|
BESLUIT van 10 december 1991, betreffende Warenwetbesluit
etikettering van levensmiddelen
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid
en Cultuur van 4 juni 1991, nr. DGVgz/VVP/L/U-690751, gedaan in
overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Overwegende dat uitvoering moet worden gegeven aan de Richtlijn van
de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1989 (89/395/EEG) (PbEG
L 186) tot wijziging van de Richtlijn van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 18 december 1987 betreffende de onderlinge aanpassing
van de wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie van
levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor
gemaakte reclame (79/112/EEG) (PbEG L 33)
Overwegende dat door de wijziging van laatstgenoemde richtlijn, de
algemene etiketteringsvoorschriften voor levensmiddelen, zoals die reeds
golden voor voorverpakte, voor de eindverbruiker bestemde eet- en
drinkwaren, met ingang van 20 juni 1992 ook van toepassing zijn op voor
instellingen bestemde eet- en drinkwaren;
Overwegende dat tevens uitvoering moet worden gegeven aan de
Richtlijn van de Commissie van 16 januari 1991 tot wijziging van
Richtlijn 79/112/EEG van de Raad met betrekking tot de vermelding van de
aroma’s in de lijst van ingrediënten die op het etiket van
levensmiddelen wordt vermeld (91/72/EEG) (PbEG L 42);
Overwegende dat voorts uitvoering moet worden gegeven aan de
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1989
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten
inzake vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij
waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (89/396/EEG) (PbEG
L 186);
Overwegende dat de ter uitvoering van die richtlijnen gestelde
regels, neergelegd in het Algemeen Aanduidingenbesluit (Warenwet) (Stb.
1981, 621) en paragraaf 3 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit
(Warenwet) ( Stb. 1980, 223) voor zover betrekking hebbend op
eet- en drinkwaren, derhalve moeten worden herzien.
Overwegende dat het uit oogpunt van goede voorlichting omtrent waren
gewenst is dat de algemene regels met betrekking tot aanduidingen en
vermeldingen, zoveel mogelijk ook van toepassing zijn op alle
niet-voorverpakte eet- en drinkwaren;
Gelet op de artikelen 1, vierde en vijfde lid, 8,
onderdeel a en c,
14 en 22 van de Warenwet (Stb. 1988, 360) en artikel II,
eerste lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet ( Stb. 1988, 358)
juncto artikel 14 van de Warenwet (Stb. 1935, 973);
Gehoord de Adviescommissie Warenwet (advies van 22 augustus 1990, nr.
14 179/(2)5);
De Raad van State gehoord (advies van 11 september 1991, nr. W13.91
0297);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur van 26 november 1991, VVP/L-692378,
uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken
en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en in de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. instellingen: restaurants,
ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen;
b. verpakking: het
verpakkingsmateriaal waarin een waar wordt verpakt alvorens die
waar ten verkoop wordt aangeboden, waarbij dat
verpakkingsmateriaal de waar geheel of ten dele bedekt of kan
bedekken, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd
zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast;
c. voorverpakte eet- of
drinkwaar: de verkoopeenheid die bestemd is als zodanig aan de
eindverbruiker of aan een instelling te worden afgeleverd en
bestaat uit een eet- of drinkwaar en haar verpakking;
d. verpakte eet- of drinkwaar: de
verkoopeenheid die niet bestemd is als zodanig aan de
eindverbruiker of aan instellingen te worden afgeleverd en
bestaat uit een eet- of drinkwaar en haar verpakking of haar
recipiënt;
e. ingrediënt: iedere stof, met
inbegrip van additieven en enzymen, die bij de bereiding of
behandeling van een levensmiddel wordt gebruikt en die in het
eindproduct, eventueel in gewijzigde vorm, nog aanwezig is;
f. technologische hulpmiddelen:
stoffen die op zichzelf niet als voedsel-ingrediënt worden
geconsumeerd, die bij de verwerking van grondstoffen, eet- en
drinkwaren of voedsel-ingrediënten bewust worden gebruikt om
tijdens de bewerking of verwerking aan een bepaald technisch
doel te beantwoorden en die kunnen leiden tot de onbedoelde maar
technisch onvermijdelijke aanwezigheid van residuen van deze
stoffen of derivaten ervan in het eindprodukt, mits deze
residuen geen gevaar voor de gezondheid opleveren en geen
technologische gevolgen voor het eindprodukt hebben;
g. opgietvloeistof: een al dan
niet bevroren of diepgevroren vloeistof, voor zover deze slechts
van ondergeschikt belang is ten opzichte van de essentiële
bestanddelen van de betrokken waar en derhalve niet
doorslaggevend is voor de aankoop;
h. produktiepartij: een
verzameling verkoopeenheden van een eet- of drinkwaar die onder
vrijwel identieke omstandigheden zijn geproduceerd, vervaardigd
of verpakt, en waarvan de grootte is vastgesteld door de
betrokken verhandelaar;
i. verordening (EG) 178/2002:
verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling
van de algemene beginselen en voorschriften van de
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese
Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van
procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31);
j. verordening (EG) 110/2008:
verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 (PbEU L 39)
betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de
etikettering en de bescherming van de geografische aanduidingen
van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening
(EG) nr. 1576/89 van de Raad;
k. verordening (EG) 1333/2008:
verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 inzake
levensmiddelenadditieven (PbEU L 354);
l. verordening (EG) 1334/2008:
verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 (PbEU L 354)
inzake aroma's en bepaalde voedselingrediënten met
aromatiserende eigenschappen voor gebruik in levensmiddelen en
tot wijziging van verordening (EG) nr. 1601/91 van de Raad,
verordening (EG) nr.2232/96, verordening (EG) nr. 110/2008 en
richtlijn 2000/13/EG;
m. verordening (EG) 41/2009:
verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 20 januari 2009 betreffende de samenstelling
en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor
personen met een glutenintolerantie (PbEU L 16).
2. Voor de toepassing van dit
besluit, behoudens artikel 29, worden de als verhandelen aan te
merken handelingen, voor wat betreft het te koop aanbieden, beperkt
tot het te koop aanbieden op de plaats van verkoop.
3. Voor de toepassing van dit besluit
worden eet- of drinkwaren die van onderling verschillende
samenstelling zijn en waarvoor een zelfde aanduiding pleegt te
worden gebezigd, aangemerkt als een zelfde eet- of drinkwaar.
4. In afwijking van het bepaalde in
het eerste lid, onderdeel c, wordt onder een voorverpakte eet- of
drinkwaar niet verstaan:
a. eet- en drinkwaren die op de
plaats van verkoop aan particulieren op verzoek van de koper
zijn verpakt;
b. eet- en drinkwaren die op de
plaats van verkoop aan particulieren met het oog op de
onmiddellijke verkoop zijn verpakt;
c. eet- en drinkwaren die in het
kader van markt- of straathandel, handel te water, dan wel
verkoop aan huizen van particulieren, in de onderneming van de
verkoper met het oog op de onmiddellijke verkoop aan
particulieren zijn verpakt;
d. eet- en drinkwaren die in
opdracht van de koper zijn voorverpakt teneinde door de koper in
het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd;
alsmede
e. eet- en drinkwaren die in een
fantasie-verpakking, zoals figuurtjes of souvenir-artikelen,
worden verhandeld.
5. Indien een grondstof van een eet-
of drinkwaar bestaat uit meerdere bestanddelen, worden deze als
afzonderlijke grondstoffen van de eet- of drinkwaar beschouwd.
6. Bestanddelen van een grondstof,
die tijdens de bereiding tijdelijk daaraan worden onttrokken en er
vervolgens weer in worden verwerkt in een hoeveelheid die het
aanvankelijk gehalte niet overschrijdt, worden, in afwijking van het
bepaalde in het vijfde lid, niet als afzonderlijke grondstof
beschouwd.
7. Als ingrediënten worden niet
aangemerkt levensmiddelenadditieven en enzymen die worden gebruikt
als technologische hulpmiddelen.
8. Als ingrediënten worden niet
aangemerkt levensmiddelenadditieven en enzymen die in de eet- of
drinkwaar waarvan zij deel uitmaken, geen technologische functie
vervullen.
9. Als ingrediënten worden niet
aangemerkt stoffen die geen levensmiddelenadditief zijn, maar die op
dezelfde wijze en voor hetzelfde doel worden gebruikt als
technologische hulpstof en in al dan niet gewijzigde vorm nog
aanwezig zijn in het eindproduct.
10. Dit besluit is niet van
toepassing op door liefdadigheidsinstellingen uit te delen eet- of
drinkwaren.
