| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Warenwet (WaW)
WARENWETBESLUIT
HYGIËNE VAN LEVENSMIDDELEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 3 oktober 2005, houdende vaststelling van het
Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport van 22 juni 2005, VGP/VL 2593195, gedaan in overeenstemming
met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van
Economische Zaken;
Gelet op:
- Richtlijn nr. 96/3/Euratom, EGKS, EG van de Commissie van de
Europese Gemeenschappen van 26 januari 1996 (PbEG L 21) inzake een
afwijking van enkele bepalingen van Richtlijn 93/43/EEG van de Raad
inzake levensmiddelenhygiëne voor het bulkvervoer van vloeibare oliën
en vetten over zee;
- Richtlijn nr. 98/28/EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 29 april 1998 (PbEG L 140) inzake een afwijking
van enkele bepalingen van Richtlijn 93/43/EEG van de Raad inzake
levensmiddelenhygiëne voor het bulkvervoer over zee van ruwe suiker;
- Richtlijn nr. 2004/41/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 (PbEU L 157 en L 195)
houdende intrekking van bepaalde richtlijnen inzake
levensmiddelenhygiëne en tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften
voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde voor
menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, en tot
wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG en 92/118/EEG van de Raad en van
beschikking 95/408/EG van de Raad;
- Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake
levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139 en L 226);
- Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende
vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen
van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);
- Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende
vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de
officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten
van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);
- Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële
controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en
levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en
dierenwelzijn (PbEU L 165 en L 191); en
- de artikelen 4, eerste en tweede lid, 5, 6, 8, eerste lid,
9, 11, 12, 13, onderdeel a, 14 en 22, eerste lid, van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 2 september 2005,
nr.
W13.05.0264/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport van 27 september 2005, VGP/VL 2619723, uitgebracht
in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit en van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.In dit besluit wordt verstaan onder:
a. verordening (EG) 852/2004: verordening (EG) nr. 852/2004 van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139 en L 226);
b. hygiënecode: een in Nederland opgestelde nationale gids
voor goede praktijken inzake hygiëne en de toepassing van
HACCP-beginselen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG)
852/2004;
c. richtlijn 96/3/Euratom, EGKS, EG: richtlijn nr.
96/3/Euratom, EGKS, EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 26 januari 1996 (PbEG L 21) inzake een
afwijking van enkele bepalingen van richtlijn 93/43/EEG van de
Raad inzake levensmiddelenhygiëne voor het bulkvervoer van
vloeibare oliën en vetten over zee;
d. richtlijn 98/28/EG: richtlijn nr. 98/28/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1998 (PbEG L 140)
inzake een afwijking van enkele bepalingen van richtlijn 93/43/EEG
van de Raad inzake levensmiddelenhygiëne voor het bulkvervoer
over zee van ruwe suiker;
e. verordening (EG) 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 houdende vaststelling van specifieke
hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong
(PbEU L 139 en L 226);
f. verordening (EG) 854/2004: verordening (EG) nr. 854/2004 van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor
de organisatie van de officiële controles van voor menselijke
consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 139
en L 226);
g. verordening (EG) 882/2004: verordening (EG) nr. 882/2004 van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29
april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de
wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften
inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165 en L 191);
h. verordening (EG) 2073/2005: verordening (EG) nr. 2073/2005
van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 november
2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEU L
338).
2.Dit besluit is niet van toepassing op:
a. de exploitanten van slachthuizen, bedoeld in bijlage II,
secties II en III, van verordening (EG) 853/2004;
b. de exploitanten van inrichtingen, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, onder c, van verordening (EG) 852/2004, waar
uitsluitend handelingen worden verricht ten aanzien van levende
dieren en vers vlees van:
1°. als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren;
2°. pluimvee en lagomorfen;
3°. gekweekt wild; of
4°. vrij wild;
als bedoeld in bijlage III, secties I tot en met IV, van
verordening (EG) 853/2004;
c. de officiële controles van vers vlees en daarmee verband
houdende bepalingen, bedoeld in artikel 5 en bijlage I, van
verordening (EG) 854/2004; en
d. de officiële controles op de naleving van de wetgeving
inzake diervoeders, diergezondheid en dierenwelzijn, bedoeld in
verordening (EG) 882/2004.
