| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Warenwet (WaW)
BESLUIT
MEDISCHE HULPMIDDELEN
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 30 maart 1995, houdende regels met
betrekking tot het in de handel brengen en het toepassen van medische
hulpmiddelen, alsmede tot wijziging van enige algemene maatregelen van
bestuur
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van
28 september 1994, GMV/G 943101;
Gelet op:
- Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische
hulpmiddelen (PbEG L 169);
- Artikel 3, eerste lid, van de Wet op de medische
hulpmiddelen;
- De artikelen 1, derde lid, en 26, onderdeel f,
van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
- De artikelen 4, eerste lid, onderdeel a ,
8, onderdeel c , 13, 14, 14a , 16 en 16a van de
Warenwet juncto artikel II van de Wijzigingswet 1988 Warenwet;
- Artikel 21 van de IJkwet; en
- De artikelen 22, 23 en 28 van het Algemeen
EEG-IJkbesluit;
Gezien het advies van de
Geneesmiddelencommissie (advies van 21 januari 1994, Geco 4802/EJ);
De Raad van State gehoord (advies van 21
december 1994, nr. W13.94.0604);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 maart 1995, GMV/G 95767;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. naar maat gemaakt medisch hulpmiddel: een medisch hulpmiddel
dat speciaal is vervaardigd volgens voorschrift van een arts of
van een andere persoon die uit hoofde van zijn beroep daartoe
bevoegd is, waarin onder zijn verantwoordelijkheid de specifieke
kenmerken van het ontwerp zijn aangegeven, en dat is bestemd om
uitsluitend door een bepaalde patiënt te worden gebezigd;
b. medisch hulpmiddel bestemd voor klinisch onderzoek: een
medisch hulpmiddel dat is bestemd om ter beschikking te worden
gesteld van een medisch specialist, ten einde daarmee in een
geschikt klinisch menselijk milieu als bedoeld in de krachtens
artikel 13, vijfde lid, vastgestelde ministeriële regeling inzake
de klinische evaluatie, uit te voeren;
c. hulpstuk: een produkt dat door de fabrikant speciaal is
bestemd om met een medisch hulpmiddel te worden gebruikt zodat dat
middel overeenkomstig diens bestemming kan worden gebezigd of
toegepast;
d. fabrikant: de persoon, rechtspersoon daaronder begrepen, of
diens gemachtigde, die:
1°. verantwoordelijk is voor het ontwerp, de
vervaardiging, de verpakking en de etikettering van een
medisch hulpmiddel met het oog op het in de handel brengen
ervan onder eigen naam, ongeacht of deze verrichtingen worden
uitgevoerd door diezelfde persoon of onder zijn
verantwoordelijkheid door een derde; of
2°. die één of meer geprefabriceerde produkten
assembleert, verpakt, behandelt, vernieuwt of etiketteert, of
aan deze produkten de bestemming van een medisch hulpmiddel
toekent met het oog op het in de handel brengen ervan onder
eigen naam;
e. gemachtigde: de in een lidstaat gevestigde persoon,
rechtspersoon daaronder begrepen, die, na daartoe uitdrukkelijk
door de fabrikant te zijn aangewezen, in rechte kan worden
aangesproken ten aanzien van de verplichtingen die bij of
krachtens dit besluit aan de fabrikant zijn opgelegd;
f. in de handel brengen: het voor het eerst tegen betaling of
kosteloos afleveren van een medisch hulpmiddel, dat niet voor
klinisch onderzoek is bestemd, met het oog op de distributie of
het gebruik ervan op de markt van een lid-staat, ongeacht of het
gaat om een nieuw of een vernieuwd medisch hulpmiddel;
g. toepassen: het voor het eerst toepassen van een medisch
hulpmiddel;
h. bestemming: het gebruik waartoe het medisch hulpmiddel is
bestemd volgens de aanwijzingen die de fabrikant op het etiket, in
de gebruiksaanwijzing of in het reclame-materiaal verschaft;
i. aangemelde instantie: de ter uitvoering van artikel 16 van
de richtlijn aangewezen instantie;
j. lid-staat: de staat, die lid is van de Europese Unie,
alsmede de staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte;
k. richtlijn: richtlijn nr 93/42/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische
hulpmiddelen (PbEG L 169);
l. wet: de Wet op de medische hulpmiddelen;
m. CE-markering: de markering overeenkomstig het model
opgenomen in bijlage XII van de richtlijn;
n. derivaat van menselijk bloed: een stof, als integrerend
bestanddeel verwerkt in een medisch hulpmiddel, die, indien
