BESLUIT van 31 augustus 1963, houdende
uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot opties voor het
Nederlanderschap als bedoeld in artikel 11 van het Nederlands-Duits
Grensverdrag
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 31 juli 1963,
Hoofdafdeling Privaatrecht, Afdeling Nationaliteitsaangelegenheden, nr.
444/163;
Gelet op artikel 13 van de wet van 22 mei 1963,
Stb. 238, houdende vaststelling van de Uitvoeringswet
Nederlands-Duits Grensverdrag;
De Raad van State gehoord (advies van 14
augustus 1963, nr. 33);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie a.i. van 22 augustus 1963, Hoofdafdeling Privaatrecht, Afdeling
Nationaliteitsaangelegenheden, nr. 475/163;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Een verklaring van nationaliteitskeuze als bedoeld in
artikel 11, lid 2, van het Grensverdrag kan worden gedaan aan de
burgemeester van de gemeente, waar de optant bij het inwerkingtreden
van het verdrag woonplaats heeft.
2. Van een verklaring van nationaliteitskeuze wordt een
proces-verbaal in viervoud opgemaakt. Daarin dienen te worden vermeld:
de geslachtsnaam en de voornamen van de optant, de plaats en datum van
diens geboorte, de woonplaats op 30 juni 1959, op de datum waarop het
verdrag in werking is getreden en op de datum waarop de verklaring is
afgelegd.
3. Indien de optant is gehuwd, dient het proces-verbaal tevens te
bevatten de voorhuwelijkse geslachtsnaam van de echtgenote, haar
voornamen en de plaats en datum van haar geboorte, terwijl, indien hij
kinderen heeft die op het tijdstip waarop de verklaring wordt afgelegd
de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, de voornamen en
de plaats en datum van geboorte van deze kinderen dienen te worden
vermeld.
4. Indien de optant een vrouw is, wier optieverklaring ten
aanzien van haar kinderen gevolg heeft, dienen in het proces-verbaal te
worden vermeld de geslachtsnaam en de voornamen en de plaats en datum
van geboorte van deze kinderen alsmede, indien de vader van de kinderen
is overleden, de geslachtsnaam en de voornamen en de plaats en datum van
geboorte van die vader.
5. Het proces-verbaal wordt door de optant en door de
burgemeester, ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd,
ondertekend.
6. Indien de echtgenote van een optant eveneens het
Nederlanderschap wenst te verkrijgen, dient een door haar ondertekende
verklaring houdende haar instemming daarmede in het proces-verbaal te
worden opgenomen.
7. Indien een echtpaar kinderen heeft die naar Duits recht mede
onder de ouderlijke macht van de moeder staan en die in de door de vader
uitgebrachte optie zijn begrepen, moet uit de door de moeder
ondertekende verklaring blijken dat zij met de verkrijging van het
Nederlanderschap door de kinderen instemt.
8. Indien de instemming van de moeder met de verkrijging van het
Nederlanderschap door de kinderen ontbreekt, kan Onze Minister van
Justitie binnen drie maanden na het opmaken van het proces-verbaal bij
beschikking bepalen in hoeverre aan de optie rechtsgevolg wordt ontzegd.
Een afschrift van deze beschikking zal door tussenkomst van de
burgemeester ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd aan de
optant en de moeder worden uitgereikt.
9. Van het in viervoud opgemaakte proces-verbaal wordt een
exemplaar uitgereikt aan de optant, is een exemplaar bestemd voor de
burgemeester van de woonplaats van de optant en worden de twee overige
exemplaren binnen veertien dagen na de dagtekening van het
proces-verbaal toegezonden aan Onze Minister van Justitie.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van
de dagtekening van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
Onze Minister van Justitie is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
Porto Ercole, 31 augustus 1963
JULIANA
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
Uitgegeven de tiende september 1963
De Minister van Justitie,
Y. Scholten