BESLUIT van 14 januari 1993, houdende vaststelling van
een reglement voor het regime in een grenslogies ingevolge artikel 7a,
vierde lid, Vreemdelingenwet
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 26 februari 1992,
Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 192399/92/6;
Gelet op artikel 7a van de
Vreemdelingenwet (Stb. 1965, 40);
De Raad van State gehoord (advies van 3
september 1992, nr. W03.92.0094);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 12 januari 1993, Stafafdeling
Wetgeving Publiekrecht, nr. 264314/93/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Dit besluit heeft betrekking op de ruimten als bedoeld in artikel 6,
derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 die door Onze Minister als
zodanig zijn aangewezen en zijn bestemd voor de opname van vreemdelingen
als bedoeld in het eerste lid van voornoemd artikel.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1. Grenslogies: een ruimte als bedoeld in artikel 6, derde lid,
van de Vreemdelingenwet 2000.
2. Vreemdeling: een persoon als bedoeld in artikel 1 van de
Vreemdelingenwet 2000 die ingevolge artikel 6, eerste lid, dan wel
enige andere bepaling bij of krachtens deze wet is gehouden te
verblijven in een grenslogies.
3. Onze Minister: Onze Minister van Justitie.
Titel II. Beheer
Artikel 3
1. Het opperbeheer van een grenslogies berust bij Onze
Minister. Deze kan bij huishoudelijk reglement nadere regels
vaststellen ter uitvoering van en in aanvulling op dit besluit.
2. Met het beheer van een grenslogies is belast een daartoe door
Onze Minister aangewezen directeur, die hiertoe wordt bijgestaan door
ambtenaren en overige medewerkers.
3. De directeur heeft tot taak het verblijf van de vreemdelingen
in het grenslogies te verzekeren, alsmede de veiligheid en de orde
aldaar te handhaven. De directeur is bevoegd bevelen te geven aan de
ambtenaren en overige medewerkers die met het oog op deze
taakuitoefening noodzakelijk zijn.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur wordt deze
met het oog op de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven
voorschriften vervangen. Onze Minister wijst een of meer ambtenaren, die
werkzaam zijn in het grenslogies, aan als plaatsvervanger van de
directeur.
Titel III. Regime
Artikel 4
1. De vreemdeling wordt aan geen andere beperkingen onderworpen
dan die volstrekt noodzakelijk zijn om zijn verblijf in het
grenslogies te verzekeren alsmede om de veiligheid en de orde aldaar
te handhaven.
2. De vreemdeling is gehouden bevelen gegeven door of namens de
directeur ter verzekering van zijn verblijf alsmede ter handhaving van
de veiligheid en orde in het grenslogies op te volgen.
Artikel 5
1. Met inachtname van de beperkingen en de bevelen ingevolge
artikel 4 is de vreemdeling bevoegd:
a. zich binnen het grenslogies vrij te bewegen;
b. bezoekers te ontvangen in een daartoe door de directeur
aangewezen ruimte;
c. brieven een andere poststukken te ontvangen en, voor eigen
rekening, te verzenden;
d. voor eigen rekening te telefoneren.
2. De directeur kan de toelating van bezoekers afhankelijk
stellen van hun bereidheid zich bij binnenkomst aan hun kleding te laten
onderzoeken en door hen meegebrachte voorwerpen te laten controleren op
de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen
opleveren voor de veiligheid en de orde in het grenslogies. De directeur
kan dergelijke voorwerpen voor de duur van het bezoek in bewaring doen
nemen.
3. Indien de handhaving van de veiligheid en de orde dit
noodzakelijk maakt kan de directeur een bezoeker de toegang tot of het
voortgezet verblijf in het grenslogies weigeren.
4. De directeur kan brieven en poststukken doen onderzoeken op de
aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen opleveren
voor de veiligheid en de orde in het grenslogies. Hij is bevoegd
dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen afgifte van een bewijs van
ontvangst, onder zich te nemen en te houden gedurende het verblijf van
de vreemdeling in het grenslogies.
Artikel 6
1. De directeur kan een vreemdeling aan zijn kleding en zijn
bagage doen onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen
die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en orde in het
grenslogies. Hij is bevoegd dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen
afgifte van een bewijs van ontvangst, onder zich te nemen en te houden
gedurende het verblijf van de vreemdeling in het grenslogies.
