| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Warenwet (WaW)
AANWIJZINGSBESCHIKKING
KEMA QUALITY BV ALS AANGEWEZEN
AANGEMELDE INSTELLING WARENWETBESLUIT MACHINES
Tekst zoals deze geldt op
29 april 2008
Vervallen
m.i.v. 1 december 2008
|
|
|
BESLUIT van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 15 oktober 2003, nr. A&G/W&P/03 56111,
directie Arbeidsveiligheid en -gezondheid, houdende aanwijzing
instelling voor de keuring van machines ter uitvoering van artikel 5 van
het Warenwetbesluit machines (aanwijzing KEMA Quality B.V. als
aangewezen aangemelde instelling Warenwetbesluit machines)
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelezen het ministeriλle besluit van
1 februari 2001, nr. ARBO/APM/01 3274 (Stcrt. 2001, 37),
laatstelijk gewijzigd bij ministerieel besluit van 19 oktober 2001, nr.
ARBO/APM/01 70588 (Stcrt. 2001, 212), waarin KEMA Quality B.V. is
aangewezen als keuringsinstantie voor taken met betrekking tot bepaalde
machines die zijn genoemd in artikel 2 van dat besluit;
Overwegende dat dit besluit tot aanwijzing op 1
september 2003 van rechtswege is vervallen met de publicatie van het
Besluit van 15 augustus 2003 (Stb. 2003, 339) houdende de
inwerkingtreding van de Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de
Warenwet (Stb. 2001, 557) met het oog op de incorporatie van
productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen;
Overwegende dat met het Besluit van
15 augustus 2003 het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het
Arbeidsomstandighedenbesluit en enkele op de Warenwet gebaseerde
algemene maatregelen van bestuur in verband met de incorporatie van de
Wet op de gevaarlijke werktuigen in de Warenwet (Stb. 2003, 315)
in werking is getreden;
Overwegende dat er geen belemmeringen bestaan
om KEMA Quality B.V. vanaf 1 september 2003 opnieuw bevoegd te verklaren
als aangewezen aangemelde instelling voor wat betreft de taken met
betrekking tot bepaalde machines, die zijn beschreven in eerdergenoemd
vervallen besluit tot aanwijzing;
Overwegende, dat een aangemelde aangewezen
instelling moet voldoen aan de criteria voor aanwijzing, die zijn
vermeld in de artikelen 7a en 7c van de Warenwet,
hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines en bijlage VII van de
Richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen
der Lidstaten betreffende machines (PbEG L 207 van 23 juli 1998);
Overwegende dat bevindingen van onderzoeken,
die zijn uitgevoerd in het kader van eerdergenoemd vervallen besluit tot
aanwijzing, het vertrouwen rechtvaardigen dat KEMA Quality B.V., voor
wat betreft de in artikel 2, eerste lid, van deze beschikking genoemde
taken aan voornoemde criteria voor aanwijzing voldoet;
Overwegende dat KEMA Quality B.V. is
geaccrediteerd op het werkgebied van de Richtlijn machines waarop deze
aanwijzing betrekking heeft;
Gelet op artikel 7a, eerste lid, van de
Warenwet en hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines;
Besluit:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
a. wet: de Warenwet;
b. besluit: het Warenwetbesluit machines;
c. machine, veiligheidscomponent, aangewezen aangemelde
instelling, richtlijn en wet: hetgeen het besluit daaronder
verstaat;
d. de Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
e. regeling: de Regeling ter uitvoering van de Warenwet en het
Warenwetbesluit machines.
Artikel 2
KEMA Quality B.V., Utrechtseweg 310 te Arnhem wordt aangewezen als
aangewezen aangemelde instelling, die bevoegd is tot het verrichten van
EG-typeonderzoek en afgeven van verklaringen van EG-typeonderzoek,
bewaren van technische constructiedossiers en afgeven van bericht van
ontvangst daarvan en afgeven van verklaringen van geschiktheid van
technische constructiedossiers bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het
besluit met betrekking tot:
cirkelzagen (eenbladig en meerbladig) voor de bewerking van
hout en daarmee te stellen materialen of voor de bewerking van vlees
en daarmee te stellen materialen (Bijlage IV van de richtlijn, A1 en
A1.1 t/m A1.4),
vlakschaafmachines met handvoeding voor houtbewerking
(Bijlage IV van de richtlijn, A2),
eenzijdige schaafmachines met manuele toevoer en/of afvoer
voor houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, A3),
lintzagen met vast of beweegbaar tafelblad en lintzagen met
beweegbare slede met manuele toevoer en/of afvoer voor houtbewerking
daarmee gelijk te stellen materialen of voor de bewerking van vlees
en daarmee gelijk te stellen materialen (Bijlage IV van de
richtlijn, A4),
gecombineerde machines van de in Bijlage IV van de richtlijn,
A1 tot en met A4 en A7 bedoelde types machines voor de bewerking van
hout en daarmee gelijk te stellen materialen (Bijlage IV van de
richtlijn, A5),
pennenbanken met verschillende spillen met handvoeding voor
houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, A6),
freesmachines met verticale as, met handvoeding voor de
bewerking van hout en daarmee te stellen materialen (Bijlage IV van
de richtlijn, A7),
draagbare kettingzaagmachines voor houtbewerking (Bijlage IV
van de richtlijn, A8),
persen met inbegrip van buigmachines, voor koude
metaalbewerking waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of
afgevoerd en de beweegbare werktuigen een slaglengte kunnen hebben
van meer dan 6 mm en een snelheid van meer dan 30 mm/s (Bijlage IV
van de richtlijn, A9),
machines voor het spuitgieten en persen van kunststoffen met
manuele of afvoer van het materiaal (Bijlage IV van de richtlijn,
A10),
machines voor het spuitgieten en persen van rubber met
manuele of afvoer van het materiaal (Bijlage IV van de richtlijn,
A11),
hefbruggen voor voertuigen (Bijlage IV van de richtlijn,
A15),
gevoelige elektrische inrichtingen, die zijn ontworpen voor
de detectie van personen, zoals, foto-elektrische beveiliging,
sensormatten, elektromagnetische detectoren (Bijlage IV van de
richtlijn, B1),
logische eenheden voor de beveiligingsfuncties bij een met
twee handen te bedienen bedieningsorganen (Bijlage IV van de
richtlijn, B2),
automatisch bewegende schermen voor de beveiliging van
persen, met inbegrip van buigmachines en machines voor het
spuitgieten van kunststoffen en rubber (Bijlage IV van de richtlijn,
B3).
Artikel 3
KEMAQuality B.V., verder te noemen instelling, voldoet aan de eisen
gesteld in de wet, besluit, regeling en richtlijn die op aangewezen
instellingen van toepassing zijn en neemt daarbij het volgende in acht:
a. De instelling deelt haar beslissingen met betrekking tot de
afgifte, weigering of intrekking van een verklaring van typeonderzoek of
een verklaring van geschiktheid technisch dossier zo spoedig mogelijk
mede aan de aanvrager. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht vermeldt
zij bij elke beslissing de mogelijkheid van bezwaar of beroep alsmede de
termijn waarbinnen dat bezwaar of beroep moet worden ingesteld. Indien
de instelling een verklaring van typeonderzoek weigert te verstrekken
dan wel intrekt, doet zij hiervan onmiddellijk mededeling aan het
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder opgave van de
redenen. Van een weigering een EG-verklaring van typeonderzoek te
verstrekken doet zij tevens mededeling aan de andere aangewezen
aangemelde instellingen.
b. De instelling bewaart de gegevens met betrekking tot de afgifte
van verklaringen tenminste twaalfjaar in haar administratie, als bedoeld
in artikel 6g, eerste lid, onder e, van het besluit. Gegevens met
betrekking tot de weigering of intrekking van een verklaring bewaart zij
tenminste zes jaar in deze administratie. Zij neemt met betrekking tot
haar administratie beheersregels in acht, die tenminste voldoen aan de
bij of krachtens de Archiefwet en het Archiefbesluit terzake gestelde
regels.
c. De instelling zal de afgifte van verklaringen en de daaraan
voorafgaande beoordeling van onderzoeksresultaten niet uitbesteden aan
anderen. De instelling zorgt ervoor dat anderen, waaraan zij onderzoeks-
of beproevings-werkzaamheden uitbesteedt, daarbij de in de wet, het
besluit en de regeling gestelde regels in acht nemen. De daarvoor
noodzakelijke afspraken met die anderen legt zij schriftelijk vast.
d. De instelling blijft haar zetel in Nederland behouden.
e. De instelling verleent de personen, die met het toezicht op de
naleving van de wet, het besluit, de regeling en het bepaalde in deze
beschikking zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de betreding
voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen op hun verzoek
alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie.
f. De instelling stelt het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid terstond in het bezit van de beoordelingsrapportages van
de accreditatie-instelling betreffende de op haar naam gestelde
accreditaties, alsmede van de daaromtrent gevoerde correspondentie, voor
zover de accreditaties werkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 2
van deze beschikking. Tevens informeert zij genoemd ministerie
onmiddellijk indien deze accreditaties hun geldigheid verliezen of
dreigen te verliezen.
g. De instelling pleegt bij haar taakuitoefening overleg met de
andere aangewezen aangemelde instellingen over een juiste en zo veel
mogelijk uniforme toepassing van relevante (certificatie)procedures,
onderzoeksmaatstaven, richtlijnvoorschriften en normen.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van heden en werkt
terug tot en met 1 september 2003.
Deze aanwijzingsbeschikking zal in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 15 oktober 2003.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Arbeidsveiligheid en -gezondheid,
R. Feringa.
|
|
|