11. Als ingrediënten worden niet
aangemerkt de stoffen die in strikt noodzakelijke doses worden
gebruikt als oplosmiddelen of dragers van levensmiddelenadditieven,
enzymen en geur- of smaakstoffen.
Artikel 2
1. Het is verboden eet- of drinkwaren
te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften in
dit besluit gesteld met betrekking tot hun aanduiding en tot het
bezigen van vermeldingen of voorstellingen.
2. Het is verboden ten aanzien van
eet- en drinkwaren te handelen in strijd met artikel 16 van
verordening (EG) 178/2002.
3. Het is verboden te handelen in
strijd met artikel 2 van verordening (EG) nr. 608/2004 van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 2004 inzake de
etikettering van voedingsmiddelen en voedselingrediënten met
toegevoegde fytosterolen, fytosterolesters, fytostanolen of
fytostanolesters (PbEU L 97).
4. Het is verboden te handelen in
strijd met de bij of krachtens de artikelen 3, 5, eerste lid, 9,
eerste, tweede, vierde, zesde, zevende, en achtste lid, 10, eerste
en tweede lid, 11, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 12, 13, 14,
eerste en tweede lid, 15, vierde lid, 16, 27, en 28, tweede lid, van
verordening (EG) 110/2008 gestelde voorschriften.
5. Het is verboden te handelen in
strijd met artikel 4, tweede lid, van verordening (EG) 41/2009.
Artikel 2a
1. De Voedsel en Waren Autoriteit is
bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van
verordening (EG) 110/2008.
2. Onze Minister stelt nadere regels
vast inzake artikel 2, vierde lid, voor zover die noodzakelijk zijn
voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG)
110/2008 gestelde voorschriften.
§ 2. De aanduiding
Artikel 3
Bij de verhandeling van voorverpakte,
verpakte of onverpakte eet- of drinkwaren moet, met inachtneming van
de bij of krachtens dit besluit terzake gestelde regels, de van
toepassing zijnde aanduiding worden gebezigd.
Artikel 4
1. De aanduiding, bedoeld in artikel
3, is de aanduiding voorgeschreven in de wettelijke bepalingen die
op de betrokken eet- of drinkwaar van toepassing zijn. Bij het
ontbreken van dergelijke bepalingen is de aanduiding:
a. de benaming die uitsluitend
mag worden gebezigd voor de eet- of drinkwaar waaraan die
benaming in een wettelijk voorschrift is voorbehouden; dan wel
b. de algemeen gebruikelijke
benaming van de betrokken waar; dan wel
c. een omschrijving van de
betrokken waar en zonodig van de wijze waarop die waar kan
worden gebruikt, welke zo duidelijk is gesteld dat de koper de
ware aard van de waar kan begrijpen en haar kan onderscheiden
van waren waarmede zij zou kunnen worden verward.
2. In afwijking van het eerste lid
mag de aanduiding worden gebezigd waaronder de desbetreffende eet-
of drinkwaar rechtmatig in het verkeer is gebracht in een andere
lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is
bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor
zover:
a. deze aanduiding de koper in
staat stelt die eet- of drinkwaar te onderscheiden van waren
waarmee zij verward zou kunnen worden; of
b. in de nabijheid van die
aanduiding een vermelding wordt gebezigd inhoudende een
beschrijving van de eet- of drinkwaar;
zodat de koper geïnformeerd wordt
over de ware aard en samenstelling van de waar.
3. Het tweede lid is niet van
toepassing indien een aldus geëtiketteerde eet- of drinkwaar wat
betreft samenstelling of bereidingswijze zo sterk afwijkt van een
onder die aanduiding bekende waar dat daarmee geen correcte
voorlichting van de koper is gewaarborgd.
4. Een fabrieks- of handelsmerk of
een fantasienaam mag niet in de plaats treden van de aanduiding van
de betrokken eet- of drinkwaar.
5. De aanduiding moet een aanwijzing
omvatten of vergezeld zijn van een aanwijzing inzake de fysische
toestand waarin de eet- of drinkwaar zich bevindt of de specifieke
behandeling die zij heeft ondergaan, indien zonder een dergelijke
aanwijzing voor de koper met betrekking tot de waar een verkeerde
indruk wordt gewekt of kan worden gewekt.
6. In het geval van een eet- of
drinkwaar die met ioniserende stralen is behandeld, is de in het
vijfde lid bedoelde aanduiding inzake de specifieke behandeling die
zij heeft ondergaan, een van de volgende:
- "doorstraald";
- "door straling
behandeld";
- "met ioniserende straling
behandeld".
§ 3. Vermeldingen
Artikel 5
1. Bij de verhandeling van
voorverpakte eet- of drinkwaren moeten, met inachtneming van de bij
of krachtens dit besluit gestelde regels, de volgende vermeldingen
worden gebezigd:
a. een lijst van ingrediënten;
b. de hoeveelheid van een
ingrediënt of van een categorie van ingrediënten.
c. de netto-hoeveelheid;
d. de datum van minimale
houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum;
e. een aanwijzing omtrent
bewaring en gebruik;
f. gegevens omtrent de producent,
verpakker of verkoper;
g. de plaats van oorsprong of
herkomst;
h. het alcoholgehalte;
i. de produktiepartij;
j. een vermelding inzake het
gebruik van een verpakkingsgas;
k. het cafeïnegehalte;
l. voor zover het alcoholhoudende
dranken betreft, bedoeld in artikel 9, onder e, een vermelding
van de ingrediënten of andere stoffen die bij de mens
allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken;
m. een vermelding inzake in de
waar aanwezig zoethout;
n. een vermelding inzake de
aanwezigheid van een of meer zoetstoffen;
o. een vermelding inzake de
aanwezigheid van zowel toegevoegde suiker(s) als een of meer
zoetstoffen;
p. een vermelding indien
aspartaam ingrediënt van de waar is;
q. een vermelding inzake het
gehalte aan polyolen.
2. Bij de verhandeling van
niet-voorverpakte eet- of drinkwaren als bedoeld in artikel 1,
vierde lid, onderdeel e, moet, met inachtneming van de bij of
krachtens dit besluit gestelde regels, in ieder geval de vermelding
van de netto-hoeveelheid en van de produktiepartij worden gebezigd.
3. Bij de verhandeling van
niet-voorverpakte eet- of drinkwaren als bedoeld in artikel 1,
vierde lid, onderdelen b en c, moet, met inachtneming van de bij of
krachtens dit besluit gestelde regels, in ieder geval de vermelding
van de netto-hoeveelheid worden gebezigd.
4. Bij de verhandeling van verpakte
eet- of drinkwaren moet, met inachtneming van de bij of krachtens
dit besluit gestelde regels, een vermelding betreffende de
produktiepartij worden gebezigd.
5. Bij de verhandeling van een eet-
of drinkwaar die is behandeld met ioniserende stralen, wordt de
doorstraling vermeld in de documenten welke die eet- of drinkwaar
vergezellen of daarop betrekking hebben.
§ 3.1. De lijst van ingrediënten
Artikel 6
1. De vermelding van de lijst van
ingrediënten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, moet
zonder onderbreking geschieden in de volgorde van afnemend gewicht
waarin de ingrediënten bij de bereiding zijn gebruikt, voorafgegaan
door het woord "ingrediënten". Een gewichtstolerantie van
10% relatief is daarbij toegestaan.
2. Als gewicht in de zin van het
eerste lid mag worden aangemerkt bij geconcentreerde of gedroogde
ingrediënten die in gedehydrateerde toestand in de waar aanwezig
zijn: het gewicht vóór het concentreren of drogen, indien deze
ingrediënten worden aangeduid met de naam van het ingrediënt
vóór het concentreren of drogen.
3. Als gewicht in de zin van het
eerste lid moet worden aangemerkt bij het ingrediënt water en bij
vluchtige ingrediënten: het gewicht van de hoeveelheid waarin zij
in de waar aanwezig zijn, met dien verstande dat de hoeveelheid
water wordt bepaald door de hoeveelheid van de waar te verminderen
met de som van de hoeveelheden van andere ingrediënten dan water.
4. Het ingrediënt water mag worden
aangemerkt als niet in de waar aanwezig, indien de uitkomst, bedoeld
in het derde lid, 5% of minder van de totale hoeveelheid van de waar
bedraagt.
5. Het ingrediënt water mag tevens
worden aangemerkt als niet in de waar aanwezig,
a. indien dit tijdens de
bereiding alleen is gebruikt om een geconcentreerd of
gedehydrateerd ingrediënt in zijn oorspronkelijke toestand
terug te brengen;
b. indien dit water deel uitmaakt
van een opgietvloeistof, zoals nader omschreven in artikel 14,
tweede lid, welke gewoonlijk niet wordt geconsumeerd.