afzonderlijk gebruikt, kan worden beschouwd als een bestanddeel
van een geneesmiddel of als een bloedproduct als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder d, van de Geneesmiddelenwet, en die
de werking van het hulpmiddel op het menselijk lichaam kan
ondersteunen;
o. hulpmiddelsubcategorie: een groep hulpmiddelen die bedoeld
zijn voor gebruik op dezelfde gebieden, of een gemeenschappelijke
technologie bezitten;
p. generieke hulpmiddelgroep: een groep hulpmiddelen die
bedoeld zijn voor hetzelfde of een soortgelijk gebruik, of een
gemeenschappelijke technologie bezitten, zodat zij op generieke
wijze kunnen worden ingedeeld, waarbij specifieke eigenschappen
buiten beschouwing blijven;
q. hulpmiddel voor eenmalig gebruik: een hulpmiddel dat bedoeld
is om slechts eenmaal te worden gebruikt voor één patiënt;
r. richtlijn 2003/32/EG: richtlijn 2003/32/EG van de Commissie
van 23 april 2003 tot vaststelling van nadere specificaties inzake
de in Richtlijn 93/42/EEG van de Raad vastgelegde eisen
betreffende medische hulpmiddelen die zijn vervaardigd met
gebruikmaking van weefsel van dierlijke oorsprong (PbEU L 105);
s. klinische gegevens: uit het gebruik van een hulpmiddel
voortkomende informatie betreffende de veiligheid of de
prestaties, afkomstig uit:
– klinisch onderzoek van het betrokken hulpmiddel, of
– in de wetenschappelijke literatuur beschreven klinisch
onderzoek van of andere studies over een soortgelijk
hulpmiddel waarvan de gelijkwaardigheid met het hulpmiddel in
kwestie kan worden aangetoond, of
– gepubliceerde of ongepubliceerde verslagen over andere
klinische ervaringen met het hulpmiddel in kwestie of met een
soortgelijk hulpmiddel waarvan de gelijkwaardigheid met het
hulpmiddel in kwestie kan worden aangetoond.
2. Medische hulpmiddelen die volgens methodes van continue
fabrikage of van seriefabrikage worden vervaardigd en die een
aanpassing vereisen om te voldoen aan de specifieke behoeften van de
arts of van een andere professionele gebruiker worden niet beschouwd
als een naar maat gemaakt medisch hulpmiddel.
3. Onder een fabrikant wordt niet begrepen een persoon die, niet
zijnde een fabrikant van een medisch hulpmiddel in de zin van het
eerste lid, onder e, 1°, medische hulpmiddelen die reeds in de handel
zijn gebracht, assembleert voor een individuele patiënt, of aanpast
overeenkomstig hun bestemming.
Artikel 2
Dit besluit is mede van toepassing op het hulpstuk en op de software
die voor de goede werking van het medisch hulpmiddel benodigd zijn.
Artikel 3
1. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. in-vitro diagnostica waarop het Besluit in-vitro diagnostica
van toepassing is.
b. actieve implantaten in de zin van het Besluit actieve
implantaten;
c. medische hulpmiddelen bestemd voor het toedienen van een
geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
Geneesmiddelenwet, voor zover zij op zodanige wijze in de handel
worden gebracht dat:
1°. het medisch hulpmiddel en het geneesmiddel een
ondeelbaar geheel vormen,
2°. zij uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt in
de gegeven combinatie, en
3°. niet opnieuw kunnen worden gebruikt;
d. menselijk bloed, producten van menselijk bloed, bloedplasma
of bloedcellen van menselijke oorsprong of op medische
hulpmiddelen die op het moment waarop ze in de handel worden
gebracht dergelijke bloedproducten, dergelijk bloedplasma of
dergelijke bloedcellen bevatten, met uitzondering van derivaten
van menselijk bloed;
e. transplantaten, weefsels of cellen van menselijke oorsprong,
of produkten die weefsels of cellen van menselijke oorsprong
bevatten of daarvan zijn afgeleid;
f. transplantaten, weefsels of cellen van dierlijke oorsprong,
tenzij het desbetreffende medisch hulpmiddel is vervaardigd met
gebruikmaking van dierlijk weefsel dat niet-levensvatbaar is
gemaakt, dan wel van niet-levensvatbare produkten die zijn
afgeleid van dierlijk weefsel;
g. persoonlijke beschermingsmiddelen in de zin van het
Warenwetbesluit Persoonlijke beschermingsmiddelen.
2. De in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële eisen,
voor zover het betreft aspecten verband houdend met veiligheid en
prestaties, zijn evenwel op de in onderdeel c van het eerste lid
bedoelde medische hulpmiddelen van toepassing.
