| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Visserijwet 1963
REGLEMENT
MINIMUMMATEN EN GESLOTEN TIJDEN 1985
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 5 juni 1985, houdende Reglement
minimummaten en gesloten tijden 1985
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 15 april
1985, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, nr. J.
2430;
Overwegende dat het wenselijk is mede ter
uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3626/82 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 3 december 1982 (PbEG L 384) een herzien
Reglement minimummaten en gesloten tijden vast te stellen;
Gelet op de artikelen 2a , 4, 9 en 16
van de Visserijwet 1963 (Stb. 1963, 312);
Gehoord het Produktschap voor Vis en
Visprodukten, het Visserijschap, het Bedrijfschap voor de Groothandel in
Vis en Aanverwante Bedrijven, de Nederlandse Vereniging voor
Sportvissersfederaties, het Centraal Nederlands Hengelaarsverbond en de
Voorlopige Adviesraad voor de Binnenvisserij;
De Raad van State gehoord (advies van 30 mei
1985, nr. W11.85.0214/06.05.22);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 31 mei 1985, nr. J3589,
Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Vis, behorende tot de
onderstaande soorten dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald,
weer in hetzelfde water te worden teruggezet, indien de vis, gemeten
van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, niet ten
minste de achter de desbetreffende soort vermelde maat heeft:
|
bot
|
20 cm
|
|
rietvoorn
|
15 cm
|
|
serpeling
|
15 cm
|
|
beekforel
|
25 cm
|
|
regenboogforel
|
25 cm
|
|
baars
|
22 cm
|
|
kopvoorn
|
30 cm
|
|
sneep
|
30 cm
|
|
winde
|
30 cm
|
|
zeelt
|
25 cm
|
|
aal
|
28 cm
|
|
barbeel
|
30 cm
|
|
snoekbaars
|
42 cm
|
|
snoek
|
45 cm
|
|
vlagzalm
|
35 cm
|
|
beekridder
|
25 cm
|
|
bronforel
|
25 cm
|
Artikel 2
Vis, behorende tot de
onderstaande soorten dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald in
de achter de desbetreffende soort vermelde gesloten tijd, weer in
hetzelfde water te worden teruggezet:
- a.
- baars, barbeel,
kopvoorn, serpeling, sneep, snoekbaars, winde en vlagzalm: 1
april tot en met 31 mei;
- b.
- snoek: 1 maart tot
en met 30 juni;
- c.
- beekforel,
beekridder en bronforel: 1 oktober tot en met 31 maart;
- d.
- zalm en zeeforel:
1 januari tot en met 31 december.
Artikel 3
Het is verboden niet
verduurzaamde vis voorhanden of in voorraad te hebben, aan te
voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te
leveren, te bewerken of te verwerken indien:
- a.
- behorende tot de
soorten genoemd in artikel 1, deze, gemeten van de punt van de
snuit tot het uiteinde van de staartvin, niet ten minste de
achter de desbetreffende soort vermelde maat heeft;
- b.
- behorende tot de
soorten in artikel 2, onderdelen a tot en met c, in het bij de
desbetreffende soort vermelde tijdvak, uitgezonderd de eerste
zes dagen daarvan.
Artikel 4
Het is verboden gerookte
aal, welke, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de
staartvin, kleiner is dan 25 cm, voorhanden of in voorraad te
hebben, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te
leveren, te bewerken of te verwerken.
Artikel 5
Het is verboden op of in
de nabijheid van enig water vis behorende tot de in artikel 1
genoemde soorten voorhanden of in voorraad te hebben, indien deze
vis in zodanige toestand is gebracht, dat daardoor de vaststelling
van de maat wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt.
Artikel 6
Degenen die gerechtigd
zijn de aaldogger- en aalhoekwantvisserij uit te oefenen, is het in
afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan
baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het
uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1
maart tot en met 31 oktober tot een hoeveelheid van ten hoogste 5 kg
te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren,
voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.
Artikel 7
Degenen die bevoegd zijn
tot het vissen met de hengel, is het in afwijking van het bepaalde
in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten
van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner
dan 15 cm, in het tijdvak van 1 juli tot en met de laatste dag van
februari tot een hoeveelheid van ten hoogste 30 stuks te behouden,
voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover
aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.
Artikel 8
In afwijking van het
bepaalde in artikel 3, aanhef en onderdeel b,
is het toegestaan na de zesde dag na de aanvang van de gesloten tijd
vis van de in artikel 2, onderdelen a, b
en c bedoelde soorten, welke op die dag
opgeslagen is in een door Onze Minister geregistreerd vrieshuis:
- a.
- in dat vrieshuis
voorhanden of in voorraad te hebben;
- b.
- naar een
werkplaats tot het verwerken of bewerken van vis of een daartoe
behorende inrichting te vervoeren, aldaar voorhanden of in
voorraad te hebben, te bewerken of te verwerken;
- c.
- nadien te
vervoeren, mits het vervoer van de vis is gedekt door een door
de directeur van de Visserijen afgegeven geldig geleidebiljet
van een door Onze Minister vastgesteld model.
Artikel 9
Het bepaalde in de
artikelen 1, 2 en 3 geldt niet voor vis waarvan wordt aangetoond dat
deze afkomstig is uit een viskwekerij.
Artikel 10
Onze Minister kan
verbieden vis, behorende tot andere soorten dan genoemd in artikel
1, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren,
te koop aan te bieden te vervreemden, af te leveren, te bewerken of
te verwerken:
- a.
- indien deze van
een kleinere afmeting is dan Onze Minister voor deze soort heeft
bepaald;
- b.
- in een door Onze
Minister voor deze soort te bepalen tijdvak.
Artikel 11
Onze Minister kan
vrijstelling of ontheffing verlenen van de bepalingen bij of
krachtens dit besluit.
Artikel 12
Aan vrijstellingen en
ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder
beperkingen worden verleend. Zij kunnen te allen tijde worden
ingetrokken.
Artikel 13
[Vervallen per 29-01-1997]
Artikel 14
[Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 15
Het Reglement minimummaten
en gesloten tijden 1970 (Stb. 1970, 178)
wordt ingetrokken.
Artikel 16
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 17
Dit besluit kan worden
aangehaald als "Reglement minimummaten en gesloten
tijden", met vermelding van het jaartal van het Staatsblad
waarin het zal worden geplaatst.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting
in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 5 juni 1985
BEATRIX
De Staatssecretaris van Landbouw
en Visserij,
A. Ploeg
Uitgegeven de zesde juni 1985
De Minister van Justitie,
F.
Korthals Altes
|
|
|