Artikel 7
1. Ingrediënten moeten worden
vermeld met hun specifieke naam; artikel 4 is van overeenkomstige
toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid:
a. mogen ingrediënten,
omschreven in bijlage I, worden vermeld met de daar vermelde
groepsnaam, met inachtneming van de voorschriften voor zover
daarbij aangegeven;
b. worden ingrediënten,
behorende tot een van de in bijlage II vermelde categorieën
levensmiddelenadditieven, vermeld met de in die bijlage
aangegeven naam van de betrokken categorie, gevolgd door, voor
zover geen sprake is van gemodificeerd zetmeel:
1°. de voor het ingrediënt
gebruikelijke naam; of
2°. het voor dat ingrediënt
vastgestelde EG-nummer;
c. moet, indien een ingrediënt
dat behoort tot meer categorieën van de in bijlage II vermelde
levensmiddelenadditieven, die categorie worden vermeld welke
overeenkomt met de voornaamste functie van dit ingrediënt in de
waar;
d. mag, indien in de eet- of
drinkwaar aanwezig zijn verschillende ingrediënten welke
behoren tot één categorie levensmiddelenadditief als bedoeld
in bijlage II, de naam van die categorie in het meervoud worden
vermeld.
3. In afwijking van het eerste lid
worden aroma’s vermeld met inachtneming van het volgende:
a. aroma’s worden vermeld met:
1° «aroma(’s)»;
2° een meer specifieke
vermelding; of
3° een beschrijving van het
aroma;
indien de aromatiserende
component aroma’s bevat als omschreven in artikel 3, tweede
lid, onder b, c, d, e, f, g of h, van verordening (EG)
1334/2008;
b. rookaroma’s worden vermeld
met:
1° «rookaroma(’s)»; of
2° «rookaroma(’s)
geproduceerd van voedingsmiddel(len) of
voedingsmiddelencategorie of bron(nen)»;
indien de aromatiserende
component aroma’s bevat als omschreven in artikel 3, tweede
lid, onder f, van verordening (EG) 1334/2008;
c. het gebruik van de vermelding
«natuurlijk» voor de beschrijving van aroma’s, vindt plaats
met inachtneming van artikel 16 van verordening (EG) 1334/2008;
d. voor zover het betreft kinine
of cafeïne die wordt gebruikt als aroma bij de vervaardiging of
de bereiding van een eet- of drinkwaar, wordt na de term
«aroma» onmiddellijk de specifieke naam van het aroma vermeld.
4. In afwijking van het eerste lid
mag een grondstof, van een eet- of drinkwaar, die:
1°. bestaat uit meerdere
bestanddelen; en
2°. een benaming heeft die
wettelijk erkend of algemeen erkend is;
naar zijn totale gewichtspercentage
in de lijst van ingrediënten worden vermeld, mits direct achter de
benaming van die grondstof de bestanddelen van die grondstof worden
vermeld. De bestanddelen van die grondstof hoeven echter niet
vermeld te worden indien:
a. de samenstelling van die
grondstof bij of krachtens wettelijk voorschrift is
voorgeschreven en die grondstof minder dan 2% van de eet- of
drinkwaar uitmaakt;
b. de bestanddelen van die
grondstof bestaan uit mengsels van kruiden of specerijen en die
bestanddelen minder dan 2% van de eet- of drinkwaar uitmaken; of
c. de grondstof een eet- of
drinkwaar is waarvoor geen lijst van ingrediënten hoeft te
worden gebezigd.Artikel 1, achtste lid, is van overeenkomstige
toepassing.
5. In afwijking van het eerste lid,
moet de vermelding van de afzonderlijke bestanddelen van een
grondstof die:
a. bestanddelen zijn van een
grondstof die voor minder dan 25% in de eet- of drinkwaar
aanwezig is; en
b. met ioniserende stralen zijn
behandeld;
plaatsvinden onmiddellijk achter de
in dat lid bedoelde vermelding van de naam van de grondstof.
6. De in bijlage II opgenomen
vermelding gemodificeerd zetmeel wordt aangevuld met een
omschrijving van de specifieke plantaardige oorsprong indien dat
ingrediënt gluten kan bevatten.
7. Andere dan de in artikel 1,
zevende en achtste lid bedoelde enzymen, worden vermeld met de naam
van één van de categorieën van de in bijlage II bedoelde
ingrediënten, gevolgd door de specifieke aanduiding ervan.
Artikel 8
1. In afwijking van artikel 6, eerste
lid, mogen voor waren die zijn geconcentreerd of gedroogd en waaraan
water moet worden toegevoegd om deze voor gebruik gereed te maken,
in plaats van het woord "ingrediënten" worden gebezigd de
woorden "ingrediënten van de waar na toebereiding" of
woorden van gelijke strekking, gevolgd door een lijst van de in de
waar aanwezige ingrediënten met een opsomming in de volgorde van de
hoeveelheden na de bedoelde toevoeging.
2. In afwijking van artikel 6, eerste
lid, mag een mengsel van vruchten, groenten of paddestoelen:
a. die waarschijnlijk in
wisselende verhouding als ingrediënten in een eet- of drinkwaar
worden gebruikt; en
b. waarvan geen enkele
aanmerkelijk in gewicht overheerst;
in de lijst van ingrediënten worden
opgenomen onder de benaming vruchten, groenten of paddestoelen,
gevolgd door de woorden «in wisselende verhouding», onmiddellijk
gevolgd door de opsomming van de aanwezige vruchten, groenten of
paddestoelen. In dat geval geldt als gewicht, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, het gewicht van het geheel van de in het mengsel
aanwezige vruchten, groenten of paddestoelen.
3. In afwijking van artikel 6, eerste
lid, mogen ingrediënten die minder dan 2% van het eindproduct
uitmaken, in een andere volgorde worden opgesomd, na de andere
ingrediënten.
4. In afwijking van artikel 6, eerste
lid, mogen soortgelijke of onderling verwisselbare ingrediënten
die:
a. voor de bereiding van een eet-
of drinkwaar kunnen worden gebruikt zonder de samenstelling of
smaak van die waar te wijzigen;
b. minder dan 2% van het
eindproduct uitmaken;
c. geen levensmiddelenadditief
zijn; en
d. niet worden genoemd in bijlage
III;
in de lijst van ingrediënten worden
opgenomen met de vermelding «bevat … en/of …» in het geval
waarin ten minste één van ten hoogste twee ingrediënten in het
eindproduct aanwezig is.
Artikel 9
De in artikel 5, eerste lid, onderdeel
a, bedoelde lijst van ingrediënten behoeft niet te worden vermeld ten
aanzien van
a. verse groenten, vers fruit en
aardappelen, tenzij deze produkten zijn geschild, gesneden of een
andere soortgelijke behandeling hebben ondergaan;
b. water met koolzuur indien het
water met een benaming is aangeduid waaruit die hoedanigheid
blijkt;
c. gistingsazijn, uitsluitend
indien deze afkomstig is van één basisprodukt en mits daaraan
geen ander ingrediënt is toegevoegd;
d. kaas, boter, gezuurde melk en
gezuurde room, indien er geen andere ingrediënten zijn gebruikt
dan melkbestanddelen, enzymen en culturen van micro-organismen, of
andere ingrediënten dan keukenzout, die noodzakelijk zijn voor de
bereiding van kaas, niet zijnde verse kaas of smeltkaas;
e. dranken verkregen door
alcoholische gisting - likeurwijn daaronder begrepen - met een
gehalte van 1,2 of meer volumeprocenten alcohol bepaald bij 20°
C, en gedistilleerde dranken;
f. gerectificeerde alcohol waarvan
het alcoholgehalte al dan niet zodanig is verlaagd dat deze
geschikt wordt voor menselijke consumptie;
g. een eet- of drinkwaar welke
bestaat uit één ingrediënt, voor zover:
1°. de aanduiding van de eet-
of drinkwaar en de naam van het ingrediënt identiek zijn; of
2° uit de aanduiding van de
eet- of drinkwaar de aard van het ingrediënt duidelijk kan
worden afgeleid.
Artikel 9a
1. In afwijking van artikel 7, tweede
en vierde lid, en artikel 9, worden de ingrediënten en stoffen die:
a. gebruikt worden bij de
bereiding van een eet- of drinkwaar;
b. in al dan niet gewijzigde vorm
nog aanwezig zijn in het eindproduct; en
c. genoemd zijn in bijlage III of
afkomstig zijn van een in die bijlage genoemd ingrediënt;
in de lijst van ingrediënten
vermeld, met een duidelijke verwijzing naar de benaming van het
desbetreffende ingrediënt.
2. De in het eerste lid bedoelde
vermelding is niet vereist ten aanzien van een ingrediënt of stof
waarnaar duidelijk wordt verwezen in de verkoopbenaming van de
desbetreffende eet- of drinkwaar.