Artikel 4
1.Het is de fabrikant verboden een medisch hulpmiddel voorhanden te
hebben of af te leveren indien niet is voldaan aan de artikelen 5 tot
en met 9c, 12 en 13.
2.Het is de persoon, rechtspersoon daaronder begrepen, niet zijnde
de fabrikant, die medische hulpmiddelen samenvoegt om deze in de vorm
van een systeem of van een behandelingspakket af te leveren, verboden
een systeem of behandelingspakket voorhanden te hebben of af te
leveren indien met betrekking tot het systeem of het
behandelingspakket niet is voldaan aan artikel 10.
3.Het is een ander dan de in het tweede lid bedoelde persoon, niet
zijnde de fabrikant, verboden een medisch hulpmiddel voorhanden te
hebben of af te leveren indien met betrekking tot het medisch
hulpmiddel niet is voldaan aan de artikelen 15 en 16.
4.Het is verboden een medisch hulpmiddel toe te passen indien het
medisch hulpmiddel niet met inachtneming van de artikelen 5 tot en met
10, 12, 13, 15 en 16 is afgeleverd.
Administratieve notificatie van de fabrikant
Artikel 5
1. De in Nederland gevestigde fabrikant die onder eigen naam en in
overeenstemming met de in artikel 9, vijfde lid, bedoelde
conformiteitsbeoordelingsprocedure een medisch hulpmiddel aflevert,
deelt alvorens de aflevering plaatsvindt, aan de daartoe door Onze
Minister aangewezen overheidsinstantie mede:
a. zijn woonplaats in de zin van artikel 10, Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek; alsmede
b. de categorie van het desbetreffende medisch hulpmiddel; en,
zo spoedig mogelijk,
c. wijzigingen van deze gegevens, alsook de beëindiging van de
activiteit.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de in
artikel 10 bedoelde persoon en de in artikel 12 bedoelde fabrikant.
3. De buiten een lidstaat gevestigde fabrikant wijst een
gemachtigde aan.
Eisen en verwijzing naar normen
Artikel 6
1. Een medisch hulpmiddel voldoet aan de in bijlage I van de
richtlijn opgenomen eisen, met inachtneming van de bestemming van het
betrokken medisch hulpmiddel.
2. De in bijlage I, punt 13, van de richtlijn bedoelde informatie
die aan de gebruiker en de patiënt moeten worden verstrekt, zijn
opgesteld in de Nederlandse taal.
3. Onze Minister wijst ter uitvoering van artikel 5 van de
richtlijn normen dan wel in voorkomend geval monografieën van de
Europese Farmacopee aan, bij het voldoen waaraan medische hulpmiddelen
worden vermoed te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde eisen.
4. De referenties van de aangewezen normen en monografieën worden
in de Staatscourant bekendgemaakt.
CE-markering
Artikel 7
1.Een medisch hulpmiddel is voorzien van de CE-markering.
2.Een medisch hulpmiddel is slechts voorzien van de CE-markering
indien het aan de in bijlage I van de richtlijn opgenomen eisen
voldoet.
3.De CE-markering wordt niet aangebracht op een product dat niet
een medisch hulpmiddel is.
4.In afwijking van het eerste lid zijn naar maat gemaakte medische
hulpmiddelen en medische hulpmiddelen bestemd voor klinisch onderzoek
niet voorzien van de CE-markering.
5.De CE-markering is vergezeld van het identificatienummer van de
aangemelde instantie die de in bijlage II, IV, V en VI van de
richtlijn bedoelde procedures heeft uitgevoerd of van de aangemelde
instantie die de door een andere lid-staat vastgestelde procedures
heeft uitgevoerd.
6.De CE-markering en het in het vijfde lid bedoelde
identificatienummer zijn zichtbaar leesbaar en onuitwisbaar
aangebracht op het medisch hulpmiddel of op de verpakking die de
steriliteit waarborgt, alsmede op de gebruiksaanwijzing.
7.In geval het om technische redenen niet mogelijk is om de
CE-markering op het medisch hulpmiddel of op de verpakking die de
steriliteit waarborgt, aan te brengen, is de markering aangebracht op
de verpakking waarin het medisch hulpmiddel in de handel wordt
gebracht.
8.Een medisch hulpmiddel is niet voorzien van een markering of
opschrift waardoor verwarring zou kunnen ontstaan over de betekenis of
de grafische vormgeving van de CE-markering; indien op het medisch
hulpmiddel, de verpakking of op de gebruiksaanwijzing andere
markeringen zijn aangebracht verminderen zij niet de zichtbaarheid en
leesbaarheid van de CE-markering.
Klasse-indeling
Artikel 8
1. Medische hulpmiddelen worden ingedeeld in klasse I, IIa, IIb of
III volgens bijlage IX van de richtlijn.