2. Bij binnenkomst van de vreemdeling en tijdens zijn verblijf in
het grenslogies is de directeur bevoegd voorwerpen of stoffen die aan de
vreemdeling toebehoren hem te doen ontnemen, indien deze een gevaar
kunnen opleveren voor diens ongestoorde verblijf in het grenslogies. Hij
kan hiertoe de bagage van de vreemdeling alsmede diens verblijfsruimte
op de aanwezigheid van dergelijke voorwerpen of stoffen doen
onderzoeken. Hij is bevoegd dergelijke voorwerpen of stoffen, tegen
afgifte van een bewijs van ontvangst, onder zich te houden gedurende het
verblijf van de vreemdeling in het grenslogies.
Artikel 7
1. De vreemdeling wordt ondergebracht individueel of in een
groep, waarvan de directeur de samenstelling bepaalt. Aan elke
vreemdeling of groep van vreemdelingen wordt een verblijfsruimte
toegewezen.
Gedurende de voor de nachtrust bestemde uren is de vreemdeling
gehouden in de aan hem of aan de groep waartoe hij behoort toegewezen
ruimte te verblijven.
2. De directeur kan bevelen dat een vreemdeling in afzondering
wordt geplaatst:
a. indien hij hierom verzoekt;
b. indien en voor zolang als dit volstrekt noodzakelijk is teneinde
zijn verblijf te verzekeren dan wel de veiligheid en orde in het
grenslogies te handhaven.
3. Indien de tenuitvoerlegging van de in het tweede lid, onderdeel
b, bedoelde afzondering in het grenslogies op ernstige bezwaren
stuit kan de directeur bevelen dat de afzondering in een andere ruimte
als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wordt
ondergaan.
4. Alvorens de vreemdeling in afzondering wordt geplaatst op de
grond als bedoeld onder b van het tweede lid, hoort de directeur
hem, tenzij de veiligheid en orde in de inrichting dit niet toelaten of
communicatie met hem niet mogelijk is.
Artikel 8
De directeur draagt zorg voor:
a. de voorziening in het levensonderhoud van de vreemdeling,
waaronder begrepen de verstrekking van zakgeld volgens door Onze
Minister te stellen regels;
b. de inrichting van de ruimten waarin de vreemdeling verblijft
als eenvoudige logiesgelegenheid;
c. de verstrekking van kleding en artikelen voor de persoonlijke
verzorging van de vreemdeling, voorzover deze hierin niet zelf kan
voorzien en voorzover deze noodzakelijk is voor zijn verblijf;
d. de verlening van de noodzakelijke medische hulp aan de
vreemdeling;
e. de geestelijke verzorging van de vreemdeling;
f. de organisatie van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van de
vreemdelingen.
Artikel 9
1. De vreemdeling ontvangt bij zijn binnenkomst, zo mogelijk in
een voor hem begrijpelijke taal, een afschrift van dit besluit alsmede
van het in het grenslogies geldende huishoudelijke reglement.
2. De directeur draagt er zorg voor dat de vreemdeling ten
aanzien van wie afzondering als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel
b , is bevolen alsmede van wie een bezoeker de toegang tot het
grenslogies is geweigerd, hieromtrent binnen 24 uur na voornoemd bevel
of de weigering een schriftelijke mededeling ontvangt, zoveel mogelijk
in een voor hem begrijpelijke taal.
Titel IV. Toezicht
Artikel 10
1. Bij elk grenslogies is een commissie van toezicht, waarvan
de leden door Onze Minister worden benoemd en ontslagen.
2. De commissie van toezicht wijst uit haar midden een voorzitter
en een of meer plaatsvervangers aan.
3. Aan de commissie is een secretaris verbonden. Deze wordt door
Onze Minister, gehoord de commissie van toezicht, aangewezen.
Artikel 11
De vreemdeling kan zich met elke grief die verband houdt met zijn
verblijf in het grenslogies wenden tot de commissie van toezicht.
Artikel 12
1. De commissie van toezicht heeft tot taak:
a. toezicht te houden op de bejegening van de vreemdelingen en de
naleving van de wettelijke voorschriften die met betrekking tot hun
verblijf op hen van toepassing zijn;
b. kennis te nemen van door de vreemdeling naar voren gebrachte
grieven en waar mogelijk ter zake tussen de vreemdeling en de
directeur te bemiddelen;
c. aan Onze Minister en de directeur hetzij uit eigen beweging,
hetzij op verzoek, advies en inlichtingen te geven voorzover deze
verband houden met de onder a en b omschreven zaken.
2. Ter uitvoering van de in het eerste lid, onder b,
genoemde taak wijst zij uit haar midden een lid aan dat is belast met de
behandeling van grieven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b,
en dat hiertoe regelmatig spreekuur houdt in het grenslogies.
Artikel 13
1. De commissie van toezicht heeft te allen tijde toegang tot
het grenslogies.
