| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Warenwet (WaW)
AANWIJZINGSBESCHIKKING
ABOMA + KEBOMA ALS AANGEWEZEN AANGEMELDE
INSTELLING WARENWETBESLUIT MACHINES
Tekst zoals deze geldt op
6 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 15 oktober 2003, nr. A&G/W&P/03 56105,
directie Arbeidsveiligheid en -gezondheid, houdende aanwijzing
instelling voor de keuring van machines ter uitvoering van artikel 5 van
het Warenwetbesluit machines (aanwijzing Aboma + Keboma als aangewezen
aangemelde instelling Warenwetbesluit machines)
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelezen het ministeriλle besluit van
17 april 1996, nr. ARBO/APM/96/00306 (Stcrt. 1996, 78),
waarin de stichting Aboma + Keboma is aangewezen als keuringsinstantie
voor taken met betrekking tot bepaalde machines die zijn genoemd in
artikel 2 van dat besluit;
Overwegende dat dit besluit tot aanwijzing op 1
september 2003 van rechtswege is vervallen met de publicatie van het
Besluit van 15 augustus 2003 (Stb. 2003, 339) houdende de
inwerkingtreding van de Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de
Warenwet (Stb. 2001, 315) tot wijziging van de Warenwet met het
oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op
de gevaarlijke werktuigen;
Overwegende dat met het Besluit van
15 augustus 2003 het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het
Arbeidsomstandighedenbesluit en enkele op de Warenwet gebaseerde
algemene maatregelen van bestuur in verband met de incorporatie van de
Wet op de gevaarlijke werktuigen in de Warenwet (Stb. 2003, 315)
in werking is getreden;
Overwegende dat er geen belemmeringen bestaan
om de stichting Aboma + Keboma vanaf 1 september 2003 opnieuw bevoegd te
verklaren als aangewezen aangemelde instelling voor wat betreft de taken
met betrekking tot bepaalde machines, die zijn beschreven in
eerdergenoemd vervallen besluit tot aanwijzing;
Overwegende dat een aangemelde aangewezen
instelling moet voldoen aan de criteria voor aanwijzing, die zijn
vermeld in de artikelen 7a en 7c van de Warenwet,
hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines en bijlage VII van de
Richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen
der Lidstaten betreffende machines (PbEG L 207 van 23 juli 1998);
Overwegende dat bevindingen van onderzoeken,
die zijn uitgevoerd in het kader van eerdergenoemd vervallen besluit tot
aanwijzing, het vertrouwen rechtvaardigen dat de stichting Aboma +
Keboma, voor wat betreft de in artikel 2 eerste lid, van deze
beschikking genoemde taken aan voornoemde criteria voor aanwijzing
voldoet;
Overwegende dat de stichting Aboma + Keboma is
geaccrediteerd op het werkgebied van de Richtlijn machines waarop deze
aanwijzing betrekking heeft;
Gelet op artikel 7a, eerste lid, van de
Warenwet en hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines,
Besluit:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
a. wet: de Warenwet;
b. besluit: het Warenwetbesluit machines;
c. machine, veiligheidscomponent, aangewezen aangemelde
instelling, richtlijn en wet: hetgeen het besluit daaronder
verstaat;
d. de Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
e. regeling: de Regeling ter uitvoering van de Warenwet en het
Warenwetbesluit machines.
Artikel 2
De stichting Aboma + Keboma, Galvanistraat 1 te Ede wordt aangewezen
als aangewezen aangemelde instelling, die bevoegd is tot het verrichten
van EG-typeonderzoek en afgeven van verklaringen van EG-typeonderzoek,
bewaren van technische constructiedossiers en afgeven van bericht van
ontvangst daarvan en afgeven van verklaringen van geschiktheid van
technische constructiedossiers bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het
besluit met betrekking tot:
hefbruggen voor voertuigen (Bijlage IV van de richtlijn,
A15),
hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen waarbij
een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 m bestaat (Bijlage IV
van de richtlijn, A16),
kantelbeveiligingen/ROPS (Bijlage IV van de richtlijn, B4),
constructies ter beveiliging tegen vallende voorwerpen
(Bijlage IV van de richtlijn, B5).
Artikel 3
De stichting Aboma + Keboma, verder te noemen instelling, voldoet aan
de eisen gesteld in de wet, besluit, regeling en richtlijn die op
aangewezen instellingen van toepassing zijn en neemt daarbij het
volgende in acht:
a. De instelling deelt haar beslissingen met betrekking tot de
afgifte, weigering of intrekking van een verklaring van
typeonderzoek of een verklaring van geschiktheid technisch dossier
zo spoedig mogelijk mede aan de aanvrager. Ingevolge de Algemene wet
bestuursrecht vermeldt zij bij elke beslissing de mogelijkheid van
bezwaar of beroep alsmede de termijn waarbinnen dat bezwaar of
beroep moet worden ingesteld. Indien de instelling een verklaring
van typeonderzoek weigert te verstrekken dan wel intrekt, doet zij
hiervan onmiddellijk mededeling aan het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid onder opgave van de redenen. Van een weigering
een EG-verklaring van typeonderzoek te verstrekken doet zij tevens
mededeling aan de andere aangewezen aangemelde instellingen.
b. De instelling bewaart de gegevens met betrekking tot de
afgifte van verklaringen tenminste twaalf jaar in haar
administratie, als bedoeld in artikel 6g, eerste lid, onder e, van
het besluit. Gegevens met betrekking tot de weigering of intrekking
van een verklaring bewaart zij tenminste zes jaar in deze
administratie. Zij neemt met betrekking tot haar administratie
beheersregels in acht, die tenminste voldoen aan de bij of krachtens
de Archiefwet en het Archiefbesluit terzake gestelde regels.
c. De instelling zal de afgifte van verklaringen en de daaraan
voorafgaande beoordeling van onderzoeksresultaten niet uitbesteden
aan anderen. De instelling zorgt ervoor dat anderen, waaraan zij
onderzoeks- of beproevingswerkzaamheden uitbesteedt, daarbij de in
de wet, het besluit en de regeling gestelde regels in acht nemen. De
daarvoor noodzakelijke afspraken met die anderen legt zij
schriftelijk vast.
d. De instelling blijft haar zetel in Nederland behouden.
e. De instelling verleent de personen, die met het toezicht op de
naleving van de wet, het besluit, de regeling en het bepaalde in
deze beschikking zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de
betreding voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen
op hun verzoek alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie.
f. De instelling stelt het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid terstond in het bezit van de beoordelingsrapportages
van de accreditatie-instelling betreffende de op haar naam gestelde
accreditaties, alsmede van de daaromtrent gevoerde correspondentie,
voor zover de accreditaties werkzaamheden betreffen als bedoeld in
artikel 2 van deze beschikking. Tevens informeert zij genoemd
ministerie onmiddellijk indien deze accreditaties hun geldigheid
verliezen of dreigen te verliezen.
g. De instelling pleegt bij haar taakuitoefening overleg met de
andere aangewezen aangemelde instellingen over een juiste en zo veel
mogelijk uniforme toepassing van relevante (certificatie)procedures,
onderzoeksmaatstaven, richtlijnvoorschriften en normen.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van heden en werkt
terug tot en met 1 september 2003.
Deze aanwijzingsbeschikking zal in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 15 oktober 2003.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Arbeidsveiligheid en -gezondheid,
R. Feringa.
|
|
|