2. In afwijking van het eerste lid worden borstimplantaten en heup-,
knie- en schouderprothesen ingedeeld in klasse III.
3. Tegen een ingevolge de classificatieregels genomen beslissing
van de aangemelde instantie kan de fabrikant beroep instellen bij Onze
Minister.
Conformiteitsbeoordelingsprocedures
Artikel 9
1.Dit artikel is niet van toepassing op een naar maat gemaakt
medisch hulpmiddel of een medisch hulpmiddel bestemd voor klinisch
onderzoek.
2.Voor de beoordeling of een in klasse III ingedeeld medisch
hulpmiddel aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde eisen voldoet,
volgt de fabrikant, ten einde de CE-markering aan te brengen, één
van de volgende procedures:
a. de in bijlage II van de richtlijn omschreven procedure
inzake de EG-verklaring van overeenstemming, of
b. de in bijlage III van de richtlijn omschreven procedure
inzake het EG-typeonderzoek in combinatie met:
1°. hetzij de in bijlage IV van de richtlijn omschreven
procedure inzake de EG-keuring;
2°. hetzij de in bijlage V van de richtlijn omschreven
procedure van de EG-verklaring inzake
produktie-kwaliteitsborging.
3.Voor de beoordeling of een in klasse IIb ingedeeld medisch
hulpmiddel aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde eisen voldoet
volgt de fabrikant, ten einde de CE-markering aan te brengen, één
van de volgende procedures:
a. de in bijlage II van de richtlijn omschreven procedure met
uitzondering van de onder punt 4 van dat onderdeel omschreven
procedure, of
b. de in bijlage III van de richtlijn omschreven procedure in
combinatie met
1°. hetzij de in bijlage IV van de richtlijn omschreven
procedure inzake de EG-keuring;
2°. hetzij de in bijlage V van de richtlijn omschreven
procedure van de EG-verklaring inzake
produktie-kwaliteitsborging;
3°. hetzij de in bijlage VI van de richtlijn omschreven
procedure inzake produkt-kwaliteitsborging.
4.Voor de beoordeling of een in klasse IIa ingedeeld medisch
hulpmiddel aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde eisen voldoet
volgt de fabrikant, ten einde de CE-markering aan te brengen, één
van de volgende procedures:
a. de in bijlage II van de richtlijn omschreven procedure met
uitzondering van de onder punt 4 van dat onderdeel omschreven
procedure, of:
b. de in bijlage VII van de richtlijn omschreven procedure
inzake de EG-verklaring van overeenstemming in combinatie met:
1°. hetzij de in bijlage IV van de richtlijn omschreven
procedure inzake de EG-keuring;
2°. hetzij de in bijlage V van de richtlijn omschreven
procedure van de EG-verklaring inzake
produktie-kwaliteitsborging;
3°. hetzij de in bijlage VI van de richtlijn omschreven
procedure inzake produkt-kwaliteitsborging.
5.Voor de beoordeling of een in klasse I ingedeeld medisch
hulpmiddel aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde eisen voldoet
volgt de fabrikant, ten einde de CE-markering aan te brengen, de in
bijlage VII van de richtlijn omschreven procedure inzake de
EG-verklaring van overeenstemming. Vóór het in de handel brengen van
het medisch hulpmiddel stelt hij de in dit onderdeel bedoelde
verklaring van overeenstemming op.
6.In geval een conformiteitsbeoordelingsprocedure de tussenkomst
van een aangemelde instantie vooronderstelt, wendt de fabrikant zich
tot een aangemelde instantie van zijn keuze in het kader van de taken
waarvoor die instantie is aangemeld.
7.Tijdens de conformiteitsbeoordelingsprocedure houdt de fabrikant
of de aangemelde instantie rekening met de beschikbare resultaten van
beoordelings- en keuringswerkzaamheden die eventueel overeenkomstig
dit besluit in een tussenstadium van de fabricage hebben
plaatsgevonden. Tevens wordt rekening gehouden met de resultaten van
beoordelings- en keuringswerkzaamheden die hebben plaatsgevonden
overeenkomstig de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften zoals
die golden op 31 december 1994.
8.De fabrikant is verplicht om de aangemelde instantie iedere
inlichting te verstrekken die voor de vervulling van haar taak met
betrekking tot dit besluit redelijkerwijs nodig is.
Voor in klasse III ingedeelde medische hulpmiddelen als bedoeld in
artikel 9a, eerste lid, verstrekt de fabrikant aan de aangemelde
instantie alle relevante informatie die deze nodig heeft om een
beoordeling van zijn lopende strategie voor risicoanalyse en
risicobeheer uit te voeren. Eventuele nieuwe informatie over het
risico van overdraagbare spongiforme encefalopathieën, die door de
fabrikant wordt verzameld en die voor de door hem vervaardigde
hulpmiddelen relevant is, wordt ter informatie naar de aangemelde
instantie gezonden.