3. In afwijking van artikel 1, zesde
tot en met negende lid, worden alle stoffen die:
a. gebruikt worden bij de
bereiding van een eet- of drinkwaar;
b. in al dan niet gewijzigde vorm
nog aanwezig zijn in het eindproduct; en
c. afkomstig zijn van een in
bijlage III genoemd ingrediënt;
voor de toepassing van dit artikel
aangemerkt als ingrediënt.
Artikel 10
1. De hoeveelheid van een ingrediënt
of categorie ingrediënten die bij de bereiding van een eet- of
drinkwaar is gebruikt, wordt vermeld indien het desbetreffende
ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten:
a. voorkomt in de aanduiding of
door de koper gewoonlijk met de aanduiding wordt geassocieerd;
b. opvallend in woord of beeld of
als grafische voorstelling is aangegeven op de etikettering; of
c. van wezenlijk belang is om de
eet- of drinkwaar te karakteriseren en het te onderscheiden van
de eet- of drinkwaren waarmee het vanwege zijn benaming of
aanblik zou kunnen worden verward.
2. Het eerste lid is niet van
toepassing op een ingrediënt of een categorie ingrediënten
a. waarvan het uitlekgewicht is
aangegeven overeenkomstig artikel 14;
b. waarvan de hoeveelheid reeds
bij of krachtens de Warenwet danwel een door de Europese Unie
vastgestelde verordening op de eet- of drinkwaar moet worden
vermeld;
c. die in kleine hoeveelheid is
toegevoegd voor aromatisering danwel smaakbepaling;
d. die voorkomt in de aanduiding,
maar niet van dien aard is dat zij de keuze van de koper
bepaalt, omdat de variërende hoeveelheid niet van wezenlijk
belang is om de eet- of drinkwaar te karakteriseren of het niet
van soortgelijke eet- of drinkwaren onderscheidt;
e. of bedoeld in artikel 8,
tweede lid.
3. Het eerste lid is evenmin van
toepassing op:
a. zoetstoffen;
b. vitamines en mineralen voor
zover een vermelding inzake de toevoeging daarvan is gebezigd
overeenkomstig het Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie
levensmiddelen.
4. De in het eerste lid bedoelde
hoeveelheid wordt uitgedrukt in procenten en wordt bepaald op het
ogenblik dat het ingrediënt of de categorie van ingrediënten wordt
gebruikt bij de bereiding van de eet- of drinkwaar.
5. In afwijking van het vierde lid:
a. wordt bij eet- en drinkwaren
die tijdens de bereiding vocht verliezen als gevolg van een
thermische of andere behandeling, de in het vierde lid bedoelde
hoeveelheid als volgt vermeld:
– als percentage van het
eindproduct, of
– indien dit percentage
groter dan 100 is, als het gewicht van de hoeveelheid
ingrediënt, vermeld in grammen, dat voor de bereiding van
100 gram eindproduct is gebruikt;
b. wordt de hoeveelheid van
vluchtige ingrediënten vermeld als het percentage in het
eindproduct;
c. kan de hoeveelheid van
ingrediënten die in geconcentreerde of gedroogde vorm worden
gebruikt en tijdens de bereiding worden gereconstitueerd, worden
vermeld als het percentage voordat ze werden geconcentreerd of
gedroogd;
d. kan in het geval van
geconcentreerde of gedroogde eet- en drinkwaren waaraan voor
consumptie water of een andere vloeistof moet worden toegevoegd,
de hoeveelheid van de ingrediënten worden uitgedrukt als
percentage in het gereconstitueerde product.
6. De in het vijfde lid bedoelde
vermelding van de hoeveelheid wordt gebezigd:
– in de aanduiding van de eet-
of drinkwaar;
– in de onmiddellijke nabijheid
van de aanduiding; of
– in de lijst van ingrediënten
in samenhang met het betreffende ingrediënt of de categorie van
ingrediënten.
§ 3.2. De netto-hoeveelheid
Artikel 11
1. Onder netto-hoeveelheid, bedoeld
in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt verstaan de hoeveelheid
van een eet- of drinkwaar die in elk geval in de verpakking aanwezig
is. Zij moet worden uitgedrukt
- in volume-eenheden bij
drinkwaren en vloeibare eetwaren, en
- in massa-eenheden bij andere
eetwaren,
waarbij gebruik wordt gemaakt van
liters, centiliters of milliliters, respectievelijk kilogrammen of
grammen.
2. De netto-hoeveelheid uitgedrukt in
volume-eenheden wordt bepaald
a. bij de temperatuur waarbij de
waar ten verkoop voorhanden pleegt te worden gehouden, in geval
van diepgevroren of bevroren drinkwaren en vloeibare eetwaren;
b. bij een temperatuur van 20°
C, indien het betreft een in een andere toestand verkerende
drinkwaar of vloeibare eetwaar dan in onderdeel a bedoeld.
3. Indien op grond van wettelijke
bepalingen een bepaalde soort hoeveelheid, zoals nominale
hoeveelheid of gemiddelde hoeveelheid moet worden vermeld, is in
afwijking van het bepaalde in het eerste lid, die hoeveelheid de
netto-hoeveelheid in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel c.
4. In afwijking van het bepaalde in
het eerste lid mag de hoeveelheid van een voorverpakte eetwaar
behorende tot een der hierna genoemde categorieën, zijn uitgedrukt
in een aantal stuks:
a. beschuit;
b. bakkerswaren, die in de regel
per stuk of aantal stuks worden verkocht, voor zover zij door
Onze Minister zijn aangewezen;
c. verse groenten of verse
vruchten die ook onverpakt per stuk of aantal stuks plegen te
worden verkocht;
d. eende- of ganzeëieren;
e. suikerwerk dat ook onverpakt
per stuk of aantal stuks pleegt te worden verkocht;
f. maatjesharing;
g. voedingssupplementen als
bedoeld in het Warenwetbesluit voedingssupplementen, zoals
tabletten, capsules en pastilles.
5. In afwijking van het eerste lid
mag voor een voorverpakte eet- of drinkwaar waarvan de hoeveelheid
ingevolge het vierde lid in een aantal stuks mag zijn uitgedrukt,
een zodanige hoeveelheidsvermelding achterwege worden gelaten,
indien het aantal stuks van die eet- of drinkwaar zonder opening van
de verpakking van buitenaf duidelijk kan worden gezien en
gemakkelijk kan worden geteld.
Artikel 12
1. Indien een voorverpakte eet- of
drinkwaar bestaat uit een aantal verpakte eenheden die ook als
afzonderlijke verkoopeenheden aan eindverbruikers plegen te worden
verhandeld, en die elk een zelfde hoeveelheid van die eet- of
drinkwaar bevatten, moet:
a. de vermelding van de
hoeveelheid van die voorverpakte eet- of drinkwaar aangeven het
totale aantal van vorenbedoelde verpakte eenheden, gevolgd door
de netto-hoeveelheid van de eet- of drinkwaar, die één
verpakte eenheid bevat;
b. voor zover het betreft een
voorverpakte eetwaar als bedoeld in artikel 14, tevens een
vermelding van het uitlekgewicht van het vaste hoofdbestanddeel
van de betrokken eetwaar in één verpakte eenheid worden
gebezigd, overeenkomstig het bepaalde in dat artikel.
2. In afwijking van het eerste lid
behoeven de aldaar bedoelde vermeldingen niet te worden gebezigd,
indien het totale aantal afzonderlijke verpakte eenheden duidelijk
kan worden gezien en van buitenaf gemakkelijk kan worden geteld, en
de vermelding van de netto-hoeveelheid van elke afzonderlijke
verpakte eenheid van buitenaf duidelijk kan worden gezien.
Artikel 13
1. Voor een voorverpakte eet- of
drinkwaar die bestaat uit een aantal verpakte eenheden die
afzonderlijk niet als een verkoopeenheid aan eindverbruikers plegen
te worden verhandeld, moet behalve de vermelding van de
netto-hoeveelheid, tevens een vermelding worden gebezigd, die het
totale aantal van vorenbedoelde eenheden aangeeft.
2. In afwijking van het eerste lid
behoeft de aldaar bedoelde vermelding van het aantal eenheden niet
te worden gebezigd ten aanzien van suikerwerk waarvan de hoeveelheid
in elke verpakte eenheid ten hoogste 15 gram is.
Artikel 14
1. Voor een voorverpakte eetwaar die
bestaat uit vaste bestanddelen en een opgietvloeistof, moet tevens
een vermelding worden gebezigd die het uitlekgewicht van het vaste
hoofdbestanddeel aangeeft. Die vermelding moet inhouden het woord
"uitlekgewicht", gevolgd door de waarde van dat gewicht,
met dien verstande dat het woord "uitlekgewicht" mag
worden vervangen door de benaming van het vaste hoofdbestanddeel,
indien een aanduiding is gebezigd waarvan de benaming van dat
hoofdbestanddeel en van de opgietvloeistof deel uitmaakt.
