BESLUIT van 28 februari 1962 tot vaststelling van een
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 11 van
de Wet van 27 september 1961, Stb. 1961, 303, tot uitvoering van
het op 20 juni 1956 te New York gesloten verdrag inzake het verhaal in
het buitenland van uitkeringen tot onderhoud
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 14 december 1961, Directie
Kinderbescherming, Stafbureau Algemene Beleidsvragen en Juridische
Zaken, nr. 329/761;
Gelet op de artikelen 2, 3 en 11 van de Wet van
27 september 1961, Stb. 1961, 303, tot uitvoering van het op 20
juni 1956 te New York gesloten verdrag inzake het verhaal in het
buitenland van uitkeringen tot onderhoud;
De Raad van State gehoord (advies van 24
januari 1962, nr. 33);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde
Minister van 20 februari 1962, Directie Kinderbescherming, Stafbureau
Algemene Beleidsvragen en Juridische Zaken, nr. 34/762;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Dit besluit verstaat onder:
"het verdrag": het op 20 juni 1956 te New York gesloten
verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot
onderhoud (Trb. 1957, 121);
"de uitvoeringswet": de wet van 27 september 1961, Stb.
303, tot uitvoering van het verdrag.
Artikel 2
Als verzendende instelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het
verdrag, treedt op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
Artikel 3
Als ontvangende instelling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het
verdrag, treedt op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
Artikel 4
De verzendende instelling doet overeenkomstig artikel 4, derde lid,
van het verdrag een aanbeveling tot kosteloze rechtsbijstand en
vrijstelling van kosten, indien de verzoeker bij behandeling van de zaak
hier te lande in de termen zou vallen voor toelating om kosteloos te
procederen.
Artikel 5
[1.] De verzendende instelling houdt een nauwkeurige
administratie van de door haar aan de ontvangende instellingen van de
andere Staten, die partij zijn bij het verdrag, toegezonden verzoeken.
[2.] De verzendende instelling bericht de te harer kennis
gebrachte resultaten van het optreden van die ontvangenden instellingen
zo spoedig mogelijk aan de schuldeisers hier te lande.
[3.] De verzendende instelling keert de haar ten behoeve van
schuldeisers overgemaakte gelden zo spoedig mogelijk aan de
rechthebbenden uit.
Artikel 6
Alvorens tot het nemen van maatregelen ter verzekering van het
verhaal van onderhoud over te gaan, stelt de ontvangende instelling zich
in verbinding met de schuldenaar om te trachten in der minne een
oplossing te bereiken, tenzij het nemen van maatregelen naar haar
oordeel geen uitstel gedoogt.
Artikel 7
[1.] De ontvangende instelling houdt een nauwkeurige
administratie van de haar door de verzendende instellingen van de
andere Staten, die partij zijn bij het verdrag, toegezonden verzoeken.
[2.] De ontvangende instelling maakt de bij maar binnengekomen
gelden regelmatig over naar de verzendende instellingen die haar de
verzoeken hebben toegezonden.
Artikel 8
[1.] Onze Minister van Justitie kan omtrent de inrichting van
de in de artikelen 5 en 7 bedoelde administratie voorschriften geven.
[2.] Hij kan deze administratie met de daarbij behorende
bewijsstukken te allen tijde doen inzien.