtschepen en
kustwachtluchtvaartuigen
Artikel 2
1. Een kustwachtschip voert duidelijk kenbaar de volgende
uiterlijke kentekenen:
a. het logo van de Kustwacht, dat op de romp wordt aangebracht;
b. de belettering «Coast Guard».
2. Een kustwachtluchtvaartuig voert duidelijk kenbaar de
Koninkrijksvlag.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op
kustwachtschepen en kustwachtluchtvaartuigen die kenbaar in gebruik
zijn bij de krijgsmacht van het Koninkrijk.
§ 3. Algemene geweldbepalingen
Artikel 3
Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de taken van de
Kustwacht is uitsluitend toegestaan aan de commandant, onderscheidenlijk
aan een aangewezen opvarende:
a. aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en
b. die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.
Artikel 4
Indien de aangewezen opvarende onder leiding van een ter plaatse
aanwezige commandant optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een
vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze commandant. De commandant
geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.
Artikel 5
1.Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, gaat aan het gebruik
van geweld een duidelijke waarschuwing vooraf.
2.Indien het gebruik van geweld bestaat in het gericht schieten met
een vuurwapen op een persoon, kan de waarschuwing zo nodig worden
vervangen door een waarschuwingsschot.
3.Een waarschuwingsschot wordt op een zodanige wijze gegeven dat
gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.
Artikel 6
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag naast
het gebruik van fysiek geweld uitsluitend gebruik maken van de volgende
geweldmiddelen:
a. een vuurwapen;
b. een vuurwapen als slag- of stootwapen;
c. een hulpmiddel voor het afgeven van niet-penetrerende munitie;
d. een wapenstok;
e. handboeien;
f. pepperspray.
Artikel 7
Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in
verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt
en worden de daaraan verbonden risico’s zo veel mogelijk beperkt.
Artikel 8
1.De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, die
geweld heeft aangewend, waaronder begrepen het geven van een
waarschuwingsschot, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande,
alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan een door de directeur van
de Kustwacht aangewezen functionaris.
2.De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de daar
bedoelde functionaris terstond vastgelegd in een schriftelijk rapport.
De functionaris doet het rapport onverwijld toekomen aan de directeur
van de Kustwacht.
3.De directeur van de Kustwacht brengt het rapport, zo nodig
vergezeld van zijn kanttekeningen, onverwijld ter kennis van de
officier van justitie ter standplaats waarbinnen het geweld is
aangewend, indien:
a. de gevolgen van het aanwenden van geweld daartoe naar het
oordeel van de directeur van de Kustwacht aanleiding geven;
b. het aanwenden van geweld lichamelijk letsel van meer dan
geringe betekenis dan wel de dood heeft veroorzaakt; of
c. gebruik is gemaakt van een vuurwapen en daarmee één of
meer schoten zijn gelost.
§ 4. Vuurwapens
Artikel 9
1. Het gebruik van een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch
vuur is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie
redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die persoon een voor
onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat
tegen personen zal gebruiken dan wel ander levensbedreigend geweld
tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding,
voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te
onttrekken of heeft onttrokken en die wordt verdacht van of is
veroordeeld wegens het plegen van een ernstig misdrijf, dat
bovendien moet worden aangemerkt als een grove aantasting van de
rechtsorde.
2. Onder het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid,
onder b, worden mede begrepen poging tot en deelneming aan het
misdrijf.
Artikel 10
Bij gebruik van een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur
wordt het volgende in acht genomen:
a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk
voorkomen;
b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;
c. risico’s voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.
Artikel 11
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag slechts
uit voorzorg een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur ter
hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie
als bedoeld in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen
te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet
voordoet, wordt het ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.
Artikel 12
1.Het gebruik van een vuurwapen ingesteld op automatisch vuur is
slechts geoorloofd tegen personen, vervoermiddelen, vaartuigen en
luchtvaartuigen, waarin of waarop zich personen bevinden in een
situatie waarin sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke
aanranding van eigen of eens anders lijf.
2.Een vuurwapen ingesteld op automatisch vuur mag slechts ter hand
worden genomen:
a. ten behoeve van de opleiding; of
b. voor het verrichten van een aanhouding van een persoon van
wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor
onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit
tegen personen zal gebruiken.