2. Opgietvloeistof moet bestaan uit
een of meer van de hierna genoemde vloeistoffen:
- water, waterige oplossingen van
zouten, voedingszuren, suikers, zoetstoffen, pekel of azijn;
- het sap van de betrokken
groente of van het betrokken fruit, indien het hoofdbestanddeel
van de waar verduurzaamde groente of verduurzaamd fruit is.
3. Het bestuur van het Produktschap
voor Groenten en Fruit, van het Produktschap voor Pluimvee en
Eieren, van het Produktschap Vee en Vlees, onderscheidenlijk van het
Produktschap voor Vis en Visprodukten, kan nadere regels stellen ten
aanzien van het bepalen van het uitlekgewicht voor die eetwaren
waarvoor een uitlekgewicht moet worden gebezigd en welke ressorteren
onder het desbetreffende produktschap.
4. De op grond van de in het derde
lid bedoelde verordening vastgestelde nadere voorschriften behoeven
de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 15
De artikelen 11, 12 en 13 zijn niet van
toepassing ten aanzien van:
a. voorverpakte eet- en drinkwaren
die naar hun aard aanzienlijk aan volume of gewicht verliezen en
- hetzij per stuk worden
verkocht,
- hetzij in aanwezigheid van de
koper worden gewogen; of
b. voorverpakte eet- en drinkwaren
waarvan de netto-hoeveelheid in totaal
- hetzij minder dan 25 gram
bedraagt in het geval van suikerwerk;
- hetzij minder dan 5 gram of 5
milliliter bedraagt in het geval van andere eet- of drinkwaren
dan kruiden of specerijen.
§ 3.3. De datum van minimale
houdbaarheid
Artikel 16
1. De datum van minimale
houdbaarheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, moet
worden gebezigd voor andere eet- of drinkwaren dan die bedoeld in
artikel 17.
2. De in het eerste lid bedoelde
vermelding moet bestaan uit de de woorden "ten minste houdbaar
tot" gevolgd door de datum waarop de waar bij een passende
wijze van bewaren nog in het bezit is van de voor die waar
kenmerkende eigenschappen.
3. Indien het tijdstip van minimale
houdbaarheid afhankelijk is van een bijzondere wijze van bewaren,
moet behalve de in het tweede lid bedoelde vermelding tevens een
vermelding houdende aanwijzingen omtrent het bewaren worden
gebezigd.
4. De datum bedoeld in het tweede lid
moet worden aangegeven in de volgorde dag, maand en jaar, met dien
verstande dat
a. de dag moet worden aangegeven
met een getal bestaande uit twee cijfers;
b. de maand moet worden
aangegeven hetzij met de naam, hetzij met de gebruikelijke
afkorting, hetzij met een getal bestaande uit twee cijfers; en
c. het jaar moet worden
aangegeven hetzij met een jaartal, hetzij met een getal
bestaande uit de laatste twee cijfers ervan.
5. Indien de in het tweede lid
bedoelde datum ligt binnen drie maanden na de datum van het
verpakken, mag worden volstaan met de vermelding van de dag en de
maand.
6. Indien de in het tweede lid
bedoelde datum ligt
a. tussen drie en achttien
maanden na de datum van het verpakken, mag worden volstaan met
de vermelding van de maand en het jaar;
b. na achttien maanden na de
datum van het verpakken, mag worden volstaan met de vermelding
van het jaar;
een en ander met dien verstande dat
in afwijking van het in het tweede lid bepaalde, de datum moet
worden voorafgegaan door de woorden "ten minste houdbaar tot
einde".
7. Het vierde lid, onderdeel b, is
niet van toepassing voor zover de vermelding van de desbetreffende
maand wordt bereikt door middel van inkerving van de rand van het
etiket, onder de volgende voorwaarden:
a. aan de rand van het etiket
moet ten minste de beginletter van de naam van iedere maand
worden vermeld; en
b. de vermelding van de maanden
moet geschieden in de gebruikelijke volgorde.
8. De in het eerste lid bedoelde
vermelding behoeft niet te worden gebezigd ten aanzien van:
a. verse groenten - andere dan
gekiemde zaden en soortgelijke produkten zoals scheuten van
peulvruchten -, vers fruit en aardappelen, tenzij deze produkten
zijn geschild, gesneden of een andere soortgelijke behandeling
hebben ondergaan;
b. wijn, likeurwijn, mousserende
wijn, gearomatiseerde wijn en soortgelijke uit andere vruchten
dan druiven verkregen produkten;
c. andere alcoholhoudende dranken
dan onder b bedoeld, met een gehalte van 10 of meer
volumeprocenten alcohol, bepaald bij 20° C;
d. alcoholvrije dranken,
vruchtesappen, vruchtennectars en alcoholhoudende dranken in
afzonderlijke recipiënten van meer dan 5 liter, bestemd voor
levering aan instellingen;
e. brood- of
banketbakkerijprodukten welke naar hun aard bestemd zijn om
binnen vierentwintig uur na de bereiding te worden geconsumeerd;
f. azijn;
g. keukenzout;
h. suikers in vaste vorm;
i. suikerwerk, bijna uitsluitend
bestaande uit gearomatiseerde of gekleurde suiker(s);
j. kauwpreparaten andere dan van
tabak;
k. afzonderlijke porties
consumptie-ijs.
§ 3.4. De uiterste consumptiedatum
Artikel 17
1. De uiterste consumptiedatum,
bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, moet worden gebezigd
voor eet- of drinkwaren die uit microbiologisch oogpunt zeer
bederfelijk zijn en derhalve na korte tijd een onmiddellijk gevaar
voor de volksgezondheid kunnen opleveren.
2. De in het eerste lid bedoelde
vermelding moet bestaan uit de woorden "te gebruiken tot"
gevolgd door de uiterste datum waarop de waar moet worden
geconsumeerd teneinde bedoeld gevaar te voorkomen.
3. Indien het eerste lid van
toepassing is, moet tevens een aanwijzing omtrent de bewaring en het
gebruik als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, worden
gebezigd.
4. Artikel 16, vierde en zevende lid,
is van overeenkomstige toepassing op de in dit artikel bedoelde
vermelding.
§ 3.5. Overige vermeldingen
Artikel 18
De aanwijzing omtrent de bewaring en
het gebruik, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, moet
worden gebezigd
a. indien de eet- of drinkwaar op
een bijzondere wijze moet worden bewaard; onderscheidenlijk
b. indien zonder de aanwijzing
omtrent het gebruik of het gebruiksklaar maken de eet- of
drinkwaar niet op de juiste wijze kan worden gebruikt of
gebruiksklaar worden gemaakt.
Artikel 19
De vermelding van de gegevens omtrent
de producent, verpakker of verkoper, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
onderdeel f, moet bestaan uit de naam of de handelsnaam en het adres
van de fabrikant, van de verpakker of van een in het gebied waarop het
Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap dan wel
de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van
toepassing is, gevestigde verkoper, met dien verstande dat voor
rechtspersonen de vermelding van het adres mag worden vervangen door
de vermelding van de plaats van vestiging.
Artikel 20
De vermelding van de plaats van
oorsprong of herkomst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel g
moet bestaan uit een regionale, territoriale of topografische
vermelding, en moet worden gebezigd indien weglating ervan de koper
zou kunnen misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong of
herkomst.
Artikel 21
1. Het alcoholgehalte, bedoeld in
artikel 5, eerste lid, onderdeel h, moet worden gebezigd voor
dranken met een effectief alcoholgehalte van meer dan 1,2
volumeprocenten, en moet bestaan uit het symbool "% vol",
voorafgegaan door het werkelijke gehalte, bepaald bij 20 °C, en
weergegeven met ten hoogste een decimaal. Deze vermelding wordt al
dan niet voorafgegaan door "alcohol" of "alc.".
2. Indien het absolute verschil
tussen het vermelde alcoholgehalte en het werkelijke gehalte van de
hieronder genoemde dranken minder bedraagt dan het achter de
betrokken drank aangegeven percentage, voldoet een zodanige
vermelding aan het in het eerste lid bepaalde:
a. voor bier met een
alcolholgehalte van ten hoogste 5,5% vol: 0,5% vol;
b. voor bier met een
alcoholgehalte van meer dan 5,5% vol: 1% vol;
c. voor niet-mousserende gegiste
dranken op basis van druiven, andere dan die bedoeld in de
Verordening Akk Etikettering wijn 1986: 0,5% vol;
d. voor mousserende gegiste
dranken op basis van druiven, andere dan die bedoeld in de
Verordening Akk Etikettering wijn 1986, alsmede voor gegiste
dranken op basis van
andere vruchten dan druiven,
eventueel parelend of mousserend: 1% vol;
e. voor dranken op basis van
gegiste honing: 1% vol;
f. voor dranken met gemacereerde
vruchten of plantedelen: 1,5% vol;
g. voor overige dranken, andere
dan die bedoeld in de Verordening Akk. Etikettering wijn 1986:
0,3% vol..