Artikel 2
1.Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4,
eerste, tweede, en derde lid, 5, eerste lid, tweede lid, laatste
alinea, en vierde lid, en 6, tweede lid, en derde lid, onder a, b, en
c, van verordening (EG) 852/2004.
2.Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4,
eerste tot en met vierde lid, 5, 6, eerste, derde, en vierde lid, 7,
eerste lid, en 8, eerste lid, van verordening (EG) 853/2004.
3.Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4, 5,
eerste, tweede en vierde lid, 6, eerste lid, 7, en 9, van verordening
(EG) 2073/2005.
4.Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de
artikelen 3, vierde lid, 10 en 10a vastgestelde regels.
5.Het is verboden rauwe koemelk, bestemd voor rechtstreekse
menselijke consumptie, te verhandelen, anders dan met inachtneming van
artikel 8.
Artikel 3
1.Bevoegde autoriteit:
a. bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van verordening
(EG) 852/2004, en in artikel 2, eerste lid, onder c, van
verordening (EG) 854/2004, is de Voedsel en Waren Autoriteit;
b. bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van verordening
(EG) 852/2004, met betrekking tot bijlage I van die verordening,
is de Algemene Inspectiedienst;
c. bedoeld in artikel 2, vierde lid, van verordening (EG)
882/2004, zijn de diensten waarbij de krachtens de Warenwet
aangewezen ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van
de bij of krachtens de Warenwet gestelde voorschriften, werkzaam
zijn.
2.In afwijking van het eerste lid is Onze Minister de bevoegde
autoriteit inzake:
a. de verlening van erkenningen van inrichtingen als bedoeld
in:
1°. artikel 4 van verordening (EG) 853/2004;
2°. artikel 3 van verordening (EG) 854/2004;
b. het bij niet-naleving van verordening (EG) 852/2004 of van
verordening (EG) 853/2004 indien nodig:
1°. schorsen of intrekken van de erkenning van
inrichtingen als bedoeld onder a;
2°. beperken of verbieden van het op de markt brengen van
bepaalde eet- en drinkwaren;
3°. bevelen van de monitoring, het terugroepen, uit de
handel nemen of vernietigen van eet- en drinkwaren;
4°. machtiging verlenen om eet- en drinkwaren aan te
wenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij oorspronkelijk
waren bedoeld; of
5°. tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, gelasten van de
sluiting van het betrokken bedrijf.
3.In afwijking van het eerste lid is het Productschap Vis de
bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk II, van
verordening (EG) 854/2004. Dat productschap informeert ook de Voedsel
en Waren Autoriteit op de voet van punt E, onder a en b, van dat
hoofdstuk.
4.Bij regeling van Onze Minister worden procedures vastgesteld als
bedoeld in artikel 11, vijfde lid, en artikel 31, eerste lid, onder a,
en tweede lid, onder a, van verordening (EG) 882/2004.
§ 2. Hygiënecodes
Artikel 4
1.Een hygiënecode wordt op initiatief van de opstellers ervan:
a. besproken in het Regulier Overleg Warenwet; en
b. vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.