Wijzigingen met betrekking tot de procedures voor het kiezen,
verzamelen, behandelen en inactiveren of elimineren die van invloed
kunnen zijn op het resultaat van het risicobeheer door de fabrikant,
worden vóór de tenuitvoerlegging ervan ter aanvullende goedkeuring
aan de aangemelde instantie voorgelegd.
9.Een krachtens bijlage II of III van de richtlijn genomen
beslissing vervalt na een door de aangemelde instantie te bepalen
termijn van maximaal vijf jaar. Op aanvraag van de fabrikant kan de
aangemelde instantie deze periode met termijnen van telkenmale vijf
jaar verlengen.
10.Met de in de in het tweede lid tot en met het vijfde lid
bedoelde procedures worden gelijkgesteld de door de daartoe bevoegde
autoriteiten van de andere lid-staten in het kader van de richtlijn
vastgestelde procedures.
Artikel 9a
1.Alvorens een aanvraag voor een conformiteitsbeoordeling
overeenkomstig artikel 9, tweede lid, in te dienen, voert de fabrikant
van een medisch hulpmiddel waarop dit besluit op grond van artikel 3,
eerste lid, onder f, van toepassing is, voor zover dat hulpmiddel is
vervaardigd met gebruikmaking van dierlijk weefsel van runderen,
schapen, geiten, herten, elanden, nertsen of katten, dan wel met
gebruikmaking van afgeleide producten van zodanig weefsel, de in de
bijlage, onderdeel 1, van richtlijn 2003/32/EG vastgestelde procedure
inzake risicoanalyse en risicobeheer uit.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op medische hulpmiddelen
die niet bestemd zijn om met het menselijk lichaam in aanraking te
komen of die bestemd zijn uitsluitend met de gave huid in aanraking te
komen.
Artikel 9b
1.In het kader van de conformiteitsprocedures, bedoeld in artikel
9, tweede lid, met betrekking tot medische hulpmiddelen als bedoeld in
artikel 9a, eerste lid, gaat de betrokken aangemelde instantie na of
de medische hulpmiddelen overeenstemmen met de essentiële eisen,
neergelegd in bijlage I van de richtlijn, en de in de bijlage,
onderdeel 1, van richtlijn 2003/32/EG neergelegde specificaties.
2.De aangemelde instantie beoordeelt de door de fabrikant gevolgde
strategie voor risicoanalyse en risicobeheer, en met name:
a. de door de fabrikant verstrekte informatie;
b. de rechtvaardiging voor het gebruik van dierlijk weefsel of
daarvan afgeleide producten;
c. de resultaten van studies betreffende eliminatie of
inactivatie of van literatuuronderzoek;
d. het toezicht door de fabrikant op de herkomst van de
grondstoffen, op de eindproducten en op de onderaannemers;
e. de noodzaak de herkomst te controleren, met inbegrip van
leveringen door derden.
3.De aangemelde instantie houdt bij de beoordeling van de
risicoanalyse en het risicobeheer in het kader van de
conformiteitsbeoordelingsprocedure voor het uitgangsmateriaal rekening
met een TSE-goedkeuringscertificaat van het Europees Directoraat voor
de geneesmiddelenkwaliteit, hierna «TSE-certificaat» genoemd, zo dit
beschikbaar is.
4.Behalve voor medische hulpmiddelen die zijn vervaardigd met
gebruikmaking van uitgangsmateriaal waarvoor het in het derde lid
bedoelde TSE-goedkeuringscertificaat is afgegeven, vraagt de
aangemelde instantie, door tussenkomst van Onze Minister, het advies
van de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten over hun
beoordeling van en hun conclusies inzake de risicoanalyse en het
risicobeheer door de fabrikant van de weefsels en afgeleide producten
die bedoeld zijn om in het medische hulpmiddel te worden gebruikt.
5.Alvorens een EG-onderzoekcertificaat voor het ontwerp of een
verklaring van EG-typeonderzoek af te geven, houdt de aangemelde
instantie terdege rekening met de opmerkingen die zij binnen twaalf
weken nadat de mening van de nationale autoriteiten is gevraagd heeft
ontvangen.
Artikel 9c
Voor medische hulpmiddelen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, ten
aanzien waarvan vóór 1 april 2004 een EG-onderzoekcertificaat voor het
ontwerp of een verklaring van EG-typeonderzoek is afgegeven, is een
aanvullend EG-onderzoekcertificaat voor het ontwerp of een aanvullende
verklaring van EG-typeonderzoek verkregen waaruit blijkt dat aan de
specificaties, opgenomen in de bijlage, onderdeel 1, van richtlijn
2003/32/EG, is voldaan.