Artikel 21a
1.Het cafeïnegehalte, bedoeld in
artikel 5, eerste lid, onderdeel k, wordt gebezigd bij een drinkwaar
die in ongewijzigde staat, of na herstel van de geconcentreerde of
gedehydrateerde waar in oude staat, meer dan 150 mg/l cafeïne
bevat, ongeacht de herkomst ervan.
2.Het gebezigde cafeïnegehalte wordt
tussen haakjes geplaatst en weergegeven in mg/100ml. Het wordt
voorafgegaan door de term «hoog cafeïnegehalte».
3.Het eerste en tweede lid zijn niet
van toepassing op:
a. drinkwaren op basis van koffie
of thee; en
b. drinkwaren met koffie- of
thee-extract; waarvan de aanduiding de term «koffie» of
«thee» bevat.
Artikel 22
1. De vermelding betreffende de
produktiepartij, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel i, en
tweede lid, mag in een herleidbare code worden aangebracht.
2. In afwijking van artikel 5, eerste
lid, onder h, mag de vermelding betreffende de produktiepartij van
voorverpakt consumptie-ijs worden gebezigd op de verzamelverpakking
van individuele porties van die waar.
3. De in artikel 5, tweede lid,
bedoelde vermelding behoeft niet te worden gebezigd voor eet- of
drinkwaren, zijnde landbouwgrondstoffen, welke van de producent
a. aan opslag-, behandelings- of
verpakkingsbedrijven worden verkocht of afgeleverd,
b. naar producentenorganisaties
zoals veilingen worden overgebracht, of
c. voor onmiddellijke opneming in
een operationeel bereidings- of verwerkingssysteem worden
opgehaald.
4. De datum van minimale houdbaarheid
onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum, voor zover deze een
dagaanduiding inhoudt, geldt als een vermelding als bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 22a
De vermelding betreffende een
verpakkingsgas, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder j, bestaat uit
de woorden «verpakt onder beschermende atmosfeer» en wordt gebezigd
voor eet- of drinkwaren waarvan de houdbaarheid is verlengd met behulp
van de bij of krachtens verordening (EG) 1333/2008 toegelaten
verpakkingsgassen.
Artikel 22b
1. De vermelding, bedoeld in artikel
5, eerste lid, onder l, bestaat uit het woord «bevat», gevolgd
door de namen van de in de drank aanwezige:
a. in bijlage III genoemde
ingrediënten en stoffen; en
b. overige ingrediënten.
2. De in artikel 5, eerste lid, onder
l, bedoelde vermelding is niet vereist ten aanzien van een
ingrediënt dat reeds onder eigen naam voorkomt in:
a. een lijst van ingrediënten;
of
b. de verkoopbenaming van de
desbetreffende drank.
Artikel 22c
De vermelding inzake in de waar
aanwezig zoethout, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder m, wordt
gebezigd met inachtneming van het volgende:
|
type of categorie
eet- of drinkwaar |
vermelding |
|
zoetwaren en drinkwaren die
glycyrrizinezuur of het ammoniumzout daarvan bevatten als gevolg
van de toevoeging van die stof(fen) als zodanig of van de
zoethoutplant Glycyrrhiza glabra, in een concentratie van 100
mg/kg of 10 mg/l of meer |
onmiddellijk na de lijst van
ingrediënten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, worden
de woorden «bevat zoethout» toegevoegd, tenzij het woord
zoethout al voorkomt in de lijst van ingrediënten of in
aanduiding van de waar. |
|
zoetwaren die glycyrrizinezuur of
het ammoniumzout daarvan bevatten als gevolg van de toevoeging
van die stof(fen) als zodanig of van de zoethoutplant
Glycyrrhiza glabra, in een concentratie van 4 g/kg of meer |
onmiddellijk na de lijst van
ingrediënten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, wordt
de volgende vermelding aangebracht: «bevat zoethout - mensen
met hoge bloeddruk dienen overmatig gebruik te vermijden». |
|
drinkwaren die glycyrrizinezuur
of het ammoniumzout daarvan bevatten als gevolg van de
toevoeging van die stof(fen) als zodanig of van de zoethoutplant
Glycyrrhiza glabra, in een concentratie van 50 mg/l of meer, dan
wel 300 mg/l of meer in geval van dranken met een alcoholgehalte
van meer dan 1,2 volumeprocent1 |
onmiddellijk na de lijst van
ingrediënten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, wordt
de volgende vermelding aangebracht: «bevat zoethout - mensen
met hoge bloeddruk dienen overmatig gebruik te vermijden». |
Indien er geen lijst van ingrediënten
is, wordt de desbetreffende vermelding aangebracht in de nabijheid van
de aanduiding van de waar.
Artikel 22d
1. De vermelding, bedoeld in artikel
5, eerste lid, onder n, wordt gebezigd indien de waar één of meer
zoetstoffen bevat, en luidt: «met zoetstof(en)».
2. De vermelding, bedoeld in artikel
5, eerste lid, onder o, wordt gebezigd indien de waar zowel
toegevoegde suiker(s) als een of meer zoetstoffen bevat, en luidt:
«met suiker(s) en zoetstof(fen)».
3. De in dit artikel bedoelde
vermeldingen worden aangebracht samen met de in artikel 4 bedoelde
aanduiding van de waar.
Artikel 22e
De vermelding indien aspartaam een
ingrediënt van de waar is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder p,
luidt: «bevat een bron van fenylalanine».
Artikel 22f
De vermelding inzake het gehalte aan
polyolen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder q, wordt gebezigd
indien de waar meer dan 10% polyolen, niet zijnde tafelzoetstoffen,
bevat, en luidt: «overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben».
§ 4. Het aanbrengen van aanduidingen
en vermeldingen
Artikel 23
De in dit besluit bedoelde aanduiding
en vermeldingen moeten duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar
zijn aangebracht en mogen niet door vegen kunnen worden uitgewist.
Zij moeten, behoudens de vermelding,
bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel i, in elk geval in de
Nederlandse taal zijn gesteld.
Artikel 24
1. Voor wat betreft voorverpakte eet-
of drinkwaren moeten de in dit besluit bedoelde aanduiding en
vermeldingen voorkomen op de verpakking of op een daaraan gehecht
etiket.
2. In afwijking van het eerste lid,
behoeven de aanduiding en vermeldingen, behoudens de vermelding,
bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel i, slechts op de
handelsdocumenten voor te komen die de desbetreffende voorverpakte
eet- of drinkwaren vergezellen of die tegelijkertijd met of voor de
aflevering worden verzonden, indien
a. de desbetreffende waar, hoewel
als zodanig bestemd voor de eindverbruiker niet zijnde een
instelling, wordt verhandeld in een stadium voor de
uiteindelijke aflevering;
b. de desbetreffende waar is
bestemd om aan instellingen te worden afgeleverd om daar te
worden toebereid, verwerkt, in porties verdeeld, of om daar in
het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd;
mits op de buitenste verpakking
waarin de waar wordt verhandeld, worden gebezigd:
- de aanduiding;
en de volgende vermeldingen:
- de gegevens omtrent de
producent, verpakker of verkoper; en
- de datum van minimale
houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum.
3. Voor wat betreft voorverpakte eet-
en drinkwaren moeten de volgende vermeldingen zodanig zijn
aangebracht dat zij zich bevinden in het zelfde gezichtsveld als de
aanduiding:
a. de netto-hoeveelheid;
b. de datum van minimale
houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum, met
dien verstande dat mag worden volstaan met de woorden "ten
minste houdbaar tot", of "ten minste houdbaar tot
einde", onderscheidenlijk "te gebruiken tot",
mits deze vermelding wordt gevolgd door een verwijzing naar de
plaats op of aan de verpakking waar de datum voorkomt;
c. het alcoholgehalte;
d. het cafeïnegehalte.
4. In afwijking van artikel 5, eerste
lid, mag op de verpakking van voorverpakte eet- of drinkwaren
waarvan het grootste vlak kleiner is dan 10 cm2, worden volstaan met
de vermelding van de netto-hoeveelheid en de datum van minimale
houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum.