2.Onze Minister keurt een hygiënecode goed indien die
hygiënecode:
a. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid,
onder b, van verordening EG) 852/2004;
b. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking
heeft;
c. waar mogelijk en zinvol ter verificatie van de
procesbeheersing is voorzien van microbiologische richtwaarden,
gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5,
tweede lid, van verordening (EG) 852/2004; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3,
artikel 4, of artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de
betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
3.In afwijking van het tweede lid keurt Onze Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit een hygiënecode goed die:
a. betrekking heeft op de primaire productie en de in bijlage I
van verordening (EG) 852/2004 bedoelde, daarmee verband houdende
bewerkingen;
b. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid,
onder c, van verordening (EG) 852/2004;
c. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking
heeft; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3,
artikel 4, en artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de
betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
4.Een in het tweede lid bedoelde goedkeuring kan, voor zover die
goedkeuring betrekking heeft op één of meer van de permanente
procedures, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EG)
852/2004, worden ingetrokken indien de desbetreffende procedure niet
is herzien en waar nodig aangepast overeenkomstig artikel 5, tweede
lid, laatste alinea, van verordening (EG) 852/2004.
5.Onze Minister of Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, neemt een in het tweede en vierde lid
onderscheidenlijk het derde en vierde lid bedoeld besluit, gehoord het
advies van de Voedsel en Waren Autoriteit.
6.Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op
een hygiënecode die vóór de inwerkingtreding van dit besluit is
opgesteld en goedgekeurd op de voet van artikel 31, eerste, tweede en
derde lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen.
Artikel 5
1.De exploitant van een levensmiddelenbedrijf wordt bij controle
door een met het toezicht op de naleving van verordening (EG) 852/2004
belaste ambtenaar, vóóraf door die ambtenaar in de gelegenheid
gesteld te kennen te geven of door dat bedrijf gebruik wordt gemaakt
van de voor zijn sector van de levensmiddelenbranche vastgestelde en
goedgekeurde hygiënecode, bedoeld in artikel 4.
2.De exploitant van een levensmiddelenbedrijf, die gebruik maakt
van de hygiënecode, bedoeld in het eerste lid:
a. voldoet aan de artikelen 3, 4 of 5 van verordening (EG)
852/2004, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder d, indien hij
handelt volgens de voorschriften in die hygiënecode die daarop
betrekking hebben;
b. voldoet niet aan de artikelen 3, 4 of 5 van verordening (EG)
852/2004, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder d, indien hij
niet handelt volgens de voorschriften in die hygiënecode die
daarop betrekking hebben.
3.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op
het gebruik van:
a. een hygiënecode die vóór de inwerkingtreding van dit
besluit is opgesteld en goedgekeurd op de voet van artikel 31,
eerste, tweede en derde lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van
levensmiddelen;
b. communautaire gidsen als bedoeld in artikel 9 van
verordening (EG) 852/2004.
§ 3. Bulkvervoer over zee van vloeibare oliën of vetten, en suiker
Artikel 6
In afwijking van artikel 4, tweede lid, van verordening (EG)
852/2004:
a. mag het bulkvervoer in zeeschepen van vloeibare oliën of
vetten die zullen worden gebruikt voor menselijke consumptie,
geschieden met inachtneming van richtlijn 96/3/Euratom, EGKS, EG;
b. mag het bulkvervoer over zee van ruwe suiker die zonder een
volledig en effectief raffinageproces te hebben ondergaan niet
bestemd is voor gebruik als eetwaar of ingrediënt van een
levensmiddel, geschieden met inachtneming van richtlijn 98/28/EG.
§ 4. Rechtstreekse levering van kleine hoeveelheden primaire
producten door de producent
Artikel 7
1.De rechtstreekse levering, door de producent, van kleine
hoeveelheden primaire producten aan de eindverbruiker of de
plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker
levert, bedoeld in:
a. artikel 1, tweede lid, onder c, van verordening (EG)
852/2004; en
b. artikel 1, derde lid, onder c, van verordening (EG)
853/2004;
geschiedt op zindelijke wijze en zodanig dat:
1°. geen verontreiniging plaats kan hebben met zodanige
hoeveelheden van stoffen dat zij uit het oogpunt van de gezondheid
van de mens schadelijk kunnen zijn, of met organismen of virussen
die onder redelijkerwijze te verwachten omstandigheden schadelijk
kunnen zijn of worden; en
2°. onder 1° bedoelde organismen zich niet zodanig kunnen
vermeerderen of zodanige toxinen kunnen vormen dat zij uit het
oogpunt van de gezondheid van de mens schadelijk kunnen zijn of
worden.