Artikel 9d
Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder f, artikel 9a,
eerste lid, artikel 9b, artikel 9c wordt verstaan onder:
a. cel: de kleinste structurele eenheid van een organisme die
zelfstandig kan bestaan en in een geschikte omgeving zichzelf kan
vervangen;
b. weefsel: een complex van cellen of extracellulaire
bestanddelen:
c. afgeleid product: door middel van een productieproces uit
dierlijk weefsel verkregen materiaal, zoals collageen, gelatine,
monoklonale antilichamen;
d. niet-levensvatbaar: zonder mogelijkheid tot metabolisme of
vermenigvuldiging;
e. overdraagbare agentia: niet-geclassificeerde pathogene
entiteiten, prionen en entiteiten, zoals de agentia van boviene
spongiforme encefalopathieën en van scrapie;
f. vermindering, eliminatie of verwijdering: een proces waarbij
het aantal overdraagbare agentia wordt verminderd, geëlimineerd of
verwijderd teneinde besmetting of een pathogene reactie te
voorkomen;
g: inactivatie: een proces waarbij het vermogen van overdraagbare
agentia om besmetting of een pathogene reactie te veroorzaken, wordt
verminderd;
h. land van herkomst: het land waar het dier is geboren, opgefokt
of geslacht;
i. uitgangsmateriaal: de grondstof of elk ander product van
dierlijke herkomst waaruit of met behulp waarvan de in artikel 9a,
eerste lid, bedoelde hulpmiddelen worden geproduceerd.
Bijzondere procedure voor systemen en behandelingspakketten
Artikel 10
1.De persoon, rechtspersoon daaronder begrepen, die medische
hulpmiddelen, voorzien van de CE-markering, overeenkomstig hun
bestemming en binnen de door de fabrikanten opgegeven gebruikslimieten
samenvoegt, met de bedoeling ze af te leveren in de vorm van een
systeem of van een behandelingspakket, stelt een verklaring op waarin
hij verklaart:
a. dat hij de wederzijdse compatibiliteit van de medische
hulpmiddelen heeft gecontroleerd in overeenstemming met de
instructies van de fabrikanten, en dat hij de samenvoeging in
overeenstemming met die instructies heeft uitgevoerd; en
b. dat hij het systeem of het behandelingspakket heeft verpakt
en heeft voorzien van voor de gebruikers relevante informatie, met
inbegrip van de relevante instructies van de fabrikanten; en
c. dat al deze werkzaamheden onderworpen zijn aan passende
methoden van interne beheersing en controle.
2.Ingeval medische hulpmiddelen worden samengevoegd ten aanzien
waarvan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld,
wordt het systeem of het behandelingspakket behandeld als een op
zichzelf staand medisch hulpmiddel en wordt als zodanig onderworpen
aan de desbetreffende procedure van artikel 9.
3.De persoon, rechtspersoon daaronder begrepen die, met het oog op
het afleveren daarvan:
a. systemen,
b. behandelingspakketten, of
c. andere van een CE-markering voorziene medische hulpmiddelen,
die overeenkomstig de instructie van de fabrikant vóór gebruik
moeten worden gesteriliseerd, steriliseert, volgt één van de in
bijlage II of V van de richtlijn beschreven procedures voorzover
deze betrekking hebben op het verkrijgen van de steriliteit. De
persoon stelt een verklaring op dat de sterilisatie overeenkomstig
de instructies van de fabrikant is uitgevoerd.
4.De in het eerste en derde lid bedoelde middelen zijn niet van een
extra CE-markering voorzien.
5.De systemen en behandelingspakketten zijn vergezeld van de in
bijlage I van de richtlijn bedoelde informatie. Deze informatie bevat,
indien noodzakelijk, de door de fabrikanten van de samen te voegen
hulpmiddelen verstrekte gegevens.
6.De persoon, rechtspersoon daaronder begrepen, bewaart de in het
eerste en derde lid bedoelde verklaring gedurende een periode van vijf
jaar, te rekenen vanaf de datum van samenvoeging of sterilisatie.
Aangemelde instantie
Artikel 11
1.Ter uitvoering van artikel 16 van de richtlijn kan Onze Minister
één of meer instanties aanwijzen die de in artikel 9 bedoelde
procedures uitvoeren, doch slechts indien die instanties voldoen aan
de in bijlage XI van de richtlijn opgenomen criteria. In zodanige
aanwijzing worden in elk geval vermeld de specifieke taken van de
instantie.