5. In afwijking van de artikelen 3 en
5, eerste lid, behoeven op gestandaardiseerde tapmaatflessen, waarin
melk of melkprodukten zijn verpakt, slechts de datum van minimale
houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum, alsmede gegevens
omtrent de producent, verpakker of verkoper te worden gebezigd.
Artikel 25
1. Voor wat betreft een niet
voorverpakte eet- of drinkwaar als bedoeld in artikel 1, vierde lid,
onderdelen b, c en e, moeten de aanduiding alsmede de vermelding van
de netto-hoeveelheid voor het publiek in ieder geval duidelijk
zichtbaar zijn aangebracht op het voorwerp waarin of waarop de
betrokken waar zich bevindt, of op een onmiddellijk boven bedoeld
voorwerp geplaatst(e) bord of kaart.
2. Voor wat betreft een niet
voorverpakte eet- of drinkwaar als bedoeld in artikel 1, vierde lid,
onderdeel e, moet bovendien de vermelding van de produktiepartij
voorkomen op de verpakking of op een daaraan gehecht etiket, of,
indien zulks niet mogelijk is, op het handelsdocument dat de
betrokken waar vergezelt.
Artikel 26
Voor wat betreft een verpakte eet- of
drinkwaar moeten de aanduiding alsmede de vermelding van de
produktiepartij zijn aangebracht op de verpakking of op de recipiënt,
of, indien zulks niet mogelijk is, op het handelsdocument dat de
betrokken waar vergezelt.
Artikel 27
Voor wat betreft een onverpakte eet- of
drinkwaar moet de aanduiding voor het publiek duidelijk zichtbaar zijn
aangebracht op het voorwerp waarin of waarop de betrokken waar zich
bevindt, of op een onmiddellijk boven bedoeld voorwerp geplaatst(e)
bord of kaart.
Artikel 28
1. Indien zich in een verpakking een
in afzonderlijk verpakte eenheden verdeelde hoeveelheid van een
zelfde eet- of drinkwaar bevindt, wordt eerstbedoelde verpakking
aangemerkt als de verpakking, bedoeld in artikel 24, eerste lid.
2. Indien zich in een verpakking een
voorverpakte eet- of drinkwaar, dan wel een in afzonderlijk verpakte
of onverpakte eenheden verdeelde hoeveelheid van verschillende eet-
of drinkwaren, al dan niet met andere waren bevindt, wordt
eerstbedoelde verpakking aangemerkt als de verpakking, bedoeld in
artikel 24, eerste lid. Op bedoelde verpakking behoeven slechts de
aanduiding en de vermelding van de nettohoeveelheid van elke
afzonderlijke eet- of drinkwaar te worden vermeld, mits op de
verpakking van de afzonderlijke eenheden de voor de betrokken eet-
of drinkwaren voorgeschreven aanduiding en vermeldingen zijn
aangebracht.
3. In afwijking van het eerste en
tweede lid behoeven de in die leden voorgeschreven aanduiding en
vermeldingen niet op de buitenzijde van de volgens die leden
aangemerkte verpakking of op een op die verpakking aangebracht
etiket te zijn aangebracht, indien die verpakking helder doorzichtig
is, en de zich in bedoelde verpakking bevindende eenheden de volgens
dit besluit voorgeschreven aanduiding en vermeldingen dragen en deze
voldoende zichtbaar zijn.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 29
1. Aanduidingen, vermeldingen of
voorstellingen die doordat zij onjuist of onvolledig zijn of een
onjuiste indruk wekken, misleidend zijn met betrekking tot de
kenmerken van de betrokken eet- of drinkwaar, en met name tot de
aard, identiteit, hoedanigheden samenstelling, hoeveelheid,
houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of
verkrijging, mogen bij het verhandelen van eet- en drinkwaren, en
bij de aanprijzing ervan, niet worden gebezigd.
2. In de zin van het eerste lid
worden in elk geval als misleidend beschouwd aanduidingen,
vermeldingen of voorstellingen
a. die aan de betrokken eet- of
drinkwaar effecten of eigenschappen toeschrijven die deze niet
bezit; of
b. die suggereren dat de
betrokken eet- of drinkwaar bijzondere kenmerken vertoont,
hoewel alle soortgelijke eet- of drinkwaren dezelfde kenmerken
bezitten.
Artikel 30
1. Indien in enig wettelijk
voorschrift is bepaald dat ten aanzien van een bepaalde eet- of
drinkwaar of een bepaalde categorie van eet- of drinkwaren, de
aanduiding, bedoeld in artikel 3, of één of meer der vermeldingen,
bedoeld in artikel 5, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, niet
mogen, dan wel niet behoeven te worden gebezigd, is met betrekking
tot die eet- of drinkwaar of die categorie van eet- of drinkwaren
het in genoemde artikelen bepaalde, voor zover die aanduiding of de
betrokken vermelding betreffende, niet van toepassing, behoudens
indien dat wettelijk voorschrift in strijd is met de Richtlijn van
de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing
van de wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie
van levensmiddelen alsmede de daarvoor gemaakte reclame (79/112/EEG)
(PbEG L 33).
2. Indien ten aanzien van een
bepaalde eet- of drinkwaar of een bepaalde categorie van eet- of
drinkwaren, met betrekking tot een aanduiding, bedoeld in artikel 3,
of één of meer der vermeldingen als bedoeld in artikel 5, eerste,
onderscheidenlijk tweede lid, een vrijstelling of ontheffing is
verleend van een ander wettelijk voorschrift dan het onderhavige
besluit, is het in genoemde artikelen bepaalde, voor zover die
aanduiding of betrokken vermeldingen betreffende, niet van
toepassing, behoudens indien die vrijstelling, onderscheidenlijk
ontheffing, in strijd is met de Richtlijn van de Raad van 18
december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de
wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie van
levensmiddelen alsmede de daarvoor gemaakte reclame (79/112/EEG) (PbEG
L 33).
Artikel 31
Onze Minister kan, in overeenstemming
met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij, omtrent het in de artikelen 4 en 6 tot en met 29 bepaalde
nadere regels stellen.
Artikel 32 [Vervallen per 01-04-1998]
Artikel 33 [Vervallen per 25-11-2004]
Artikel 34
1. Dit besluit treedt in werking op
een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. In afwijking van het eerste lid
treedt dit besluit ten aanzien van onverpakte eet- of drinkwaren in
werking met ingang van de vierde kalendermaand na de in dat lid
bedoelde datum.
3. In afwijking van het eerste lid
treden de artikelen 4, vierde lid, en 11, vierde lid, onderdeel b,
in werking met ingang van de vierde kalendermaand na de in het
eerste lid bedoelde datum.
4. In afwijking van het bepaalde in
het eerste lid treedt:
a. artikel 7, derde lid;
b. artikel 9, onderdeel e, voor
zover het betreft dranken met een alcoholgehalte van minder dan
1,2% vol;
c. artikel 14, voor zover het
betreft een bevroren of diepgevroren opgietvloeistof;
d. artikel 17;
e. artikel 24, eerste lid, in het
in het tweede lid, onderdeel a, van dat artikel bedoelde geval;
in werking met ingang van de
negentiende kalendermaand na de in het eerste lid bedoelde datum.
5. In afwijking van het bepaalde in
het eerste lid treedt het bepaalde in dit besluit, voor zover van
toepassing op:
a. eet- of drinkwaren, kennelijk
bestemd voor instellingen;
b. eet- en drinkwaren die langer
houdbaar zijn dan achttien maanden;
c. eet- en drinkwaren aangeduid
als "cacaofantasie" of als
"imitatiechocolade";
in werking met ingang van de
negentiende kalendermaand na de in het eerste lid bedoelde datum.
6. In afwijking van het eerste lid
mogen eet- of drinkwaren die niet voldoen aan het bepaalde in
artikel 5, tweede lid, slechts worden verhandeld na het tijdstip
waarop dit besluit in werking treedt, indien zij voor dat tijdstip
in het verkeer zijn gebracht of zijn geëtiketteerd.