2.Met betrekking tot het eerste lid kan een hygiënecode worden
opgesteld. In dat geval zijn artikel 4, eerste lid, tweede lid, onder
a, b en d, vierde en vijfde lid, en artikel 5, eerste en tweede lid,
van overeenkomstige toepassing.
§ 5. Rauwe melk
Artikel 8
1.Rauwe koemelk, bestemd voor directe aflevering aan particulieren,
is uitsluitend aanwezig:
1°. op het bedrijf van de melkveehouder waar die melk gewonnen
is; en
2°. in een recipiënt die niet geschikt is om met de inhoud
afgeleverd te worden aan particulieren;
en voldoet aan de volgende eisen:
a. kiemgetal bij 30 °C ≤ 50.000 per ml1;
b. Staphylococcus aureus (per ml): m=100, M=500, n=5, c=22; en
c. Salmonella is afwezig in 25 g: n=5, c=0.
1 Meetkundig gemiddelde, geconstateerd over een periode van
twee maanden, met ten minste twee monsternemingen per maand.
2 n: aantal eenheden waaruit een monster bestaat;
m: drempelwaarde voor het aantal bacteriën: het resultaat is
bevredigend als het aantal bacteriën in alle eenheden gelijk is aan
of groter is dan m;
M: maximumwaarde voor het aantal bacteriën: het resultaat is
onbevredigend als het aantal bacteriën in één of meer eenheden
gelijk is aan of groter is dan M;
c: aantal eenheden waarin het aantal bacteriën mag liggen tussen m
en M, en waarbij het monster nog aanvaardbaar is als het aantal
bacteriën in de andere eenheden gelijk is aan of kleiner is dan m.
2.De in het eerste lid bedoelde melk wordt, wanneer zij niet binnen
twee uur na het melken aan de consument wordt verkocht, gekoeld tot:
a. indien die melk binnen 24 uur na het melken verkocht wordt:
een temperatuur van 8 °C of lager;
b. indien die melk niet binnen 24 uur na het melken verkocht
wordt: een temperatuur van 6 °C of lager.
3.Op of in de directe omgeving van de in het eerste lid bedoelde
recipiënt wordt duidelijk leesbaar de volgende vermelding gebezigd:
RAUWE MELK VOOR GEBRUIK KOKEN.
Artikel 9
De Voedsel en Waren Autoriteit is bevoegd de toestemming te verlenen,
bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b, van verordening (EG)
853/2004.
Artikel 10
Onze Minister stelt nadere regels inzake de artikelen 1 tot en met 9,
voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of
krachtens verordeningen (EG) 852/2004, 853/2004, 854/2004 of 882/2004
gestelde voorschriften.
Artikel 10a [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 11
Een wijziging van:
a. richtlijn 96/3/Euratom, EGKS, EG; of
b. richtlijn 98/28/EG;
gaat voor de toepassing van artikel 6 gelden met ingang van de dag
waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn
gegeven.
§ 6. Slotbepalingen
Artikel 12
[Wijzigt het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van
levensmiddelen]
Artikel 13
[Wijzigt het Warenwetbesluit Verpakte waters]
Artikel 14
[Wijzigt het Warenwetbesluit Eiprodukten]
Artikel 15
[Wijzigt het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en
kikkerbillen]
Artikel 16
[Wijzigt het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten]
Artikel 17
[Wijzigt het Warenwetbesluit Zuivel]
Artikel 18
[Wijzigt het Warenwetbesluit Uitvoer van waren]
Artikel 19
1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
2.Artikel 10a vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit hygiëne van
levensmiddelen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 3 oktober 2005
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de zevenentwintigste oktober 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|