3.Het ter hand nemen van een vuurwapen ingesteld op automatisch
vuur in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts
toegestaan na toestemming van de officier van justitie of, indien
diens optreden niet kan worden afgewacht, van de officier van piket
bij de Kustwacht.
Artikel 13
1. De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is
bevoegd om boordvuurwapens op een vaartuig te richten indien door de
gezagvoerder van dat vaartuig niet terstond aan een vordering als
bedoeld in artikel 4 van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en
Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba wordt voldaan.
2. De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is
bevoegd om met behulp van een of meer hem ter beschikking staande
vuurwapens schoten voor de boeg af te geven, dan wel gericht te vuren
op niet-vitale delen van een vaartuig indien:
a. door de gezagvoerder van dat vaartuig niet terstond aan een
vordering als bedoeld in artikel 4 van de Rijkswet Kustwacht voor
Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voldaan; en
b. andere middelen om de vordering kracht bij te zetten
ontbreken.
3. Bij toepassing van het tweede lid:
a. wordt niet-explosieve munitie gebruikt;
b. wordt niet geschoten over land of over andere vaartuigen;
c. worden niet meer schoten afgegeven dan strikt noodzakelijk
is.
4. Aan het afgeven van schoten, bedoeld in het tweede lid, gaat een
duidelijke waarschuwing vooraf, met vermelding van het tijdstip en,
voor zover van toepassing, de delen van het vaartuig waarop zal worden
geschoten. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de
omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
5. Na iedere waarschuwing wordt de aan boord van het vaartuig
aanwezige bemanning een redelijke tijd gegeven zich van de aangewezen
delen van het vaartuig te verwijderen.
6. De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is
uitsluitend bevoegd om gericht op vitale delen van het vaartuig of op
zijn bemanning te vuren indien van de zijde van een aangeroepen of
gepraaide vaartuig geweld wordt gebruikt waardoor de veiligheid van de
commandant of de opvarenden onmiddellijk en in ernstige mate wordt
bedreigd.
§ 5. Niet-penetrerende munitie
Artikel 14
Paragraaf 4 is niet van toepassing op het gebruik en het ter hand
nemen van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie.
Artikel 15
Het gebruik van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende
munitie is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie
redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk
gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal
gebruiken; of
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding,
voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te
onttrekken of heeft onttrokken.
Artikel 16
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt
onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen dat is geladen met
niet-penetrerende munitie zal schieten, met luide stem of op andere niet
mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld
het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts
achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
Artikel 17
De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing indien de
niet-penetrerende munitie wordt afgegeven met een ander hulpmiddel dan
een vuurwapen.
§ 6. Handboeien
Artikel 18
1.De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is
bevoegd tot het dragen van handboeien.
2.De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, is
bevoegd tot het aanleggen van handboeien bij personen die zijn
aangehouden in geval van ontdekking op heterdaad, indien de
aangehouden personen zich trachten te onttrekken aan hun aanhouding of
indien zij een gevaar vormen voor zijn leven of veiligheid of die van
anderen en die onttrekking onderscheidenlijk dat gevaar niet op een
andere wijze kan worden voorkomen.
§ 7. Pepperspray
Artikel 19
1.Het gebruik van pepperspray is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie
redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk
gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon
zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding,
voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te
onttrekken of heeft onttrokken;
c. ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van
agressieve dieren.
2.Pepperspray wordt niet gebruikt tegen:
a. personen die zichtbaar jonger dan 12 of ouder dan 65 jaar
zijn;
b. vrouwen die zichtbaar zwanger zijn;
c. personen voor wie dit gebruik als gevolg van een zichtbare
ademhalings- of andere ernstige gezondheidsstoornis onevenredig
schadelijk kan zijn;
d. groepen personen.
3.Bij gebruik van pepperspray wordt niet op de mond gericht.
Artikel 20
De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt
onmiddellijk voordat hij gericht pepperspray tegen een persoon zal
gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat
pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven
bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de
omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.
Artikel 21
Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal
voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een
afstand van ten minste een meter.
§ 8. Slotbepalingen
Artikel 22
De Voorlopige regeling Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en
Aruba wordt ingetrokken.
Artikel 23
Met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt
geplaatst treden in werking:
a. de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba,
en
b. dit besluit.
Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor
Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad
van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba
zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 7 januari 2009
BEATRIX
De Minister van Defensie,
E. van Middelkoop
Uitgegeven de twaalfde maart 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|