2.Onze Minister wijst ter uitvoering van de richtlijn normen aan,
bij het voldoen waaraan een instantie wordt vermoed te voldoen aan de
in het eerste lid bedoelde criteria.
3.Wanneer de instantie constateert dat de fabrikant niet heeft
voldaan of niet langer voldoet aan de van toepassing zijnde eisen van
dit besluit of wanneer geen verklaring had mogen worden afgegeven,
moet zij, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel, de
afgegeven verklaring schorsen, intrekken of beperken, tenzij de
fabrikant er door invoering van een geschikte corrigerende maatregel
voor zorgt dat aan bovengenoemde eisen wordt voldaan. In geval van
schorsing, intrekking of beperking van de verklaring of indien
ingrijpen van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde overheidsinstantie
nodig zou zijn, stelt zij die overheidsinstantie daarvan in kennis.
4.De instantie stelt desgevraagd de in artikel 5, eerste lid
bedoelde overheidsinstantie en de andere aangemelde instanties in
kennis van de afgegeven of geweigerde certificaten en stelt
desgevraagd alle relevante informatie ter beschikking.
5.Ter uitvoering van artikel 16 van de richtlijn kan Onze Minister
aan de aanwijzing voorschriften verbinden.
6.Onze Minister trekt de aanwijzing in als de instantie niet
voldoet aan het in het eerste lid, derde en vierde lid, of aan de op
grond van het vijfde lid door de minister gegeven voorschriften.
Niet-automatische weegwerktuigen [Vervallen per 29-11-2006]
Artikel 11a [Vervallen per 29-11-2006]
Naar maat gemaakte medische hulpmiddelen
Artikel 12
1. De fabrikant van een naar maat gemaakt medisch hulpmiddel stelt
vóórdat hij het middel aflevert een verklaring op, die de in bijlage
VIII, punt 2.1, bedoelde gegevens bevat, en volgt de in dat onderdeel
bedoelde procedure.
2. Een naar maat gemaakt medisch hulpmiddel, ingedeeld in klasse
III, IIb of IIa, moet zijn vergezeld van de in het eerste lid bedoelde
verklaring, die aan de door middel van een naam, acroniem of
nummercode geïdentificeerde patiënt beschikbaar wordt gesteld.
3. In afwijking van artikel 6, eerste lid, behoeft een naar maat
gemaakt medisch hulpmiddel niet te voldoen aan de in bijlage I van de
richtlijn opgenomen eisen, mits met betrekking tot de eisen waaraan
niet wordt voldaan, in de in het eerste lid bedoelde verklaring de
reden daarvan uitdrukkelijk is opgenomen.
4. De fabrikant van een naar maat gemaakt medisch hulpmiddel houdt
de in bijlage VIII, punt 3.1, van de richtlijn bedoelde gegevens ter
beschikking van een daartoe door Onze Minister aangewezen
overheidsinstantie.
Klinisch onderzoek
Artikel 13
1. Voor de medische hulpmiddelen die voor klinisch onderzoek zijn
bestemd, stelt de fabrikant vóór de aanvang van het onderzoek het
Staatstoezicht op de Volksgezondheid daarvan in kennis door middel van
de verklaring, bedoeld in punt 2.2 van bijlage VIII van de richtlijn,
en volgt hij de in de bijlage VIII van de richtlijn bedoelde
procedure.
2. In afwijking van artikel 6, eerste lid, behoeft een medisch
hulpmiddel, bestemd voor klinisch onderzoek op het punt waarop het
onderzoek is gericht, niet te voldoen aan de in bijlage I van de
richtlijn opgenomen eisen.
3. De fabrikant doet het medisch hulpmiddel bestemd voor klinisch
onderzoek slechts toepassen indien:
a. een op grond van artikel 16 van de Wet
medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen erkende commissie
een positief advies omtrent het onderzoeksprogramma, met inbegrip
van het klinisch onderzoeksplan, heeft uitgebracht;
b. hij vóór het tijdstip waarop het klinisch onderzoek
aanvangt een verzekering heeft afgesloten die zijn
aansprakelijkheid dekt voor door het klinisch onderzoek
veroorzaakte schade.
4. Het klinisch onderzoek wordt uitgevoerd volgens bijlage X van de
richtlijn.
5. De fabrikant brengt het Staatstoezicht op de volksgezondheid op
de hoogte van de beëindiging van het klinisch onderzoek, met een
opgave van redenen in geval van een vroegtijdige beëindiging.