2. De commissie van toezicht ontvangt van de directeur de door
haar gewenste inlichtingen en heeft het recht de op het grenslogies
betrekking hebbende boeken en bescheiden in te zien.
3. De commissie van toezicht vergadert als regel eenmaal in de
maand. De vergadering wordt bijgewoond door de directeur, tenzij de
commissie anders bepaalt.
Titel V. Beklag
Artikel 14
De vreemdeling kan beklag doen over:
a. zijn plaatsing in afzondering ingevolge artikel 7, tweede lid,
onderdeel b ;
b. de weigering een bezoeker tot hem toe te laten;
c. de ontneming door of vanwege de directeur van voorwerpen en
stoffen als bedoeld in artikel 6;
d. enige andere hem door of vanwege de directeur opgelegde
maatregel, waarbij wordt afgeweken van wettelijke voorschriften en
voorzover deze verband houdt met zijn verblijf in het grenslogies.
Artikel 15
1. De commissie van toezicht benoemt uit haar midden een
beklagcommissie van drie leden, die is belast met de behandeling van
klaagschriften als bedoeld in artikel 14.
2. De beklagcommisie wijst uit haar midden een voorzitter en een
plaatsvervanger aan.
3. De secretaris van de commissie van toezicht is tevens
secretaris van de beklagcommissie.
4. De behandeling van klaagschriften van eenvoudige aard, dan wel
van klaagschriften die kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk
ongegrond zijn te achten kan geschieden door de voorzitter. De
voorzitter kan de behandeling van een klacht ter behandeling verwijzen
naar de beklagcommissie.
Artikel 16
1. De vreemdeling stelt beklag in door het indienen van een
klaagschrift bij de beklagcommissie van het grenslogies, waarop de
klacht betrekking heeft.
2. De vreemdeling moet het klaagschrift indienen uiterlijk op de
veertiende dag na die van de ontvangst van de mededeling als bedoeld in
artikel 9, tweede lid, dan wel na die van de oplegging van de maatregel
waarover hij zich beklaagt. Een na afloop van deze termijn ingediend
klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien blijkt dat de vreemdeling
het beklag zo spoedig heeft gedaan als redelijkerwijs van hem kon worden
verwacht.
3. De directeur draagt zorg voor de dagtekening van het
klaagschrift. Als datum van indiening geldt deze dagtekening.
4. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van
het klaagschrift aan de directeur en stelt deze in de gelegenheid tot
het geven van een schriftelijke toelichting.
Artikel 17
1. De beklagcommissie stelt de klager en de directeur in de
gelegenheid te worden gehoord, tenzij het klaagschrift kennelijk
ongegrond of niet ontvankelijk wordt geacht te zijn.
2. De klager kan zich doen bijstaan door een raadsman. Is de
toegevoegde raadsman een advocaat dan geschiedt diens beloning en
vergoeding van door hem gemaakte onkosten overeenkomstig regels te
stellen bij algemene maatregel van bestuur.
3. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende verstaat
draagt de voorzitter zorg voor de inschakeling van een tolk. Onze
Minister stelt een vergoeding vast voor de door de tolk verrichte
werkzaamheden.
4. De beklagcommissie stelt de klager en diens raadsman in de
gelegenheid kennis te nemen van op de klacht betrekking hebbende
stukken.
Artikel 18
1. De beklagcommissie verklaart het klaagschrift gegrond,
ongegrond, of niet ontvankelijk.
2. De beklagcommissie kan de klacht geheel of ten dele gegrond
verklaren:
- indien een wettelijk voorschrift is geschonden;
- indien de beslissing of de maatregel waarover wordt geklaagd bij
afweging van alle in aanmerking komende omstandigheden onredelijk of
onbillijk moet worden geacht.
3. Indien bij gegrondverklaring van het beklag de gevolgen van de
maatregel geheel of ten dele ongedaan kunnen worden gemaakt geeft de
beklagcommissie hiertoe een aanwijzing aan de directeur. Voor zover de
gevolgen niet of niet geheel ongedaan zijn te maken bepaalt zij op welke
wijze de vreemdeling genoegdoening kan worden gegeven en geeft zij
hiertoe aan de directeur het bevel.
Artikel 19
1. De beklagcommissie stelt de directeur en de klager in kennis
van haar beslissing.
2. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende verstaat
draagt de voorzitter zorg voor de inschakeling van een tolk of vertaler.
Onze Minister stelt een vergoeding vast voor de door tolk of de vertaler
verrichte werkzaamheden.
Titel VI. Slotbepalingen
Artikel 20
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 21
Dit besluit kan worden aangehaald als: Reglement regime grenslogies.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 14 januari 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
A. Kosto
Uitgegeven de zesentwintigste januari 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin