|
BESLUIT van 1 juni
1993, houdende Warenwetbesluit uitvoer van waren
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur van 15 juni 1992, nr. VVP/L-U-921386, gedaan in overeenstemming
met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 1, vijfde lid, van de Warenwet
(Stb. 1988, 360);
Gezien het advies van de Adviescommissie
Warenwet (advies van 22 maart 1990, nr. 14169/035);
De Raad van State gehoord (advies van 3 maart
1993, nr. W13.92.0263);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 18 mei
1993, nr. DGVgz/VVP/L 93836, uitgebracht in overeenstemming met Onze
voornoemde Minister en Staatssecretaris;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. waren: andere waren dan die waarop de in artikel II, eerste
lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet (Stb. 358) bedoelde
besluiten van toepassing zijn;
b. uitvoer: het buiten Nederlands grondgebied brengen van waren;
c. samenstelling: het geheel van kenmerkende ingrediënten of
kenmerkende onderdelen van waren;
d. verordening (EG) 178/2002: verordening (EG) nr.
178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en
voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een
Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van
procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31).
Artikel 1a
Het is verboden ten aanzien van eet- en drinkwaren te handelen in
strijd met artikel 12 van verordening (EG) 178/2002.
Artikel 2
De krachtens de artikelen 4 tot en met 9 van de Warenwet (Stb.
1988, 360) gestelde voorschriften zijn niet van toepassing ten aanzien
van waren die kennelijk bestemd zijn voor uitvoer:
a. voor zover die waren voldoen aan door het land van bestemming
ter zake gestelde specifieke voorschriften, dan wel aan ter zake
welbepaalde internationale regelingen, aan de totstandkoming waarvan
de Nederlandse regering heeft meegewerkt, en die voorschriften
onderscheidenlijk regelingen desgevraagd door de belanghebbende zijn
overgelegd ten behoeve van de met het toezicht ter zake belaste
autoriteit;
b. voor zover, bij gebreke van voorschriften, bedoeld onder a:
- die waren, voor wat betreft samenstellingseisen die geen
verband houden met de veiligheid of de deugdelijkheid, in het land
van bestemming rechtmatig kunnen worden verhandeld;
- voor wat betreft het toevoegen van levensmiddelenadditieven,
die toevoeging noodzakelijk is gezien de bijzondere
klimatologische omstandigheden in het land van bestemming; of
- voor wat betreft voorschriften met betrekking tot
aanduidingen en vermeldingen, die voorgeschreven aanduidingen en
vermeldingen zijn gesteld in een taal die begrijpelijk moet worden
geacht voor de ge- of verbruiker in het land van bestemming;
en de belanghebbende desgevraagd ten behoeve van de met het
toezicht ter zake belaste autoriteit alle in zijn bezit zijnde
gegevens overlegt, die van nut kunnen zijn voor een feitelijke
beoordeling ter zake.
Artikel 3
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag
na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst.
2. Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit uitvoer van
waren.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 1 juni 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de negenentwintigste juni 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|