6. De fabrikant houdt de volgende gegevens ter beschikking van de
in het Staatstoezicht op de volksgezondheid:
a. de in de bijlage VIII, punt 2.2 en 3.2, van de richtlijn
bedoelde gegevens;
b. het in punt 2.3.7 van bijlage X van de richtlijn bedoelde
verslag inzake het klinisch onderzoek.
7. Artikel 7, vierde lid, en het eerste en vierde lid, alsmede het
zevende lid, onder a, van dit artikel zijn niet van toepassing indien
bij het klinisch onderzoek medische hulpmiddelen worden toegepast die
overeenkomstig artikel 7 zijn voorzien van de CE-markering, mits dit
onderzoek dezelfde bestemming van de medische hulpmiddelen tot doel
heeft als met de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsprocedures is
beoogd.
Jaarbeurzen
Artikel 14
De artikelen 6 en 7 zijn niet van toepassing op medische hulpmiddelen
die op jaarbeurzen, tentoonstellingen, demonstraties en soortgelijke
gelegenheden worden gepresenteerd, mits daarbij op een zichtbaar bord
duidelijk is aangegeven dat het medisch hulpmiddel niet aan de in
bijlage I van de richtlijn opgenomen eisen voldoet en niet kan worden
toegepast voordat het door de fabrikant met die eisen in overeenstemming
is gebracht.
Wederverkopers
Artikel 15
Een medisch hulpmiddel wordt door de in artikel 4, derde lid,
bedoelde persoon niet afgeleverd:
a. indien dat middel niet aan de in artikel 6, eerste en tweede
lid, bedoelde eisen voldoet;
b. nadat de in bijlage I, punt 13.3, onder e, van de richtlijn
bedoelde uiterste gebruiksdatum is verstreken.
Artikel 16
De in artikel 15 bedoelde persoon draagt zorg dat de medische
hulpmiddelen die hij voorhanden heeft, op deugdelijke, zindelijke,
ordelijke wijze en met inachtneming van de in bijlage I, punt 13.3,
onder i, van de richtlijn bedoelde voorwaarden worden bewaard.
Intrekking besluiten
Artikel 17
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. het Besluit rubbercondomen;
b. het Besluit handel gesteriliseerde medische hulpmiddelen;
c. het Besluit elektromedische apparaten;
d. de EEG-IJkregeling koortsthermometers.
Wijzigingen bestaande besluiten
Artikel 18
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 19
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 20
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 21
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 22
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 23
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 24
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Overgangsbepalingen
Artikel 25
1.In afwijking van artikel 4, eerste lid, is het de fabrikant tot
14 juni 1998 toegestaan om medische hulpmiddelen voorhanden te hebben
of af te leveren indien met betrekking tot die middelen is voldaan aan
de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften zoals die golden op
31 december 1994.
2.In afwijking van artikel 4, tweede lid, is het de in dat lid
bedoelde persoon toegestaan om een systeem of behandelingspakket
voorhanden te hebben of af te leveren dat bestaat uit de in het eerste
lid bedoelde medische hulpmiddelen indien met betrekking tot die
middelen is voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde
voorschriften zoals die golden op 31 december 1994.
3.In afwijking van artikel 4, derde lid, is het de in dat lid
bedoelde persoon toegestaan om de in het eerste lid bedoelde medische
hulpmiddelen uiterlijk tot 30 juni 2001 voorhanden te hebben of af te
leveren indien met betrekking tot die middelen is voldaan aan de bij
of krachtens de wet gestelde voorschriften zoals die golden op 31
december 1994.
4.In afwijking van artikel 4, vierde lid, is het toegestaan om
medische hulpmiddelen toe te passen die vóór 1 januari 1995 zijn
afgeleverd of die overeenkomstig het eerste, tweede, of derde lid zijn
afgeleverd.
5.In afwijking van artikel 4 is het voorhanden hebben, afleveren en
toepassen van koortsthermometers met kwikvulling en maximuminrichting
voor het meten van de lichaamstemperatuur van mensen en dieren tot en
met 30 juni 2004 toegestaan indien deze zijn vervaardigd volgens een
model dat overeenkomstig artikel 3 van het Algemeen EEG-IJkbesluit
vóór 1 januari 1995 is toegelaten en waarvan de geldigheidsduur van
de EEG-modelgoedkeuring nog niet is verstreken.
6.Met betrekking tot medische hulpmiddelen als bedoeld in de
voorgaande leden, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop
ingevolge één of meer wettelijke regelingen de CE-markering wordt
aangebracht, worden op de bij die medische hulpmiddelen gevoegde
documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het
Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte
referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag
liggende richtlijnen vermeld.
Artikel 26
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 27
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit medische hulpmiddelen.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 30 maart 1995
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de elfde mei 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Bijlage [Vervallen
per 21-03-2010]
|
|
|