Artikel 35
Dit besluit kan worden aangehaald als
Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 10 december 1991
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de zestiende januari 1992
De Minister van Justitie a.i.,
C.I. Dales
Bijlage I,
behorende bij artikel 7, tweede lid, onderdeel a
De in artikel 7, tweede lid, onder a,
bedoelde ingrediënten zijn de volgende:
|
Definitie |
|
Vermelding |
|
Andere geraffineerde oliën dan
olijfolie |
|
«olie», nader omschreven met: |
| |
|
– de aanduiding «plantaardig»
of «dierlijk», naar gelang van het geval; of |
| |
|
– de aanduiding van de
specifieke plantaardige of dierlijke oorsprong |
| |
|
De aanduiding «gehard» wordt
toegevoegd aan de aanduiding van een geharde olie |
|
Geraffineerde vetten |
|
«vet», nader omschreven met: |
| |
|
– de aanduiding «plantaardig»
of «dierlijk», naar gelang van het geval; of |
| |
|
– de aanduiding van de
specifieke plantaardige of dierlijke oorsprong. |
|
Mengsels van meel van twee of
meer graansoorten |
|
De aanduiding «gehard» wordt
toegevoegd aan de aanduiding van een gehard vet |
| |
|
«meel», gevolgd door de
vermelding van de graansoorten waarvan het afkomstig is, in
dalende volgorde van hun gewichtspercentage |
|
Natief zetmeel en langs fysische
weg of enzymen gemodificeerd zetmeel |
|
«zetmeel» nader aangevuld met
een omschrijving van de specifieke plantaardige oorsprong indien
dat ingrediënt gluten kan bevatten. |
|
Alle soorten vis wanneer die vis
een ingrediënt vormt van een ander levensmiddel, tenzij de
aanduiding en de presentatie van die eet- of drinkwaar duiden op
een speciale soort vis |
|
vis |
|
De skeletspieren van zoogdier- en
vogelsoorten, die erkend zijn als geschikt voor de menselijke
consumptie, met de van nature ingesloten of aanhangende
weefsels, waarvan de totale gehalten aan vet en bindweefsel de
hieronder vermelde waarden niet overschrijden. Het vlees vormt
een ingrediënt van een ander levensmiddel. Separatorvlees valt
niet onder deze definitie.
Maximumgehalten aan vet en
bindweefsel voor de met de term «...vlees» aangeduide
ingrediënten. |
|
«...vlees», voorafgegaan door
de naam/ namen van de diersoort(en) waarvan het afkomstig is. |
|
Soorten |
Vet (%) |
Bindweefsel (%) |
|
Zoogdieren (konijnen en varkens
uitgezonderd) en diverse soorten met overwegend zoogdieren. |
25 |
25 |
|
Varkens |
30 |
25 |
|
Vogels en konijnen |
15 |
10 |
|
Wanneer deze maximumgehalten aan
vet of bindweefsel worden overschreden doch aan alle overige
criteria van de definitie van «...vlees» wordt voldaan, wordt
het gehalte aan «...vlees» dienovereenkomstig verlaagd en
bevat de lijst van ingrediënten naast de categorienaam
«...vlees» ook de vermelding van het vet of bindweefsel. |
|
|
|
Alle soorten kaas wanneer de kaas
of het mengsel van kaassoorten een ingrediënt vormt van een
ander levensmiddel, tenzij de aanduiding en de presentatie van
die eet- of drinkwaar duiden op een speciale soort kaas |
|
kaas |
|
Alle specerijen die niet meer dan
2% van het gewicht van de eet- of drinkwaar uitmaken |
|
«specerijen» of «mengsel van
specerijen» |
|
Alle kruiden of delen daarvan die
niet meer dan 2% van het gewicht van de eet- of drinkwaar
uitmaken |
|
«kruiden» of «mengsel van
kruiden» |
|
Alle soorten gompreparaten die
voor de bereiding van gom als basis voor kauwgom worden gebruikt |
|
gom |
|
Alle soorten paneermeel |
|
paneermeel |
|
Alle categorieën saccharose |
|
suiker |
|
Watervrije dextrose en
dextrosemonohydraat |
|
dextrose |
|
Glucosestroop en gedehydrateerde
glucosestroop |
|
glucosestroop |
|
Alle melkeiwitten (caseïne,
caseïnaten en eiwitten van wei) en mengsels daarvan |
|
melkeiwitten |
|
Cacaopersboter cacao-wringboter
of geraffineerde cacaoboter |
|
cacaoboter |
|
Alle soorten wijn zoals
gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad (PbEG L
84) |
|
wijn |
Bijlage II. Deze bijlage behoort bij
artikel 7, tweede lid, onder b
De in artikel 7, tweede lid, onderdeel
b , bedoelde categorieën van levensmiddelenadditieven zijn de
volgende:
|
antiklontermiddel |
|
|
antioxydant |
|
|
antischuimmiddel |
|
|
bevochtigingsmiddel |
|
|
conserveermiddel |
|
|
drijfgas |
|
|
emulgator |
|
|
geleermiddel |
|
|
gemodificeerd zetmeel |
(de specifieke aanduiding of het
EG-nummer behoeven niet vermeld te worden) |
|
glansmiddel |
|
|
kleurstof |
|
|
meelverbeteraar |
|
|
rijsmiddel |
|
|
smaakversterker |
|
|
smeltzout |
(alleen voor smeltkaas en
produkten op basis van smeltkaas) |
|
stabilisator |
|
|
verdikkingsmiddel |
|
|
verstevigingsmiddel |
|
|
voedingszuur |
|
|
vulstof |
|
|
zoetstof |
|
|
zuurteregelaar |
|
Bijlage III
Deze bijlage behoort bij artikel 8,
vierde lid, onder d, artikel 9a, eerste lid, onder c, en derde lid,
onder c, en artikel 22b, eerste lid, onder a.
De ingrediënten en stoffen, bedoeld in
artikel 9a, eerste lid, onder c, en derde lid, onder c, en artikel
22b, eerste lid, onder a, zijn de navolgende:
1. Glutenbevattende granen (d.w.z.
tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut of de hybride soorten
daarvan) en producten op basis van glutenbevattende granen, met
uitzondering van:
a. glucosestroop op basis van
tarwe, met inbegrip van dextrose (en producten daarvan, voor
zover het proces dat zij hebben ondergaan naar verwachting
niet zal leiden tot een grotere allergeniciteit dan de EFSA in
het desbetreffende uitgangsproduct heeft vastgesteld.);
b. maltodextrinen op basis van
tarwe (en producten daarvan, voor zover het proces dat zij
hebben ondergaan naar verwachting niet zal leiden tot een
grotere allergeniciteit dan de EFSA in het desbetreffende
uitgangsproduct heeft vastgesteld.);
c. glucosestroop op basis van
gerst;
d, granen die worden gebruikt
voor de vervaardiging van distillaten of ethylalcohol uit
landbouwproducten voor sterkedrank en andere alcoholhoudende
dranken.
2. Schaaldieren en producten op
basis van schaaldieren.
3. Eieren en producten op basis van
eieren.
4. Vis en producten op basis van
vis, met uitzondering van:
a. visgelatine die wordt
gebruikt als drager voor vitamine- of carotenoïdenpreparaten;
b. visgelatine of vislijm die
wordt gebruikt als klaringsmiddel in bier, cider en wijn.
5. Aardnoten en producten op basis
van aardnoten.
6. Soja en producten op basis van
soja, met uitzondering van:
a. volledig geraffineerd(e)
sojaolie en -vet (en producten daarvan, voor zover het proces
dat zij hebben ondergaan naar verwachting niet zal leiden tot
een grotere allergeniciteit dan de EFSA in het desbetreffende
uitgangsproduct heeft vastgesteld.)
b. natuurlijke gemengde
tocoferolen (E306), natuurlijk D-alfa-tocoferol, natuurlijk
D-alfa-rocoferolacetaat en natuurlijk
D-alfa-tocoferolsuccinaat van soja;
c. fytosterolen en
fytosterolesters van plantaardige oliën van soja;
d. fytostanolesters
geproduceerd uit fytosterolen van plantaardige oliën van
soja.
7. Melk en producten op basis van
melk (inclusief lactose), met uitzondering van:
a. wei die wordt gebruikt voor
de vervaardiging van distillaten of ethylalcohol uit
landbouwproducten voor sterkedrank en andere alcoholhoudende
dranken;
b. lactitol.
8. Noten, dat wil zeggen amandelen
(Amygdalus communis L.), hazelnoten (Corylus avellana), walnoten (Juglans
regia), cashewnoten (Anacardium occidentale) en pecannoten (Carya
illinoiesis (Wangenh.) K. Koch), paranoten (Bertholletia excelsa),
pistachenoten (Pistacia vera), macadamianoten (Macadamia
ternifolia) en producten op basis van noten, met uitzondering van:
a. noten die worden gebruikt
voor de vervaardiging van distillaten of ethylalcohol uit
landbouwproducten voor sterkedrank en andere alcoholhoudende
dranken.
9. Selderij en producten op basis
van selderij.
10. Mosterd en producten op basis
van mosterd.
11. Sesamzaad en producten op basis
van sesamzaad.
12. Zwaveldioxide en sulfieten in
concentraties van meer dan 10 mg/kg of 10 mg/l uitgedrukt als SO2.
13. Lupine en producten op basis
van lupine.
14. Weekdieren en producten op
basis van weekdieren.
Voetnoot:
|