St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Warenwet (WaW)

 

WARENWETBESLUIT  TOEVOEGING  MICROVOEDINGSSTOFFEN  AAN  LEVENSMIDDELEN

Tekst zoals deze geldt op 27 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 24 mei 1996, houdende het Warenwetbesluit toevoeging microvoedingsstoffen aan levensmiddelen

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 25 september 1995, nr DGVgz/VVP/L 952051, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
     Gelet op de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a en b, 5, eerste lid, onderdeel c, en 8, onderdeel a en c, van de Warenwet;
     Gezien het advies van de Voedingsraad van 11 november 1993, nr. 931111/01, en het advies van de Adviescommissie Warenwet van 27 juni 1995, nr. 14877/(2/3)5;
     De Raad van State gehoord (advies van 22 januari 1996, nr. W13.95.0530);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 mei 1996, nr. GZB/VVB 96543, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. micro-voedingsstoffen: voedingsstoffen die onmisbaar zijn voor het functioneren van het menselijk organisme, waarin dat organisme niet zelf kan voorzien en die in kleine hoeveelheden geconsumeerd moeten worden;

b. verrijkte eet- of drinkwaar: een eet- of drinkwaar waaraan een of meer micro-voedingsstoffen zijn toegevoegd, maar die niet tot hoofddoel heeft het leveren van micro-voedingsstoffen;

c. substitutie-produkt: een verrijkte eet- of drinkwaar:

– die een bestaande waar beoogt te vervangen, en ten aanzien van uiterlijk, consistentie, smaak, kleur, geur en gebruiksdoel zoveel mogelijk overeenkomt met de te vervangen eet- of drinkwaar; en

– waaraan één of meer micro-voedingsstoffen zijn toegevoegd tot ten hoogste de gehaltes waarin die stoffen van nature aanwezig zijn in de te vervangen eet- of drinkwaar;

d. gerestaureerde eet- of drinkwaar: een verrijkte eet- of drinkwaar:

– die bereid is volgens de richtlijnen van goede produktiepraktijken; en

– waaraan één of meer micro-voedingsstoffen zijn toegevoegd tot de gehaltes waarin zij vóór de bereiding van nature aanwezig waren in het eetbare deel van de waar of in de eetbare delen van de grondstoffen voor de waar, maar die na of tijdens de bereiding daaruit zijn verdwenen;

e. aanbevolen dagelijkse hoeveelheid: de hoeveelheid micro-voedingsstof die per dag geconsumeerd moet worden om een gezonde voorziening van het menselijk organisme met die stof te verzekeren;

f. redelijk geachte dagconsumptie: de totale hoeveelheid van een eet- of drinkwaar die doorgaans op een dag geconsumeerd wordt;

g. verordening (EG) 1925/2006: verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PbEU L 404);

h. brood: brood, bedoeld in het Warenwetbesluit Meel en brood;

i. bakkerszout: gejodeerd keukenzout dat gebruikt wordt bij de bereiding van brood en andere bakkerijproducten.

2. Dit besluit is niet van toepassing op eet- of drinkwaren waaraan uitsluitend uit technologische overwegingen één of meer micro-voedingsstoffen zijn toegevoegd.

 

Artikel 2

1. Het is verboden verrijkte eet- of drinkwaren te bereiden of te verhandelen, die niet voldoen aan de eisen, bij dit besluit gesteld met betrekking tot hun samenstelling.

2. Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens de artikelen 3, eerste lid, 4, 5, 6, eerste en zesde lid, 7, eerste, tweede, derde en zesde lid, en 8, tweede lid, onder a, en zesde lid, van verordening (EG) 1925/2006 gestelde voorschriften.

 

Artikel 3

In verrijkte eet- of drinkwaren zijn geen micro-voedingsstoffen aanwezig in hoeveelheden die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid.

 

Artikel 3a

Onze Minister kan nadere regels stellen inzake de toevoeging van vitaminen, mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG) 1925/2006 gestelde voorschriften.

 

§ 2. Toevoegen van micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen

 

Artikel 4

In afwijking van artikel 3, eerste lid, van verordening (EG) 1925/2006 mag bij de bereiding van een verrijkte eet- of drinkwaar tevens gebruik worden gemaakt van de in bijlage 1 genoemde micro-voedingsstoffen.

 

Artikel 5

De micro-voedingsstoffen vitamine A in de vorm van retinoïden, vitamine D, foliumzuur, seleen, koper en zink worden uitsluitend toevoegd aan een verrijkte eet- of drinkwaar om van die waar een substitutie-produkt of een gerestaureerde eet- of drinkwaar te maken.

 

Artikel 5a

Aan de in de bijlage, bij verordening (EG) nr. 2991/94 van de Raad van de Europese Unie van 5 december 1994 tot vaststelling van normen voor smeerbare vetprodukten (Pb EG L 316), onder B en C, bedoelde vetten, aan vloeibare producten die een zelfde gebruiksdoel hebben, en aan bak- en braadproducten, is het toegestaan vitamine A en D toe te voegen, waarbij het gehalte aan vitamine A ten hoogste 8 µg RE, en het gehalte aan vitamine D ten hoogste 0,075 µg per gram bedraagt.

 

Artikel 6

1. De in bijlage 2 genoemde vitamines en de in bijlage 3 genoemde mineralen worden slechts in zodanige hoeveelheden toegevoegd aan een verrijkte eet- of drinkwaar, dat het totaal aanwezige gehalte in een redelijk geachte dagconsumptie van die waar ten minste 15% en ten hoogste 100% van de in die bijlage vermelde aanbevolen dagelijkse hoeveelheid bedraagt.

2. De in het eerste lid bedoelde hoeveelheden zijn niet van toepassing voor zover het een substitutie-produkt of een gerestaureerde eet- of drinkwaar betreft.

 

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2007]

 

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2007]

 

Artikel 9 [Vervallen per 24-09-2004]

 

§ 2a. Specifieke toevoegingen

 

Artikel 9a

1. In de navolgende eet- en drinkwaren mogen jodiumverbindingen aanwezig zijn, met inachtneming van de daarbij vermelde voorwaarden:

a. in brood, broodvervangers en andere bakkerijproducten, uitsluitend door de toevoeging aan die waren van bakkerszout met een gehalte van ten hoogste 65 mg jodium per kg zout;

b. in andere eet- en drinkwaren: tot een gehalte van ten hoogste 25 mg jodium per kg zout.

2. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op onbewerkte producten en dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) 1925/2006.

 

§ 3. Slotbepalingen

 

Artikel 10

[Wijzigt het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen]

 

Artikel 11

[Wijzigt het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding]

 

Artikel 12

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2. In afwijking van het eerste lid treden, voor wat betreft de toevoeging van mineralen, de artikelen 6, 7, 8 en 9 in werking vierentwintig maanden na het in dat lid bedoelde tijdstip.

 

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 24 mei 1996

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.G. Terpstra

 

Uitgegeven de vijfentwintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

Bijlage 1, behorende bij artikel 4

 

De in artikel 4 bedoelde micro-voedingsstoffen zijn de navolgende:

1. Vitamines

 

Vitamine

Toegelaten verbindingen

Vitamine A

caroteenmengels met pro-vitamine A activiteit

   

2. Mineralen

 

Mineralen

Toegelaten zouten

Seleen (Se)

selenomethionine

 

selenocysteïne

 

selenocystine

Natrium (Na)

natriumchloride

Fosfor (P)

fosforzuur

 

fosfaten, pyrofosfaten en orthofosforzuurverbindingen genoemd bij de overige voedingsstoffen

Chroom (Cr)

chromium (III) citraat

 

chromium (III) gluconaat

 

chromium (III) picolinaat

Molybdeen (Mo)

kalium molybdaat (VI).

 

 

Bijlage 2, behorende bij artikel 6, eerste lid

  

De in artikel 6, eerste lid, bedoelde vitamines en hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zijn de navolgende:

Vitamine A

800μg

Vitamine B1 (Thiamine)

1,1 mg

Vitamine B2 (Riboflavine)

1,4 mg

Niacine

16 mg

Vitamine B6

1,4 mg

Pantotheenzuur

6 mg

Vitamine B12

2,5μg

Biotine

50μg

Vitamine C

80 mg

Vitamine E

12 mg

Vitamine K

75μg

 

 

Bijlage 3, behorende bij artikel 6, eerste lid.

 

De in artikel 6, eerste lid, bedoelde mineralen en hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zijn de navolgende:

Calcium

800 mg

Magnesium

375 mg

IJzer

14 mg

Mangaan

2 mg

Fosfor

700 mg

Chroom

40μg

Molybdeen

50μg

Kalium

2000 mg

Chloride

800 mg

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Warenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x