| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Visserijwet 1963
VERGOEDINGENBESLUIT
KAMER VOOR DE BINNENVISSERIJ 1975
Tekst zoals deze geldt op
6 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 26 september 1975 tot vaststelling van het
Vergoedingenbesluit Kamer voor de Binnenvisserij 1975
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 19 augustus
1975, nr. J1815, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op artikel 53, tweede lid, van de
Visserijwet 1963;
De Raad van State gehoord (advies van 3
september 1975, nr. 19);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde
Minister van 22 september 1975, nr. J2007, Directie Juridische en
Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor het leiden van zittingen of andere bijeenkomsten van de Kamer
voor de Binnenvisserij wordt aan de plaatsvervangende voorzitter een
vergoeding toegekend van 67, per uur per dag.
Artikel 2
Voor het bijwonen van zittingen of andere bijeenkomsten van de Kamer
voor de Binnenvisserij wordt aan de leden een vergoeding toegekend van
67, per uur.
Artikel 3
Voor het houden van besprekingen, welke buiten de zittingen en andere
bijeenkomsten van de Kamer voor de Binnenvisserij op voorstel van de
voorzitter elders plaatsvinden, wordt aan de leden een vergoeding
toegekend van 67, per uur.
Artikel 3a
1. De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3, worden
jaarlijks per 1 januari aangepast aan de mate waarin het prijspeil in
de periode van 1 juli in het voorafgaande jaar tot en met 1 juli van
het daaraan voorafgaande jaar gemiddeld is gestegen volgens de
Consumentenprijsindex voor alle huishoudens zoals gepubliceerd door
het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op
hele euros.
2. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt de
aanpassing, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 1 oktober van het
voorgaande jaar bekend in de Staatscourant.
Artikel 4
De in de voorgaande artikelen bedoelde vergoedingen worden niet
toegekend, indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk een bezoldigd
ambt bekleden, voor zover Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit niet anders bepaalt.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]
Artikel 6
Ons Besluit van 5 augustus 1964, Stb. 1964, 340, wordt
ingetrokken.
Artikel 7
1. Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit Kamer voor
de Binnenvisserij 1975.
2. Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 26 september 1975
JULIANA
De Minister van Landbouw en Visserij,
Van der Stee
Uitgegeven de vierde november 1975
De Minister van Justitie,
Van Agt
|
|
|